Donderdag 20/01/2022

'Frank Beke heeft mij geleerd moedig te zijn'

Bij de Raad van State wisten ze vorig weekend even niet wat ze hoorden toen ze in een opiniestuk voor een 'staatsgevaarlijke organisatie' werden gehouden. Vooral omdat die kritiek kwam van een van de absolute topambtenaren van federale overheid, Frank Van Massenhove. 'Ik heb een scherpe pen, ik weet het. Terwijl ik eigenlijk zo niet ben. Ik ben meer een netwerker en samenwerker dan een aanvaller.' Maar ditmaal kon hij niet anders.

Door Walter Pauli / Foto Tim Dirven

Discretie, het is nog altijd de kwaliteit van een hoge ambtenaar, een mensensoort waarvan de wetgever tot voor kort aannam dat ze geur-, smaak en kleurloos moest zijn. Ook in dat opzicht is Frank Van Massenhove (53) een ambtenaar nieuwe stijl. Vorig jaar bekogelde hij het VBO, omdat de werkgevers meenden dat het met dertigduizend ambtenaren minder ook moest kunnen. Vorige week trof zijn torpedo de Raad van State midscheeps.

Van Massenhove is voorzitter van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, voorheen het ministerie van Sociale Voorzorg. Hij is gepokt en gemazeld in socialistische kabinetten. Eerst als adviseur van Roger De Wulf en Leona Detiège, nadien als kabinetschef van de Gentse burgemeester Frank Beke, vanaf 1999 van Frank Vandenbroucke, tot hij in 2002 aan het hoofd van zijn administratie belandde. De Raad van State heeft dus een tegenstander die niet wankel te been staat.

Frank Van Massenhove: "De Raad van State verried zichzelf een beetje door zo verongelijkt te reageren op het woord 'staatsgevaarlijk' in mijn open brief. Dat was bedoeld als humor, zij het niet de fijngevoeligste. Maar humor is nog altijd niet gedefinieerd in de wet en dus onbekend bij de Raad van State. Intussen kreeg ik geen antwoord op de kern van mijn betoog, namelijk: de sanctie is niet proportioneel.

"Ik heb lang nagedacht over die brief, want ik weet wel dat ik zo vijanden maak. Wat de doorslag gaf, is de vernietiging van de benoeming van Georges Monard. Die man heeft twintig jaar lang het departement Onderwijs geleid en nadien de FOD Ambtenarenzaken. Al die tijd heeft hij ongelofelijk hard gewerkt. Mijn vrijzinnige vrienden zullen het niet leuk vinden, maar CD&V'er Monard was een weldaad voor het Vlaamse onderwijs. En vijf maanden voor zo'n man met pensioen gaat, geeft de Raad van State hem een ezelsschop en vliegt hij buiten..."

Omdat, wel erg kafkaiaans, Monard bij zijn benoeming de procedure netjes had gevolgd.

"Precies. De wet voorzag twee jury's, een Nederlandstalige en een Franstalige, om de hoge kandidaat-ambtenaren te beoordelen. Nadien zegt de Raad van State: dat kan niet, want per definitie hebben die twee jury's op twee manieren de kandidaten beoordeeld en dat mag niet. Ze hebben gelijk. Maar die kandidaten kunnen daar toch niets aan doen? Zij volgden enkel de voorgeschreven procedure. Die procedure níét volgen, kon trouwens niet.

"En nu vliegt Monard, na een verbluffende carrière, eruit om iets waaraan hij geen enkele schuld heeft. Ik ben nu 53 jaar oud. Als ik binnen twaalf jaar met pensioen ga, en ik zal het evengoed gedaan hebben als Georges, dan zal ik kunnen zeggen: 'Ik ben geslaagd in mijn leven.' En met zo iemand wordt de vloer aangeveegd. Ja, dan ben ik weer nog de socialist uit mijn jonge dagen. Dan word ik woest.

