Donderdag 21/10/2021

FUNDRAISING 2.0

Goede doelen gebruiken Facebook, iPhone en andere nieuwe media als collectebus

Als u wil, kan u via uw telefoon voortaan dagelijks het reilen en zeilen van een gorillafamilie in het westen van Congo volgen. Met dank aan de nieuwe iPhone-applicatie, iGorilla. In ruil voor het opofferen van hun privacy krijgen de gorilla’s zowat twee euro per gedownloade applicatie. En ze zijn lang niet het enige goede doel dat de moderne media ontdekt heeft. In liefdadigheidsland maakt de overschrijving gestaag plaats voor de smartphone en wint de tweet het van de persoonlijke brief. Door Kim Herbots

Dertig leden telt de familie Kabrizi. Ze wonen allemaal samen, ergens in het grensgebied van Congo, Rwanda en Oeganda. Stamhoofd Kabrizi is een zilverrug en hij houdt de touwtjes stevig in handen. Het wel en wee van de ganse familie kan via iGorilla op de voet gevolgd worden. Van elk van de zonen en dochters van Kabrizi is een identificatiefiche voorhanden. Zoon Bageni, bijvoorbeeld, is inmiddels 12, verjaart op 18 maart en is zowat de schuwste van de bende. Rubaka van vijf, speelt dan weer af en toe met de andere kinderen, maar hangt het merendeel van de tijd vastgeklampt aan zijn mama.

De iGorilla, waar de gebruiker de keuze krijgt uit verschillende gorillagezinnen om te volgen, maar ook achtergrondartikels en nieuwtjes kan lezen, is een initiatief van het Virunga National Park in Congo. In het park leven 211 exemplaren van de bedreigde gorillasoort. “Het idee voor de applicatie kwam van een bedrijfje in Boston dat ons zijn diensten gratis heeft aangeboden”, legt Emmanuel de Merode, verantwoordelijke van het park, uit. “Sinds 2005 proberen we om zoveel mogelijk links tussen ons park en de rangers enerzijds en de buitenwereld anderzijds te creëren. Dit past in dat kader. Mensen willen steeds vaker zien dat het geld dat ze geven goed terecht komt. Daar hebben ze recht op ook, vind ik, en via sociale sites krijgen donoren onmiddellijk feedback. We hebben ook een actieve Facebookcommunity.”

Op dit moment is het geld dat via de internetgemeenschap of via de iPhone binnenkomt, nog niet van levensbelang. “Al heeft het in tijden van crisis zijn nut wel al bewezen”, meent de Merode. “Vorige maand is een ranger om het leven gekomen. Drie anderen werden beschoten. Eentje heeft zelfs drie dagen in coma gelegen. We hebben een oproep gedaan via onze community en een dag later hadden we het geld voor de begrafenis en de ziekenhuisrekeningen. Ik kan ook een officiële aanvraag voor middelen doen, maar dan duurt het zes maanden voor ik geld zie. Op deze manier gaat het veel vlotter.”

Maar waarom de Merode zich bovenal op Facebook, Twitter en iPhone stort, is het grote potentieel. “De mogelijkheden zijn enorm”, zegt hij. “Nu is het misschien nog niet zo belangrijk, maar wie weet vormt het binnen een paar jaar de hoofdmoot van het geld dat we binnenkrijgen en is het de enige manier om het park in leven te houden.”

Wat het Virunga National Park nu ontdekt heeft, weten anderen al langer. De iPhone inzetten als fondsenwerver is niet uniek. Vooral het laatste jaar werden meerdere applicaties ontwikkeld. Eén van de meest simpele toepassingen is ‘Charity Finder’: via de Iphone kan aan zowat 1.800 liefdadigheidsinstellingen gedoneerd worden. ‘Give Work’ is dan weer een stuk geavanceerder. Via ‘Give Work’ kunnen eenvoudig taken, zoals het ordenen van data, uitbesteed worden aan vluchtelingen in Kenia of huisvrouwen in Pakistan. “In de zomer van 2009 hebben we vluchtelingen en Dabaab, Kenia, met computers leren werken”, legt Leila Janah van ‘Give Work’ uit. “Over het algemeen vlotte het goed en konden ze de taken uitvoeren, maar hier en daar zag je dat ze de culturele context of voldoende kennis van het Engels misten. Zo zijn we bij de applicatie voor de iPhone uitgekomen. Nu kunnen mensen via hun telefoon meewerken met iemand in een derdewereldland. Op die manier wordt er meer werk verricht en is de kwaliteit beter.” Sinds de start zijn al 20.000 taken tot een goed einde gebracht. Dat leverde de werknemers samen 100.000 punten op. 100 punten zijn voldoende om een halve vis en een brood te kopen.

