Maandag 22/07/2019

Terrorisme

Gaat terrorist Salah Abdeslam straks praten (en heeft hij wel iets te vertellen)?

Salah Abdeslam, de man van wie de bomgordel niet was ontploft bij de aanslagen in Parijs, wist vier maanden lang in Brussel onder te duiken. Beeld AFP

Maandag kijkt Salah Abdeslam zijn rechters in de ogen. Eindelijk kan hem worden gevraagd waar hij zich 126 dagen lang – tussen de aanslagen in Parijs en zijn arrestatie in Molenbeek – verstopte. En was die aanhouding echt de detonator voor de aanslagen in Brussel en Zaventem?

Het was ons eigen Osama bin Laden-moment, vrijdagnamiddag 18 maart 2016. 
Er was dat beeld van de uit een Europese top weggeroepen premier Charles Michel, in een wit hemd en vergezeld door de Franse president François Hollande, samen in een soort situation room in de Wetstraat 16.

Totale euforie. Eindelijk. 
Die avond, tijdens een finale briefing bij het federaal parket, zag je anders zo stugge magistraten high fiven en ongeduldig vragen van de internationale media pareren. Ongeduldig, want er was “toch wel nog een kleine drink gepland”. Het was de dag waarop binnenland­minister Jan Jambon (N-VA) die tweet verstuurde, samen met Charles Michel (MR) poserend voor leden van de speciale eenheden (CGSU): ‘You got him, boys!’

126 dagen lang was Salah Abdeslam de meest gezochte persoon van de planeet geweest, iets wat voor velen enkel mogelijk kon zijn in een failed state als België. Nu bleven de beelden van zijn neerzijgen in de Vierwinden­straat in Molenbeek over alle schermen rollen.
De euforie zou vier dagen later stremmen na de aanslagen op de luchthaven van Zaventem en metro­station Maalbeek.

Die dag in Vorst

Deze week kondigde V-Europe, de belangen­groep van 200 slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016, aan dat het zich maandag bij het begin van het correctionele proces tegen Salah Abdeslam (28) en zijn Tunesische kompaan Sofien Ayari (32) burgerlijke partij wil stellen. Voor de nabestaanden is het verband tussen de arrestatie van Salah en de aanslagen een evidentie.

Salah, menen zij, had na zijn arrestatie op een deal kunnen aansturen. Daar, dat huis, in de Max Roosstraat in Schaarbeek. Daar zaten de anderen. Hij had, denken velen, met een paar woorden 35 levens kunnen redden. Hij had een einde kunnen maken aan het bloedvergieten en besloot om dat niet te doen.

Maar daar gaat het volgende week niet over. Abdeslam en Ayari staan enkel terecht voor moordpoging, meer bepaald na een schietpartij met de politie, op dinsdag 15 maart 2016 in de Driesstraat in Vorst. Het begin van die hele waanzinnige week.

De agenten waren met z’n achten. Vijf Belgen en drie Fransen, al maandenlang bezig met het in kaart brengen van het kluwen van safe­houses, valse identiteiten en geld­stromen achter de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs. Eerdere schuil­adressen in Auvelais, Charleroi en Schaarbeek waren opgespoord via gsm-lokalisatie. Toen de politie er binnen was gegaan, waren ze allemaal verlaten. De adressen waren enkele weken voor 13/11 gehuurd onder valse namen.

In het flatje in de Dries­straat in Vorst waren gas en elektriciteit al enkele weken afgesloten. De politie had geen bijstand van speciale eenheden gevraagd. Dit leek een zoveelste routineuze verificatie van een zoveelste adres.
Zodra de politie de deur op de eerste verdieping opende, barstte een kogel­salvo los. 
De agenten zagen nog net twee mannen via een achter­raam wegrennen. De belegering duurde daarna nog drie uur. De achter­gebleven man in het flatje schoot op alles wat hij vanuit zijn raam zag bewegen.

