Donderdag 08/12/2022

Portret

Freddy Roosemont, de man die de asielregels kent. En toepast

Freddy Roosemont. Beeld Reporters
Freddy Roosemont.Beeld Reporters

Zijn leermeester Johan Vande Lanotte zei ooit dat om psychohygiënische redenen niemand langer dan vier jaar bezig mag zijn met het asielbeleid. Freddy Roosemont, de baas van de Dienst Vreemdelingenzaken, is sinds de jaren 90 bezig. De Sudan-kwestie zet hem – voor de zoveelste keer – onder druk.

Cathy Galle en Jeroen Van Horenbeek

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) mag graag Freddy zeggen als hij het over Freddy Roosemont heeft. Hij doet dat althans tijdens zijn tientallen ‘Theo toert’-lezingen door het land.

Een fragment uit de lezing van Francken, afgelopen zomer in Zaventem. “In de folders van het Vlaams Belang staat: pak illegalen op en zet ze terug op een vliegtuig. (…) Wel, dat gaat níét. Ik heb dat ooit geprobeerd. Met een Chinees. Er was een Chinees zonder papieren opgepakt bij de sociale inspectie. Ik probeerde een laissez-passer te krijgen in China, maar die werkten niet mee, eerder tegen. Ik was het zo beu dat ik zei: ‘Freddy, doe hem maar terug naar Peking!’ (…) Hij reageert tegen mij: ‘Dat gaat toch moeilijk zijn.’ Ik weer: ‘Het kan me niet schelen, doe hem terug.’ Twee dagen later Freddy aan de telefoon: ‘Mijnheer de staatssecretaris, uwe Chinees, hij staat hier terug. Wat moet ik doen?’ Ik zeg: ‘Ja, niet binnenlaten, no way. Een Belg is het zeker niet (…)’ Die Chinees heeft een paar dagen in de transitzone van Zaventem gezeten. Hij is dan naar de rechtbank gestapt, die een dwangsom heeft uitgesproken omdat we hem onmenselijk behandelden. Uiteindelijk moest ik hem wel vrijlaten. Dus je krijgt iemand niet zomaar het vliegtuig op.”

Freddy hoort erbij, volgens Francken. Bij de selecte groep mensen die, net zoals hij, eindelijk de Belgische asielpuinhopen wil aanpakken en daarvoor de grenzen van de huidige asielwetten durft op te zoeken. Het beeld: Francken als Batman en Roosemont als Robin, zijn trouwe compagnon.

'Geen combine'

Dat is ook wat de oppositie Roosemont nu verwijt (DM 5/1). “De staatssecretaris voor Asiel en de baas van Vreemdelingenzaken moeten samenwerken. Maar ze moeten elkaar ook controleren”, zegt sp.a-parlementslid Monica De Coninck. “Nu gebeurt het omgekeerde: Roosemont en Francken versterken elkaar. Dat zorgt ervoor dat procedures vaak sneller en beter verlopen, wat goed is. Tegelijk maakt de Sudan-kwestie duidelijk dat er nood is aan iemand die tegenspreekt. Zeker Roosemont had toch moeten beseffen: als je Sudanese asielzoekers terugstuurt, met behulp van een identificatiemissie door het regime, bestaat de kans dat ze bij hun thuiskomst gefolterd zullen worden.”

Zelf benadrukt Roosemont, in een reactie via de telefoon, dat hij alleen zijn werk doet. Dat er geen sprake is van een combine met Francken. En dat de Sudanese asielzoekers de verhalen verzonnen hebben, omdat ze beseffen dat ze hun enige kans zijn om weer naar Europa te kunnen. Niet meer of minder. “Het is niet zo dat ik en Francken elkaar uit de wind zetten”, wil hij er nog aan toevoegen. “Ik snap trouwens niet waarom jullie een verhaal over mij schrijven. Ik ben toch maar een kleine garnaal.”

Dat Francken en Roosemont het überhaupt met elkaar kunnen vinden, mag opvallend heten. De eerste heeft een zelfverklaarde allergie voor socialisten – “Van links heb ik geen lessen te krijgen”, herhaalde hij deze week nog – en de tweede is een socialist. Of is dat ooit geweest.

Roosemont begint zijn carrière in 1992 op het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback (sp.a), waar hij de migratiespecialist wordt (pas zestien jaar later komt er voor het eerst een aparte staatssecretaris voor Migratie). Onder de vleugels van Tobbacks kabinetschef Johan Vande Lanotte groeit hij uit tot een gewaardeerde kracht.

Plichtsgetrouwe mens

“Ik leidde hem op. Hij was altijd een serieuze, plichtsgetrouwe mens. Niet de grote ideoloog, maar dat werd ook niet gevraagd. We pakten asiel en migratie toen al zakelijk aan”, herinnert Vande Lanotte zich. “Als er brieven van het koninklijk paleis binnenkwamen met de vraag een bepaalde asielzoeker alstublieft toch maar te regulariseren – wat toen nog regelmatig voorviel – moest hij die vraag van mij zo summier mogelijk afwimpelen. Zo kortaf zijn tegen de koning, dat vond hij soms lastig (lacht).”

