Woensdag 28/10/2020

Interview

Frank Robben, IT-baas van de contacttracing: ‘We hebben oneerlijke kritiek gekregen’

Frank Robben is sinds 1991 administrateur-generaal van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en sinds 2008 administrateur-generaal van het eHealth-platform.Beeld © Stefaan Temmerman

Een nieuwe databank moet alle kinderziektes uit het contactonderzoek halen. Frank Robben, die als grote ICT-baas van de federale overheid tijdens de coronacrisis onder vuur kwam te liggen, is de man die het project overziet. ‘Wij kunnen IT-systemen bouwen. Maar als de gezondheidsexperts twijfelen over hoe dat in elkaar moet zitten, dan schiet het niet op.’

Het is haast zoals schepen die aan de sluis moeten wachten: tot eind vorige week stroomden testgegevens niet meteen door van de laboratoria naar de databank van het nationale gezondheidsinstituut Sciensano of van Sciensano naar de callcenters met de contactonderzoekers. Door een nieuw ICT-syteem gaat alles nu in realtime. Alsof de sluispoorten altijd openstaan.

“Ik moet er geen tekening bij maken voor u: we kunnen nu veel korter op de bal spelen”, zegt Robben (59), de ICT-paus van de federale overheid, die ook aan het hoofd staat van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. “Contacttracers zullen iedereen veel sneller kunnen bereiken. Ook de status van de contacten wordt nu automatisch geüpdatet. Als een hoogrisicocontact zelf al naar de dokter is geweest en een test kreeg voorgeschreven, dan staat die informatie meteen in de databank en moet die persoon niet meer opgebeld worden.

“Verder kunnen we ook veranderingen in de teststrategie heel snel doorvoeren. Stel dat morgen beslist wordt om ook iedereen die uit een oranje zone terugkeert te testen, dan kunnen we dat in het systeem gewoon aanduiden. Vroeger moest je daarvoor een week gaan zitten programmeren.”

Gaan we mensen controleren die uit een rode zone terugkomen? Dat gebeurt vooralsnog niet.

“Voor elke Belg die een Passenger Locator Form invult, weten we of en wanneer hij of zij getest is. Wie terugkeert uit een rode zone krijgt twee sms’en: een met de vraag om de quarantaine te respecteren en zich te laten testen en een tweede met een code die nodig is om de test te laten doen. We stellen nu vast dat 70 tot 75 procent van de Vlamingen die uit een rode zone komen, zich laat testen. Dus ik begrijp eerlijk gezegd het probleem niet goed.”

Simpel: 25 tot 30 procent van de Vlamingen doet het nog niet.

“Ja, en zij tonen een totaal gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Op die manier brengen ze ook anderen in gevaar. We kiezen er nu voor om die mensen na twee dagen een herinnerings-sms te sturen. Maar op vragen of de handhaving strenger moet of mensen een boete moeten krijgen, ga ik niet antwoorden.

“Bovendien weten we van sommige buitenlanders die vanuit een rode zone naar België reizen sowieso niet of ze hier een test laten doen. We kunnen dat alleen volgen op basis van een Belgisch identificatienummer van de sociale zekerheid.”

In juli zei u dat de nieuwe databank zou toelaten om clusters op te sporen en dus na te gaan wie wie heeft besmet.

“Dat is ondertussen al in de oude databank doorgevoerd. Sinds eind juli hebben we de vragenlijsten van de contacttracers aangepast, zodat ze besmette personen en hun contacten ook kunnen vragen waar ze zijn geweest. Er wordt bovendien een casemanager opgezet om na te gaan wie met wie een hoogrisicocontact heeft gehad.

“Aan het oude systeem zijn in de tussentijd nog verbeteringen gedaan. Een maand geleden kregen we 45 à 50 procent van de testresultaten uit de labs op een uur binnen in de databank. Vorige week zaten we aan 85 à 90 procent. Soms lukte het al om vier uur na de staalafname alle contacten van een besmet persoon op te bellen.”

Binnenkort komt de corona-app eraan. Hoe speelt die in op de nieuwe databank?

“Beide zullen het contactonderzoek veel efficiënter maken. Als een besmet persoon die de app gebruikt aan een coronaspeurder zegt dat een van zijn contacten de app ook heeft, dan gaan de tracers dat contact niet meer bellen. Die tweede persoon ontvangt via zijn app een uitnodiging om zich te laten testen.

“Alleen weten wij niet wie de app gebruikt, omdat we er omwille van de privacy voor gekozen hebben die informatie niet bij te houden in een centrale databank. De enige optie die we hebben, is het te vragen aan wie besmet is.”

Die persoon moet dan zelf weten wie van zijn contacten een app heeft?

