Donderdag 21/11/2019

WK 2018

Frankrijk-Kroatië: wereldtitel tegen gehaat Frankrijk zou boost geven aan trotse Balkan-natie

Dinamo Zagreb-speler Zvonimir Boban gaat twee agenten te lijf op het voetbalveld. Het typeert de spanningen in de Balkan, begin jaren 90. Beeld AP

Niets beter voor een jonge natie dan een oorlog of succes in de sport om het nationaal gevoel op peil te houden. Kroatië had het allemaal, maar de laatste jaren toch minder. Wereldkampioen worden zou de sport uit het slop halen.

Lente 1999. Zomaar een ochtendscène bij het uitchecken in het Zagreb Sheraton. Een bloedmooie Kroatische vrouw huilt tranen met tuiten. De televisie registreert, de radioman troost, de geschreven pers noteert. Lejla Sebrovic is diep ongelukkig want zopas is besloten dat ze geen Miss Kroatië meer is. De reden? Procedurefouten, luidt de officiële mededeling. De lokale collega’s weten beter: Lejla is fout omdat ze te veel Bosnisch bloed in de aderen heeft stromen. President Franjo Tudjman heeft er zich hoogstpersoonlijk mee bemoeid. De verkiezing is geannuleerd…

Tudjman was overal, die eerste jaren van de republiek die in oorlog was met haar buren. Missverkiezingen konden hem gestolen worden, maar een Bosnische die won, no way. Voetbal was het vehikel voor zijn populariteit. De overwinning op Nederland in de kleine finale van het WK voetbal van 1998 was voor een nieuwe natie van nog geen vijf miljoen mensen en voor Tudjman goud waard. Na prijzen in basketbal, handbal en waterpolo was dit de mooiste: brons op het WK voetbal.

Eerst ging Duitsland voor de bijl. Dat werd gevierd, zonder politieke agenda. Kroatië en Duitsland waren in de Tweede Wereldoorlog de beste vriendjes en de hedendaagse Kroatische vlag (rood en witte blokken) werd het laatst gebruikt door de Kroatische fascisten (vooral tegen het Servische verzet) in de Tweede Wereldoorlog.

Duitsland was het eerste Europese land dat ijverde voor Kroatische onafhankelijkheid, in tegenstelling tot Frankrijk, in 1998 de tegenstander in de met 2-1 verloren halve finale. Opnieuw, en nu in een finale, komt Kroatië Frankrijk tegen, in Rusland, twee landen die in de Balkan-oorlogen de kaart van Servië trokken.

Tennisheld Ivanisevic

Sport is oorlog in de Balkan. Na de overwinning tegen Duitsland droeg Robert Jarni de zege op aan "al zij die gestorven zijn of geleden hebben in de oorlog". In 1993 al sprak de Kroatische tennisser Goran Ivanisevic: “Ik strijd voor mijn land en mijn tennisracket is mijn wapen.” Ivanisevic kan in Kroatië niet meer stuk. Hij was de eerste sporter die zich liet aankondigen als "Goran Ivanisevic van Kroatië", in Sydney in 1991.

De soldaten die in zijn thuishaven Split naar het front vertrokken, scandeerden "Goran, Goran, Goran is een held". In de jaren die volgden, steunde de Kroatische regering de sportredacties van de grootste kranten met reisbudgetten om in het buitenland de exploten van de Kroatische sporthelden te verslaan, een balsem voor de beproefde Kroatische harten thuis.

Tennisser Goran Ivanisevic is een held in Kroatië. Beeld Photo News

Politieke aspiraties uitdragen via sport ontstond in de Balkan onder het juk van de Habsburgers en later de Russische tsaren. Alle sportclubs in Kroatië hadden een etnisch en politiek karakter. Na de Eerste Wereldoorlog probeerde de Joegoslavische regering ze te sluiten. Tevergeefs. Na de Tweede Wereldoorlog, met de communisten aan de macht, werd in Joegoslavië een nieuwe poging ondernomen. Tevergeefs. De teams kregen wel andere namen.

Zagreb kreeg Dinamo en Split kreeg Hajduk. Ze kregen regelmatig bezoek van de geheime politie. Die rapporteerde al van in de jaren 60 aan Belgrado dat het ontstaan van supportersclubs op termijn een staatsvijandige factor kon zijn.

