Zaterdag 25/01/2020

Franse pennen in de penarie

Het pad naar Franse schrijversroem leidt langs de doornen van het literaire proces, zo zou je met enige overdrijving kunnen stellen. Elke klassieke Franse schrijver van enige statuur kwam de voorbije eeuwen weleens in aanraking met de lange arm van de wet of zag zich onderworpen aan censuur. Door Dirk Leyman

Rabelais, Voltaire, Balzac, Baudelaire, Flaubert, Hugo en Zola konden ervan meepraten. De ene keer bemoeide de invloedrijke Sorbonne zich, de andere keer riepen parlementen en koningen moord en brand en in veel gevallen nam de katholieke kerk met haar gevreesde, pas in 1966 afgeschafte, Index librorum prohibitorum het voortouw. Na de Tweede Wereldoorlog kregen vooral een aantal stoutmoedige uitgevers van literaire erotica het zwaar te verduren. Na een versoepeling van de wetgeving na 1968, zag het voorbije decennium een opflakkering van juridisch-literaire conflicten, waarbij de grenzen van de fictie geregeld ter discussie werden gesteld. De spraakmakende processen rond Platform van Michel Houellebecq en rond Rose bonbon van Nicolas Jones-Gorlin zijn in dit verband haast symptomatisch: seks en religie blijven nieuwe taboes opwerpen. Telkens wint de romankunst finaal het pleit.

ß

Oppersatiricus Rabelais (1493-1553) was een van de eersten die censuur in Frankrijk aan den lijve ondervonden. De schepper van het spotzieke Gargantua en Pantagruel lag zijn hele leven in de clinch met kerkelijke én academische instanties. Het derde en vierde deel van zijn boek werden meteen na verschijnen mordicus verboden. Merkwaardig genoeg bleef Rabelais - een vroegere franciscaan en benedictijn - toch op zeer vertrouwelijke voet staan met bepaalde katholieke kringen. Postuum nam hij de censuur op de hak in een allegorisch vijfde deel.

ß

Het wonderkind van de Franse verlichting Voltaire (1694-1778) kreeg het reeds in 1717 aan de stok met de Franse overheden. Zijn onverbloemde, pittige teksten die op alle maatschappelijke slakken zout leggen, maakten hem tot een onverbeterlijke lastpak. Spoedig kwam hij voor elf maanden terecht in de Bastille. Zowel voor het beledigen van de edelman Chevalier de Rohan als voor zijn Lettres philosophiques werd hij later naar Engeland verbannen. Op een bepaald moment was hij zelfs in half Europa persona non grata. Toch werd hij uiteindelijk gerehabiliteerd en zelfs opgenomen in de Académie Française.

ß

Het toneelstuk Vautrin van Honoré de Balzac (1799-1850) kreeg in 1840 een verbod opgelegd omdat het hoofdpersonage de gezichtsuitdrukkingen van koning Louis-Philippe zou nabootsen. Een jaar later werd zijn volledig 'immoreel' bevonden oeuvre op de fameuze Index van de kerk geplaatst. Het kon de veelschrijver al bij al weinig deren.

ß

Gustave Flaubert (1821-1880) kreeg in 1857 een proces aan de broek omdat hij in zijn afleveringen van Madame Bovary in de Revue de Paris de burgerij in haar blootje zette. Uiteindelijk werden de Normandische brompot en zijn uitgever over de hele linie vrijgesproken. Madame Bovary bracht hem snel glorie. Toch was Flaubert verontrust: "Wat kan ik schrijven dat onschuldiger is dan mijn arme Bovary, die als een hoer aan de haren voor de politierechter is gesleept? Ondanks de vrijspraak blijf ik de status van verdachte auteur houden - Matige roem!"

ß

In hetzelfde jaar werd poète maudit Charles Baudelaire (1821-1867) voor de rechtbank gedaagd voor de dichtbundel Les fleurs du mal. Baudelaire kreeg een veroordeling: zes gedichten werden obsceen bevonden en dienden uit de bundel verwijderd. Later publiceerde hij deze apart onder de titel Epaves.

ß

De onstuimige gigant Victor Hugo (1802-1885) speelde zijn hele leven jojo én haasje-over met het Franse gerecht en de Franse overheid. Zijn romantische toneelstuk Hernani deed de gemoederen van de bezoekers in 1830 zodanig hoog oplaaien dat er in de zaal een gevecht in regel ontstond. De inspecteur-generaal van het toneelwezen dwong Hugo om passages te schrappen. Zijn beroemde Les misérables, dat eerst clandestien verscheen in Brussel, was ook al het voorwerp van betutteling: meteen na verschijnen dirigeerde de kerk het in 1864 naar de Index.

ß

Naturalist Emile Zola (1840-1902), destijds vanwege de prostitutieroman Nana door de Franse goegemeente als een "vuilschrijver" bestempeld, werd na de publicatie in 1898 van zijn Dreyfusverdediging J'Accuse! veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf. Na zijn terugkeer uit Groot-Brittanië werd hij in Parijs als een held ontvangen. In 1888 was zijn Engelse uitgever Henry Vizetelly al voor het gerecht beland omdat hij La terre in vertaling had gebracht. Het kwam hem op drie maanden gevangenisstraf en een boete te staan.

ß

In 1952, amper één jaar na zijn dood, werd het werk van André Gide (1869-1951) integraal op de katholieke Index geplaatst. Vooral L'immoraliste en Gides homoseksualiteit lagen gevoelig. Commentaar in de pauselijke Osservatore Romano: "Gide speelde graag de verloren zoon en de kerk heeft op de terugkeer van de verloren zoon gewacht. Vergeefs...(...) Het is thans tijd om vast te stellen waar zijn plaats is: onder de vijanden en ondergravers, onder de volgelingen van de Boze."

ß

Tussen 1947 en 1970 was de legendarische Jean-Jacques Pauvert vanwege zijn Parijse uitgeefpraktijken in liefst twintig literaire processen betrokken. Op zijn eenentwintigste durfde hij het aan om als eerste Juliette van Markies D.A.F. de Sade te publiceren. In Frankrijk was het schandaalboek al 150 jaar verboden. Pauvert werd eerst veroordeeld, maar ging onverminderd door met Sade en andere literaire pornografie in schuifjes te publiceren. Pauvert in Lire over zijn strijd: "Ik wou weten wat er precies werd bedoeld met 'bedreiging van de goede zeden'. Daarom ging ik door. Ik heb het antwoord nooit gekregen." Na een spraakmakende processenreeks werd hij in 1956 in beroep wél zogoed als vrijgesproken. Pauvert gaf ook Pauline Réages Histoire d'O en werk van schandaalauteur Georges Bataille uit.

ß

Ook de aalgladde erotica-uitgever Maurice Girodias, die in 1953 de befaamde Olympia Press oprichtte, kreeg om de haverklap de politie over de vloer vanwege zedenschennis. Girodias, die onder meer de eerste editie van Nabokovs Lolita onder zijn hoede nam, zag zijn boeken in beslag genomen en zelfs vernietigd. Girodias moest uiteindelijk weer het hazenpad kiezen naar de Verenigde Staten.

ß

In 1971 verbood het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken de verspreiding, publiciteit en verkoop aan minderjarigen van het boek Eden, eden, eden van Pierre Guyotat. Deze sterk door de Sade beïnvloede nachtmerrie (1970) wordt door Roland Barthes "een nieuwe mijlpaal en een nieuw begin" genoemd. Tegen het verbod werd een petitie gestart door onder meer Pasolini, Sartre en Joseph Beuys. Zelfs François Mitterrand en Georges Pompidou sprongen in de bres voor Guyotat. Claude Simon stapte boos uit de jury van de Prix Médicis, omdat het boek de literaire prijs niet kreeg toegekend. Pas in 1981 werd het verbod voor minderjarigen op Eden, eden, eden opgeheven.

ß

Kort na de verschijning van Platform (2001), zijn roman over sekstoerisme, doet Michel Houellebecq in het tijdschrift Lire boude uitspraken over de islam, die hij omschrijft als "la religion la plus conne". Bovendien spreekt het hoofdpersonage in Platform over zijn vreugde "bij de dood van elke Palestijn". Diverse islamorganisaties steigeren en klagen Houellebecq aan als "islamofoob" en "racist". De rechtbank spreekt hem en uitgever Flammarion vrij omdat de schrijver het recht heeft religieuze kritiek te ventileren via zijn romanpersonages. Houellebecq krijgt de steun van Philippe Sollers. Ook de extreem rechtse organisatie Promouvoir klaagt het boek aan om zijn pornografische karakter, maar krijgt nul op het rekest. Sindsdien houdt Houellebecq zich - op instigatie van zijn uitgever - in interviews opvallend gedeisder.

ß

Ophef rond de verschijning van de roman Rose bonbon van Nicolas Jones-Gorlin bij Gallimard, in augustus 2002. De hoogst matige roman daalt onbehaaglijk diep af in de gedachtewereld van een pedofiel. De kinderrechtenorganisatie L'Enfant Bleu is verontrust door het boek en spant een proces aan in naam van de bescherming van de kinderrechten. Een commissie die publicaties op hun onwelvoeglijke inhoud onderzoekt, adviseert om het boek te verbieden voor minderjarigen. De rechter volgt deze redenering niet. Toch brengt Gallimard een buikbandje rond het boek aan, waarin het uitdrukkelijk fictionele karakter van het boek wordt benadrukt.

ß

Nog meer stennis in februari 2005 over de roman Pogrom van Eric Bénier-Bürckel (Flammarion) waarin een personage een antisemitisch requisitoir houdt. Schrijver Olivier Rolin bindt in Le Monde de kat de bel aan. De Franse staat dient een klacht in op grond van provocatie, antisemitisme en pornografie. De correctionele rechtbank van Parijs spreekt Bénier-Bürckel op 16 november jongstleden vrij omdat het wel degelijk om een roman gaat én de kwetsende woorden "in de mond van de personages" zijn gelegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234