Zaterdag 17/08/2019

Fremdkörper in de politiek

De politiek is te belangrijk om aan politici over te laten. Het is vanuit die idee dat af en toe een buitenstaander met veel bombarie in de politiek stapt, en er even vaak weer uitstapt. Of eruit wordt gebonjourd. Jean-Marie Dedecker is niet de enige en wellicht ook niet de laatste. 'Het is onversneden populisme', meent Kris Deschouwer. 'Jammer dat de politiek buitenbeentjes zo slecht verteert', vindt Rik Torfs.

Door Filip Rogiers

Not for Sale at Any Price. U kent hem misschien nog: de Texaanse miljonair Ross Perot. Deed in de jaren negentig twee keer als 'outsider' een gooi naar het hoogste ambt, het presidentschap van de Verenigde Staten. Zinnetjes als 'not for sale at any price' - het was de titel van een van zijn boeken - lagen hem in de mond bestorven. Van dezelfde man: "If someone who is blessed as I am, is not willing to clean out the barn, who will?" En ook: "De activist is niet de man die zegt dat de rivier vuil is, wel de man die de boel opkuist."

Buitenbeentjes: elke democratie heeft ze. Of ze zichzelf nu links of rechts noemen, recht voor de raap zijn ze zoals Perot meestal allemaal. Libertijn en stichter van R.O.S.S.E.M. Jean-Pierre Van Rossem was het in het begin van de jaren negentig. Pim Fortuyn had dezelfde rechtdoorzeestijl, Jean-Marie Dedecker niet minder.

Hun 'vreemd zijn' in de politiek hebben ze met elkaar gemeen, maar onderling hoeven ze elkaar niet te lusten. Ten bewijze van dat laatste, Van Rossem eerder dit jaar in De Krant van West-Vlaanderen: "Dedecker is een opportunist van het zuiverste kristalwater. Die man is zo rechts als de pest. Ik heb zijn boek gelezen. Je moet betoeterd zijn om voor die man te stemmen. Hij kan het goed zeggen, maar het is al zever." Linkse pot en rechtse ketel, zeg maar.

Allemaal denken ze dat ze een rendez-vous met de geschiedenis hebben. Meestal loopt het slecht af. Of ze zorgen heel kort voor heel heftige herrie en verdwijnen dan uit de politiek. Of ze worden eruitgezet, of ze stappen zelf op. Soms, het gebeurde in Nederland, worden ze omgelegd. Ook weten ze zich verzekerd van een zeer rabiate, politiek bewuste achterban. Hun groupies vinden elkaar op discussiefora.

In een heel uitzonderlijk geval lukt het wel en neemt de politiek het vreemde gen langzaam op. In de Belgische politiek is José Happart (PS) wellicht het enige voorbeeld. De razend populaire appelboer uit Voeren werd door Guy Spitaels in de Parti Socialiste geloodst. Eerst nog als onafhankelijke, vervolgens als eminent partijlid. Happart werd de nationale stokebrand nummer één. Deed regeringen daveren en vallen. Werd door zijn partij gebruikt als het van pas kwam in de communautaire krachtsverhoudingen, en omgekeerd, Happart gebruikte de PS ook voor zichzelf. Maar altijd werd Happart aan boord gehouden. Heel vaak werd hij gesust. Heel vaak kreeg hij een kluif toegegooid. Langzaamaan begon hij er echt bij te horen. De evolutie van de Belgische politiek ontnam hem zijn goudmijntje, zijnde Voeren. Happart zelf voelde dat perfect aan en koos uiteindelijk eieren voor zijn geld: hij liet zich een ministerportefeuille in de hand duwen. Vandaag, getemd en wel, is hij de bezadigde voorzitter van het Waals parlement.

Het kan dus wel, maar het is zeldzaam. Buitenbeentje Happart bleef en 'verpolitiseerde'. Hij werd een normaal schakeltje in het politieke raderwerk. Best mogelijk dat hetzelfde gebeurd zou zijn met Jean-Marie Dedecker als hij bij de VLD gekregen had wat hem - naar eigen zeggen - beloofd werd: een portefeuille.

Dat laatste is een van die merkwaardige paradoxen van dit type politicus: ze sakkeren op de postjesjagerij van iedere beroepspoliticus maar vinden het niet meer dan normaal dat zij - Echte Stemmen van het Volk! - het beste postje pakken zodra ze zich, in hun beleving, dan toch verwaardigen (zelf vinden ze steevast: verlagen) om in de politieke arena te stappen. Zelden worden ze op die voortdurende contradicties getaxeerd. En indien wel, dan kletsen ze er zich wel uit door heel snel en gewiekst de aandacht af te leiden naar een ander.