Bovendien is het goed voor het zelfvertrouwen. “We hebben in Dabaab een jongetje van negen dat meedoet”, zegt Janah. “Hij kwam uit het zuiden van Soedan, was zijn familie kwijt en was helemaal alleen tot in Kenia gevlucht. Ondertussen zit hij op Facebook en zijn we vrienden. Dat betekent dat hij nog een link verwijderd is van Mark Zuckerberg.”

In ons land blijven iPhone-applicaties voor goede doelen voorlopig onbestaand. “Ik zag onlangs dat een buitenlandse tak van het Rode Kruis iets dergelijks heeft”, zegt Filip Rylant van het Rode Kruis Vlaanderen. “Het was een informatieve toepassing omtrent eerste hulp. Ik heb het in idee opgeslagen om in de komende maanden eens te bekijken of wij ook zoiets kunnen ontwikkelen. Eigenlijk staan wij nog maar aan het begin als het gaat om het gebruik van nieuwe media om fondsen te ronselen. We hebben wel een YouTubekanaal met informatieve filmpjes maar daar stopt het. Het is waar dat het allemaal geen geld kost om op Twitter of Facebook actief te zijn, maar we moeten er wel veel tijd in investeren. Met een Twitteraccount die maar om de twee maanden aangepast wordt, ben je ook niks. ”

Ook geen iPhones maar wel een gewone sms-campagne voor WWF Belgium. “Zaterdag is het dag van de biodiversiteit en dan starten we met een sms-actie”, zegt Jan Derom. “Iedereen die ‘bonobo’ sms’t naar 6630 doneert voor het WWF. De campagne loopt een maand en het is een test. We hebben dit nog nooit eerder gedaan en willen zien hoe het loopt.”

Vreemd dat het WWF en vele andere goede doelen pas zo laat op de kar van het sms’en springen, terwijl we al sinds jaar en dag door televisiezenders en consorten aangemaand worden om te sms’en willen we een dvd winnen of vinden we per se dat we onze mening kwijt moeten over wie het best een paso doble danst. Er is dan ook een probleem: als u straks een sms’je stuurt om het WWF te ondersteunen dan gaat niet de volledige twee euro naar de organisatie. “Wij krijgen 75 procent, de tussenpersonen nemen 25 procent”, legt Derom uit. En dat valt dan nog mee. “Ik heb vroeger af en toe gewerkt met non-profitorganisaties die een sms-actie op touw wilden zetten, maar ze haakten vaak af als ze er achter kwamen dat tot de helft van het bedrag dat mensen sponsorden naar operatoren en dergelijke gingen”, zegt Pieter Baert, expert social media. “Ze vonden dat ze dat niet konden maken tegenover hun donateurs. Bij iPhone-applicaties is er standaard 30 procent voor Apple. Maar Google heeft nu Android ontwikkeld en dat lijkt niet zo dictatoriaal te zijn.”

Ook voor sms’jes is er een oplossing. Wie nu het WWF wil ondersteunen moet een sms’je sturen naar 6630. Wie afgelopen winter de gezamelijke actie voor het door een zware aardbeving getroffen Haïti wilde helpen, stuurde een berichtje naar 4666. Het verschil tussen de nummers is wezenlijk, zo blijkt. “Als een verkort nummer met een vier begint, betekent dat dat het geld integraal naar het goede doel of bedrijf gaat”, legt Peter Pittevils van The Ring Ring Company, een bedrijf dat onder meer sms-acties op touw zet, uit. “Bij zo’n nummer ziet de overheid af van de btw en doen ook de operatoren en wij afstand van een vergoeding. De nummers die beginnen met een zes zijn in principe voorbehouden voor een wedstrijd. De operatoren nemen sowieso hun deel, net als de overheid.” Volgens Pittevils zijn er veel ngo’s die een poging doen om een vier-nummer te pakken te krijgen, maar lukt het zelden. “Het is een hele papierstapel vooraleer je zo’n dossier rond hebt”, zegt hij. “En dan moeten nog alle partijen mee willen, natuurlijk.”

Maar mogelijkheid om te betalen via de gsm is sowieso een wereld die opengaat voor ngo’s, zo meent Baert. “De verenigingen hebben lange tijd geworsteld met het feit dat mensen pas hun kredietkaart willen bovenhalen als het om een substantieel bedrag gaat. Zo mis je een hele doelgroep die wel op internet zit of heel erg mee is met het mobiele gebeuren, maar die niet per se een grote donatie wil doen. Het feit dat er nu continu manieren bijkomen om heel snel zogenaamde micro payments te doen, is heel belangrijk op het vlak van fondsenwerving. In Nederland is Hyves de belangrijkste sociale netwerksite. Via Hyves kun je nu krediet opladen en overschrijven. Stel dat wij gisterenavond iets zijn gaan drinken en ik had geen geld bij, dan kan ik je via Hyves terugbetalen. Diezelfde tool kan natuurlijk ook gebruikt worden om aan fondsenwerving te doen.”

