Maandag 16/05/2022

Frankrijk op zoek naar het verloren zelf

In Frankrijk oogt de toekomst een stuk wankeler dan de stevige traditie. Of de presidentsverkiezingen van volgende week daaraan iets kunnen veranderen, daar maken weinig Fransen zich illusies over. Het zuiderse Toulouse ziet nog altijd zijn Airbussen opstijgen en landen, en de wijngaarden ten noorden van de stad leveren elk jaar hun millésimes. Maar beide sectoren zitten in een crisis en de politici hebben daar interesse noch oplossingen voor.

DOOR LODE DELPUTTE / FOTO'S JONAS LAMPENS

Waar gaat het heen met Frankrijk? De burgers van de Republiek wensten dat ze het zelf wisten. Weinig landen in Europa toonden zich de jongste jaren zo toekomstonzeker als de Fransen. Neem de presidentsverkiezingen van volgende week: 47 procent van de 44 miljoen geregistreerde kiezers weet nog steeds niet op wie hij of zij op 22 april, als de eerste ronde plaatsvindt, zal stemmen.

"Deze stembusgang had ons een kans moeten bieden om de staat van Frankrijk op te meten", vindt Thierry Ducros, een leraar uit Toulouse die met een stel vrienden achter de prikkeldraad van de luchthaven van Blagnac is komen postvatten, het fototoestel Airbusspottend in de aanslag. "Wat mogen we dromen? En wat mogen we verwachten? Maar neen, zelfs daarover hebben we geen zekerheid: elke week veranderen de kandidaten hun programma in de hoop het verschil te maken in de peilingen."

Nicolas Sarkozy, Ségolène Royal, François Bayrou en Jean-Marie Le Pen, ziedaar in volgorde van populariteit de vier mededingers om wie het allemaal te doen is. Rechts, links, centrum en extreem rechts. Wie liever extreem links kiest en daar de mathematische zekerheid voor over heeft dat zijn of haar gegadigde geen schijn van kans maakt, kan voor de immer glimlachende trotskiste Arlette Laguiller stemmen. Voor de slimme Olivier Besancenot van de Ligue Communiste Révolutionnaire kan ook, of nog - klassieker - voor Marie-George Buffet van de Communistische Partij. Een bont gezelschap, een gulle keur. Maar allemaal delen de kandidaten die ene vaststelling: dat het niet goed gaat met Frankrijk. La France a du plomb dans l'aile, zoals onwaarschijnlijk veel zuiderburen van mening zijn.

"Ingehouden woede", omschrijft Ducros intussen de gemoedstoestand in Toulouse. De Airbuskwestie raakt hem, zegt hij, zoals ze al zijn stadsgenoten raakt. Tienduizend banen die in Europa zullen sneuvelen, waarvan 4.300 in Frankrijk (een 1.000-tal op 12.000 in de Ville Rose zelf), de overige in Duitsland, in Groot-Brittannië en Spanje. "En dat enkel omdat de directie het vel verkocht heeft voor de beer geschoten was. De A380 klip en klaar tegen 2005? Ma foi, dat geloofden ze toch zelf niet?"

Voor het echte denkwerk moeten we binnen de sacrosancte muren van Airbus zelf zijn. Minibusjes met Airbuslogo voeren personeel af en aan, op de gezichten staat strakke functionaliteit te lezen, niets dat aan oproer doet denken - geen affiche, geen spandoek, geen rouwvlag.

Gérard Boulicot is sinds 1986 op het bedrijf in touw. Eerst zat hij op de simulatiedienst, dan op de rekenstudie, vervolgens de afdeling intellectueel eigendomsrecht. Werkte hij aanvankelijk als technicus, dan is hij vandaag ingenieur en afgevaardigde voor de CGT, Frankrijks oudste vakbond. "Waar het fout gelopen is met Airbus? Niet in de vaak aangehaalde Europese spreiding van de constructiesites. Boeing doet net hetzelfde. De minste geringste auto die vandaag geassembleerd wordt, haalt zijn onderdelen uit de hele wereld bij elkaar."

Neen, voor Boulicot is de ellende eind jaren negentig begonnen met de privatisering van staatsvliegtuigbouwer Aérospatiale, onder de linkse regering-Jospin. Luchtvaarttycoon Jean-Luc Lagardère betaalde er een luttele 850 miljoen frank voor en ging met zijn pasverworven eigendom deel uitmaken van EADS, het nieuwe moederhuis van Airbus. Andere EADS-hoofdaandeelhouders zijn de Franse staat, DaimlerChrysler en nog een aantal grote jongens.

Lagardères belofte om de A380 te ontwikkelen, jaagde de aandeelkoers voor Airbus in korte tijd van 17 euro per stuk naar 35 euro. In maart 2006, toen duidelijk werd dat de A380 gigantische vertraging opliep terwijl de bestellingen volop binnenliepen, deed Lagardère de helft van zijn aandelen van de hand. De staatskredietinstelling Caisse des Dépôts et Consignations - "de belastingbetaler dus", zegt Boulicot - verwierf zo 7,5 procent in EADS. In Duitsland kochten de Länder intussen een fiks deel van de DaimlerChrysleraandelen op.

"Zelfs de directeuren van Airbus wisten dat de leveringstermijnen voor de A380 vanuit technologisch perspectief te hoog gegrepen waren. Intussen was Boeing volop met zijn Dreamliner begonnen en zorgden de aanslagen van 11 september 2001 voor een crisis in de luchtvaartsector. Toen de contouren van het Airbusverhaal goed en wel zichtbaar werden, de hoofdaandeelhouders zich gigantisch verrijkt hadden en de directie omgegooid en nogmaals omgegooid was, kwam het herstructureringsplan 'Power 8' uit de mouw. Deze crisis is bewust gecreëerd."

Het vakbondsfront is uit elkaar gespat, hoe langer hoe meer werknemers lijken bereid om braafjes met de top tot een compromis te komen. Boulicots CGT, van communistische signatuur, is naar eigen zeggen het voorwerp van een obstructiecampagne. Kan de politiek misschien soelaas brengen, nu de campagne op haar laatste benen loopt? Boulicot haalt de schouders op. "Niet één kandidaat heeft iets zinnigs gezegd over Airbus. Een redelijke analyse maken kost tijd en spreekt het buikgevoel niet aan."

Gérard Boulicot kent zijn sociaal-politieke pappenheimers als geen ander. Hij heeft een hekel aan antipolitiek, zegt hij, juist daarom ontgoochelt het niveau van de huidige campagne hem zo. "De politici zitten in de knel, van de communisten links tot Sarkozy rechts. Aan de ene kant verdedigen ze de Lissabonstrategie (van de EU, LD) die onderzoek en ontwikkeling prioritair stelt, aan de andere kant willen ze de rol van de staat inperken omdat ze in het neoliberale dogma gevangen zitten. Ik pleit niet voor hernationalisering, alleen voor een meerderheidsstem vanuit de publieke sector en de werknemers. Ik pleit ook niet tegen Europa, ik wil alleen dat strategische sectoren als de onze politiek controleerbaar blijven, om delokalisering naar China en nog meer sociale bloedbaden te vermijden."

Rechts tegen links. La France d'en haut en la France d'en bas. Stad en platteland. Moderniteit en traditie. Cartesiaanse methodiek versus rabelaisiaanse joie de vivre. Onnoemelijke tegenstellingen tekenen Frankrijk. Maar onder het veilige dak van de tricolore en de revolutionaire slagzin Liberté, Egalité, Fraternité zocht de Republiek jarenlang naar de perfecte synthese van dat alles.

Tot het crisisgevoel totaal werd en zogenaamde déclinologues bestseller na bestseller pleegden over hoe beroerd Frankrijk er wel niet aan toe was. Om een marxistische verwijzing te gebruiken die tot hilariteit van de Angelsaksische pers nog vaak over de Franse tongen rolt: het lijkt wel alsof these, antithese en klassenstrijd terug van weggeweest zijn.

Nochtans, van veel politiek strijdgewoel is op het Franse platteland geen sprake. Wie in een provincienest als Condom (ook al de risee van de Britten) aanbelandt, hartje Gers en pleisterplaats voor gastronomen op zoek naar Armagnac, Floc de Gascogne, foie gras en confit de canard, moet wel erg scherp om zich heen kijken om te snappen dat er straks verkiezingen zijn. Amper affiches, weinigen bij wie 'le 22 avril' spontaan een belletje doet rinkelen, de regionale krant Sud-Ouest die de komst van twee Belgische perslui cruciaal genoeg vindt om een en ander als een evenement in de krant te gooien, compleet met foto.

