Dinsdag 18/05/2021

'Freud was jaloers op schrijvers'

'De eenzaamheid van de waanzin' verwijst niet zomaar vrijblijvend naar de roman van Paolo Giordano. Literatuur speelt in het boek van journaliste en psychologe Ranne Hovius (°1950) een vooraanstaande rol. Hovius legt de verbanden bloot tussen literaire werken en de geschiedenis van de psychiatrie.

Het idee voor het boek, vertelt de schrijfster, is in zijn prilste vorm al jaren geleden ontstaan, toen zij de romancyclus Les Rougon-Macquart van Emile Zola las. De voorman van de Franse naturalisten stond zeer onder de invloed van de zogeheten degeneratieleer en meende in ernst dat zijn eigen romans op hun beurt konden worden beschouwd als importante bijdragen tot de wetenschap.

Ranne Hovius: "Een onzinnig idee, natuurlijk, maar waar Zola wel in was geslaagd, besefte ik, was dat hij die hele - trouwens al even onzinnige - degeneratieleer, die voetnoot in de geschiedenis van de psychiatrie, met zijn werk heel accuraat geïllustreerd en weergegeven heeft. Nou, daar moet ik ooit nog eens een artikel over schrijven, dacht ik.

"Later las ik dan weer Wide Sargasso Sea, een roman van Jean Rhys uit 1966, die een krankzinnig randpersonage uit Jane Eyre van Charlotte Brontë opvoert en eigenlijk in ere herstelt. Jane Eyre is een boek uit 1847, en het viel mij op hoe fraai deze beide romans samen illustreren wat er in honderd jaar veranderd is aan de manier waarop er over waanzin werd geschreven. En zo is de bal aan het rollen gegaan. Algauw kwam ik erachter, bovendien, dat wat betreft het zich inleven in de waanzin of wat daar soms voor doorgaat, schrijvers allesbehalve moeten onderdoen voor psychiaters. Uw eigen laatste roman is daar overigens een prachtig voorbeeld van."

Dank u zeer. De achterliggende gedachte van uw boek is nochtans dat schrijvers de theorie van de psychiatrie 'van vlees voorzien'. Zijn schrijvers dus toch niet vaak veeleer kinderen van hun tijd dan de uitdragers van universele waarheden?

Ranne Hovius: "Sigmund Freud zei jaloers te zijn op schrijvers omdat zij 'intuïtief' aanvoelden wat hij slechts vermocht te ontdekken dankzij langdurig onderzoek en zo. Vergis je echter niet: lang niet alle schrijvers waren en zijn verguld met die lof. Met name de leden van 'Jung Wien' namen het Freud zeer kwalijk dat hij werk en persoon van bijvoorbeeld Dostojevski in zekere zin ontheiligde door het te behandelen als louter werkmateriaal en het terug te brengen tot dat ene kernverhaal dat Freud zelf bedacht had.

"Maar goed, uiteindelijk komt het er toch op neer dat schrijvers én psychiaters, hoe verschillend de wegen die zij bewandelen ook mogen wezen, steeds afhankelijk zijn van het denken dat in hun tijd in zwang is. Het waarnemen, de blik, wordt altijd gestuurd door wat op een bepaald moment als de waarheid geldt."

Op sommige van die 'waarheden' is het woord 'waanzinnig' trouwens best van toepassing, lijkt me. De theorie van Aristoteles over de zwarte gal, bijvoorbeeld, die in Europa à propos tot in de zeventiende eeuw werd onderschreven.

Ranne Hovius: "Ja, maar dat hangt natuurlijk samen met de anatomie: men mocht al die tijd niet in lijken snijden, zodat ook niet aan het licht kon komen dat zwarte gal of zwevende baarmoeders helemaal niet bestonden. Anderzijds had je later ook nog, eind achttiende eeuw, iemand als Franz Anton Mesmer, de grondlegger van het dierlijk magnetisme, die poneerde: 'Er is maar één ziekte, en maar één geneeswijze.' Dat is van een onwaarschijnlijke naïviteit, ja. En toch - en dat sluit aan bij wat ik daarnet zei - is het een feit dat zelfs verlichte geesten als Honoré de Balzac en Charles Dickens van zichzelf dachten dat zij over aanzienlijke magnetische krachten beschikten. Alexandre Dumas meende zelfs dat het mogelijk moest zijn om kilometers ver te kijken om tot in detail te weten te komen wat daar gebeurde.

"Een en ander nodigt uit om je voor te stellen hoe latere generaties op het huidige psychiatrische discours zullen terugkijken, maar het verschil met vroeger is wel dat wij er ons heel goed bewust van zijn dat we in een enorme mist tasten. Niemand beweert nog écht de waarheid in pacht te hebben. Er is momenteel wel een grote nadruk op het biologische, maar je merkt dat er toch ook weer een belangrijke tegenbeweging opkomt. De DSM-5 (het nieuwe wereldwijd gebruikte psychiatrische handboek met diagnoses, nvdr) wordt vandaag door echt letterlijk iedereen bekritiseerd, niet alleen door psychoanalytici als Paul Verhaeghe. En de poging om bijvoorbeeld schizofrenie te herleiden tot een genetische kwestie heeft vooralsnog niets concreets opgeleverd."

Waanzin in al zijn vormen heeft in de loop der tijden niet altijd in een even kwaad daglicht gestaan. Goethes Werther zorgde eind achttiende eeuw voor een heuse zelfmoordgolf, en honderd jaar daarna kwam de neurasthenie en vogue in de betere kringen.