"Bovendien had de Raad van State weer vijf jaar voor hij tot een uitspraak kwam. Ik begrijp dat niet. En die hele periode lang staat een aantal administraties onder leiding van personen waarvan iedereen weet dat ze straks buiten gebonjourd worden. Natuurlijk hebben die topambtenaren dan geen gezag. Dus hun administraties werken niet voluit en de burger wordt slechter gediend. Voor de Raad van State is dat allemaal niet belangrijk. Het enige wat telt, is dat er twéé jury's waren. Dat wettigt de gijzeling van een deel van de overheid, vijf jaar lang."

De twee topmannen van de FOD Financiën wacht ook het kapmes. Precies hun overheidsdienst kreeg de jongste jaren bakken kritiek: de inning van de belastingen is een ramp.

"Ik ben altijd terughoudend over het beoordelen van collega's. Maar dat de nummers één en twee van de FOD Financiën al drie en een half jaar weten dat er een moment zal komen dat de Raad van State hen buiten zal werken heeft zéker niet geholpen om de crisis op hun departement op te lossen. Ze hebben sowieso een moeilijk directiecomité, ze leiden een van de grootste administraties van het land, met 30.000 ambtenaren. Zelfs voor een verschrikkelijk goede crisismanager is het ongelofelijk moeilijk om die administratie recht te trekken. Laat staan voor een leidend duo dat jarenlang aangeschoten wild is.

"Mensen verstaan te weinig dat je in zo'n situatie geen gezag hebt. Tony Blair zegt nu dat hij destijds dom was om zijn vertrek aan te kondigen. Luc Van den Bossche is iets soortgelijks overkomen. Die kondigde lang vooraf aan dat hij geen minister meer zou zijn. Hij zal het wel tegenspreken, maar die laatste negen maanden kreeg Van den Bossche er niets meer door in de regering. Zo is dat: als je weggaat, heb je geen gezag.

"En dat straalt af op de hele overheid. In de socialezekerheidssector wordt schitterend werk geleverd: al die pensioenen die tijdig worden uitbetaald, het kindergeld, de wachtrijen voor gehandicapten die verdwenen zijn... Dat alles krijgt geen aandacht, want het enige wat de pers haalt, is: 'Financiën werkt slecht'."

Waarom kiest een intelligente man die graag hard werkt eigenlijk voor de ambtenarij?

"Ik ben ambtenaar sinds ik in 1977 in het kader van het 'Plan Spitaels' aangenomen werd bij Tewerkstelling en Arbeid. Men kan zich vandaag niet meer inbeelden hoe erg het toen was. Op 11 juli 1977 studeerde ik af in de rechten te Gent. Op 11 december van dat jaar had ik werk, als eerste van mijn jaar - nogmaals: rechten. Niemand van mijn vrienden had een job, op een paar stagiair-advocaten na. Maar die verdienden niets.

"Nadien heb ik mijn parcours afgelegd. Ik werkte voor de federale overheid tot 1989. Ik keerde er in 2002 terug, in mijn huidige functie. Het was gruwelijk: tussen 1977 en 2002 was er niets veranderd. Niets! Toch wel: er stonden computers.

"Op mijn eerste werkdag stelde ik mijn personeelsdirecteur drie vragen. Hoeveel ambtenaren zijn er hier? Hoeveel kredieten zijn er om hen te betalen? Is dat voldoende? Hij antwoordde me: 'Monsieur Van Massenhove, je ne sais pas. Mais c'est pas si important: ils sont toujours payés.' Zo'n administratie hadden we. Er moest dus vernieuwing komen, of dat nu Copernicus was of iets anders.

"Er is gelukkig veel veranderd. In de eerste plaats: de cultuur aan de top. Alle leidende ambtenaren weten nu: 'We moeten echt wel beter werken.' Vroeger had iedereen zijn boîte en dat was het. Vandaag werken we samen met de privacycommissie, het Rijksregister, de Regie der Gebouwen. Dat was ooit anders. De helft van mijn ambtenaren werkt hier, in een nieuw kantoorgebouw aan het Zuidstation. De andere helft in hartje Brussel, het zogenaamde 'Centrum 58'. Dat is een echte schande. Het is een deel van 'Parking 58', een parking die Charly De Pauw heeft gebouwd voor de Expo. Ze hebben ooit een deel van die parking afgezet met wanden en dat zijn onze 'kantoren'. Al in 1977 zei de brandweer dat het niet brandveilig was. Maar de Regie der Gebouwen deed er niets aan.

