Donderdag 21/10/2021

Galerij van bedrijfssmeerlapperij

De prijs voor de meest onverantwoordelijke onderneming gaat naar de Finse biodieselproducent Neste Oil. De jury, met leden van Greenpeace, de Zwitserse ngo The Berne Declaration en het publiek, kende het bedrijf vorige week in Davos de Public Eye Award toe, de prijs voor het ethisch meest foute bedrijf. Axpo, BP, Philip Morris en AngloGold/Ashanti volgen Neste Oil op de voet. Achter de groene logo’s en blinkende ethische codes gaan knokploegen, afpersing, woudkap en moorden schuil.

Door Barbara Seynaeve

Het Zwitserse energiebedrijf Axpo heeft de top vijf van de ethisch minst verantwoorde bedrijven net gehaald. Het bedrijf strooit in eigen land kwistig met begrippen als ‘duurzaamheid’ en ‘groen’, maar verzwijgt dat het uranium aankoopt in een van de meest vervuilende verrijkingsfabrieken ter wereld. “Axpo heeft altijd heel mysterieus gedaan over waar het uranium ging halen voor de kerncentrales”, zegt Jürg Buri van de Swiss Energy Foundation (SES), een ngo die strijdt tegen het behoud van kerncentrales. “We kwamen na een maandenlang onderzoek terecht in Mayak, een Russisch stadje waar de radioactiviteit die van Tsjernobyl benadert.”

Mayak haalde in 1957 de wereldpers toen een tank gevuld met hoog radioactief plutonium ontplofte. Sindsdien ging het aantal miskramen sterk de hoogte in, net als het aantal misvormde kinderen dat er ter wereld komt. De installaties in Mayak zijn nog dezelfde als die van de jaren vijftig. En hoewel de site hermetisch afgesloten blijft voor buitenstaanders, komen medewerkers naar buiten met verhalen over het bewaren van radioactief afval in open lucht of het lozen ervan in rivieren.

“De concentraties schadelijke stoffen in die rivieren zijn afdoende bewijs dat hun verhalen kloppen”, zegt Buri. “Rusland doet wel alsof het optreedt, maar in de praktijk verandert er niets. Zo werd Vitali Sadovnikov, de directeur van de fabriek, in 2006 wel veroordeeld voor het lozen van liters radioactieve vloeistof in het drinkwater. Maar van de site zelf blijven ze af.”

Axpo weigert alle commentaar over Mayak, wellicht omdat het schandaal van september vorig jaar nog te fris in het geheugen zit. Toen toonde SES aan dat Axpo olie van Russische nucleaire onderzeeërs en ijsbrekers opkocht om te hergebruiken in hun kerncentrales.

Dertig kilo goud haalt het Zuid-Afrikaanse mijnbouwbedrijf AngloGold/Ashanti elke dag uit zijn twee mijnen in Ghana. Het doel heiligt de middelen, blijkt uit onderzoek van de Ghanese mensenrechten-ngo Wacam. Er wordt gewag gemaakt van buitensporig geweld, intimidatie, moord en extreme milieuvervuiling.

Dagelijks wordt in de Iduapriem- en de Obuasimijn 6.000 ton puin gedolven. Maand na maand trekken vrachtwagens bergen steenafval van honderden meters hoog op, waardoor langzaamaan een kilometerslange muur het land doorkruist en dorpen van elkaar scheidt. Vrouwen kunnen niet meer naar het lapje grond dat ze bebouwen, koop- en etenswaren raken niet meer tot op het marktplein, en mannen komen in de verleiding om dan maar zelf goud te gaan zoeken in de omgeving van de mijnen.

“Dat laatste was een doorn in het oog van de bedrijfsleiding”, zegt Daniel Owusu-Koranteng, oprichter van Wacam. “Dat zij die mensen hun landbouwgrond hadden afgenomen en daardoor zo goed als verplichtten om zich met illegaal delven bezig te houden, daar hadden ze geen oren naar.” AngloGold/Ashanti zette liever knokploegen in, met tussen 2004 en 2006 enkele doden tot gevolg. “Ze lagen in hinderlagen te wachten op de routes die dorpelingen volgden tussen het puin door”, zegt Owusu-Koranteng. “Of ze molesteerden de huizen van gezinnen die protesteerden tegen het bedrijf. Vorig jaar nog werden enkele kinderen levend verbrand bij een dergelijke actie. Maar ondanks de bewijzen heeft het bedrijf altijd ontkend dat het er iets mee te maken had.”

