Maandag 23/11/2020

5 jaar Syrië

Gasthoofdredacteur Iyas Kaadouni: "Toen Assad me de cel in gooide, begon mijn revolutie"

Op een graffitimuur in Saraqeb, de thuisstad van Iyas Kaadouni, staat een vredesboodschap: 'Syrie is onze thuis. Thuis is samen zijn. In vrede. Rechtvaardig. Met respect. In vrijheid. Hand in hand bouwen we een land. Ons droomland.'Beeld kos

Iyas Kaadouni is een van de meest vooraanstaande Syrische burgerjournalisten. In 2013 moest hij op de loop voor Assad en IS, nu leeft hij in Gent, als balling. "Assad wil geweldloze burgeractivisten nog meer verpletteren dan de gewapende rebellen. Hij tracht iedereen bang te maken voor elkaar, wij proberen iedereen te verzoenen."

Dit gesprek vindt plaats in Iyas Kaadouni's souterrainflat in Gent, de stad waar hij in ballingschap leeft en het ondertussen al tot chef-kok in een restaurant schopte. "Kijk even rond. Het is hier klein, maar de jongste maanden verbleven hier meer dan honderd Syrische vluchtelingen. Een doorvoerhaven voor burgeractivisten en gezinnen in nood."

Hij heeft voor me gekookt. Gekruide gehaktballetjes, hummus en platbrood. De wereldvermaarde Syrische gastvrijheid is duidelijk ook in Gent gearriveerd. Vijf jaar Syrische revolutie en oorlog is de aanleiding van het interview. "Maar in mijn hoofd begon de revolutie niet in de lente van 2011 maar drie jaar daarvoor", zegt Kaadouni meteen.

Hij vertelt over het moment dat hij in 2008 zijn huis in de stad Saraqeb op de website van couchsurfing plaatste, het wereldwijde initiatief waarbij reizigers gratis op de sofa van een gastheer of -vrouw kunnen overnachten. "In Syrië was ik een van de voortrekkers van couchsurfing. Ik kreeg Amerikanen over de vloer, ook Fransen, Zweden, Belgen. Voor mij was het een kans om de wereld bij mij thuis uit te nodigen. Syrië was op dat moment een soort Noord-Korea: een wereld waar president Assad en zijn veiligheidsdiensten alomtegenwoordig waren. Niemand durfde over politiek of over sociale problemen te praten; de angst om opgepakt te worden, was steeds aanwezig.

"Ik was rechtenstudent, las in dikke boeken over vrijheid en gelijkheid, maar rondom mij kon ik daarvan niets merken. Met mijn buitenlandse gasten kon ik wél voluit over vrijheid en democratie discussiëren en dat deed goed."

Toch werd ook deze onschuldige manier om kennis te maken met buitenlanders niet getolereerd. "De politie vond het allemaal maar zeer verdacht. Telkens als ik een gast had ontvangen, kwamen ze me lastigvallen en vroegen ze me uit. Op een bepaald moment gingen de mannen van Assad helemaal uit de bol en smeten ze me twee dagen in de cel. Bijzonder irritant en frustrerend: ik deed niets abnormaals en wou gewoon een beetje van het leven genieten. Op dat moment knakte er iets in mijn hoofd. Zo wou ik niet leven. Mijn revolutie was begonnen."

Iyas Kaadouni.Beeld © illias teirlinck

Een reis naar Groot-Brittannië zou dat gevoel nog versterken."Een Britse toeriste was een maand lang bij mij in Saraqeb te gast geweest. Vervolgens nodigde zij me uit om bij haar familie in Engeland te komen logeren. In Engeland merkte ik hoe groot het verschil was tussen Syrië en Europa. Je hoefde niet bang te zijn voor een regime, je kon overal vrijuit praten en discussiëren, mensen ontmoeten."

