Zondag 11/04/2021

Franz Kafka in 10 cijfers

De ziekelijke, continu twijfelende Franz Kafka (1883-1924) leidde een onopvallend leven als plichtsbewust ambtenaar. Pas na zijn dood bleek hoe imposant en visionair het oeuvre was dat hij had nagelaten. Een minibiografie in cijfers.

3 juli 1883 werd Kafka geboren in Praag in het toenmalige Bohemen, als oudste kind van de koopman Hermann Kafka en Julie Löwy. Groeide op in een Duitstalig middenklassegezin als oudste van zes kinderen, twee broertjes stierven kort na de geboorte. Voornamelijk opgevoed door gouvernantes en huispersoneel, omdat zijn ouders lange dagen maakten in hun familiebedrijf van garen en band.

Vader Hermann Kafka was erg dominant en opvliegend, de hypergevoelige Kafka gaf de gespannen relatie met zijn vader literair een bedding in Das Urteil (1912) en vooral in de heftige Brief aan de vader (1919), waarin hij zijn 'opvoedingspraktijken' hekelde. Beroemd is de scène waarin zijn vader hem straft door hem voor een gesloten deur op een ijzige binnenplaats te plaatsen. Volgens veel biografen lag daar de kiem van zijn 'verlatingsneurose'.

2 weken slechts volgde hij in 1901 studies scheikunde aan de Duitstalige Karlsuniversität in Praag. Daarna schakelde hij over op rechten, de richting die zijn vader prefereerde. Maar in het voorjaar schreef hij zich in voor germanistiek en zocht hij in München uit of hij daar verder kon studeren. In het najaar van 1902 zette hij alsnog zijn rechtenstudie voort in Praag, waar hij voor het eerst de schrijver Max Brod ontmoette, een vriend voor het leven. Die studie veroorloofde 'onverschilligheid' en vereiste enkel 'dat ik mij de maanden voor de examens onder rijkelijke belasting van mijn zenuwen geestelijk gewoonweg met houtmolm voedde, dat mij bovendien al door duizend bekken was voorgekauwd'. Hij promoveerde moeiteloos.

14 jaar lang - van zijn 25ste tot zijn 39ste - was Kafka in dienst van de verzekeringsmaatschappij Arbeiter-Unfal-Versicherungs-Anstalt für das Königreich Böhmen in Praag, een 'donker bureaucratennest' zoals hij het later zou noemen. Zijn kantooruren waren gunstig, 'in enkele dienst', van 8 tot 14 uur, zodat hij zich daarna aan de schrijverij kon wijden. Kafka trad er in dienst als aspirant-ambtenaar, na een poosje op een advocatenkantoor en bij de strafrechtbank te hebben gewerkt. Hij klom er op tot secretaris.

Kafka was er volgens Max Brod graag gezien, hij had geen enkele vijand. 'Zijn plichtsgetrouwheid was voorbeeldig, zijn werk werd erg gewaardeerd.' Volgens een meerdere was hij 'het kind van ons kantoor'. Een collega getuigde later over zijn onorthodoxe blik: 'Een keer kwam hij binnen toen ik juist een boterham zat te eten. Hoe krijgt u al dat vet door de keel, zei hij, het beste voedingsmiddel is een citroen.' Kafka toonde veel mededogen voor de arbeiders die na verminkingen door slechte werkomstandigheden bij de maatschappij aanklopten: 'Hoe bescheiden zijn deze mensen. Ze komen ons smeken. In plaats van het bureau te bestormen en de boel kort en klein te slaan, komen ze ons smeken.' In 1922 ging hij voortijdig met pensioen om gezondheidsredenen.

400 manuscriptpagina's schreef Kafka in 1912, een cruciaal jaar voor zijn literaire productie. Hij deed dat tussen 22 september en 6 december, het ging onder meer over Das Urteil en Die Verwandlung, plus de eerste zeven hoofdstukken van Amerika. Over Das Urteil schreefhij later: 'In dat verhaal hangt iedere zin, ieder woord, iedere - voor zover dat geoorloofd is - muziek met de 'angst' samen, toen brak de wond voor de eerste keer open in een lange nacht.'

Tegelijk stak een schuldgevoel over 'een niet geleefd leven' de kop op. Tegenover Max Brod: 'Waarom houdt het berouw niet op! Het laatste woord blijft altijd: Ik zou kunnen leven en leef niet.' Hield op 4 december zijn eerste openbare voorlezing. In dezelfde maand verscheen zijn debuut Betrachtung, achttien kleine prozastukken. Nog dat jaar ontmoette hij de in Berlijn wonende Felice Bauer, met wie hij vijf jaar een 'verhouding' zou hebben, gevoed door veel brieven. Tweemaal waren ze verloofd, tweemaal trok Kafka zich terug voor een huwelijk. Op het verlovingsfeest voelde hij zich 'gebonden als een misdadiger'. In 1917 scheidden hun wegen definitief.

1915 In november verscheen Die Verwandlung, het beroemde, donkere en tegelijk onthutsende verhaal waarin de onberispelijke reizende verkoper Gregor Samsa op een ochtend wakker wordt en in een enorm insect blijkt te zijn veranderd. Hij kan zijn bed niet meer uit. Zijn familieleden zijn verbijsterd door de metamorfose en willen hem 'opruimen'. Samsa zoekt de schuld bij zichzelf. Bij leven zou Kafka slechts verhalen publiceren, waar hij - eeuwig onzeker - enigszins tevreden over was. Denk aan de absurd-gruwelijke novellen De hongerkunstenaar, Kleine fabel of In de strafkolonie.

3 grote relaties had Kafka, al kwamen die door zijn bindingsangst en piekerzieke geest nooit verder dan het stadium van de verloving, ondanks zijn ontzag voor het instituut huwelijk. Over de liefde zei Kafka ooit: 'Dat is toch heel eenvoudig. Liefde is zo weinig problematisch als een voertuig. Problematisch zijn alleen de bestuurder, de passagier en de weg.' Zo staan zijn brieven aan Felice Bauer 'bol van de zelfbeschuldigingen'. 'Ze zijn een bijna dagelijks verslag van uitvluchten, lichamelijke zorgen, een merkwaardige bekentenis van impotentie en van het feit dat zijn diepste gevoelens jegens mensen bestaan uit angst en onverschilligheid', aldus schrijver en literatuurkenner Malcolm Bradbury.

Een warme vriendschap die grensde aan hartstocht had hij vervolgens met de gehuwde Milená Jesenská, een journaliste die zijn verhalen in het Tsjechisch vertaalde. Aan het einde van zijn leven sloeg de vonk over met de Joodse Dora Dymant, die de leiding had over de keuken in een vakantiekolonie. Hij woonde een tijdje met haar in Berlijn en hun relatie leek het meest harmonisch. Zij zou hem begeleiden aan zijn sterfbed. Ook met Hedwig Weiler, Grete Bloch, Julie Wohryzek, Gerti Wasner en Minze Eisner had Kafka intense omgang.

1921 De door ziekte ondermijnde Kafka laat weten aan Max Brod: 'Beste Max, mijn laatste wens: alles wat zich aan dagboeken, manuscripten, brieven van mij of anderen, tekeningen, enzovoorts in mijn nalatenschap bevindt (dus in de boekenkast, in de linnenkast, in de schrijftafel, thuis en op kantoor of waar dan ook) moet je zonder uitzondering verbranden; evenzo al het geschrevene of getekende dat jij of anderen, die je er namens mij om moet vragen, in bezit hebben.'

Brod, die ook zijn biograaf zal worden, slaat de wens van Kafka na zijn dood in de wind, vanwege de uitzonderlijke kwaliteit die hij ontwaart. 'In weerwil van deze categorische instructies weiger ik de vernietigende handeling te verrichten die van mij wordt verlangd.' Zo verschijnen postuum de drie onvoltooide romans Het proces, Het slot en Amerika en maakt de wereld kennis met Joseph K. 'die zonder dat hij iets heeft misdaan' wordt aangehouden, en landmeter K., die zijn schimmige opdrachtgevers in het kasteel maar niet te pakken krijgt.

Sinds de jaren dertig is het woord 'kafkaiaans' aan ons taalgebruik toegevoegd en is Kafka ingehaald als 'profeet' en visionair schrijver. 'De realiteit van de twintigste eeuw lijkt Kafka's surrealistische verhalen over geperfectioneerde strafkampen en ondoorzichtbare magistraturen te hebben overtroffen', aldus filosoof Ludo Abicht. 'Wie eenmaal Kafka's wielen over zich heen heeft voelen gaan, is voor altijd zijn vrede met de wereld kwijt', vond filosoof Theodore Adorno.

40 jaar was Kafka toen hij op 3 juni 1924 overleed aan strottenhoofdtuberculose in een sanatorium in Kierling, nabij Wenen. De ziekte tergde zijn fragiele, door hoofdpijnen en depressies geteisterde gestel al sinds 1917 en deed hem terugdeinzen voor relaties. Max Brod schreef: 'Franz droeg zijn lijden heroïsch, meestal zelfs met opgewekte gelijkmoedigheid. Een keer slechts heb ik hem over zijn pijn horen klagen, nadat hij zware koortsaanvallen had gehad. Hij lag in bed, bij het praten vertrok hij zijn gezicht: "Dat duurt zolang, eer men, zover mogelijk ineengedrukt, ook nog door dit laatste gat wordt heengepropt."'

Kafka ligt begraven op de joodse begraafplaats in Praag, in een gezamenlijk graf met zijn ouders.

1942 Zijn lievelingszus Ottla wordt in Auschwitz vermoord. Zijn twee andere zussen, Elli en Valli, sterven tussen 1942 en 1945 in naziconcentratiekampen. Ook zijn voormalige geliefde Grete Bloch, met wie hij een zoontje zou hebben gehad dat op zesjarige leeftijd stierf, wordt in 1944 door de nazi's in Italië omgebracht. En zijn voormalige geliefde Milená Jesenská, een van de voorvechtster van het protest tegen de Jodenvervolging, komt datzelfde jaar om in een concentratiekamp.

$1,98 miljoen bracht de veiling van het manuscript van Das Prozess op in 1988, op dat moment de hoogste prijs ooit betaald voor een literair handschrift. 'Dit is wellicht het belangrijkste werk uit de 20ste-eeuwse Duitse literatuur, dus Duitsland moet het in zijn bezit hebben', vond de koper, een West-Duitse boekhandelaar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234