Maandag 18/01/2021

Franse filosoof Luc Ferry neemt de niet-ingewijde lezer mee door de ideeënwereld

Met Nietzsche is er een eind gekomen aan een tijdperk, beweert Luc Ferry in zijn nieuwe boek. We kunnen onmogelijk terug naar de gezellige filosofieën van weleer. Maar dat is nog geen reden om de handdoek in de ring te gooien.

Door Marnix Verplancke

Een klein half jaar geleden werden er in een aantal grote Vlaamse steden discussies op poten gezet tussen politici en schrijvers. 'April, maand van de filosofie' luidde de kop waaronder die gesprekken werden gebundeld en we moeten eerlijk bekennen dat we niet meer konden doen dan meewarig het hoofd schudden toen we hem zo parmantig zagen staan. Arm Vlaanderen, dachten we nog maar een keer. Niet alleen was er geen enkele filosoof uitgenodigd om aan de discussies deel te nemen, er werd voor de elvendertigste keer nog maar eens hetzelfde cliché mee bevestigd dat filosofie - we zullen het maar de Gentse erfenis noemen - in feite niet meer is dan uit je nek zitten kletsen over gemeentepolitiek.

Dat het ook anders kan, bewijst Luc Ferry in Beginnen met filosofie, een boek dat hij geschreven heeft omdat hij vanuit zijn kennissenkring regelmatig de vraag kreeg waar hij zich nu hele dagen mee inliet. Het moest mogelijk zijn om dat duidelijk te maken aan een leek, dacht hij, en daarom lette hij er bij het schrijven van zijn boek op dat hij nergens verviel in jargon, zonder daarbij evenwel het filosofische gehalte te veronachtzamen. Toegegeven, er zijn Franse filosofen in alle maten en kleuren en het aantal leuteraars en teuteraars ligt wellicht nergens hoger dan daar, maar Ferry is een ander paar mouwen. Hij is een nuchter en rationeel man, iemand die duidelijk twee keer nadenkt voor hij iets zegt. Wellicht niet toevallig was hij minister van Onderwijs in de regering-Rafarin, een job die men Althusser of Lacan wijselijk nooit aangeboden heeft.

Ferry ziet het filosofische denken geboren worden in de wieg van de religie. Het zijn als het ware tweelingen, waarbij religie van de mens vertrouwen, nederigheid en geloof vereist, terwijl filosofie kennis nastreeft en daartoe inspeelt op het persoonlijke initiatief en denken van ieder mens. Toen Adam en Eva van de boom der kennis hadden gegeten begonnen ze te twijfelen en zich vragen te stellen, zo lezen we in Genesis. Op dat moment ontstond dus de filosofie, wat God maar niets vond, waarna er heel wat gedonder en gebliksem van kwam. Voor religie, en dat geldt voor iedere religie, is echte filosofie in feite des duivels omdat ze alles ter discussie wil stellen en de mysteries van het geloof behandelt voor wat ze zijn: onzin. "Het uitgangspunt voor iedere filosofie die deze naam waardig is, bevindt zich in de natuurwetenschappen, die ons de structuur van de wereld onthullen", schrijft Ferry, "en in de historische wetenschappen, die ons de geschiedenis van zowel de wereld als de mens begrijpelijk maken."

De vraag waar zowel religie als filosofie elk op hun manier een antwoord op proberen te geven, wordt ons voor de voeten geworpen door onze sterfelijkheid: hoe moeten we omspringen met ons onontkoombare einde? Religie biedt op dat vlak natuurlijk de meeste geruststelling: er is een oneindig leven na de dood. Maar je zult maar ongelovig zijn natuurlijk, dan sta je daar mooi voor Piet Snot. Ferry gaat daarom na hoe de filosofie in het verleden antwoorden gezocht heeft op die vraag, en dat aan de hand van zijn persoonlijke definitie van wat filosoferen nu eigenlijk is: een theorie opstellen over de wereld zodanig dat we weten hoe we moeten handelen om het heil of de wijsheid te verkrijgen. Hij onderscheidt vijf grote periodes in de geschiedenis van de filosofie en voor elk daarvan gaat hij op zoek naar de theorie, de ethiek en het uiteindelijke doel ervan.

En dat doet hij bijzonder origineel. Wie bijvoorbeeld oudheid zegt, ziet algauw Socrates, Plato en Aristoteles voorbij marcheren. Ferry laat ze marcheren tot ze uit het zicht verdwenen zijn en heeft het dan over de stoïcijnen. Volgens hen was de wereld nog niet zo slecht zoals ze was. Oké, af en toe liep het weleens grondig fout, maar om daarom meteen beginnen te zaniken over het hemelse rijk ging hen veel te ver. De ethiek die zij daarbij lieten aansluiten was er een van aanvaarding. Een mens moet nagaan wat de natuurwetten zijn en hij moet zo goed mogelijk conform die wetten proberen te leven. En ook in de ultieme wijsheid die de stoïcijnen nastreefden, kwam dat aanvaarden terug. Voor hen hoefde je je als mens niet het hoofd op hol te laten brengen door wat er in het verleden was gebeurd of wat de toekomst zou kunnen brengen - geen grotere ellende dan de hoop volgens hen -; je diende in het heden te leven en je ervan bewust te zijn dat met de dood alles afgelopen zou zijn.

Tijdens de middeleeuwen en de verlichting ziet Ferry dat de mens en het individu steeds belangrijker worden, maar in feite verandert er niet echt veel. Er worden steeds grotere systemen opgezet, dat wel, maar structureel zijn ze enkel doorslagjes van elkaar. Wat is democratie anders dan een nieuwe religie, vraagt Nietzsche zich bijvoorbeeld af, en door hem zal het westerse denken een fatale slag toegebracht krijgen. Ieder waardeoordeel en iedere theorie zijn getekend door persoonlijke belangen, zo wist hij, en in plaats van de mens werkelijk voorop te stellen, hebben wij van hem gewoon een nieuwe god gemaakt. Ferry besteedt terecht het meeste aandacht aan Nietzsche en zegt dat we na hem nooit meer terug kunnen naar de gezellige filosofieën van daarvoor. In feite is alles wat je beweert bezwaard, toonde deze filosoof met de hamer aan, en de vraag is wat je nog anders kunt doen dan samen met hem het krankzinnigengesticht induiken.

Ferry geeft een heel voorzichtig antwoord. We zijn meer dan louter egoïstische en nihilistische wezens, beweert hij. Er moet iets meer zijn, denk maar aan wat we voelen als we verliefd zijn. Dan zijn we door het particuliere heen verbonden met het universele. We voelen nog wel degelijk opofferingsdrang voor onze verwanten, en misschien kan die een basis vormen voor een nieuwe theorie, ethiek en wijsheid.

Luc Ferry

Beginnen met filosofie

Oorspronkelijke titel: Apprendre à vivre

Vertaald door Peter Klinkenberg

Amsterdam, De Arbeiderpers, 265 p., 19,95 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234