Maandag 25/01/2021

Fraude met ontwikkelingsgeld: na

Franco Tramontano wordt ervan verdacht her en der in Europa budgetten voor ontwikkelingssamenwerking te hebben geplunderd ten belope van minstens 125 miljoen euro. Maar hij is wel heel sympathiek

negen jaar is de rechter aan het woord

Het geld kwam uit de Belgische schatkist en was bestemd voor ontwikkelingshulp aan Tanzania. De twee Vlaamse zakenlui die mogelijk maakten dat zo 61,2 miljoen frank terechtkwam op de rekeningen van de maffia, verschijnen donderdag voor de correctionele rechtbank in Antwerpen. De spilfiguur in de fraudezaak rond het Abos, de Italiaan Franco Tramontano, laat per e-mail weten dat hij nu even geen tijd heeft om naar Antwerpen te komen.

DOUGLAS DE CONINCK

De wereld is klein. Zo heette het programma op Canvas, en dat was ook heel precies wat de speurders van het vroegere OSI-team dachten toen ze er op 19 februari vorig jaar naar zaten te kijken. De reportage ging over de commerciële tv-zender DTV in het Tanzaniaanse Dar-es-Salaam en zijn flamboyante Italiaanse directeur Francesco 'Franco' Tramontano.

Toen de Antwerpse onderzoeksrechter Ivo Moyersoen halfweg 1997 samen met twee speurders van het Hoog Comité van Toezicht dezelfde richting uit moest, was de sfeer minder gemoedelijk. Het Nieuwsblad noemde het ongehoord dat de Belgische wetsdienaren zich ongewapend in het hol van de leeuw dienden te begeven. "Het Antwerpse gerecht vroeg de uitlevering van Tramontano", vertelt een van de speurders die Moeyersoen toen vergezelde. "Volgens het in Tanzania geldende Angelsaksische recht is een uitlevering alleen mogelijk na een hoorzitting ter plaatse. Bepaald vlot verliep dat niet. Moyersoen heeft er twee weken gezeten, in dat broeierige rechtszaaltje met open ramen, waar de kraaien in en uit vlogen. Het was een uitputtingsslag. De sfeer rond die rechtszaak was intimiderend. We werden de hele tijd gevolgd door de lijfwachten van Tramontano. We waren blij dat we er heelhuids zijn weggeraakt."

Maar zonder Tramontano. Moyersoen had een ijzersterk dossier en trotseerde de tropische temperaturen en de kraaiendrek. De dag voor hij moest vonnissen, nam de Tanzaniaanse rechter onverwacht ontslag uit de magistratuur. In een volgende fase kreeg Tramontano een borgsom opgelegd van (omgerekend) 125 euro. Ook de lokale en anders niet echt door moed uitblinkende pers maakte gewag van omkoping.

"Zou me niets verbazen", zegt programmamaker Tom Van Herzele, die eind 2000 de Canvas-reportage draaide. "Het was zo grappig, die Italiaan aan het hoofd van een verder enkel door zwarten bevolkte tv-zender. Het was vooral dat wat we in beeld wilden brengen, die ene arrogante blanke die aan het hoofd staat van een verder uitsluitend door zwarten bemande tv-zender. Je voelde duidelijk aan dat je te maken had met de plaatselijke Berlusconi. We hebben toen niet zoveel met hem gepraat over die rechtszaak. Hij begon er zelf over en legde ons uit dat hij die geldsommen inderdaad had verdonkermaand, 'om op mijn manier aan ontwikkeingssamenwerking te kunnen doen'. Zo zag hij dat."

"We werden op een avond uitgenodigd voor een etentje bij hem thuis. Hij woonde met zijn twee lijfwachten, zijn chauffeur en de rest van zijn gevolg in een soort paleis in een afgelegen buitenwijk van Dar-es-Salaam, waar nogal wat ambassades gevestigd waren. Ik zal de ontvangst niet gauw vergeten. In het salon zaten vier lokale schoonheden ons op te wachten in een sofa. 'This', zei Tramontano met dat zangerige Italiaanse accent, 'is Miss Tanzania 2000. This is Miss Tanzania 1999, this is Miss Tanzania 1998 and this is Miss Tanzania 1997.' En toen: 'Gentlemen, pick your choice.'"

De suggestie is al even oud als de schulden van derdewereldlanden: scheld ze kwijt. We schrijven 1989 wanneer minister van Ontwikkelingssamenwerking André Geens (toen VU, nu VLD) met veel bombarie aankondigt dat hij er wat aan gaat doen. Hij lanceert een programma voor betalingsbalanshulp via de ietwat hoogst ingewikkeld klinkende formule van 'tegenwaardefondsen'. Het houdt, kort samengevat, in dat België schuldkwijtschelding koppelt aan financiële impulsen in kleine, lokale economieën.

Bedrijf A. in het arme Afrikaanse land B. heeft dringend nood aan een machine waarmee blikjes kunnen worden gevuld met frisdrank. Bedrijf A. heeft onvoldoende buitenlandse deviezen om de machine te kopen. Dankzij het tegenwaardefonds kan dat nu wel, op voorwaarde dat de machine wordt aangekocht in België. Het Belgische bedrijf C. levert de machine en mag de facturen opsturen naar het Algemeen Bestuur voor Ontwikkelingssamenwerking (Abos). In het land B. wordt het Tanzaniaanse bedrijf A. geacht het equivalent te betalen in lokale munt. Het geld komt daar terecht in een gezamenlijk met België te beheren fonds, dat achteraf kan worden aangewend voor nieuwe ontwikkelingsprojecten. Gelijktijdig wordt de som die het Abos heeft betaald aan firma C. af van de uitstaande schuld van land B. bij de Belgische staat. In theorie is het een prachtig systeem, dat overigens niet in België is bedacht maar in de jaren tachtig ook in tal van andere Europese donorlanden in zwang is. Maar let wel: in theorie.

België reserveert vanaf 1990 een budget van 306 miljoen frank voor Tanzania. Om daaruit te kunnen putten, moeten Tanzaniaanse bedrijven drie Belgische bedrijven aanschrijven en offertes vragen voor de goederen die ze wensen. De goedkoopste mag ze leveren. Simpel. Een van de allereerste Tanzaniaanse bedrijven die op de kar springt, is de Tasia Group of Companies, een holding die in Tanzania tientallen bedrijfjes controleert. Eigenlijk hoort Tasia geen aanspraak te kunnen maken op Belgisch ontwikkelingsgeld want de groep is in handen van de Indiase zakenman Shabbi Dewji en Franco Tramontano. Stromannen wekken de illusie dat het wel degelijk gaat om arme maar goedmenende Tanzaniaanse bedrijfjes.

Niettemin komt algauw een eindeloze reeks bestellingen op gang: onderdelen voor Land Rovers (6 miljoen frank), een bottelarij voor frisdranken (8 miljoen frank), een assemblagelijn voor autobatterijen (12 miljoen frank), een litografische machine (7 miljoen frank), een vulmachine voor remolieblikjes (8,2 miljoen frank) en nog een tweede serie onderdelen voor Land Rovers (10 miljoen frank).

Het is een ijverige ambtenaar, inspecteur van Financiën Robert Druyts bij het Abos, die begin 1993 ziet wat de verantwoordelijken van het Abos eigenlijk al van de eerste dag af zelf hadden moeten zien. De bestellingen zijn zonder uitzondering geplaatst bij de op 22 oktober 1991 (kennelijk speciaal voor die gelegenheid) opgerichte Antwerpse bvba Pafrani. Alle offertes van de obligate 'concurrentie' komen van firmaatjes als Metrac, Sotramar, Kern of Metrac en ook die hebben alle iets met elkaar gemeen. Ze zijn alle in handen van of zakelijk verweven met de twee Belgische zaakvoerders van Pafrani, Nicolas Geis en Patrick De Wandeleer. Pafrani telt nog een derde vennoot, van wie de naam af te lezen is van de afkorting. De 'pa' staat voor Patrick. De 'ni' staat voor Nicolas. De 'fra' staat voor... Franco.

Franco Tramontano int ontwikkelingsgelden door vanuit Tanzania bestellingen te plaatsen bij zichzelf. Bij het Abos had men de bvba Pafrani niet eens hoeven door te lichten om in te zien dat er iets niet klopte. Nederland had in 1991 al zijn hele programma voor betalingsbalanshulp opgedoekt na aanwijzingen over fraude. Een van de namen die in de Nederlandse inspectierapporten opdook was Tasia Group of Companies. De Tanzaniaanse premier Ndugu Augustine Mrema liet op zeker ogenblik een lijst van 179 bedrijven publiceren met de bede aan westerse landen daar vooral geen zaken mee te doen. Hij sprak zonder pardon van "een maffia". Het Abos trok er zich niets van aan. De Abos-verantwoordelijke in Dar-es-Salaam stuurde integendeel een hele reeks rapporten naar Brussel waarin hij meldde dat de door Pafrani geleverde machines naar behoren werkten.

Tegen eind 1993 hebben dochterondernemingen van Tasia al 35 procent van het hele budget voor het betalingsbalanshulp aan Tanzania binnengehaald. "Bij het Abos hadden ze intussen al hun goedkeuring gegeven voor nog een bestelling, dit keer voor zo'n 50 miljoen frank", herinnert de achteraf tot een inhoudsloos bestaan binnen de ambtenarij veroordeelde inspecteur Druyts zich.

Robert Druyts: "Ik heb nooit begrepen hoe het kon dat ik de enige was die het fraudesysteem doorzag. Pafrani stelde niet meer voor dan een postbus. Daar is geen enkele machine of whatever geproduceerd. Daar werkte helemaal niemand. Het enige wat er werd geproduceerd, waren facturen. Valse facturen."

Het is begin 1994 even schrikken voor de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Eric Derycke (SP.A). Een aanzienlijk deel van de tijdens begrotingsbesprekingen zo duur bevochten gelden voor ontwikkelingssamenwerking vloeit in een rechte lijn naar de georganiseerde misdaad. Derycke richt een speciale onderzoekscel, het OSI-team, op de zaak verder moet uitvlooien. Het OSI-team trekt naar Tanzania en stelt vast dat de bij Pafrani bestelde goederen... niet bestaan.

In een vervallen loods die moet doorgaan voor de bedrijfszetel kunnen Tramontano en Dewji wel enkele machines aanwijzen die lijken op wat er op de facturen van Pafrani vermeld staat, maar duidelijk niet is waarvoor het Abos financieel tussenbeide kwam. De op 19 juli 1993 door Pafrani geleverde vulmachine voor batterijen blijkt helemaal niet uit België te komen, maar vanuit Italië en wel ergens in... 1990. Ze is bovendien gefinancierd door een Zweedse bank, wat het vermoeden doet rijzen dat Tramontano lege containers half Europa laat afreizen en overal betalingsbalanshulp int voor een enkel op papier bestaande inhoud.

Wanneer het OSI-team op 1 maart 1995 zijn eindrapport aflevert, wordt de schade voor België geraamd op 61,2 miljoen frank. Al is daarmee omtrent Tramontano niet alles gezegd. Een citaat uit het rapport: 'Aan de hand van de cijfers waarover wij momenteel beschikken, en zulks is ongetwijfeld een voorlopige conclusie, kunnen we er vanuit gaan dat de Tasia Group of Companies via de betalingsbalanshulp voor een bedrag van minstens 500.000 Belgische frank deviezen van verschillende donorlanden heeft kunnen bemachtigen.'

Er kwam halfweg de jaren negentig een ruchtmakende artikelenreeks in De Morgen, een parlementaire commissie en een aantal gerechtelijke onderzoeken over deze en andere, vaak nog groteskere, fraudedossiers bij het Abos. Het bleef lang wachten voor justitie tot conclusies kon komen, maar donderdag is het eindelijk zo ver. Franco Tramontano, Nicolas Geis en Patrick De Wandeleer moeten zich voor de vijfde kamer van de Antwerpse correctionele rechtbank verantwoorden. Het openbaar ministerie eist voor Tramontano vijf jaar gevangenisstraf.

In een bondige e-mail laat Tramontano ons weten dat hij er niet aan denkt naar de rechtszitting te komen. Hij vreest dat men hem onmiddellijk zal arresteren en voelt daar weinig voor: 'I did not know that I was a danger to society.' Voor verdere vragen verwijst hij ons door naar zijn Milanese advocaat Mauro Anetrini. Die komt donderdag wel naar België en verwacht vooral veel heil van de 'procedurele fouten' die hij in het dossier zegt te hebben aangetroffen. "Mijn cliënt is gedagvaard in het Nederlands, een taal die hij niet kent", zegt Anetrini. "Dat is strijdig met de internationale verklaring voor de rechten van de mens. De dagvaarding is aangekomen op een adres van mijnheer Tramontano in Londen, terwijl hij al tien jaar in Tanzania woont. En dan is er ook de positie van mijnheer Moyersoen, de toenmalige onderzoeksrechter, die volgens mijn inlichtingen inmiddels is bevorderd tot voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg."

U hebt zo te horen de nodige research verricht.

Anetrini: "Dat is ook mijn job. De rechter die over mijn cliënt moet oordelen is een ondergeschikte van de onderzoeksrechter die achter hem aan zat. Zoiets zou in mijn land nooit kunnen. Ik heb de afgelopen weken al uren zitten surfen op de website van uw Hof van Cassatie. Ik heb daar erg interessante dingen op gelezen (lacht). Maar ten gronde: de feiten dateren van zo lang geleden dat cruciale zaken niet meer kunnen worden geverifieerd. Het openbaar ministerie zegt dat een bepaalde machine nooit heeft bestaan. Wij zeggen van wel. Hoe kan de rechter na al die jaren nog uitmaken wie gelijk heeft?"

Door de destijds opgestelde rapporten te lezen?

"Ja, maar tegenover elk rapport dat zwart zegt, staat er een dat wit zegt. Mensen van het Abos hebben destijds de bedrijven in Dar-es-Salaam bezocht en geconcludeerd dat alles in orde was."

Het waren dat soort dingen die hebben gemaakt dat het Abos inmiddels is opgedoekt. Vanwege de complete inefficiëntie.

"Ik hoor het al. Het openbaar ministerie zal zeggen dat het ene rapport minderwaardig is aan het andere. Weet u waar het probleem eigenlijk zit? Bij die twee Belgische vennoten van Pafrani. Zij stuurden drie offertes op naar het Abos, zonder erbij te vertellen dat dat alledrie hun eigen firma's waren. Daar is het vermoeden van een megazwendel op gestoeld. Er is wat misgelopen bij met de offertes."

Juist, ze waren allemaal nep.

"Als dat zo is, dan ligt de schuld bij diegene die die offertes opstelde en dat was niet mijn cliënt. Ik heb een lang lijstje met vragen voor de twee medebeklaagden."

In welke taal zult u ze stellen?

"In het Frans. België is toch een tweetalig land?"

Is Tramontano er gerust op, dan ook Nicolas Geis. Hoewel hij eind 1995 vanwege de ontdekking van de fraude een maand doorbracht in de Antwerpse gevangenis, laat hij nu weten dat hij zich amper nog kan herinneren waar dat allemaal ook weer over ging. "Ik heb Tramontano alles bij elkaar vier uur gezien", zegt hij. "Hij vroeg ons een firmaatje op te richten. Het was een soort vriendendienst. Patrick De Wandeleer, een goede kennis van mij, had die Tramontano tijdens een vakantie in 1995 leren kennen. Hij had zich laten ompraten. Voor mij is dit essentieel: ik heb hier geen frank aan verdiend en dus zie ik niet in waarover ik mij schuldig zou moeten voelen."

Dat Tramontano de gave des woords niet ontbeert, bleek in de Canvas-reportage. Daarin was te zien hoe een journaliste van DTV in zijn kantoor een item kwam aankaarten waar "zeker nog een maand over zal worden gepraat". Aan de rand van Dar-es-Salaam had ze een prostitutiedorp ontdekt, een kleine gemeenschap van uitsluitend protituees bij wie 50 procent korting gold voor een beurt met condoom. Gesneden koek voor het programma 'Aids en Maatschappij', waarvoor DTV trouwens subsidies vangt van de Verenigde Naties. Er was wel één klein probleem. De prostituees wilden praten, maar niet zomaar.

De journaliste: "Ze willen dat we iets meebrengen, dat we cadeaus kopen."

Tramontano: "Wat heb ik daarmee te maken? Je gaat daarheen om te werken. Zoals altijd zie je weer niet waar het om gaat, warhoofd dat je bent! Wij zijn verondersteld om dat programma zelf te betalen. Laat de Verenigde Naties maar betalen."

Met het dankzij zijn fraudesysteem opgebouwde kapitaal kocht Tramontano niet alleen DTV op, maar nestelde hij zich ook met succes in het Tanzaniaanse establishment. Het feit dat België een internationaal aanhoudingsbevel tegen hem had lopen en de multimiljonair enkel aan zijn uitlevering kon ontkomen door een rechter om te kopen, kon de Tanzaniaanse regering er niet van weerhouden om hem in 1999 te benoemen tot landelijk voorzitter van de plaatselijke tak van het TeleFood Committee Tanzania.

TeleFood is een mantelorganisatie van de FAO, de landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Elk jaar weet TeleFood een aantal wereldsterren warm te maken voor een reeks wereldwijd op tv uitgezonden - en in Tanzania uiteraard op DTV - benefietconcerten. Vorig jaar traden Pearl Jam, REM, Alanis Morissette en Youssou N'Dour aan. De dankzij de benefietacties bijeengebrachte gelden worden in Tanzania verdeeld onder leiding en toezicht van Franco Tramontano.

TeleFood laat weten dat het in de nabije toekomst vooral een thema wil gaan maken van kwijtschelding van derdewereldschulden. Franco Tramontano houdt zich ongetwijfeld aanbevolen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234