Dat bleek op 13 mei 1990, toen op een voetbalveld de eerste slag werd geleverd in de oorlog tussen Kroatië en Servië. Dinamo Zagreb tegen Rode Ster Belgrado eindigde met het afkondigen van de noodtoestand in de straten van Zagreb. Op het veld zelf was het tot vreselijke vechtpartijen gekomen. Zvonimir Boban was toen 19 en speelde een hoofdrol. Hij wordt tot vandaag nog steeds op handen gedragen omdat hij in zijn eentje de politie aanviel, die de Dinamo-fans onder handen nam.

In 1997 speelden Croatia Zagreb, het vroegere Dinamo, en Partizan Belgrado een heen- en terugwedstrijd in het kader van de UEFA Cup. Er waren geen rellen, omdat er ook geen supporters mochten meereizen. Elke Kroaat wist toen en weet ook vandaag dat het de eerste jaren niet meer goed komt tussen zijn volk en ‘zij’, zoals de Serviërs worden aangeduid. “De eerste tweeduizend jaar is er geen beterschap te verwachten.”

Uitblinkers in ploegsporten

Achtergronden voor dit verhaal komen van Nebosja Popovic, een voormalige handbalgrootheid van Servische origine, getrouwd met een Kroatische, geboren en getogen in Bosnië en professioneel actief in Zagreb en Belgrado. Begin de jaren 90 kwam hij naar Luik en werd daar hoofd van de afdeling orthopedie.

In 2007 vertrok hij naar het befaamde Aspetar-ziekenhuis in Qatar. Hij is na zijn vertrek maar een paar keer teruggekeerd. “De politiek heeft alles verknoeid. We waren een schitterend sportland en wat blijft er over? Veel talent, maar verdeeld over vijf kleine landjes.”

Kroaten hebben de techniek en Serviërs de tactiek en de discipline, zegt dr. Popovic, die zelf ooit olympisch goud won in het handbal met Joegoslavië. “De wortels van alle sport in de Balkan liggen in Kroatië. In Kroatië hadden ze steeds de beste opleiders van het hele land. De topcoaches kwamen dan vooral uit Belgrado, ook omdat het sportinstituut zich specialiseerde in trainingsleer.”

Dat alle Joegoslavische republieken uitblinken in ploegsporten, heeft verschillende oorzaken. De hang naar avontuur, de fysieke kracht, de cultus van de techniek pasten in het Joegoslavisch schoolsysteem van een halve dag school en een halve dag sport. De clubs speelden daarop in en vanaf 12 jaar werd twee keer per dag getraind. Tot de regeringen in Belgrado en Zagreb vonden dat op de moderne Europese arbeidsmarkt meer scholing nodig was en het halvedagsysteem werd afgeschaft.

Nachtenlang feesten

Dat was eind vorige eeuw en de prijs die daarvoor werd betaald, is hoog. Kleinere sporten als waterpolo en handbal blijven namens Kroatië nog wel medailles halen, maar grote sporten als basketbal, volleybal en voetbal zakten weg. De Kroatische nationale voetbalelf trapte, op een kwartfinale op het EK 2008 na, deze eeuw nog geen deuk in een pakje boter en vertrok naar dit WK als twintigste op de FIFA-ranking. Toch werd Kroatië aangezien als kleine schaduwfavoriet. Terecht, blijkt nu.

Een overwinning op het gehate Frankrijk in het ook al gehate Rusland – vergeet niet: de Balkan vergeet niet – zal tot een opstoot van nationalistische gevoelens leiden.

De hoofdstad zal nachtenlang feesten. Maar ook in Mostar, een stad in Bosnië-Herzegovina, zullen de Kroaten uit het westen feesten. De Bosniaks uit het oosten van Mostar zullen dekking zoeken. Die herinneren zich nog de zomer van 1998, toen de Kroaten na een overwinning op het WK hun automatische geweren leegschoten op het islamitische deel en een moslimvrouw aan de andere kant van de rivier Neretva onder de kogelregen stierf.

De Kroaten, met spelverdeler Luka Modric (links), stomen zich klaar voor de WK-finale van zondag. Beeld EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234