Iets voor zessen vuurde een scherpschutter van de CGSU het fatale schot af. De man in het flatje kon later worden geïdentificeerd als Mohamed Belkaïd, een vanuit Raqqa gestuurde Algerijnse IS-strijder die op 9 september 2015 tussen de vluchtelingen­stroom op het Griekse eiland Leros Europa was binnen­gekomen. Hij had telefonisch contact met de daders van de Bataclan, net voor die de zaal binnen­gingen.

De meeste van de voor de aanval van 13 november voorbestemde terroristen waren gekomen langs de Griekse route, en meestal in duo’s. Belkaïd reisde met de Zweedse Syriër Osama Krayem, de man die op 22 maart de tweede bommen­rugzak had moeten doen ontploffen in de Brusselse metro, maar zich op de valreep bedacht.

Rechten van verdediging

Salah Abdeslam is samen met Osama Krayem en Mohamed Abrini (‘de man met het hoedje’) een van de luttele overlevenden van de hele operatie. Of hij maandag gaat spreken? “In sha Allah”, zegt zijn advocaat Sven Mary.

De Franse autoriteiten behandelen Abdeslam als een specimen van een bedreigde soort. In de gevangenis van Vendin-le-Vieil, iets ten zuiden van Rijsel, is een speciale zaal ingericht voor hem. Op de vier voor het proces uitgetrokken dagen wordt hij telkens ’s morgens vroeg per geëscorteerd konvooi naar het Brusselse justitiepaleis overgebracht, een rit van 150 kilometer.

Ongeveer alles wat de Fransen willen weten over 13 november 2015 zit ergens in dat hoofd, maar de debatten lijken volgende week vooral te zullen gaan over de rechten van de verdediging.

Sven Mary: “Er is bepaald dat ik tijdens mijn bezoeken in de gevangenis geen fysiek contact met hem mag hebben. Alsof ik van plan zou zijn om met hem te muilen. (lacht) Er moeten ook te allen tijde tien agenten aanwezig zijn. Daar gaan we toch eens een hartig woordje over moeten praten.”

Dé vraag, maandag, is natuurlijk wie naar de politie schoot. 
“Ik niet”, zei Sofien Ayari eerder al tijdens de weder­samenstelling. Ook Salah ontkent. Ballistische experts denken daar anders over, en daarmee zijn de contouren voor de debatten van volgende week zo’n beetje geschetst.

De grote processen over de aanslagen in Parijs en Brussel zijn voor later. Daar pas zal de werkelijke rol van de Molenbeekse twintiger aan bod komen. Salah reisde in de zomer van 2015 half Europa rond om her en der IS-strijders op te pikken. Hij zat mee in de wagen toen op 9 september 2015 de (valse) paspoorten van Belkaïd en de Schaarbeekse IS-strijder Najim Laachraoui werden gecontroleerd aan de Oostenrijks-Hongaarse grens. Laachraoui is de ervaren bommenmaker die zich uiteindelijk op 22 maart zal opblazen in Zaventem.

Niet dezelfde fout

Spraakzaam was Salah Abdeslam tot nu toe niet. 
Waar hij die 126 dagen lang heeft uitgehangen, blijft voor een groot stuk gissen. Nadat zijn bommengordel in Parijs dienst weigerde en hij naar Brussel terugkeerde, liet hij zich door vrienden afzetten in de buurt van de Henri Bergé­straat in Schaarbeek, waar Laachraoui in de weken daarvoor de bommengordels van 13 november had zitten naaien.

Volgens bronnen dicht bij het onderzoek is Salah daarna aan het zwerven geweest. 
Van 14 november tot 4 december zou hij zich hebben schuilgehouden in de Henri Bergé­straat. Vermoedelijk heeft hij gewacht tot de drukte rond zijn persoontje wat verminderde. Hij vertrok net op tijd, want op 9 december viel de politie het pand binnen. Verse vinger­afdrukken lieten zien dat ze hem op het nippertje hadden gemist.

