Dinsdag 21/01/2020

Franks laatste ticket naar de zon

Wielrenner Frank Vandenbroucke is niet meer. Karl Vannieuwkerke sprak hem voor het laatst in augustus: ‘Nooit eerder gingen voor mij de deuren van de ziel van VDB zo open als in dat telefoongesprek van een half uur half augustus.’

Maandag 17 augustus 2009. Westouter,een dwergdorp in het West-Vlaamse Heuvelland, maakt zich op voor de Belcanto Classic. Een jaarlijkse wedstrijd voor vijfhonderd wielertoeristen genoemd naar zijn schepper Guido Belcanto. Ik merk hoe het dorp uren voor het startschot bijna in een staat van verrukking verkeert. Frank komt! Hij komt echt!Frank Vandenbroucke, half God half mens. Frank, kind van Zeus en Hera, zal zich mengen tussen de wielertoeristen, uit de kluiten gewassen West-Vlaamse boerenkinkels die op woensdag voor het melken en op zondag voor de mis met de fiets rijden. Het siert hem. Het godenkind dat zich tussen de massa begeeft. Twee uur voor de koers daagt hij al op. Als dandy. Italiaanse snit, haar netjes in de plooi, schoenen gepoetst. De charme in persoon. Hij omhelst Patrick Lefevere, kust een blonde schone, drukt ons de hand. Voor de start verdwijnt hij gedurende een uur. Bij zijn terugkeer deint een bewonderende golf door het publiek langs de nadars. VDB is getooid in een - als was het op maat gemaakt - retropakje. Hagelwitte koersbroek en -trui, donkerblauwe MIKO-reclame geborduurd op de borst, roze schouderstukjes. Zijn spichtige beentjes glimmen van kracht. Lang onderstel, kort bovenlijf. Een jongen geboetseerd om op een fiets te zitten. Frank komt naar Westouter om te behagen en behaagd te worden. Dat wil de Belcanto Classic overigens ook. “Een koers om te beminnen, niet om te winnen!” kelen ze in Westouter al vijftien jaar. Ach, vergeet het. Zet een beetje testosteron op een fiets en het wordt competitie. Elke wielertoerist in de Westhoek droomt van een plaats op de erelijst van de Belcanto Classic. Franks vader Jean-Jacques was hier een paar jaar geleden nog tweede. Geklopt in de massaspurt. Het gebeurt wel vaker dat oud-profs hier een aantal ronden meerijden om zich dan netjes op de kant te zetten en de wielertoeristen het onder mekaar te laten uitvechten. Vandaag niet. Frank Vandenbroucke, ooit winnaar van Parijs-Nice, Luik-Bastenaken-Luik, Vueltaritten en zovele andere koersen, zal in de slotronde een laatste tegenspartelende wielertoerist afschudden en molenwiekend met de armen over de aankomstlijn rijden, voor een allerlaatste keer blijkt nu. Een klein applaus en veel boegeroep zijn zijn deel. Ik voel ook ongeloof en woede. Wie bewijst VDB hier een dienst mee? Waar haalt hij het recht vandaan om die ene wielertoerist een eeuwig gloriemoment te onthouden? Ik ben van plan hem mijn mening te geven, maar krijg die kans niet. Frank is weg, doorgereden, alweer op de vlucht. Deze keer voor het kritische deel van het publiek dat hem niet op applaus, maar op hoongelach onthaalt. Ik post ’s anderendaags een bericht op het prikbord van mijn facebookpagina omdat ik weet dat hij dat - als facebookvriend - misschien zal lezen. “Vandaag naar de Belcanto Classic geweest. Winnaar: Frank Vandenbroucke. Gevleugeld klimmer met de armen breed open, vliegend als een albatros. Denkt hij daarmee een profcontract te versieren?” Een half uur duurt het alvorens een sms-bericht van VDB binnenloopt: “Bisous van de gevleugelde albatros. Is dat niveau?” Ik beslis niet onmiddellijk te reageren en hem wat te laten sudderen. Drie uur later rinkelt de telefoon. Ik herken zijn nummer en verwacht me aan een scheldtirade. Integen-deel. Aan de andere kant van de lijn hangt een charmante mens. Nooit eerder gingen voor mij de deuren van de ziel van VDB zo open als in dat telefoongesprek van een half uur half augustus. “Wat moet ik doen om de mensen gelukkig te maken? Als ik win in de Belcanto Classic ben jij ongelukkig, als ik niet win, zeggen mijn supporters dat ik zelfs geen wielertoerist meer kan kloppen en zijn zij ongelukkig. Probeer je eens in mijn hoofd in te leven. Het is niet altijd zo gemakkelijk als jullie denken. Ik weet het vaak ook niet meer.”Hij besluit het gesprek met: “Ik zie je graag!”. “Frank, ik jou eigenlijk ook”, heb ik geantwoord. Het zijn de laatste woorden die we ooit hebben gewisseld. Ik zag hem nog op het WK in Mendrisio, maar we kwamen in de drukte niet verder dan een enthousiast handgebaar. Frank Vandenbroucke was op heldere momenten een fijnbesnaarde, innemende en gulle medemens. Het loopt helaas fout in het voorjaar van 1999. In de vorm van zijn leven leert hij ook een andere, duistere kant van het bestaan kennen. Samen met Philippe Gaumont geeft hij zich helemaal over aan de nachtwereld. Het heeft geen invloed op zijn prestaties. Dan nog niet. Het wakkert wel zijn niet normale en ziekelijke lust naar roesmiddelen aan. Daar pleegt hij euthanasie op één van de meest indrukwekkende erelijsten ooit in de wielergeschiedenis. Frank gaat na zijn sportieve hoogtepunt 10 jaar als toxicomaan door het leven. Hij wil op de goede momenten nog wel vooruitblikken, maar voelt keer op keer de adem van zijn verleden in zijn nek. Dat maakt hem onzeker, angstig en manisch depressief. Ook nu. Frank had schrik van de winter, van de donkere dagen, van de knagende onzekerheid hoe het verder moest in het leven. Angst om zelfs uit de waaier van de wanhoop gelost te worden. Zijn laatste ticket naar de zon, een vakantie naar Senegal, zou wel eens symbolisch kunnen geweest zijn. Pure verspilling is het. Frank Vandenbroucke leerde ons immers wat wielrennen echt is: dansen in een strijd tegen de tijd!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234