Zondag 29/11/2020

Frêle misantroop

BRIEVEN. De Groningse kluizenaar-schrijver Nanne Tepper deed in de jaren negentig de literaire wereld opschrikken met een intens boek over liefdevolle incest. Vier jaar na zijn zelfmoord verschijnt een zelfportret in de vorm van een lijvig brievenboek.

Noem hem gerust de Dimitri Verhulst van Nederland, zijn debuut de Groningse De helaasheid der dingen. Nanne Tepper (1962-2012) bracht in 1995 De eeuwige jachtvelden uit, een boek waarin hij met haast nabokoviaanse verbeeldingskracht mensen in de marge van Groningen beschreef. De roman leverde hem in 1996 de prestigieuze Anton Wachterprijs op.

Na het bejubelde debuut volgden weliswaar twee dunne romans van amper honderd pagina's, maar een bevestiging van De eeuwige jachtvelden kwam er niet, een magnum opus bleef uit. Tepper trok zich terug in een veredeld krot in Groningen en worstelde met wat hij zelf beschreef als 'gedonder in mijn hoofd'. Hij zou zijn bijzonder pijnlijk gevecht met depressie verliezen. In 2012 stapte Tepper uit het leven, hij werd vijftig.

En zo belandde Nanne Tepper in de annalen van de literatuur als de schrijver die naast Arnon Grunberg en Tommy Wieringa kon staan, maar die de verwachtingen nooit inloste.

De grote roman kwam er niet, maar Tepper schreef in de jaren negentig wel een 2.000-tal brieven. Daarin heeft hij het over zijn jeugd in de Groningse Veenkoloniën, de betekenis van vriendschap, zijn frustraties over de literaire wereld, maar ook over porno, katten, voetbal... In 2001 stopte Tepper met schrijven, geveld door een ernstige depressie. Het brievenboek dat nu verschijnt, eindigt dan ook abrupt in dat jaar. De laatste zin in het vuistdikke zelfportret luidt: 'Zorg goed voor de kat!'

Flauwekul

Nanne Tepper werd geboren in Hoogezand, een dorpje ten zuidoosten van Groningen. Op zijn tiende verhuisde hij met zijn gezin naar een nieuwbouwwijk in Veendam. Tepper ontpopte zich daar op de middelbare school tot een rokende relschopper met lang haar en cowboylaarzen. "Wat een kolere-bende", zei de schrijver over zijn leerkrachten in een zeldzaam radio-interview op VPRO.

Tepper kon niet aarden in Veendam en trok op zijn achttiende naar Groningen. Hij schreef zich in voor de lerarenopleiding, ergerde zich opnieuw aan zijn docenten en wierp zich op drank en drugs. "Ik kan slecht tegen flauwekul", zei hij in hetzelfde radio-interview. De kneuterige goegemeente was niet aan hem besteed, wijselijk je mond houden nog minder. Dat gevoel van integriteit en puurheid zou de hoeksteen van zijn schrijverschap worden.

Met dezelfde kracht waarmee hij zich afzette tegen alles wat besmet was door kneuterigheid klampte Tepper zich vast aan zijn middelbareschoolliefde Sonja, die hij in zijn brieven steevast 'zusje' noemde. Sonja ontfermde zich met haast moederlijke mantelzorg over hem. De schrijver kampte toen al met de piekerziekte, die hij bijna fanatiek schrijvend trachtte te bezweren. De roman die dat na tien jaar opleverde, vond hij waardeloos, Tepper liet een vriend het onding in de Rocky Mountains begraven.

Tepper bleef schrijven. In 1995 verscheen De eeuwige jachtvelden, een roman over een drankverslaafde jongeman uit Groningen die een seksuele relatie met zijn zus heeft. Het incestthema haalde hij bij zijn grote held Nabokov, die in posterformaat boven zijn schrijftafel hing. Wat vooral opvalt in het boek is de ongepolijste gevoeligheid waarmee hij het thema behandelt. Victor, het hoofdpersonage, is al zijn hele leven verliefd op zijn zus Lisa. Ze slapen iedere nacht dicht tegen elkaar, tot ze uiteindelijk overgaan tot 'de daad'. 'Hij knikte, verkrampte. Ze kleedde zich uit, poedelnaakt, en kroop tegen hem aan. Ze wilde hem niet vermorzelen maar fluisterde toch: 'Doe dan maar'.'