Op 7 december stuurt de Mechelse politieman Hamid A., een agent met goede connecties in Molenbeek, een eerste RIR-informatie­rapport door naar zijn oversten. Volgens wat hij heeft opgevangen van “de zoon van een zekere Djamilla Mohamed” heeft Salah opvang gevonden via zijn neef Abid Aberkan. Hij vermeldt in zijn RIR ook het adres van Aberkan: Vierwinden­straat 79 in Molenbeek. Op 30 december vallen politie­diensten met man en macht binnen in de Delaunoy­straat 47 in Molenbeek, 300 meter daar vandaan. Mogelijk hoorde Salah de sirenes, of werd hij getipt, en kon hij vluchten.
Zijn meer dan waarschijnlijke volgende bestemming werd de Dries­straat in Vorst. Toen daar de poppen aan het dansen gingen, trof de politie hem drie dagen later uiteindelijk in de kelder van de Vierwinden­straat 79 in Molenbeek. Het adres dat door Hamid A. drie maanden eerder al was aangewezen.

De arrestatie van Salah Abdeslam op 18 maart 2016 in de Vierwindenstraat in Molenbeek. De terreurverdachte werd door speciale eenheden neergeschoten en afgevoerd. Beeld VTM

Opvallend: de overige leden van de terreurgroep die zou toeslaan op 22 maart zaten verspreid over safe­houses in de Max Roos­straat in Schaarbeek, de Kazerne­laan in Etterbeek en de Tentoonstellings­laan in Jette. Die adressen hebben duidelijk nooit op het lijstje van Salah Abdeslam gestaan. Op geen van die plekken is hij ooit geweest, ook niet toen hij en Ayari vluchtten uit de Dries­straat.

“Dit is dezelfde groep, de groep rond Abdelhamid Abaaoud, die begin 2015 werd opgerold in Verviers”, zegt een bij het onderzoek betrokken bron. “De fout die ze toen maakten, was dat ze wapens en daders hadden ondergebracht op één adres. Toen de politie het pand in Verviers bestormde, lag hun hele plan aan diggelen. Ze wilden toen toeslaan tijdens de vriendschappelijke wedstrijd Frankrijk-Brazilië, op 26 maart 2015 in het Stade de France. 
“Maar deze keer zat alles netjes gespreid over verschillende adressen. En Salah Abdeslam was voor hen een risico­factor. Er was een klopjacht op hem aan de gang. Miljoenen mensen hadden de opsporingsbeelden gezien. De broers Ibrahim en Khalid El Bakraoui en Laachraoui, de uiteindelijke kamikazes van 22 maart, hadden er in de maanden na de aanslagen in Parijs alle belang bij om hem zo ver als mogelijk uit hun buurt te houden.”

De emir

Na de aanslagen van 22 maart werden enkele chat- en geluids­fragmenten teruggevonden op een weggegooide pc, vlak bij de Max Roos­straat in Schaarbeek. Vooral Najim Laachraoui en Ibrahim El Bakraoui voeren het woord. Ze chatten met hun “emir” Abou Ahmed, ergens ver weg in Syrië. Ze leggen hem begin maart uit dat ze “nog maar” 130 kilo TATP-springstof hebben kunnen aanmaken, dat het niet snel genoeg gaat. Ze vragen de emir om aan een zekere “Mamoud” instructies te vragen voor de productie van explosieven met gasflessen.

De chat laat zien dat de terroristen weliswaar de bevelen opvolgen van hun emir, maar dat ze een vrij grote autonomie hebben in het mee bepalen van waar ze gaan toeslaan en hoe.
Laachraoui, in de chat: “Wil je dat we op de lange termijn werken? Of wil je eerder dat we een grote operatie opzetten waarin we allemaal zullen sterven? Wij werken liever op de lange termijn, maar jij beslist. Jij bent de emir. Ik denk dat we niet moeten toeslaan in België. België zal altijd een basis zijn waarop we ons kunnen terugplooien. We vinden er altijd safe­houses, snap je? Als we toeslaan in België, is alles voorbij.”

Zelf droomt Laachraoui nog altijd van een aanslag tijdens het EK voetbal in Frankrijk: “Het zou de eerste keer zijn dat een EK wordt geannuleerd. Het zou een lesje zijn voor al diegenen die Islamitische Staat aanvallen.”