In Vlaanderen is de tegenhanger van Hyves, Facebook, immens veel populairder. Betalen gaat daar niet, maar Facebook of Twitter inschakelen om geld in te zamelen, kan zeker. “Sedert Barack Obama tijdens zijn verkiezingscampagne aangetoond heeft dat je op die manier ontzettend veel mensen kunt mobiliseren om geld te werven, hebben ook ngo’s Facebook en aanverwanten ontdekt”, zegt Baert.

Neem nu Twitter. Sinds 2009 wordt er jaarlijks een ‘Twestival’ georganiseerd. Verspreid over de hele wereld organiseren vrijwilligers op een bepaalde dag een event. Via Twitter worden zoveel mogelijk mensen opgeroepen om tickets te kopen of te doneren. 137 non-profitorganisaties die zich inzetten voor beter onderwijs in alle hoeken van de aardbol profiteren van de opbrengst en die bedraagt nu ongeveer 1,5 miljoen euro. Rond Thanksgiving organiseerde Tweetsgiving.org ook een fundraising event via Twitter. Mensen werden aangemaand om een tweet te plaatsen met dingen waarvoor ze dankbaar zijn en tegelijkertijd een donatie te doen. Via Facebook slaagde BeatCancer er een paar maanden geleden dan weer in om in 24 uur in 209.771 posts vernoemd te worden. Het leverde de organisatie tegen borstkanker een vermelding in het Guinnessboek én ruim 80.000 euro op aan sponsorgelden.

Maar er zijn nog veel originele onlineacties mogelijk om geld rond te halen. Meer nog, er bestaat inmiddels een hele markt voor bedrijfjes die voor ngo’s manieren bedenken om via internet aan geld te komen. “Er zijn heel veel businessmodellen mogelijk”, legt Pieterjan Bouten uit. Bouten is medeoprichter van het recent gelanceerde In the Pocket, een bedrijfje dat zich toespitst op marketing via mobiele weg. “Voor kleinschalige initiatieven kunnen organisaties het vaak zelf. Ik denk aan het oprichten van een webshop om T-shirts te verkopen, of op een snelle manier veel aandacht genereren via Facebook. Wil je echter op een grotere manier aan fundraising doen dan stoot je al gauw op ingewikkelde technologie en is de knowhow vaak niet in huis.”

En dus schieten bedrijfjes als agoodcause. com of gratishelpen.nl als paddestoelen uit de grond. Beide firma’s hebben hetzelfde idee. “A Good Cause sluit deals met e-commercanten als Amazon”, legt Bouten uit. “Als consument kun je via de site van A Good Cause wat software downloaden die ervoor zorgt dat telkens je iets koopt bij een aangesloten e-commercant er een bepaald bedrag naar een goed doel gaat. De bijdrage wordt betaald door de webshop. In ruil kunnen ze een logo op hun site zetten, wat goed is voor hun imago.” Het goede doel laat in dit model een deel van de bijdrage aan de tussenpersoon.

Al kan het ook anders: de website kiva.org schakelt tussenpersonen helemaal uit. Via die site stellen ondernemers uit derdewereldlanden zichzelf en hun project voor en hopen ze op die manier een microkrediet te pakken te krijgen. Zo wil de 60-jarige Anita Taocta uit de Filippijnen 360 euro lenen om haar kleine winkeltje aan de gang te houden en droomt de 37-jarige schoenverkoopster Mirna Esmeralda Barahona De Gómez uit El Salvador van een extra budget van 560 euro om haar stock uit te breiden. Een teller op de site laat zien hoeveel geld ondertussen toegekend is: Taocta is er bijna, maar Barahona De Gómez moet nog 322 euro bijeen zien te krijgen. De site is een immens succes. Afgelopen week alleen al werd er 1,1 miljoen euro geleend.

Het hoeft overigens niet allemaal om geld te draaien. De Belgische afdeling van het Rode Kruis mag dan nog in zijn kinderschoenen staan als het gaat om internet-fundraising, bloeddonoren oproepen via sms is inmiddels helemaal ingeburgerd. “Wanneer er een tekort dreigt of we hebben een plotse behoefte aan een specifieke bloedsoort dan scannen we onze databank en kunnen we meteen heel gericht mensen contacteren”, legt Rylant uit. Het Rode Kruis maakte onder meer gebruik van het systeem ten tijde van de treinramp in Buizingen afgelopen februari. Op dat moment was er een grote nood aan bloed van het type O negatief. Automatisch werd in de databank van donoren gekeken wie de juiste bloedgroep had en wie de laatste drie maanden geen bloed gegeven had - en dus in aanmerking kwam voor een donatie. “Ze hebben toen massaal gereageerd op de sms’jes”, stelt Rylant. “Voor ons is dat echt wel een manier om heel efficiënt en snel aan bloed te geraken.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234