Zondag 29/11/2020

Frans Lemaire Gewezen topmanager, musicoloog

In zijn muziek klinkt het drama van de mens, ten prooi aan oorlog en onderworpen aan onderdrukking

Frans Lemaire (79) laat zich niet voor één gat vangen. Als burgerlijk ingenieur met diploma's van Gent, Leuven en Harvard bereikte hij de top van het Belgische chemiebedrijf UCB. Als autodidact verwierf hij faam in het selecte wereldje van musicologen. Hij publiceerde bij de Franse uitgeverij Fayard drie turven over zijn dada's, de geschiedenis van de Joodse muziek en de Russische componisten van de twintigste eeuw. Sjostakovitsj, over wie hij geregeld lezingen geeft, kent hij van haver tot gort.

"Zijn leven was een roetsjbaan, vol pieken en dalen. Hij heeft van 1925 tot 1975 gecomponeerd, dwars door alle stormen van de sovjetgeschiedenis heen. Er woedt een hevig debat over de oprechtheid van zijn communistische overtuiging. Het antwoord is genuanceerd. Als kind uit een intellectueel milieu was hij uiteraard enthousiast over de revolutie. Hij was een overtuigde communist en een groot patriot. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. De revisionisten hebben gelijk als ze hem een slachtoffer van een totalitair regime noemen. De angst voor de terreur, de vernederende kritiek, het verbieden van zijn werk, het heeft allemaal een stempel op zijn oeuvre gedrukt. Maar ze overdrijven als ze beweren dat zijn beroemde oorlogssymfonieën niet tegen het fascisme maar tegen Stalin waren gericht. Hij zag hoe de Duitsers zijn geboortestad aan puin schoten en uithongerden. Logisch dus dat hij in die periode vaderlandslievende muziek schreef.

"Tot 1932 was er geen vuiltje aan de lucht. Na de revolutie heerste er een sfeer van totale artistieke vrijheid. Het is pas fout beginnen te lopen met zijn tweede opera, Lady Macbeth van Mtsensk. Die was een waanzinnig succes, in binnen- en buitenland. In twee jaar tijd werd Lady Macbeth liefst 170 keer opgevoerd. Maar toen kwam Stalin kijken. Hij begreep niets van de muziek en was gechoqueerd door de erotische teneur van het spektakel. Kort daarop, eind januari 1936, verscheen dat fameuze stuk in de Pravda, 'Chaos in plaats van muziek'. Niet alleen werd de opera in de grond geboord, het stuk bevatte ook een onverholen bedreiging aan Sjostakovitsj' adres. Dat het wel een slecht zou kunnen eindigen met deze componist. Los van die intimidatie was het verbieden van Lady MacBeth voor Sjostakovitsj een enorme klap. Hij heeft zich nadien nooit meer aan een opera gewaagd. Ik ben ervan overtuigd: zonder die affaire had zich tot de grootste operacomponist van de 20ste eeuw ontpopt.

"De grote terreurcampagne van 1936 is rakelings langs zijn deur gepasseerd. Sjostakovitsj zag hoe in zijn omgeving kunstenaars en intellectuelen met bosjes tegelijk werden weggezuiverd. Ook voor hem zag het er beroerd uit. Op een keer werd hij ondervraagd door de geheime politie NKPD, over zijn vriendschappelijke relatie met maarschalk Toechatsjevski. Toechatsjevski, de architect van het Rode Leger, was in ongenade gevallen na duistere beschuldigingen over een complot tegen Stalin. Hij werd gefusilleerd, samen met de hele staf van het Rode Leger. Stel je de angst voor waarmee Sjostakovitsj in die dagen moest leven. De kleinste link met Toechatsjevski kon volstaan om geëxecuteerd te worden. Waarschijnlijk heeft hij geluk gehad. Toen hij zich voor een tweede verhoor bij de NKPD moest aanbieden bleek dat zijn ondervrager intussen zelf was weggezuiverd.

"Een leven van ups en downs, ik zei het al. In 1939 won hij de allereerste Stalinprijs, met een werk van westerse, modernistische signatuur. In 1948 werd hij vanwege diezelfde stijlkenmerken als formalist gebrandmerkt. Dat gebeurde op een berucht congres in het Kremlin. Behalve Sjostakovitsj werden onder meer Prokofiev en Chatsjatoerjan veroordeeld, terwijl die laatste vooral luchtige amusementsmuziek componeerde. Formalisme was in de Sovjet-Unie een grove beschuldiging. Formalisten componeerden volksvijandige, door westerse decadentie besmette muziek, het tegendeel van het constructieve sovjetrealisme. Over dat congres en die veroordeling is al veel inkt gevloeid. Niet alleen ideologie, maar ook naijver en persoonlijke ambities speelden een rol, je kunt het zelfs uitleggen als de afrekening van een jonge lichting componisten met de oudere generatie van monstres sacrés. Hoe dan ook, voor Sjostakovitsj was het een vernederende ervaring, hij werd op dat congres verplicht zijn fouten openlijk toe te geven en beterschap te beloven.

"Na die veroordeling zat hij aan de grond. Hij mocht geen les meer geven aan de conservatoria van Moskou en Leningrad, en op drie na waren al zijn symfonieën verboden. Toen heeft hij de score geschreven van De val van Berlijn, een zuivere propagandafilm. Om zich te rehabiliteren, en omdat er brood op tafel moest komen. Maar in dezelfde periode heeft hij nog iets heel anders gecomponeerd. Rajok, een cantate voor vier basstemmen, in feite een parodie op het formalistencongres. De tekst is erg scherp, met liederlijke pseudoniemen voor Stalin, partij-ideoloog Zdanov en andere toplui van het regime, en gekruid met scatologische humor. Vrienden hebben Sjostakovitsj bezworen dat stuk meteen te vernietigen, maar dat weigerde hij. Uiteindelijk zou het pas veertien jaar na zijn dood voor het eerst worden uitgevoerd, door Rostropovitsj in Washington.

"Openlijke kritiek op het regime was onmogelijk. Maar Sjostakovitsj ventileerde zijn mening via zijn muziek, onopvallend maar onmiskenbaar voor de goede verstaander. Hij gebruikte muzikale cryptogrammen, of gecodeerde citaten uit verboden werken. Toen Chroesjtsjov hem in 1960 vroeg partijlid te worden, kon hij niet weigeren. Hij trad toe, maar het is geen toeval dat hij in die periode zijn Satiren heeft gecomponeerd, een liedcyclus op teksten van de Joods-Russische dichter Sasja Tsjorni. In feite waren die gedichten een bittere afrekening met het falende communisme. Gevaarlijke teksten, en dus bedacht Sjostakovitsj zijn cyclus met de ondertitel 'Beelden van het verleden'. Zo kon hij altijd verklaren dat het over de tsaristische tijden ging. Zo slim was hij op het einde wel geworden.

"Ik beschouw hem als een van de allergrootsten. Beethoven was de componist van de verlichting. Mahler was de componist van psychologische dimensie, bij hem hoor je Freud en Dostojevski. Ook Sjostakovitsj was zo'n vernieuwer. In zijn muziek klinkt het drama van de mens, ten prooi aan oorlog en onderworpen aan chaos en onderdrukking."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234