AngloGold/Ashanti is naar eigen zeggen enorm geëvolueerd het laatste jaar. “De mensenrechtenschendingen behoren tot het verleden, we doen er alles aan om onze activiteiten af te stemmen op mens en milieu”, stipuleert het in een mededeling naar aanleiding van de award. Maar ook voor het milieu is het al te laat. Het Ghanees Agentschap voor Milieubescherming deelde AngloGold/Ashanti in een recent rapport in bij de zwaarste vervuilers van het land.

De chemicaliën die worden gebruikt om het goud los te weken uit het puin werden jaren lang geloosd in de talrijke rivieren in het gebied. Daardoor raakten meer dan 150 stromen ernstig vervuild, en droogden nog eens 50 rivieren op. De omliggende dorpen moeten alsmaar verder op zoek naar drinkbaar water, waardoor ze vaak opnieuw de concessie van het mijnbouwbedrijf moeten doorkruisen. Alwaar de knokploegen hen opwachten.

Een kat in het nauw maakt vreemde sprongen, hebben ze in Uruguay tot hun scha en schande geleerd. Philip Morris, producent van onder andere de sigarettenmerken Marlboro en L&M, voelt zijn rijk afbrokkelen in het Westen en doet er alles aan om dat te vermijden in de groeilanden. Dat Uruguay de sigarettenpakjes voor 80 procent wilde volplakken met waarschuwingsboodschappen was een stap te ver voor Philip Morris. “Uruguay werd uitgekozen om een voorbeeld te stellen”, zei Andreas Missbach van The Berne Declaration op een persconferentie voor de uitreiking. “Het bnp van het land is ongeveer de helft van de omzet van het tabaksbedrijf, veel kon de regering niet beginnen tegen de middelen die Philip Morris in de strijd gooide.”

Philip Morris trok naar het arbitragehof van de Wereldbank, met de handelsovereenkomst tussen Zwitserland en Uruguay uit de jaren tachtig in de hand. De overeenkomst is enorm voordelig voor Zwitserse bedrijven die willen investeren in het Zuid-Amerikaanse land, en enkele dreigementen van de advocaten uit Genève waren genoeg om Uruguay de arm om te wringen. Ondanks de steun van omringende landen en talrijke ngo’s werd de wet nog voor de uitspraak van de rechtbank aangepast: de waarschuwingen moesten maar 65 procent van de pakjes in beslag nemen.

“Het is voor de tabaksindustrie essentieel dat Zuid-Amerika niet massaal zijn antitabakswetten gaat verstrengen”, zei Missbach. “Omringende landen zullen wellicht twee keer nadenken voor ze soortgelijke wetten instellen. Deze zaak bewijst overduidelijk dat Philip Morris economische belangen boven de gezondheid van burgers plaatst.”

Achthonderd miljoen liter gulpte uit het gat dat de Deepwater Horizon had geboord in de Golf van Mexico. Elf bemanningsleden van het boorplatform kwamen om, miljoenen dieren stierven een pijnlijke dood en er drijven nog altijd enorme olievlekken in de oceanen. De op één na grootste olieramp uit de geschiedenis, maar veel heeft oliereus British Petroleum er niet uit geleerd.

“Ze hebben een peperduur communicatiebureau in de arm genomen, bedachten de slogan ‘Beyond Petroleum’, en gingen naarstig op zoek naar nieuwe oliebronnen”, zegt Clayton Thomas-Muller van het Canadese burgernetwerk Indigenous Environmental Network (IEN). “Ze deden vorig jaar, nog tijdens de olieramp in de States, enorme investeringen in de vuilste olie ter wereld: teerzand.” Tot voor kort was het te duur om olie uit teerzand in Canada te halen, omdat die vermengd is met zand en klei. Door nieuwe technieken en de hoge olieprijzen gaan de harten bij BP en concurrenten nu weer sneller bonzen. Dat er enorme hoeveelheden water en energie nodig zijn om ze te verwerken tot een bruikbaar product, is bijzaak. Dat bossen gekapt moeten worden, land ontgonnen en rivieren verlegd, ook dat kan hen niet tegenhouden.