Dedecker had het vrijdagavond nog over 'mijn' minister Geert en 'mijn' voorzitter Bart. 24 uur later zette hij ook de heren Bourgeois en De Wever bij in zijn mentale galerij van laffe politici die hun ziel verkopen, zoals Guy Verhofstadt en Bart Somers.

Ze hebben nog wel meer gemeen, de Perots, Van Rossems, Fortuyns en Dedeckers. Ze bestormden elk op hun manier met veel bulder- en dadendrang de politiek. Zelfs hun taal hebben ze vaak gemeen: ze komen om de kussens op te schudden, de politieke kaste open te breken, de politique politicienne te vervangen door het algemeen belang. Tegenover machtshonger en postjeszucht stellen ze de zuiverheid van ideeën, hún ideeën dus. Ze komen meestal uit het politieke niets, hadden voordien geen enkel politiek dak boven hun hoofd, maar vergaarden doorgaans wel een vrij brede bekendheid in andere disciplines.

Sommigen noemen hen 'avonturiers in de politiek', sympathisanten zien hen liever als 'Robin Hoods' of 'Don Quichottes'. De enen vinden hen grofgebekt, de anderen waarderen hun parler vrai. De één beschouwt ze als de verpersoonlijking van antipolitieke tendensen in de samenleving, de ander juist als een remedie tegen antipolitiek. Allemaal, onveranderlijk, vinden ze van zichzelf dat zij de zuiveren en de onkreukbaren zijn. Als ze zelf al eens een 'fout' erkennen, dan is het, telkens als ze tegen de muur van de reguliere politiek botsen, dat ze 'naïef' geweest zijn. Maar dat is geen fout van hen natuurlijk. Integendeel, het is juist nog maar eens de bevestiging van de basisidee waarop ze groot geworden zijn: "De politiek, het is nog erger, nog slechter, dan ik dacht."

"Dat is de essentie van dit soort politicus", zegt VUB-politicoloog Kris Deschouwer. "Perot, Dedecker of Fortuyn, ze beantwoorden perfect aan de definitie van het populisme. Dit is de stijl: 'Wij komen van buiten de politiek, wij zijn van het gewone volk.' Altijd is er onderliggend die tweedeling tussen hét volk en dé politiek. Altijd is er die implicatie dat het om twee homogene groepen gaat. Het volk, dat is goed, common sense. De politiek, dat is één pot nat. En tussen die twee is er alleen conflict mogelijk. De politiek begrijpt de bevolking niet, en daarom moeten politici volgens populisten uit het 'gewone' volk komen of zich op z'n minst niet gedragen als klassieke politici."

Voor dit type politicus is er geen middenweg. Het is of er met één been buiten blijven staan of er helemaal uit verdwijnen. Deschouwer: "Politiek is slikken, politiek is compromissen sluiten, politiek is niet elegant, het is geen ballet. Als je van jezelf het beeld blijft hebben dat je een buitenbeentje bent, dan kun je niet overleven in die wereld. Ofwel pas je je aan en dat betekent dat je normaliseert. José Happart is daar een voorbeeld van. Hij is gestopt met de rebel te zijn die hij was op het moment dat hij zich aansloot bij de PS. In zo'n machtspartij kun je niet meer rebelleren."

"Populisme is overigens niet zo'n vreemd lichaam in de politiek. Het is van alle tijden. Wellicht is het in een samenleving als de onze iets logischer: hoe complexer de politiek, hoe meer checks and balances, hoe moeilijker het wordt om precies te traceren waar welke beslissing wordt genomen, hoe sterker het populistische appel."

Maar niet alle fremdkörper zijn populisten. En zij die het niet zijn, vergaat het niet noodzakelijk beter dan de echte outcasts. Vaak knappen ze af op de botsing tussen hun verwachtingen van de politiek en het reële politieke bedrijf. Ook Reginald Moreels, ex-Artsen Zonder Grenzen, begon zijn odyssee in de Wetstraat vanuit de idee dat politiek te belangrijk is om aan politici alleen over te laten.