Roosemont blijft zes jaar op het rode kabinet, tot 1998. Dat is het jaar waarin Vande Lanotte, die inmiddels zelf minister is, in januari moet opstappen na de ontsnapping van Marc Dutroux. Tobback keert daarop terug, maar niet voor lang: in oktober neemt ook hij ontslag, na het overlijden van de afgewezen Nigeriaanse asielzoekster Semira Adamu tijdens haar gedwongen uitzetting.

Als de twintigjarige vrouw zich op het vliegtuig verzet, drukken twee rijkswachters een kussen op haar gezicht, waardoor ze stikt. Op dat moment is Roosemont al enkele maanden aan de slag bij de Dienst Vreemdelingenzaken aan het Brusselse Noordstation. Hij maakt het drama vanop de eerste rij mee en ziet hoe de dienst niet anders kan dan zich excuseren voor het ‘onaanvaardbare incident’ bij een uitwijzing waarvoor hij bevoegd is.

Het overlijden van Adamu levert de Dienst Vreemdelingenzaken de reputatie van papieren moordmachine op, een bureaucratische hel die zoveel mogelijk negatieve beslissingen moet nemen en mensen herleidt tot paperassen.

Als grote baas Stéphan Schewebach in De Morgen reageert dat “90 procent van de asielzoekers ons beduveltmais oui, absolument”, wordt hem een gebrek aan empathie verweten, omdat hij de vreemdeling voor hem per definitie als een leugenaar bekijkt. Hetzelfde verwijt krijgt nu ook zijn opvolger Roosemont. Groen-parlementslid Wouter De Vriendt: “Roosemont gedraagt zich hautain. Zo wil ik weleens weten waarop hij zich baseert om te zeggen dat de Sudanezen niet gefolterd zijn bij hun terugkeer. Op zijn buikgevoel? Dat is niet genoeg. Roosemont lijkt niet in staat tot kritische zelfreflectie.”

Trage hervormer

Nochtans belooft Roosemont in 2003, bij zijn aantreden als directeur-generaal, het anders aan te pakken dan zijn voorganger. In een aantal interviews geeft hij mee: Vreemdelingenzaken moet in de toekomst veel toegankelijker en transparanter worden. Hij wil een menselijk gelaat tonen.

Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. In de jaren die volgen moet Roosemont met de regelmaat van een klok op de televisie komen uitleggen waarom zijn dienst per se goed geïntegreerde gezinnen met kinderen en jongeren die hier al jaren wonen (zoals Parweiz Sangari en Scott Manyo) terug wil sturen naar landen waarmee ze geen enkele band hebben. Burgemeesters, actiecomités en hele scholen komen op straat om hun ongenoegen te uiten.

Roosemont doet wat hij sindsdien altijd doet: in de wind gaan staan, de storm trotseren en zich beroepen op de regels die hij moet eerbiedigen. Dat hij daardoor al even onmenselijk overkomt als zijn voorganger, valt hem naar eigen zeggen zwaar. “Ik ben niet onmenselijk. Ik ben het hoofd van de administratie en moet de wet respecteren”, reageert hij nu. “Als de asielinstanties allemaal neen zeggen, dan moet ik die persoon uitwijzen. Zo gaat het.”

Nog maar een paar weken geleden duikt een dossier van een gezin uit Eeklo op dat tijdens de kerstdagen opgesloten zit in een gesloten centrum met het oog op uitwijzing. Op de journaals zijn beelden te zien van kinderen met tranen in de ogen die hun vriendinnetje in het centrum komen bezoeken. Roosemont: “Vinden wij dat leuk? Natuurlijk niet. Maar dat gezin wist al jaren geleden dat het niet kon blijven. Wat ik er persoonlijk over denk, speelt geen enkele rol. Of ik die mensen vriendelijk vind ook niet. Ik moet de wet respecteren. En vooralsnog bestaat er geen wet die zegt dat gezinnen ondanks een hoop negatieve beslissingen toch mogen blijven.”

Het is net die stugge houding waarop ook middenveldorganisaties die met asiel en migratie bezig zijn botsen. In de nasleep van de algemene regularisatie van 2009, waarbij ongeveer 28.000 mensen die al geruime tijd in ons land waren papieren krijgen, zit Roosemont geregeld samen met dat middenveld. “Ik herinner me die vergaderingen nog goed”, zegt een van de actievoerders die destijds opkwamen voor mensen die uit de regularisatieboot gevallen waren. “Meneer Roosemont luisterde telkens naar onze uitleg, waarop hij op het einde van de vergadering kort maar duidelijk zei dat hij niet kon doen wat wij vroegen. Omdat de wet nu eenmaal de wet is. Zo ging het elke vergadering. Tot we inzagen dat het geen zin had. We liepen telkens tegen een muur.”