“De concessies, die zich uitstrekken over een oppervlakte groter dan die van Groot-Brittannië, worden bij voorbaat afgeschermd van de lokale bevolking”, zegt Thomas-Muller. “Zij mogen er niet langer jagen, vissen of varen, terwijl er niet veel ruimte meer overblijft om dat wel te doen.”

Greenpeace en The Berne Declaration hekelen ook de agressieve lobbytechnieken die BP wereldwijd hanteert om CO2-beperkingen af te zwakken, alles in naam van de vooruitgang. “Beyond Petroleum, op naar het verleden!”, zei Andreas Missbach van The Berne Declaration bij de bekendmaking van de prijzen. “Op naar een wereld zonder vervelende veiligheidsregeltjes voor mens en dier, ook zonder boorbeperkingen als het even kan. It’s the money that counts.”

‘Dow Jones Sustainability Index’, ‘The Global List of Most Sustainable Corporations’, of nog: ‘Forest Footprint Disclosure Project’. De duurzaamheidslabels die de Finse energiegigant Neste Oil heeft verzameld, doen niet vermoeden dat het bedrijf het regenwoud in Maleisië en Indonesië op grote schaal naar de knoppen helpt. Op de website publiceye.ch kreeg het bedrijf 17.000 stemmen achter zich, goed voor de Public Eye Award van Greenpeace en The Berne Declaration.

Neste Oil blijft biobrandstoffen uit palmolie produceren, terwijl de hoge milieukost van palmplantages in talloze studies werd aangetoond. Desondanks wil het bedrijf de ‘number one buyer of palm oil’ worden, en ’s werelds grootste producent van biodiesel. Omdat de automobielsector toch niet helemaal overtuigd is van palmolie, richt Neste Oil zijn pijlen op biokerosine. In 2012 wil Neste Oil 2,5 miljoen ton palmolie aankopen voor zijn grootse uitbreidingsplannen, dat is 5 procent van de wereldwijde productie.

Daarvoor heeft het bedrijf meer plantages nodig, en met name in Maleisië en Indonesië staat de regering daar niet geheel weigerachtig tegenover. In Indonesië wordt nog eens 4 miljoen hectare extra voorzien enkel en alleen voor biodiesel, bovenop de 7 miljoen hectare grond die vandaag wordt ingenomen door palmolieplantages. Geen nood, want er kan altijd geknabbeld worden aan het regenwoud, dat iets minder dan de helft van het Indonesische grondgebied inpalmt.

IOI, dat de plantages voor Neste Oil beheert, kwam eerder al in opspraak voor illegale houtkap, het afbranden van regenwoud en het verjagen van de met uitsterven bedreigde orang-oetans. De Nederlandse ngo Friends of the Earth tekende getuigenissen op van Maleisische en Indonesische boeren, die van hun grond worden verjaagd met de belofte dat ze in de plantage zullen mogen werken. “Daar komt later natuurlijk niets van in huis”, zegt Geert Ritsema van Friends of the Earth aan De Morgen. “Bovendien stuwt de vraag naar landbouwgrond de voedselprijzen de hoogte in, waardoor mensen in een spiraal van armoede terecht dreigen te raken.”

Neste Oil verklaarde eerder dit jaar nog dat het alle vertrouwen heeft in IOI. Als reactie op de award stelde het bedrijf dat het “belangrijk is om de zaken in perspectief te zien”. En nog: “We geloven dat we vandaag een van de meest verantwoorde bedrijven zijn die palmolie aankopen. We werken heel hard aan duurzaamheid.”

Tsjernobyl bis

(5.423 stemmen)

niet al goud wat blinkt

(8.002 stemmen)

(8.052 stemmen)

en oliebubbels

(13.000 stemmen)

greenwashing op zijn best

(17.385 stemmen)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234