Er zijn nog andere vreemde eenden in de bijt. Vooraanstaanden uit andere geledingen van de maatschappij die met de populisten à la Dedecker niets anders gemeen hebben dan dat ze geen beroepspolitici zijn. Sommigen worden precies om die reden gevraagd door de politiek: om hun expertise. Sommigen komen in regeringen terecht, zoals Mieke Officiers in de regering Dehaene I of Bruno Tuybens in de regering Verhofstadt, anderen belanden in het parlement, zoals Bea Cantillon of Paul De Grauwe. Ook zij verdragen de Belgische politiek uiteindelijk niet al te best, of omgekeerd. Al komt het dan niet tot slaande deuren, meestal trekken deze gelegenheidspolitici zich wel stilletjes terug op hun vertrouwde terrein, de academische wereld in het geval van Cantillon en De Grauwe. Ook in deze categorie zijn blijvers eerder zeldzaam: bedrijfsleider Roland Duchâtelet (Vivant) is goed op weg.

Iets beter vergaat het mensen die na een carrière in de semipolitiek (vakbonden of andere belangenorganisaties) de overstap naar de politiek maken. Hoewel, Mia De Vits was jarenlang een van de machtigste vrouwen van het land voor ze Europarlementslid werd. Robert Voorhamme (ABVV) of Joos Wauters (LBC) zochten en vonden hun plek in de sp.a en Groen! Het moet ook gezegd dat Inge Vervotte (ACV) en Kris Peeters (Unizo) niet slecht boeren bij CD&V.

Van dit soort fremdkörper heeft de Belgische politiek er niet te veel, maar eerder te weinig. Dat is althans de mening van Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht, allround BV én zelf voortdurend getipt als toekomstig politicus (voor de sp.a). Hij vindt het jammer dat de Wetstraat buitenbeentjes zo slecht verdraagt.

"Ik vind het niet goed dat de maatschappij in kasten wordt ingedeeld", zegt Torfs. "Je hebt de professionele politici, de professionele journalisten, de professionele professoren: ieder zit hier heel erg in zijn eigen hoekje en wordt ook niet aangemoedigd om eruit te komen. Ik betreur het dat België wat dat betreft minder mobiliteit kent dan Nederland. Daar is het normaal dat je enkele jaren een politieke carrière uitoefent en vervolgens doorschuift naar een andere job. Ik denk aan Hans Wiegel, Ernst Hirsch-Ballin of Winnie Sorgdrager. Met zo'n systeem krijg je een meer organische piramide, een in- en uitstroom die het hele systeem voortdurend vernieuwt."

Volgens Torfs kan ook de Belgische politiek wat meer variatie en kleur gebruiken. "We zitten nu al heel sterk in een systeem waarbij de politiek van vader op zoon gaat. Dat is beangstigend. Van de notarissen vindt de politiek dat hun job niet erfelijk mag zijn, maar in de eigen kaste geven ze niet meteen een beter voorbeeld."

In België halen buitenstaanders in het beste geval het parlement, zoals gezegd, maar zelden stoten ze door naar hogere posten. "Zelfs al hebben veel toppolitici dan een andere job, als advocaat of als prof, mensen als wijlen Hugo Schiltz, Johan Vande Lanotte of Mark Eyskens bleven en blijven toch in eerste instantie professionele politici. Je vindt in de Belgische toppolitiek maar heel weinig mensen die in hun leven ooit écht iets anders hebben gedaan dan de politiek."

"Blijkbaar is het moeilijk in de politiek om mensen die een beetje anders zijn dan de anderen een plaats te geven. Niet dat ik meen dat Dedecker er per se moet bij zijn omdat hij nu eenmaal een grote mond heeft. Maar toch is het jammer dat alle iet of wat bizarre elementen er vantussen worden geknepen, want dat creëert alleen maar meer uniformiteit. En als iedereen op iedereen lijkt, geef je de buitenwacht juist nog meer redenen om te zeggen: 'Zie je wel, ze zijn allemaal dezelfde. Dé politiek, het is één pot nat.' Dan krijg je hetzelfde effect als dé vreemdeling. Of dan lijkt het op wat je ziet in de Londense City: allemaal beursmannetjes, allemaal in hun grijze pak. Door die beslotenheid geef je net voedsel aan de karikatuur die men van je wil maken. Dat doet de politiek ook door iedereen die een beetje buiten het plaatje valt af te stoten."

Maar Torfs wil de politiek niet met de vinger wijzen. "Ik begrijp maar al te best dat het een vreselijk verslindende job is. Blijkbaar is het een vast onderdeel van de jobomschrijving: je laten uitschelden voor postjespakker en zakkenvuller."

Of ze zichzelf nu links of rechts noemen, recht voor de raap zijn buitenbeentjes als Perot, Van Rossem en Dedecker allemaal

Rik Torfs (KU Leuven):

Het is jammer dat alle iet of wat bizarre

elementen er vantussen

worden geknepen, want zo creëer je

uniformiteit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden