Vrijdag 15/10/2021

Freaks

New York heeft twee 'Little Italy's': een in Manhattan en een in de Bronx. Manhattans Klein Italië is sinds eind jaren zestig steeds kleiner geworden. De twee buurten waartussen het gekneld ligt, knabbelen er voortdurend aan. Aan de ene kant wordt het veroverd door een onophoudelijke stroom van Chinese immigranten die in het overbevolkte Chinatown geen plaats meer vinden, aan de andere door trendy jongelui die o zo graag in Soho willen wonen maar het geld niet hebben en daarom maar aan de rand ervan gaan samenhokken. Wat er van het oude Little Italy overschiet is niet veel meer dan een verzameling winkels en restaurants die het vooral van de toeristen moeten hebben. Ook zij kregen een zware klap door elf september. Het aantal bezoekers, normaal een miljoen per jaar, is sindsdien gehalveerd.

De Italiaanse middenstand heeft uiteraard al wat afgeklaagd. Maar vandaag is daar niets van te merken. Het is zondag en kermis in Little Italy en in de buurt is het weer voor even Italië boven, zoals in de tijd toen berooide Italianen hier de verse immigranten waren. Het is het feest van San Gennaro, de beschermheilige van Napels. Het is een New Yorkse traditie die in 1926 is begonnen, een eeuwigheid geleden naar plaatselijke normen. De donkergrijze hemel ziet eruit alsof hij elk moment de dichte kleverige mensenmassa rond me een collectief stortbad zal geven. Mulberry Street is een smalle straat. Vandaag lijkt ze nog smaller. Boven mij ritselen wit-rood-groene slingers. 'Welcome to Little Italy. Coca-Cola' staat er op een spandoek. Goed dat ik niet haastig ben. Ik zit gevangen in een traag voortschuivende massa. Een Italiaanse schoonheid met manen die twijfelen tussen blond en zwart en grote gouden oorringen loopt voor me met een overmaatse paarse teddybeer in de armen. Het knuffelbeest is wellicht een trofee die haar getatoeëerde compagnon in een schietkraam heeft gewonnen. Een kersverse Chinese immigrant die niets weet over de Italiaanse cultuur moet zich toch wel even in het haar krabben als hij hier nu passeert. Eten, in kolossale porties, lijkt de hoofdactiviteit. Mulberry en alle zijstraten sissen, walmen en stomen. Worsten, paprika's, ajuin, pizza, inktvis, oliebollen, noga: aan elk kraam schuift een rij aan. Alsof dat nog niet genoeg is, zitten op de voetpaden achter de eettenten ook alle restaurantterrassen vol. Niet toevallig ging het tien dagen durende feest donderdag van start met een cannelloni-eetwedstrijd.

Aan de 'Church of the Most Precious Blood' begint een hoempa-orkestje 'New York New York' te schetteren. "Gouverneur Pataki is daar!" roept een lange kerel. Ik wring me tot aan de afsluiting rond de kerk. De gouverneur van New York speldt net een dollarbiljet op een van de bloedrode fluwelen linten die over het beeld van San Gennaro hangen. Elke politicus die zich au sérieux neemt, moet dit vandaag komen doen voor de tv-camera's. Dat en daarna zijn tanden zetten in een van het vet druipend worstenbrood. Een franciscaan in een bruine pij neemt de gouverneur bij de arm en leidt hem langs de kraampjes met heiligenbeeldjes en paternosters die voor de kerk zijn opgesteld. Het kermisvolk wordt op afstand gehouden door zes politieagenten en twee kaalgeschoren bodyguards in zwarte T-shirts, die spannen rond hun Parma-hespen van bovenarmen. De vier diep gerimpelde leden van het orkestje beginnen uit alle macht 'God Bless America' te spelen. Het signaal voor mij om mijn tocht verder te zetten.

Het is niet allemaal eten dat ik passeer. Hier en daar liggen ook sigaren, T-shirts met 'I Love Italy' erop en cd's met maffia-filmmuziek te koop. Op wat normaal een klein parkeerterrein is, staan enkele kramen waar ik beslis om mijn kermisgeld te verteren aan iets dat ik nog nooit eerder heb gedaan: 'kermisfreaks' bekijken, voor een dollar per stuk. Eerst 'het kleinste paardje ter wereld', een dwergpony eigenlijk die onverstoorbaar hooi staat te knabbelen. In een put, zodat het beest nog kleiner lijkt. Dan 'de mooiste vrouw ter wereld met het lelijke lijf van een slang'. "Is ze echt?" vraagt een Japans meisje me met een lichte blik van afgrijzen. Ze is echt want ze knippert met haar ogen. We zien een vrouwenhoofd met daarrond een slangenlijf op een kist, waar houtspaanders op liggen die het gat verbergen waar haar hoofd uitsteekt. Lachend ga ik naar de derde attractie: 'het kleinste vrouwtje ter wereld'. 'Hi, my name is Elizabeth', staat er op een briefje dat boven het miniatuurvrouwtje hangt. 'Ik was 10 duim bij mijn geboorte en nu ben ik 29 duim'. 53 centimeter. Een beetje nerveus en verlegen leg ik een extra dollar in het glazen schaaltje aan haar voetjes. "Thank you", zegt ze met een intelligente, mooie glimlach. Ik hoor meteen dat ze een Frans accent heeft. "Waar komt u vandaan?" vraag ik. "Haiti", antwoordt ze, "en u?" "Belgique..." Jammer van al dat volk dat achter me staat te wachten. "Zijn de New Yorkers wat vriendelijk tegen u?" vraag ik nog gauw in het Frans. Très, très gentils... merci", zegt ze. Ik reik haar een beetje aarzelend de hand. Haar delicate, chocolade-bruine, perfect gemanicuurde vingertjes voelen vederlicht aan. "Bonne chance...", zeg ik. "Merci. Bonne chance à vous aussi..." De eerste druppels regen beginnen te tikken op het zeil boven ons. "Laat ons naar huis gaan", zegt een man tegen zijn vrouw als ik weer buiten sta, "dan zijn we nog op tijd om de première van de Sopranos te zien."

Jacqueline Goossens

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234