Op 15 maart 2016, de dag van de schietpartij in Vorst, wordt alles plots anders. Ibrahim El Bakraoui en Najim Laachraoui zitten op de vijfde verdieping in de Max Roos­straat nieuws­sites aan te klikken. Ibrahim stoot op woensdag 16 maart op een foto van zichzelf en zijn broer Khalid op de site van La Dernière Heure. De politie is erachter gekomen dat Khalid het huis in de Dries­straat heeft gehuurd onder een valse naam.

De chats laten zien dat ze zich veel minder zorgen maken over Salah Abdeslam: “Er is geen enkele manier om ons te contacteren.”
El Bakraoui en Laachraoui lijken te weten waar Salah zich schuilhoudt, maar omgekeerd is dat niet het geval. De chat maakt duidelijk dat El Bakraoui en Laachraoui geen al te hoge pet op hebben van Salah. Zij kunnen niet weten waarom zijn bommengordel in Parijs niet is ontploft, vanuit hun perspectief kan hij net zo goed een slappeling zijn die zijn plicht is ontvlucht. Zo denken ze ook over Sofien Ayari. Ze melden de emir: “Wij weten niet waarom ze zijn weggelopen en hun wapens daar hebben achtergelaten. Abou Hamza (Sofien Ayari, DDC) had een kalach en zes laders. Het is enkel Abdelaziz (Mohamed Belkaïd, DDC) die met hen heeft afgerekend. Ze bekijken het maar met Allah.”

Opsporings­bericht

Daags na de arrestatie van Salah Abdeslam zegt Sven Mary dat zijn cliënt “van goudwaarde is” en “bereid is mee te werken aan het onderzoek”. Van buitenaf bekeken, lijkt dat het punt waarop de terroristen zich verraden moeten voelen. Salah kende dan misschien het adres in Schaarbeek niet, hij moet wel hebben geweten dat er zich nog een vijftal IS-kamikazes in Brussel ophielden. De meesten onder hen was hij zelf met de auto gaan ophalen in Duitsland, Griekenland en Hongarije. 
En toch lijken El Bakraoui en Laachraoui zich in de Max Roos­straat ook na de uitspraken van advocaat Mary helemaal geen zorgen te maken over Salah. Pas op maandag 21 maart verraden de chats een staat van paniek. Aanleiding is de verspreiding van een opsporings­bericht over Najim Laachraoui door het federaal parket, diezelfde dag. Ook Laachraoui’s foto prijkt nu plots op alle nieuws­sites. Er staat: ‘Het gaat om de verdachte die maandag geïdentificeerd kon worden in het onderzoek naar de terreur­aanslagen die op 13 november plaatsvonden in Parijs.’

Najim Laachraoui spreekt onmiddellijk hierna een boodschap in aan de emir: “We zijn volledig verbrand. Allah heeft ons tot op dit moment gespaard. Maar nu is er geen schuilplaats meer, er is niemand meer. Foto’s circuleren. We moeten zo snel als mogelijk aan de slag en gaan het morgen doen, dinsdag 22 maart. We hebben plannen, we hebben ideeën. We hadden nog zoveel te doen, maar dit is het lot en de wil van Allah. We moeten in actie komen of we brengen de rest van ons leven in de gevangenis door.”

Op het bandje is op de achtergrond Ibrahim El Bakraoui te horen, die Laachraoui iets toefluistert. Dat hij iets is vergeten te zeggen. 
Laachraoui: “Onze doelwitten zijn de luchthaven en de metro. Waarom de luchthaven? Een broeder heeft ons gezegd dat er morgen Amerikaanse, Russische en Israëlische vluchten zijn. We zullen proberen toe te slaan. Als we kalasjnikovs gaan gebruiken, is het probleem dat we niet genoeg laders hebben. Als we in de menigte gaan vuren, gaat iedereen vluchten. En dan zijn er ook nog die militairen. We hebben beslist dat we ons tussen de massa gaan mengen om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. We laten ons allemaal gelijktijdig exploderen.”

De arrestatie van Salah Abdeslam op 18 maart 2016 in de Vierwindenstraat in Molenbeek. De terreurverdachte werd door speciale eenheden neergeschoten en afgevoerd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden