Woensdag 19/02/2020

From Ghent With Love

Bent u al wel eens door de Gustaaf Callierlaan gereden in de mooie stad Gent? En dat op een warme zaterdagavond, bijvoorbeeld op 13 mei laatstleden, zo rond halfzeven in de avond? Nee?

Ik ook niet en daar ben ik achteraf bekeken heel blij om.

Want de Gustaaf Callierlaan, ook al ligt die dan netjes langs het Zuidpark op een zucht van het vredige Sint-Pietersplein, en in een buurt waar de namen van de Zebrastraat, de Leeuwstraat, de Tijgerstraat en de Olifantstraat mij altijd al gecharmeerd hebben, lijkt mij toch een bijzonder gevaarlijke plek. Zeker op zaterdagavond rond halfzeven en dan vooral op data die rijmen op 13 mei.

Toen vond daar namelijk een verschrikkelijk geval van verkeersagressie plaats. Een wat ongeduldige 56-jarige man drukte bij een verkeerslicht al dan niet bewust iets te snel op zijn toeter naar de mening van de 29-jarige chauffeur van het voertuig voor hem, waarop de snaak de man van middelbare leeftijd zo zwaar toetakelde dat die diverse breuken in het aangezicht opliep, en bovendien een bloedklonter in de hersenen kreeg, waardoor hij in allerijl naar het ziekenhuis werd gebracht waar hij volgens de lokale pers een strijd voor zijn leven aanging.

Hoe het afgelopen is, weet ik niet.

Als oeverbewoner van een dorp aan de overdekte Zenne treffen zulke berichten mij bijzonder diep. Ook al omdat ik weet dat wanneer ongelukkige voorvallen als deze zich op hoofdstedelijke grond voordoen, er meteen en spontaan en wel zeker 24 uur lang een even flets als voorspelbaar offensief losbrandt in de Vlaamse media, waarbij allerlei mensen die in St.Martens-Latem, Keerbergen, Leefdaal of Boechout wonen haarfijn uit de doeken doen wat een verschrikkelijk onleefbare stad Brussel toch is. Niets minder dan een sick suburb van Sodom en Gomorra, waar niet alleen te weinig fietspaden zijn en boekweitpannenkoeken ook bijna onvindbaar, waar daarenboven de homoseksuele medemens voortdurend gebasht wordt, waar vrouwen in mini-jurk dag in, dag uit vernederingen en beschimpingen moeten ondergaan, waar, omdat er zo weinig sportvelden zijn, jonge allochtonen uit pure verveling kleine katjes wellustig doodknijpen terwijl hun oudere broers aan de lopende band brave buschauffeurs met de baseballbat aan het bewerken zijn.

Maar wanneer er iets vreselijks in Gent gebeurt, dan staat het als een fait divers in de diepste diepten van de krant verborgen en heet zo'n gruwel 'een incident' en dan komt de sympathieke burgemeester Termont op tv voor de vierduizendste keer zeggen dat zijn stad de gezelligste van de hele wereld is.

Nu, dat is ze ook wel, of toch tenminste van de Oost-Vlaamse wereld.

Behalve tijdens de Gentse feesten dan, een veertiendaagse van de collectieve waanzin waaraan ik, zoals u weet of niet weet, sedert 1971 een volbloed trauma overhoud. Het heeft te maken met 'een incident' waarbij een baardmens die pal naast mij bij Sint Jacobs naar een optreden van Walter De Buck stond te kijken, zichzelf via de lichaamsopening tussen zijn knevel en zijn snor een hele Duvel opgoot die er meteen langs onderen zowat spontaan weer uitliep, recht op mijn schoenen.

En dat terwijl iedereen en zijn klein broertje toch weet dat u bij mij veel mag doen eer ik boos word - piranha's in mijn zwembad gooien, krassen maken op mijn roze Cadillac, al mijn platen van Soulsister stelen - maar dat er in géén geval schade mag worden berokkend aan mijn zuurverdiende en in de beste schoenwinkel van Memphis gekochte blue suede shoes.

Nu we het toch over de trefwoorden 'schade berokkenen' en 'Gent' hebben, moet mij nog iets van dat het hart: wat is dat toch met al die gestolen, vastgelopen, bekladde en beschadigde kunstwerken daar in de Arteveldestad? Bedroevend, ook al omdat ik altijd al de indruk had dat de Gentenaren, op Luc Van den Bossche na, beschaafde mensen waren, die bovendien geboren werden met een door moeder natuur ingebouwde liefde voor de kunsten.

Toch stel ik ter gelegenheid van fijne kunstmanifestaties als Sint-Jan en Track met spijt in het hart herhaald cultureel hooliganisme vast. Misschien zijn dit ook gewoon uitingen van volkswoede aangaande de 'linkse hobby' die cultuur voor veel van onze gouwgenoten nog altijd is.

Zelf heb ik me niet gemoeid in het subsidiedebat dat onlangs door onze gewesten gierde, maar dat komt toch vooral omdat ik mijn garage aan het herschilderen was. Tijdens mijn schafttijd bladerde ik dan bijvoorbeeld wat in een boekje met interviews van Britse schrijvers die bijna niemand kent. Daarin vragen ze aan de treurwilg Will Self wat hij zoal denkt van stipendia voor schrijvers en andere staatshulp aan behoeftige scheppers. Self antwoordt eigenlijk niet en verwijst meteen naar de Franse filosoof Henri Bergson, die graag stelde dat werkelijk alle jonge auteurs van hem levenslang een flinke beurs mogen ontvangen, op voorwaarde dat ze een document zouden ondertekenen waarin ze plechtig beloven om nooit meer één letter aan het papier toe te vertrouwen.

Als ze het mij ooit gevraagd hadden, zou ik meteen getekend hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234