"Condom loopt leeg", vertelt journaliste Caroline Campagne. "Kijk naar de gesloten luiken, kijk naar de werkloosheid, zie hoe de jongeren naar de steden vertrekken. Intussen komen buitenlanders hier huizen opkopen, rijzen de vastgoedprijzen de pan uit en krijgen plaatselijke boeren op hun dak van nieuwkomers die de mestgeur niet verdragen en hen voor de rechter slepen."

Volgens de peilingen van Sud-Ouest zal de regio Midi-Pyrénées straks naar goede gewoonte links stemmen, voor Ségolène Royal dus. Maar een rondvraag in cafés, winkels en op de markt, leert dat de meeste kiezers hun keuze nog niet gemaakt hebben.

De mot zit in het Franse platteland, heet het. En daarmee ook in de Franse identiteit. Kijk naar de wijnboeren. Kan één landbouwproduct zich Franser noemen dan deze godendrank? Nog steeds verbouwt Frankrijk 900.000 hectare wijn. Maar de concurrentie uit de nieuwe wijnlanden is moordend en het aantal boeren die in Frankrijk op de fles gaan, niet meer bij te houden. Zozeer zelfs dat weduwen van wijnboeren die zich een leven lang het bloed onder de nagels hebben gezwoegd, vandaag op het Resto du Coeur zijn aangewezen. En dat anderen overleven met de centen die ze uit Brussel krijgen om hun wijnstokken uit te rukken.

Niet zo evenwel bij Francis Dèche (64), die in Éauze het fraaie Domaine de Millet uitbaat, 56 hectare, vijf generaties lang al, en zijn dochter Laurence, die klaarstaat om de zaak over te nemen. Op het domein - met een winkel, een tot gîte voor zes personen omgebouwde duiventoren en een prachtige cave met eikenhouten vaten - wordt in hoofdzaak witte vin de Gascogne geproduceerd. Zestig procent van de productie is voor de export bestemd, waarvan een aanzienlijk deel voor België.

"Wij boffen, wij zitten in de witte wijn", maakt Dèche zich sterk. Slechts een kwart van de Franse wijnen is wit, het risico op overaanbod is dus kleiner. Beginnende wijnliefhebbers starten ook vaker met wit, zeker in Noord-Europa, waar de biercultuur overheerst. Bovendien is de cyclus van een wittewijncrisis veel korter, omdat witte wijn gewoon minder lang bewaart. Anders dan bij de rode wijnen dus, waar het veel moeilijker is om het einde van een crisis in te schatten. "Of zoals wij zeggen: hoesten ze in Bordeaux, dan raakt heel Frankrijk verkouden."

Een bruine slobbertrui, daaronder een houthakkershemd, grijze haren, ronde en rode wangen, een echte Gascon, deze mijnheer Dèche. Een manager ook. Maar hoe kijkt hij tegen de politieke machtswissel aan? "Een boer is doorgaans sowieso conservatief en heeft weinig vertrouwen in de politiek", vindt Dèche. "Maar de echte conservatieven in deze campagne, dat is toch wel extreem links, het antiliberale front. Ze hebben die lui in Oost-Europa van zich afgeschud, ik zie niet in wat ze bij ons nog komen doen. Natuurlijk, de andersglobalist José Bové zegt wel interessante dingen, maar hij gaat compleet uit de bocht als hij het over transgene gewassen heeft. Ik moet mijn stokken acht keer chemisch behandelen. Als ik zonder risico's voor de volksgezondheid zonder kan doen, laat maar komen! Wie niet waagt, niet wint."

Dèche loopt het hele politieke spectrum af, hij denkt na, maar is niet onder de indruk. "Zelfs onder de grote drie, Sarkozy, Royal of Bayrou, zie ik niemand die een project heeft voor de wijnbouw." Van wie deze boer dan wel heil verwacht? "Van de technici, de EU, de onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie. Zij hebben ons lot in handen, meer dan een Franse president."

