Dinsdag 21/05/2019

Reportage Brand Notre-Dame

Fransen zijn weer tous ensemble: ‘Ik wil geloven dat deze ramp ook iets goeds voortbrengt’

Beeld AFP

De hoop van de pastoor van de tweede kerk van Parijs, de Saint-Sulpice, dat er uit de brand in de Notre-Dame iets moois voortkomt, wordt in elk geval tijdelijk bewaarheid. Zelfs in de Franse politiek heeft de brand tot eendracht geleid. 

Priester Jean-Loup Lacroix kan de sleutel van zijn kantoor niet vinden. “Ik had hem toch hier neergelegd?”, vraagt hij aan een collega in een paars habijt. Terwijl hij zoekt, rinkelt zijn telefoon onophoudelijk. “Nee, dit is niet bepaald een handige dag om mijn sleutels kwijt te raken”, zegt Lacroix met gevoel voor understatement.

Père Lacroix is de curé, de pastoor, van de Saint-Sulpice, de op een na grootste kerk van Parijs. De 17de-eeuwse kathedraal is onder kunsthistorici vooral bekend om het houten orgel. Poëzieliefhebbers zouden de kerk kunnen kennen als de plek waar de Duitse dichter Heinrich Heine trouwde. Maar de meeste toeristen laten de Saint-Sulpice, zo’n twee kilometer ten zuidwesten van de Notre-Dame, links liggen.

Maar nu doet de kerk van Lacroix ineens dienst als ‘surrogaat-Notre-Dame’. De missen die in de aanloop naar Pasen in de door brand gehavende kathedraal zouden plaatsvinden, zijn verplaatst naar de tweede kerk van de Franse hoofdstad. Als vrijdag de kruisdood van Christus wordt herdacht, zullen de gedachten van de kerkgangers ongetwijfeld ook uitgaan naar de Notre-Dame en naar de brand die de kerk deels in de as legde.

Heilige Week

“Ik wil geloven dat een verschrikkelijke ramp als deze brand ook iets goeds voortbrengt”, zegt Père Lacroix. “Dat mensen zich realiseren dat we samen moeten ­leven en samen iets moeten opbouwen.”

Père Lacroix zat met zijn confrères te eten, toen hij op de televisie beelden van de brand zag. Hij was “totaal verdoofd”. “Je realiseert je op zo’n moment dat er iets gebeurt wat je niet kunt bevatten.” Lacroix had desondanks de tegenwoordigheid van geest om meteen contact op te nemen met zijn collega’s bij de Notre-Dame en zijn hulp – en kerk – aan te bieden. Een dag later zijn de voorbereidingen voor de ­Semaine Sainte , de heilige week voor ­Pasen, in volle gang.

Biddende mensen terwijl de Notre-Dame door vlammen verteerd wordt. Beeld AP

Frankrijk rouwt om de brand in de ­kathedraal en de rampspoed lijkt de Fransen te verenigen. “Iedereen die een hart heeft, iedereen met enig gevoel voor schoonheid, heeft gesidderd bij het zien van de beelden van de brand”, denkt Guy Nicard, een 70-jarige man die in een rode winterjas op de houten kerkbanken in de Saint-Sulpice zit. Hij leest Le Parisien, het Parijse dagblad dat een huiveringwekkende foto van de brandende Notre-Dame op de voorpagina heeft staan.

“Of je nu religieus bent of niet, zoiets raakt iedereen. Hier kun je niet ongevoelig voor zijn.” Zelf is Nicard “eigenlijk niet echt gelovig”. Toch komt hij regelmatig in de Saint-Sulpice, om even tot rust te komen. “Als klein jongetje heb ik daar gestaan, als misdienaar.”

Gele hesjes

Priester Lacroix werd het meest geraakt toen hij hoorde dat de eerste steunbetuiging die de aartsbisschop van de Notre-Dame gisteravond ontving van een rabbijn kwam. Maar Lacroix hoopt toch ook dat “meer mensen het belang van de christelijke traditie voor ons land erkennen”.

President Macron prees de ‘extreme moed’ van de brandweerlieden, die ervoor hebben gezorgd dat de structuur van de kathedraal nog overeind staat, evenals de twee kenmerkende torens aan de voorzijde. Frankrijk maakt een diepe buiging voor zijn soldats du feu, de soldaten van het vuur, zoals brandweermannen en -vrouwen genoemd worden. Het brandweerkorps is in Frankrijk een onderdeel van het leger.

Ook in de zeer gepolariseerde Franse politiek heeft de brand tijdelijk tot eendracht geleid. President Macron besloot zijn televisietoespraak te annuleren die het sluitstuk moest vormen van het grote nationale ­debat dat werd gevoerd naar aanleiding van de gelehesjescrisis. De campagne voor de Europese verkiezingen is tot nader order opgeschort. “Natuurlijk staken wij onze campagne”, twitterden ook Macrons tegenstanders van het ­uiterst rechtse Rassemblement National.

Aanslag?

De enige die de politieke harmonie doorbrak, was Nicolas Dupont-Aignan, lijsttrekker van de kleine conservatief-nationalistische partij Debout La France. In een Thierry Baudet-achtige actie doorbrak hij de ongeschreven afspraak om de brand niet te politiseren. “Woedende Parijzenaars” wilden volgens Dupont-Aignan weten of de brand een ongeluk was of een aanslag. Volgens de autoriteiten, die uitgaan van een ongeluk, mogelijk veroorzaakt door restauratiewerkzaamheden, wijst niets op een terreurdaad.

Dat sommige Fransen die lezing in twijfel trekken, heeft onder meer te maken met eerdere geweldsincidenten in kerken. Aan het begin van dit jaar vernielden vandalen in negen kerken beelden en andere religieuze objecten, onder meer in Dijon en Nîmes. Een maand geleden brak bovendien brand uit in de Saint-Sulpice. Volgens de politie werd die aangestoken.

Priester Lacroix wil er geen onduidelijkheid over laten bestaan. “Antichristelijk geweld en vandalisme zijn een reëel probleem in Frankrijk. Maar we kunnen niet zomaar alles op één hoop gooien. De brand in onze kerk is volgens de politie veroorzaakt door een dakloze die een tas met kleding in de fik heeft gestoken. Dat is geen terreurdaad, maar een daad van een arme geesteszieke.”

Lacroix twijfelt er niet aan dat de brand in de Notre-Dame een ongeluk was. De priester heeft bovendien alle vertrouwen in een succesvolle wederopbouw van de kathedraal. “Maar tot die tijd zal iedere Parijzenaar met weemoed langs de Notre-Dame lopen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.