Tegenwoordig zit Roosemont zelfs niet meer samen met het middenveld. Hij schuift de communicatie met hen al acht jaar door naar medewerkers. Wat ertoe leidt dat de communicatie ‘voorzichtig’ verloopt, zegt Charlotte Vandycke van Vluchtenlingenwerk Vlaanderen. “We hebben de toestemming van zijn dienst nodig om toezicht te kunnen uitoefenen in de gesloten centra. Dat zijn vaak heftige discussie, en we hebben het gevoel dat we afhankelijk zijn van gunsten van de dienst. Meneer Roosemont ondertekent wel onze toelatingspapieren, maar onze rol als toezichthouder wordt niet gezien als een evidentie. Het komt erop aan de relatie en de dialoog goed te houden.”

Truken van de foor

Ook andere hulporganisaties klagen. Niet alleen over Roosemont zelf, maar over het hele departement. De Dienst Vreemdelingenzaken ressorteerde tot 1989 onder de Staatsveiligheid en zit voor een stuk nog vast in die oude organisatiecultuur, klinkt het. Weinig tot geen transparantie dus. “Ze stralen eerder een cultuur uit van ‘laat ons vooral met rust, we weten het wel beter’. Alle communicatie van de dienst draait eigenlijk rond het afraden van mensen om asiel aan te vragen”, zegt een lid van een ngo die met migratie bezig is.

Het werkveld vraagt al lang een diepgravende audit van de Dienst Vreemdelingenzaken, die ook is beloofd in het regeerakkoord. Of die momenteel wordt uitgevoerd, weet niemand.

Zelf herinnert Roosemont zich de periode na de regularisatiecampagne nog heel goed. “Ik ging telkens de discussie aan. Maar de regularisatiecampagne was eenmalig. Wie niet in aanmerking kwam, kwam niet in aanmerking. En weet u wat in die discussies telkens terugkwam? Verhalen over folteringen bij terugkeer. Verhalen die trouwens onderzocht werden door de asielinstanties en waaruit bleek dat ze niet konden kloppen. Omdat de gevangenissen waarover die mensen het hadden niet bestonden bijvoorbeeld, of omdat ze niet het profiel hadden van personen die gemarteld zouden worden. Maar ze bleven die verhalen volhouden, omdat ze hun enig houvast waren om toch nog hier te kunnen blijven.”

Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar verhalen over folteringen horen volgens hem bij ‘de truken van de foor’ in het spel dat migratie is. Dat hij daardoor veel van zijn oude socialistische kameraden over zich heen krijgt: het zij zo.

Zijn eerste baas, Johan Vande Lanotte, verdedigt hem wel. “We mogen niet te snel vervallen in allerlei gratuite beschuldigingen. Roosemont is een ambtenaar, van wie verwacht wordt dat hij de wet uitvoert. Hij doet dat, zoals ik hem ken, plichtsgetrouw. Het is logisch dat de topambtenaar van een administratie samenwerkt met zijn minister.”

Tegelijk is Vande Lanotte wel genadeloos voor de specifieke beslissing over de uitzetting van de Sudanese asielzoekers. “Dat is echt niet te begrijpen. Het is alsof je Assad himself zou vragen Syrische vluchtelingen te komen identificeren. De rol van Roosemont in deze saga ken ik niet, maar dit is een inschattingsfout.”

Misschien is Roosemont van kamp gewisseld, van sp.a naar N-VA? Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt? “Ik heb het hem nog nooit gevraagd, maar ik vermoed dat hij wel altijd sp.a-gezind zal blijven.”

Professioneel

Ook bij zijn eigen dienst weet niemand wat Roosemont nu echt denkt. “Dat zal hij nooit zeggen. Niet intern en zeker niet openbaar’, vertelt een van zijn medewerkers. ‘Voor hetzelfde geld vindt hij Francken een kalf. Roosemont is een echte topambtenaar: altijd professioneel. Je weet als medewerker wat je aan hem hebt en hij wordt daarvoor erg gewaardeerd. Maar hij is ook loyaal naar boven toe, wie daar ook zit. Nu is dat ene Theo Francken. Dus die is nu zijn beste vriend.”

Blijft de vraag die Vande Lanotte zich ooit stelde: is het om psychohygiënische redenen niet beter voor Roosemont om stilaan, na vijftien jaar dienst, de fakkel door te geven aan iemand anders? Zelf vindt hij van niet. “Als je als manager van zo’n belangrijke en lastige dienst maar weinig van migratie afweet en geen historische context hebt, val je meteen door de mand. En heb je ook de neiging om meer op sentiment beslissingen te nemen in plaats van op basis van procedures, wetten en regels. Dan zijn we volgens mij veel slechter af.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234