Die lyrische passages contrasteren sterk met de vaak vulgair klinkende maar geniale dialogen in het Groningse dialect. 'Kom kom Liesje kindje, nait zo vals. Stik, geef dat kind s n ijsco.' Die combinatie van brutaliteit en (onderkoelde) fijngevoeligheid typeert de stijl van Tepper: wroetend maar vlot, doorworsteld maar laconiek. Tepper weegt ieder woord af. 'Gepiel en gepeuter' noemt hij het zelf.

De originele stijl van Tepper maakt het de lezer niet makkelijk. Bovendien koos hij met incest voor een thema in de taboesfeer. Het gevolg was een boek dat laaiend ontvangen werd door de kritiek maar weinig lezers vond.

Scheldtirades

De twee korte romans die op het debuut volgden, De vaders van de gedachte (1998) en De avonturen van Hillebillie Veen (2002), baadden in dezelfde Groningse sfeer. Tepper leefde als een kluizenaar samen met zijn 'zusje' Sonja in de wijk De Oosterpoort en verliet de streek nooit. Sociaal contact verliep via de post, de media hield hij op een afstand. Zijn carrière was heel anders verlopen als hij de sociale vaardigheden van Tommy Wieringa, Gustaaf Peek of Tom Lanoye had gehad.

In zijn brieven en columns (voor Het Parool, NRC handelsblad en Algemeen Dagblad) spuwde Tepper zijn gal uit over de literaire wereld, die hij Luiletterland noemde. 'Volgens Reve is het mogelijk een scheet in een wijnglas te krijgen; hij heeft het zelfs bewezen. Men heeft zich in Luiletterland deze kunst knap eigen gemaakt.' Mülisch, Zwagerman, Van der Heijden en vele anderen krijgen de volle lading. Net zoals zijn leerkrachten vroeger.

Door zijn scheldtirades is het gemakkelijk om Tepper weg te schuiven als een azijnpisser. Toch is zijn verbale agressie al even makkelijk te doorprikken. Het is een gammel pantser waarachter een overgevoelige schrijver zich schuilhoudt. Vriendin Sonja ervoer een frêle jongen die zelfs van slag kon zijn door 'een bepaald geluid'. Hij trok zich werkelijk alles aan en sliep niet maar tobde zich door de nacht. Schrijver Kees 't Hart, een van zijn nauwste vrienden, vertelde in een interview met de Nederlandse Radio 1 dat Tepper soms drie weken aan een stuk niet sliep.

Door zijn overgevoeligheid en zijn depressies kreeg Tepper het vanaf 2001 heel moeilijk. Van literaire brieven was nog amper sprake. Zijn somberheid effende het pad voor misantropie en zelfhaat. "De mens is niet mijn favoriete uitvinding. Hij is lelijk, onwelriekend en is met de verkeerde dingen bezig", zei hij in het VPRO-radio-interview. Toen de presentatrice vroeg wat hem dreef in het leven, antwoordde Tepper droog: "De angst voor zelfmoord."

Muziek, zijn tweede grote liefde, hield hem in leven. Tepper was een grote fan van Frank Zappa, Captain Beefhart, Gustav Mahler en zowaar nineties gangstarap. 'Het loopt gelijk met mijn hartslag', verklaarde hij. Hiphop was ideaal voor in de wagen terwijl hij tegen 220 kilometer per uur over Duitse wegen scheurde. 'En dan het stuur loslaten.' Op zaterdagochtend 16 juni 2012 liet hij dat stuur los. Hij vloog de Wilhelminakade in Groningen over, recht het Reitdiep in. Twee getuigen trokken een door medicijnen verdoofde Tepper uit het water.

Tepper was toen al zijn (pennen)vrienden en zijn Sonja kwijt. Hij wilde verdwijnen. Op 10 november vonden zijn ouders zijn levenloze lichaam bij hem thuis.

Schaduwoeuvre

Met zijn beperkte oeuvre zal Nanne Tepper eeuwig in de kantlijn van de Nederlandstalige literatuurgeschiedenis verblijven. Daarbij is Tepper een zure geuze in een wereld van Heineken.

En dat nooit verschenen magnum opus? In stilte heeft hij al die tijd aan een schaduwoeuvre gewerkt: zijn brieven. 'Mocht mijn roman stranden aan de poort van Het Singel, dan moet men, nadat ik mij vakkundig heb opgeknoopt, mijn correspondentie maar eens gaan verzamelen en uitgeven; krijg ik toch nog mijn Dikke Boek', aldus Tepper.


De kunst is mijn slagveld, samengesteld door Nick Ter Wal, Atlas Contact, 752 p., 45 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234