Zondag 24/10/2021

Fun with the wind

Het behoort tot de kleine Antillen, ligt in de Caraïbische Zee en heeft minder inwoners dan pakweg Kortrijk: Antigua, 'Land of Sea and Sun'. Hier strijden luxe zeilboten om de eer en drie kussen, in de Panerai Classic Yacht Regatta. Onze man ging mee aan boord. 'Dit is met geen pen te beschrijven.'

Het ligt er haast anoniem. In een strandhut, in de schaduw van de haven in Falmouth Harbour, bevindt zich een dik, bruin boek. Op de lederen kaft zijn zwarte lijnen gekrast, als donkere aders. Al even bruin getaande kerels dralen voorbij, achteloos. Eén man blijft staan, grijpt het boek vast en maakt een kruisteken. De felle zon doet de gouden letters oplichten: Holy Bible. Hij bladert door het boek, blijft even hangen en klapt het terug dicht. Hij moet wel Lucas hebben gelezen.

Zou hij dat bedoeld hebben, de evangelist, toen hij het neerschreef: 'Luc. 23:43. heden zult gij met Mij in het paradijs zijn'? Zou hij het over Antigua hebben? Over die puist in de Antillen, dat eiland in de tijd? Falmouth Harbour, de bekend(st)e haven van Antigua, is omgeven door bergen in een zachtgroene jas. Hier en daar prikt een oranje vlek door het groene deken. Een dak van een villa, dat spreekt. Falmouth Harbour is een nirwana, badend in kobaltblauwe lucht. Heden zult gij met Mij zijn.

Zoals de nummerplaat zegt: 'Land of Sea and Sun', en vooral strand. Gezwommen wordt er om de hoek, op Pigeon Beach. Een strand vrij van duiven, welteverstaan. Een Antiguaan geeft ons een lift naar het strand. De man blijkt straalbezopen, snijdt de bochten scherper aan dan Freddy Loix in de Rally van de Condroz, rijdt onvervaard in putten van dik twintig centimeter diep en snoeit ongewild de struiken aan de kant van de weg. Waar is de Holy Bible als je hem nodig hebt. Als luikjes van een raam gaan zijn ogen dicht, een kleine krater in de weg schudt hem wakker, net voor Pigeon Beach. "Here you go - burps! - guys."

In de haven van Falmouth worden touwen gevlochten, ankers geveild, dekken geschrobd. In de bolle kom die de baai is, dobbert The Tree of Life parmantig rond. Met hem ook de Spirited Lady, de Kairòs, Old Bob, Gaucho, Stormvogel en Wild Horses. Zeilboten die meedoen voor de prijzen in de Panerai Classic Yacht Regatta, de jaarlijkse afspraak van de Italiaanse horlogebouwer. Want dat doen de Italianen: bouwen aan de tijd, maar ook aan hun naam, hun uitstraling, hun imago. Daarom wordt er gezeild op Antigua, maar ook elders in de wereld, zoals in Cannes. Seen and be seen. De regatta als zinnebeeld van het Zalig Leven, van het laisser faire laisser passer, van het luxeleven. Van sporten voor het plezier, niet voor de trofee.

Panerai bleef lange tijd onder de radar en zette zeker niet altijd in op luxe. Omzeggens nooit. Begin vorige eeuw bouwde het calculatoren voor torpedolanceringen, in opdracht van de Italiaanse marine. Alsook oplichtende instrumenten, geweervizieren, onderwaterkompassen en dieptemeters voor de stormtroepen en duikers. Pas eind vorige eeuw zetten de Italianen, na de overname door Richemont, in op luxe en behoort Panerai nu tot de haute horlogerie. En daar hoort dus ook zeilen bij. In het paradijs. Vijf dagen lang. Er wordt op geen dollar gekeken. Dat hoeft ook niet, want Panerai zit in de lift. Het merk kan buigen op een schare trouwe fans. Neen, Panerai is geen marktleider inzake luxehorloges, maar het merk is on a roll.

Maagdelijk blank

Aan de vooravond van de race zijn de lichten in Falmouth Harbour snel gedoofd. De avond valt ook gewoon bijzonder snel in Antigua. Alsof er ergens een schakelaar hangt en iemand in een klik het licht uitdoet. Voor de crew van de Rotterdamse Kairòs is er geen tijd voor een braspartij aan wal. Want morgen, ja morgen moet het gebeuren. Kapitein Matthijs van Middelkoop lijkt sprekend op koning Willem-Alexander. De kopman van de Kairòs is geen woeste zeeman met een ruige klittenbaard. Op zijn bovenarm staat geen anker getekend. In zijn schuit ligt geen lege fles rum. Fijn getrimd is hij, met een knoert van een horloge om de arm, een blauw-wit gestreepte trui om de lenden en de blik op oneindig. Want het moet gebeuren.

Zo snel de nacht valt, zo snel trekt het leven zich ook opnieuw op gang op de Antillen. Aan boord van de Kairòs brengt de Zwitsers/Nederlands/Pools/Duitse-crew alles in gereedheid. Het anker wordt binnengehaald en de stootkussens krijgen een plek in een houten kist. Brandnieuw is de boot: bouwjaar 2006. En dat valt er aan te zien. Maagdelijk blank is de romp. Het houten dek is gepolijst en voelt gladder dan de zonnecrème van de kapitein. De drie stalen masten zijn witgeschilderd. Van Middelkoop: "Forse wind. Dit wordt fun."

Een kanonschot weerklinkt, de drie zeilen worden gehesen. Het is indrukwekkend, de wind die de zeilen bol waait. De wind voelt zo warm aan, alsof er een haardroger in het gezicht blaast. Bij het uitvaren van de baai wapperen de zeilen als de manen van een wild paard. Dertien knopen. Van Middelkoop: "This is it, guys. Come on!"

Een helikopter vliegt ijlings over de boot heen.

Voorbij de rode boei trekt de dik vijfenveertig meter lange driemaster zich langzaam op gang, maar eens op volle snelheid vervelt de logge beer tot een jong veulen en is het bonken en stampen tegen de metershoge golven in. Een muur van water, met het schuim op de lippen, slaat tegen de romp aan. Het water waait als een kogelregen over het dek. "The ropes, guys, the ropes." De boot hangt schuin. Het is buigen maar niet plooien, nu al. Fun, zei de kapitein. The Tree of Life wordt achtergelaten. De Kairòs ligt al gauw in tweede positie en trekt de kop van een select peloton.

Het is de elegantie die zeilen zo aantrekkelijk maakt. De Kairòs is best groot, maar het is geen logge tanker. Wie door de kajuiten struint, voelt zich geborgen. "Starving in the belly of a whale", zegt Tom Waits. Het is dat graciele glijden, de gebogen lijn van de romp dat een boot elegant maakt. De strijd lijkt altijd oneerlijk. Nooit zal de boot het halen van de wind. Je bent ondergeschikt aan de natuur. De wind bepaalt, niet de kapitein. Maar het is schikken in schoonheid.

"Holy f*ck." Kok Philipp Tschabold heeft in de keuken net zijn duim opengehaald. Het topje hangt nog net aan de vinger. "Kan gebeuren als je groenten snijdt bij dertien knopen."

Wat opvalt: de Kairòs is dan wel een luxeboot, en de kapitein oogt dan wel wat glad, de crew is dat niet. De bemanning van een boot bestaat uit een dosis branie, altijd, maar ook geduld en de drang naar vrijheid. Kok Philipp maakte de oversteek met de Kairòs. Van Rotterdam naar de Antillen. Dwars door de Atlantische Oceaan. Hij ving tonijn onderweg, blauwe merlijn, dorado. Hij zag dolfijnen en hij voelde zich vrij.

Hoe meer wind, hoe beter het gemoed. De Caraïbische Zee opent zich niet makkelijk voor de Kairòs. Het is werken en vloeken. Ook voor The Tree of Life, die dichterbij sluipt. Echt ongemerkt kan zoiets niet op zee.

Go go go

Philipp: "Een adelaar, noemt mijn moeder mij. Ik vlieg uit." Jarenlang wist hij niet wat te zoeken op een boot. Maar hij deed het toch maar. "Ik wist niet waarom." Het antwoord kwam er na tien jaar. "Mezelf. Ik was op zoek naar mezelf. Niets heb ik nu, gewoon niks. Maar hier doe ik het voor. Voor de vrijheid. Drie weken zee en wind. Ik moet alleen koken, niks anders. Dat gevoel van vrijheid wil ik voor niks inruilen. Ook niet voor veel geld."

's Nachts leest hij boeken. Der Sinn des Gebens van Stefan Klein. Of The Old Man and the Sea van Hemingway. Altijd op de vlucht. Als klein kind al. Zijn vader was truckchauffeur en reed van Zwitserland naar Zweden. Ook hij wilde uitvliegen. Philipp verloor zijn broer in een auto-ongeluk. Het maakt dat de tochten op zee steeds meer in het teken staan van de Sinn des Gebens. Of zoals hij het zegt: "You've got a job. I've got a life."