"Ja, en dan had je even later ook nog André Breton en de surrealisten, die de pure waanzin echt gingen verheerlijken en een grote fascinatie voor de schizofrenie aan de dag legden. Alsof je waanzinnig moest zijn om tot ware kunst te komen. Volkomen nonsens, natuurlijk, al kan ik mij wél voorstellen dat er bijvoorbeeld een link is tussen de bipolaire stoornis en artistieke productiviteit: van iemand die manisch is en als gevolg daarvan volkomen lak heeft aan conventies en out of the box gaat denken, en dat dan met die enorme energie daarachter, kan ik mij indenken dat hij in creatief opzicht tot iets belangwekkends komt."

Voor de Amerikaanse dichteres Anne Sexton betekende het etiket 'manisch-depressief' haar genezing.

"Nee, dat is veel te sterk uitgedrukt, hoor. Maar Sexton had wel het geluk dat zij van haar psychiater niet te horen kreeg wat Charlotte Gilman, schrijfster van The Yellow Wallpaper (1892), decennia eerder gezegd was, namelijk: val volledig samen met je moederrol, en schuif pen en papier voor altijd terzijde. Sexton kreeg door haar diagnose als het ware juist een vrijgeleide om te schrijven, met tot gevolg, overigens, dat zij ertoe overging nog een aantal psychotische symptomen te verzinnen. Om zeker te zijn, als het ware. Wat allemaal niet wegneemt dat zij ten slotte toch, in navolging van Sylvia Plath, in 1974 door zelfmoord om het leven is gekomen."

U wijst er in uw boek op dat schrijvers in de eeuwige discussie over welk soort factoren doorslaggevend zijn bij het ontstaan van psychische problemen altijd geneigd zijn de kant van 'het verhaal' - de opvoeding, bepaalde ervaringen - te kiezen. Maar voor zijn hoofdpersonage in de roman Lowboy (2004) baseerde John Wray zich geheel op de omschrijving van schizofrenie in de DSM-4.

"Het is heel erg moeilijk om je als schrijver te verplaatsen in een schizofreen iemand en die hele belevingswereld van binnenuit te gaan beschrijven, maar die roman van John Wray is vrij overtuigend. Wray is een mooi voorbeeld van een schrijver die zich het - in dit geval medische - perspectief van zijn tijd volledig eigen heeft gemaakt. Hij benadrukt keer op keer dat jeugdervaringen en omgevingsfactoren geen rol van belang spelen bij het ontstaan van geestesziekte.

"De relatie die in Lowboy wordt gelegd tussen schizofrenie en geweld is overigens verre van nieuw. Dat gebeurde ook al ten tijde van Hitchcocks Psycho, een film die medeverantwoordelijk is voor het misverstand dat schizofrenie altijd samenvalt met een gespleten persoonlijkheid, en dat een gespleten persoonlijkheid altijd uiteenvalt in een variant op Jeckyll en Hyde. Een veel recentere film als Black Swan houdt die verkeerde veronderstelling trouwens in stand.

"Het is mogelijk dat de waanzin ons zo bezighoudt omdat het nog een van de laatste mysteries is in een wereld waarin alles in kaart kan worden gebracht, meetbaar en verklaarbaar is. Hoe dan ook is het voor de gemiddelde mens erg lastig om waanzin, in welke mate en hoe die zich ook mag manifesteren, als een ziekte te zien. Schizofrenie, bijvoorbeeld, bepaalt de persoonlijkheid zozeer dat die er nauwelijks nog van kan worden onderscheiden. Als schizofrenie een ziekte is, dan val je met die ziekte goeddeels samen. Ter vergelijking: je 'hebt' een blindedarmontsteking, maar je 'bent' schizofreen."

Welke periode in de geschiedenis van de psychiatrie spreekt het meest tot uw verbeelding?

"Dan denk ik toch eerst en vooral aan de tijd rond 1900, toen er ontzettend veel gebeurde plots, niet het minst dankzij Freud.

"En voorts heb ik grote bewondering voor Philippe Pinel en consorten, de grondleggers van de psychiatrie die zich honderd jaar vóór Freud in de Salpêtrière onder de halfnaakte, krijsende 'patiënten' mengden en hen van hun ketenen bevrijdden. Idealisten die de waanzin een menselijk gezicht wilden geven en daar trouwens ook in slaagden."

Van Robert Burton, schrijver van The Anatomy of Melancholy (1621), citeert u in uw boek het volgende: 'Ik schrijf over melancholie om, door daarmee bezig te zijn, melancholie te vermijden.' Hoe herkenbaar is dat?

"Ja, zo werd je vroeger ook opgevoed, hè: werk als een manier om muizenissen te bestrijden. Een idee dat je ook terugvindt in de zogenaamde moral treatment rond 1800, die onder meer een belangrijke rol speelt in Wilhelm Meisters Lehrjahre van Goethe. Zo is er ook het gezegde dat in tijden van oorlog niemand op de divan van de psychiater is te vinden. Maar goed, om op je vraag te antwoorden, kort en bondig: erg herkenbaar."

Ranne Hovius, De eenzaamheid van de waanzin - Tweehonderd jaar psychiatrie in romans en verhalen,

Nieuwezijds, 320 p., 19,95 euro. Verschijnt op 16 mei.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234