"Minstens even onthutsend was mijn ontmoeting met de zoon van een Syrische minister. We kwamen elkaar toevallig tegen in een Syrisch restaurant in Londen. Hij studeerde, had zakken vol geld en praatte voortdurend over chique nachtclubs en de dure kleren en elektronicaspullen die hij had gekocht. Een bizarre ervaring. Ik kom uit een hardwerkende familie, we komen niets tekort, maar dat brassende ministerszoontje was tien keer zo rijk als mijn hele familie. Die reis naar Engeland: dat was de tweede kortsluiting in mijn hoofd."

Syrische burgerjournalisten brengen hun verhaal naar De Morgen

Al vijf jaar is Syrië in de ban van revolutie en oorlog. Al vijf jaar bericht De Morgen uitgebreid over de gruwel, maar dinsdag leent onze krant haar pen aan enkele vooraanstaande Syrische burgerjournalisten. We brengen verhalen van reporters uit de oorlogszone en van een journaliste die in augustus met de vluchtelingenstroom de Middellandse zee overstak. Gastreporter Iyas Kaadouni is hoofdredacteur van dienst.

Sluipschutters

Toen drie jaar later in Tunesië en Egypte opstanden uitbraken, stond Kaadouni samen met zoveel andere Syrische jongeren dan ook klaar om het eigen regime omver te werpen. "'Dit is het moment waarop ik al zolang aan het wachten ben', dacht ik. Helemaal opgewonden was ik en er waren momenten dat ik in tranen uitbarstte. Samen met enkele medestudenten trok ik naar de grote betoging in Aleppo, waar politie en militairen het vuur openden op de duizenden betogers. We moesten rennen voor ons leven en werden bont en blauw geslagen door pro-Assad-milities.

"Terug thuis moest ik drie dagen in bed blijven, mijn hele lichaam deed pijn. Maar het waren fantastische dagen! Ik kan nog steeds niet beschrijven hoe goed het voelde om komaf te maken met het regime dat mijn leven en dat van mijn geliefden decennialang gegijzeld had."

Saraqeb is ook een van de steden die vrij snel onder controle kwamen van de rebellen van het Vrije Syrische Leger. "Mijn stad was bevrijd en ook dat gaf een geweldig gevoel. Maar tegelijk waren er de bombardementen. De woede van het regime kwam letterlijk op ons hoofd terecht: straaljagers namen onze stad onder vuur, helikopters gooiden de gevreesde bomvaten en buiten de stad zaten sluipschutters van het regeringsleger"

"Met ons groepje begonnen we in mijn huis een mediacentrum: het Syrian Center for Democracy and Civil Rights. We maakten reportages over de bombardementen, over de gevechten tussen rebellen en het regeringsleger, maar ook over de wedergeboorte van onze stad. Met ons graffitiproject Saraqeb Walls werden we zelfs een beetje wereldberoemd: samen met vele kinderen brachten we overal in de stad muurschilderingen en slogans aan. Honderden mensen kwamen met hun kinderen naar ons kantoor met de vraag om ook op hun huis een tekening of gedicht aan te brengen. We konden de vraag niet volgen."

Beeld epa

Maar met die populariteit haalden Kaadouni en zijn medestanders zich ook de haat van het regime op de hals. "We kregen twee bomvaten op ons gebouw, dat volledig werd vernield. Op dat moment besefte ik dat Assad de geweldloze burgeractivisten nog meer wou verpletteren dan de gewapende rebellen. Want wij pasten niet in het vijandbeeld dat de Syrische leider van de oppositie wou ophangen. Hij probeert zijn tegenstanders voortdurend af te schilderen als terroristen, maar toen de wereld zag hoe wij met kinderen gedichten en slogans op muren schilderden, besefte iedereen dat we vredesactivisten waren, geen krijgsheren.

"Ook het feit dat wij met ons centrum alle politieke en religieuze strekkingen bereikten, was een doorn in het oog van de heersers. Wat wij deden, stond haaks op de angstfobie die Assad over het land verspreidde. Hij trachtte iedereen bang te maken voor elkaar, wij probeerden iedereen met elkaar te verzoenen."