Crisis in de wijnbouw, jazeker, maar er bestaan creatieve oplossingen, ook voor de veelgeplaagde rode wijnen. Neem het kleine Château Saint Louis in de AOC Fronton, even ten noorden van Toulouse. Samen met haar vlekkeloos geïntegreerde Iraanse echtgenoot Ali, dezer dagen op familiebezoek in Teheran, runt Marie-Cécile Mahmoudi, zelf dochter van een wijnboer, al sinds begin de jaren negentig een 14 ha groot domein in Labastide Saint-Pierre, goed voor meer dan 150.000 flessen per jaar.

"We zijn pioniers in de biologische wijnbouw", licht Marie-Cécile toe, terwijl ze op de rozelaars en bonen wijst die tussen de wijnranken opschieten en zo meststof aanleveren, insecten verjagen en ziekten weren. Een beetje Bové, deze dame? "Helemaal niet", deinst ze bijna terug.

De Mahmoudi's hebben Gamay staan, Cabernet Sauvignon en de minder bekende Négrette. De bijbel van de Franse wijnkenners, de Guide Hachette, heeft hun domein al meermaals bekroond. Maar omdat de inkomsten uit wijn nooit gegarandeerd zijn, hebben de Mahmoudi's gediversifieerd: ze verhuren ook een gastenflat, hebben een feestzaal ingericht, organiseren concerten en laten wijnliefhebbers hun eigen druiventrossen oogsten. Zo kunnen die het vinificatieproces van hun eigen pluk, de wijn die ze straks zullen kopen en drinken, zelf maand na maand bijhouden en koesteren.

Natuurlijk zijn er problemen, huizenhoge problemen. "Zo ben ik naar Zuid-Afrika geweest", verklaart de eigenares. "Als je kijkt wat ze daar of in Australië bij hun wijn gooien, houtpoeder bijvoorbeeld, en daarna vaststelt dat die producten bij ons op de markt komen terwijl wij hoge exportkosten moeten ophoesten en aan talloze wetten en regels gebonden zijn, tja, daar worden veel mensen moedeloos van."

Ook de man die de Frontonwijnen in Parijs aan de man brengt, Jacques-Lionel Aubert, vindt dat er werk aan de winkel is. "Toegegeven, om te beginnen moeten de wijnboeren voor eigen deur beginnen te vegen, beseffen dat de consommateur vandaag een consommacteur geworden is en niet langer om het even welke wijn wil slikken, zich ervan bewust worden ook dat je er zonder marketing en netwerk niet meer komt. Anderzijds moeten de staat en Europa de heffingen verlagen, de regelregen stoppen."

En dan zijn er de onder wijnboeren gehate alcoholcontroles, waardoor de binnenlandse wijnconsumptie ei zo na instortte. Ook Aubert vond dat de wijn onterecht in de alcoholwet was opgenomen, en nam de proef op de som. Hij haalde honderd consumenten bij elkaar, liet hen bij een normaal middagmaal drie glazen wijn drinken en constateerde, onder het toeziend oog van een gerechtsdeurwaarder, dat slechts twee van hen na afloop te veel alcohol in het bloed hadden. Na het experiment lanceerde Aubert le verre citoyen de Fronton, het burgerschapsglas zeg maar: een glas met een lijntje op waarop te zien is hoever je mag inschenken zonder de drinker petoet te maken.

"Het probleem is dat onze wetten geschreven worden door lui die de werkelijkheid niet kennen, énarques (zoals de gehate topambtenaren van de Ecole Nationale d'Administration genoemd worden) die nooit uit hun ivoren toren komen", klaagt hij. "Aan de andere kant staan wijnboeren die de commerciële realiteit niet onder ogen zien. Zo weet de een niet wat de ander doet. Het komt voortdurend voor in Frankrijk."

Naar wie zijn voorkeur dan uitgaat voor 22 april? "Sarkozy is het best geplaatst om de zaak onder handen te nemen", oppert Aubert, "ook al drinkt hij zelf geen druppel alcohol." Royal niet, dan? "Bah, ze heft graag het glas, maar van wijn kent ze geen jota. Het is een beetje als haar leermeester Mitterrand. Wijn was zijn zorg niet. Rien à foutre."

Rien à foutre? Het lijkt ook een beetje het verkiezingsmotto in dit diepe zuidwesten. Tussen de ranken snoeien de snoeiers voort, Airbussen komen en gaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234