Angela is Duitse, ook zij zoekt op de Kairòs vooral naar zichzelf. Net als de Braziliaanse Theresa Guimaraes. De dochter van een goedboerende advocaat in Recife. Haar leven lag op een dienblad. Maar het leek allemaal te makkelijk. "Wat ben ik daarmee? Ik wilde uitvliegen, mij ontdoen van iedere structuur of ieder systeem. Mijn leven staat in het teken van de oceaan. Alsof ik mezelf aan het water geef. Alleen hier voel ik me kalm. Ik kan terugkeren naar Brazilië en er een zak geld verdienen. Maar waarom zou ik dat doen? Ik woon op Sint-Maarten. En zie ik een boot, dan kruip ik er op. Neen, dat gaat niet snel veranderen."

Dat de Panerai Regatta een race is waar voornamelijk luxeboten aan deelnemen, maakt Philipp, Angela en Theresa geen zier uit. Theresa: "It's about the ocean, baby. En het is ook gewoon een fantastische race met héérlijke boten."

De 'Canonball', zo heet de race van vandaag. Genoemd naar het parcours. Het is volle gas rechtdoor, rechtsomkeer, en dan volle gas terug. Simpel, maar ook moeilijk. Kapitein Matthijs heeft vleugels, en vlinders, want de Duitse gaste aan boord kent intussen de weg naar zijn kajuit. Theresa: "Een verliefde kapitein vaart altijd sneller."

De eerste kroon ligt kennelijk klaar, nu de Kairòs ook de leider in het vizier heeft. De kapitein, op dezelfde toon als Bucky Laplasse in Het eiland: "Go go go!"

En dan gebeurt het. Op een moment dat niemand het verwacht. Bij het keren aan de boei gaat de Kairòs overstag, gaat de wind ongenadig hard tekeer en weerklinkt een hard gekraak. De crew kijkt op. Iemand roept: "Damn!" Het grote zeil is plots twee zeilen geworden. Een diepe scheur fnuikt meteen de kansen op de overwinning. Wat gevloek in het Hollands, een Duitse "verdammt" en toch ook wat berusting. Van de natuur kun je niet winnen. Nooit.

De Kairòs zakt terug. Varen op halve kracht kost hen een paar plekken. De boot haalt nog wel de finish van de Canonballrace maar ook niet meer dan dat. En dat geeft niet, eigenlijk.

Terug in de haven wordt het gehavende zeil losgemaakt en overgedragen aan een lokale stielman, die een nacht de tijd heeft om de scheur te dichten.

Pure belevenis

Mauro Pelaschier staat op de kade en kijkt bedenkelijk: "That's life." Pelaschier kan het weten. Hij, de Italiaanse legende. Nazaat van een zeilgeslacht. Hij krabt zich in de grijzige baard, scheert met z'n tong om de droge lippen en vloekt in zijn moedertaal: "Merda." Ook hij deelde in de pech. Erger dan een scheur in een zeil, begaf de mast van zijn boot het. Omgehakt, als een boom. Pelaschier was klaar om dat varkentje wel even te wassen. Als negenvoudig Italiaans kampioen, alsook drievoudig olympiër. "Hier zeilen is met geen pen te beschrijven. Het is zo puur. De Panerai Regatta is een belevenis die bijblijft. Al moet je mast eraan geloven."

Pelaschier komt uit Monfalcone en kon als kind sneller zeilen dan zwemmen, zag vader en nonkel telkens vertrekken in zo'n houten ding en wist het meteen. Dat hij zeiler zou worden. Een professionele zeiler.

"Ik was zo jong toen ik in 1968 op de Spelen belandde. Ik kon zeilen en plots ook vliegen. Je komt als jonge gast het olympisch stadion binnen en je weet dat het nooit beter wordt dan dat. Niet te geloven."

Ooit zeilde hij de wereld rond, Pelaschier. Met een grote crew, dat wel. Het gaf hem zo'n onbeschrijflijk gevoel. Daarom zeilt hij nu nog altijd, overal ter wereld, op z'n eentje of met anderen. N'importe. Daarom dus Antigua, omdat het er zo verdomd lekker zeilen is. En dat de mast is afgebroken? Dat is 's avonds al vergeten. Dat het zeil van de Kairòs het heeft begeven? Ach, kapitein Van Middelkoop weet waar de Panerai Regatta om draait. Niet de overwinning, maar de ervaring. Die laatste stapt van wal, zegt Pelaschier gedag, drinkt een glas prosecco en laaft zich aan de sea and sun.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234