In maart 2012 voerde het Syrische leger nog zwaardere bombardementen uit op Saraqeb, waarbij veel burgerslachtoffers vielen. "We werkten als gekken: schreven artikels, maakten foto's, videobeelden. Maar tegelijk brachten we gewonden naar het ziekenhuis. We waren journalist, cameraman, sociaal werker, ambulancier. Een zwarte periode. In het ziekenhuis zag ik veel stervende mensen: ook vrouwen en kinderen. Het lichaam van een gedode vriend/activist heb ik op straat bij elkaar moeten rapen: zijn benen, een hand."

Maar de zwaarste slag komt er wanneer Kaadouni's schoonbroer Hoessein tijdens een autorit een kogel in het hoofd krijgt. "Al snel vernam ik dat die kogel eigenlijk voor mij was bestemd. Ik maakte vaak gebruik van Hoesseins wagen, de sluipschutter dacht dat ik aan het stuur zat. Het verschrikkelijkste moment van mijn leven. De tranen van mij zus Hannan, hun vier ontroostbare kinderen. 'Wat zijn wij toch een donkere generatie', dacht ik op dat moment. 'Onze toekomst is kapot. Maar we moeten er nu alles aan doen om zonder geweld een betere toekomst voor onze kinderen uit te bouwen.' Dat moet onze enige en absolute prioriteit zijn.'"

Een 9-jarig Syrisch meisje uit Aleppo toont een tekening waarop ze een reddingsactie van syrische vluchtelingen door de Griekse overheid afbeeldt.Beeld ap

Verzetsdaad: tomatensoep

In diezelfde periode begonnen de extremisten van IS een steeds belangrijker rol te spelen. Kaadouni's droom van een vrij, democratisch en vrijzinnig Syrië kreeg een zware slag. Temeer omdat de beloftes van westerse leiders om het Syrische volk niet in de steek te laten, hol bleken.

"Toen de revolutie begon, verklaarden bijna alle westerse leiders dat ze trots waren op het Syrische volk en dat ze aan onze kant stonden. De Amerikaanse en de Franse ambassadeur namen zelfs deel aan de eerste betogingen in de stad Hama. Wij dachten: 'Oké, de hele wereld staat achter ons.' Maar toen na enkele maanden de wraak van het regime steeds bloediger werd, kwam niemand ons ter hulp en beseften we dat we slechts de speelbal waren van internationale krachten. Het resultaat was dat de islamisten van IS op de voorgrond traden. Op dat moment was de vernietigende kracht van het Assad-leger zo groot dat de bevolking tevreden was met eender welk leger dat het tegen de regering opnam. Ja de afzijdigheid van het Westen leidde uiteindelijk tot de opkomst van IS."

Beeld afp

Een bijzonder moment in Kaadouni's jonge carrière als burgerjournalist is zijn ontmoeting met James Foley, de Amerikaanse fotograaf-reporter die later door IS onthoofd zou worden. "Drie dagen hebben we samengewerkt. Het was een woelig periode in Saraqeb, want het regeringsleger probeerde de stad terug in te nemen. Ik was diep onder de indruk van Foleys professionalisme. Hij filmde in de moeilijkste omstandigheden, maar het eindresultaat was van hoog niveau. Toen ik twee jaar later samen met de rest van de wereld vernam dat hij onthoofd was, ben ik beginnen huilen. Het was echt een geweldige kerel en ik vond het bewonderenswaardig dat hij helemaal naar Syrië was gekomen om verslag te doen over onze revolutie en de oorlog. We wisten dat hij zijn computer in Saraqeb had achtergelaten. Na een maandenlange zoektocht vonden we het toestel in Aleppo. Het is in goede handen en zodra het veiliger is in Syrië, zullen we het aan zijn familie bezorgen."

Het waren ook de IS-strijders in Saraqeb die Kaadouni op de vlucht deden slaan. "Ze stonden vijandig tegenover ons Centrum voor Democratie en begonnen ons te bedreigen. De Franse ambassadeur in Turkije meldde me dat mijn leven in gevaar was en dat ik maar beter naar Europa kon vertrekken."