“Wel, als hij dat weet, is het nuttig om dat te zeggen. Als hij dat niet weet, worden de mensen met wie hij contact had gewoon opgebeld en wordt hen ook de vraag gesteld of ze de app hebben.”

Dat klinkt toch ingewikkeld.

“In theorie kan het simpeler, als de overheid iedereen gebiedt om de app te downloaden en controleert wie dat gedaan heeft. Maar dat is niet aanvaardbaar in onze samenleving. Nu is de app volledig anoniem en vrijwillig te gebruiken, maar we rekenen wel op de medewerking van de bevolking.

“Men is er altijd heel goed in om kritiek te geven op de contacttracing. Maar als ik vraag hoe het beter moet, komt er doorgaans geen antwoord. De landen waar het nu beter gaat, zijn landen waar mensen burgerzin aan de dag leggen. Hier zitten we soms te veel op elkaar te schieten. Dat verziekt de sfeer.”

De kritiek was dat de contactopsporing te traag verliep. Wanneer iemand zijn contacten doorgaf, duurde het soms dagen voor die gebeld werden. Dan is kritiek toch terecht?

“Er was een reden waarom de informatie eerst zo traag doorstroomde. We hadden aanvankelijk een systeem gebouwd op amper twee weken tijd, dat steunde op de bestaande IT-infrastructuur. Er zijn in België 120 ziekenhuizen met 120 labs, er zijn 150 triageposten, er zijn 10.000 huisartsen. Die hebben allemaal hun eigen software.

“Dan kun je niet op twee weken een systeem bouwen dat gegevens tussen hen allemaal in realtime doorgeeft. In de maanden april en mei waren de laboratoria overbevraagd en lagen de ziekenhuizen vol patiënten, dan moesten wij nog eens langsgaan met de vraag om hun ICT-systeem volledig om te gooien. Je moet eens bedenken hoe daarop gereageerd werd.

“Wat mij het meest ambeteert, is dat we ook kritiek hebben gekregen die oneerlijk is. Er was onder meer kritiek van viroloog Emmanuel André (voormalig interfederaal woordvoerder die zijn ontslag gaf als tracingcoördinator, YV). Met alle respect, maar toen ik aan boord werd gehesen om de databank te ontwerpen, zat hij wel de werkgroep voor die de processen moest uittekenen.

“Wij kunnen als IT’ers systemen bouwen. Maar als de gezondheidsexperts zelf twijfelen over hoe het systeem in elkaar moet zitten, dan schiet het niet op. We hadden tweeënhalve week om een systeem te bouwen en het duurde al meer dan een week voordat we bepaalde definitieve vereisten konden krijgen.”

André vond dat u te machtig werd. Hij wees ook op gevaar voor belangenvermenging: u moest het systeem voor de contacttracing ontwikkelen terwijl u lid bent van de Gegevensbeschermingsautoriteit, die op dat systeem moet toezien.

“Ik ben lid van het Kenniscentrum van de Privacycommissie. Maar als er een dossier is waar ik zelf bij betrokken ben, dan neem ik natuurlijk niet deel aan de besprekingen. Punt aan de lijn. Dat is de normale gang van zaken. Bart Preneel (cryptograaf van de KU Leuven, YV) is ook lid van het kenniscentrum en doet hetzelfde als het over de app gaat die hij mee ontwikkelt. Maar ik heb weinig zin om die discussies van een paar maanden geleden weer op te rakelen.”

Als u terugkijkt, wat had dan volgens u anders moeten gaan?

“Ik wil zelf spaarzaam zijn met kritiek. Maar als het van mij afhing, had de EU in juni een app uitgerold voor heel Europa. Het protocol daarvoor, DP3T, dat Bart Preneel mee heeft ontworpen, was er al. Dan konden we ook de contactopsporing veel beter regelen voor iedereen die naar het buitenland ging.”

De EU houdt de boot af en zegt dat gezondheidszorg een bevoegdheid is van de lidstaten.

“Ja, maar het is wel crisis. Bevoegdheden interesseren mij dan niet zo. Je moet dan echt leiderschap durven te tonen. Hetzelfde geldt trouwens voor de Wereldgezondheidsorganisatie, die al jaren Passenger Locator Forms gebruikt bij uitbraken van ebola en dergelijke. Niemand had ooit een webapplicatie gemaakt om de gegevens van zulke formulieren bij te houden. Dat is het eerste wat wij een aantal weken geleden wél hebben gedaan.

“Zulke systemen had men internationaal moeten opzetten. En dat hadden ze al moeten opstarten in februari, toen ze het coronavirus zagen aankomen. Nu zijn we in Europa 27 keer een andere corona-app aan het bouwen op basis van dezelfde technologie.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234