Europa liet Kaadouni en de revolutie in de steek, maar zorgde er tegelijk voor dat hij nog in leven is. "Ik ben niet meer boos over de afzijdigheid van Europa. Wel kwam ik tot de conclusie dat Syriërs die in vrijheid en democratie geloven, er maar beter voor zorgen dat ze zelf sterk genoeg staan om hun lot in eigen handen te nemen. Vandaar dat ik ook in België bijna 24 uur op 24 voor de toekomst van mijn land werk. Ik vang vluchtelingen op, verzamel kleren, vertaal teksten van Syrische journalisten uit het Arabisch, geef lezingen, werk als vrijwillige vertaler op het Gentse OCMW. Elke dag is een dag van revolutie."

Maar bovenal is Kaadouni bezig met zijn terugkeer naar Syrië. "De situatie is nog altijd behoorlijk chaotisch, maar er is nu dat staakt-het-vuren en de bevolking is er ondertussen achtergekomen dat met de kerels van Islamitische Staat geen land te bezeilen valt.

"Wat mijn eerste concrete verzetsdaad zal zijn na mijn terugkeer? Lach niet, maar ik wil in ons Centrum voor Democratie gedurende een week Belgisch koken voor onze militanten. Tomatensoep, groentetaart, appelcrumble. Echt waar! Op die manier wil ik de boel opnieuw opstarten. Zo maak ik aan iedereen duidelijk dat ik van een andere cultuur heb geproefd en er veel van heb opgestoken.

"Wat ik dan precies in België heb geleerd? Misschien het feit dat een revolutie een werk is van lange adem, waarbij je stap voor stap moet gaan en rekening moet houden met de verzuchtingen van anderen. Drie jaar geleden was ik ongelooflijk ongeduldig om mijn vrijzinnige, liberale ideeën door te drukken. Ik ben kalmer geworden."

Nog een goede reden om terug te keren naar Syrië is dat Kaadouni's vriendin en familie in Saraqeb achterbleven. "Soms maakt de afstand me gek. Drie weken geleden nog, toen er alweer bommen vielen op Saraqeb. Doodongerust ben ik dan. Het maakt dat ik soms van extreem optimisme naar extreem pessimisme slinger. Of zoals met die beelden van vluchtelingen die aan de Macedonische grens in de vrieskou stranden. Zo triest word ik daarvan. Mijn buurman van de derde verdieping is een overtuigd N-VA'er en we hadden al intense discussies over deze kwestie. Ik begrijp hem als hij zegt dat Belgen vanwege de laagbetaalde vluchtelingen moeilijker aan werk zullen raken. Maar op mijn beurt probeerde ik hem uit te leggen hoe gruwelijk die oorlog in Syrië is. Je mag zulke discussies niet uit de weg gaan. Want openheid aan twee kanten houdt mensen bij elkaar.

"Toen mijn neef onlangs via internet een fundraising voor Syrische vluchtelingen op Lesbos organiseerde, zag ik op zijn website plotseling een bericht van mijn N-VA-buurman opduiken. Hij deed een donatie! 'Good luck', schreef hij aan het eind van zijn boodschap. En hij ondertekende met 'de buurman van de derde etage'.

"Maar ik geef toe dat zelfs ik heel gemengde gevoelens heb bij die vluchtelingenstroom vanuit Syrië. Het is ook niet zo dat die mensen euforisch in Europa aankomen omdat ze het beloofde land bereikt zouden hebben. De meesten zijn triest omdat ze hun land en hun familie moesten achterlaten. En hier belanden ze in een onbekende omgeving met een andere cultuur. Al die mensen die uit Syrië vertrekken. Al die kinderen. Al die toekomstdromen. Syrië kan toch niet eindeloos leegstromen? Als je de mensen verliest, verlies je ook het land."

Beeld epa
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234