"Nu is de Regie klantvriendelijk. Ik heb trouwens een groot plan. Mijn administratie verhuist naar een vroegere Financietoren. Als allereerste administratie kiezen we voor 'dynamic office'."

Dat klinkt als dure peptalk.

"Fout. Het is een revolutie. En duur is het allerminst. Ik geef mijn eigen kantoor op. Ik ga gewoon tussen mijn ambtenaren werken. Wat u hier ziet, is het klassieke model van de overheid: lange gangen, kleine kantoortjes. Mensen van een lager niveau zitten met vier of vijf samen. Wie promoveert, krijgt een bureautje. Bij een nieuwe promotie volgt een tapijtje. Enzovoort. Dat heeft alleen met hiërarchie te maken, niet met goed werken. Hiërarchie interesseert me niet, het werk wel.

"In een dynamic office stel je de vraag naar de activiteiten van je mensen. Wat doen ze en waarvoor hebben ze een kantoor nodig? Je hebt plaatsen waar je je moet kunnen concentreren, waar je op tempo aan nota's moet kunnen werken, waar je klanten kunt ontvangen. Ze noemen dat 'lounges' en 'cockpits' en andere modewoorden.

"Ik heb mijn eigen tijdsgebruik geanalyseerd. Tien procent van mijn tijd besteed ik aan nadenken en plannen, de helft aan vergaderen, enzovoort. In mijn eigen kantoor - het grootste, zoals dat zogezegd hoort - ben ik amper 7 procent van mijn tijd. Dat is toch verspilling? Dan hoef ik toch geen eigen bureau. Het is toch niet omdat ik voorzitter ben dat ik zoveel belangrijker ben dan een ambtenaar die dossiers opvolgt van gehandicapten? Het enige waarin mijn werk als nummer één verschilt met dat van een gewone ambtenaar is mijn hiërarchische positie. Hoe kan ik bewijzen dat ik een goede topambtenaar ben? Toch doordat ik mijn doelstellingen bereik? Maar toch niet door een chic bureau? Toch niet door mij af te zonderen?"

U zult toch wel af en toe een vertrouwelijk gesprek hebben?

"Dan zal ik, net als mijn ambtenaren, naar die 'cockpit' gaan. Die heeft glazen wanden. Mijn mensen mogen zien waarmee ik bezig ben. Bazen die zich wegstoppen, zijn de slechtste bedrijfsleiders die je kunt dromen. Je moet durven buitenkomen en zeggen: 'Ik heb dit of dat gedaan.' Ook tegen een bode of een kuisvrouw. Je werkt allemaal aan één zaak, of je nu bode bent of opsteller.

"(op dreef) En het is goedkoop. Ik heb straks maar 70 procent van de oppervlakte van vandaag nodig. Dus we zijn naar Begroting gestapt: 'We gaan zoveel besparen. Mogen we dan met een deel van dat geld onze kantoren mooier inrichten?' Het mocht.

"Het allerbelangrijkste is: ik wil mijn ambtenaren niet als kleuters behandelen. Straks in de Financietoren geen prikklok voor mijn mensen. Wat is een prikklok? Je controleert of ze er zijn, niet of ze werken. Terwijl ik de voorbije twee jaar voor al mijn diensten en mijn mensen doelstellingen heb uitgeschreven in een strategisch plan. Daar zal ik hen op afrekenen: op wat ze doen. Ik wil die steriele controle weg en gewoon vertrouwen hebben in mijn mensen. Als ik nu door de gangen wandel, en twee mensen staan met elkaar te praten, dan stuiven ze weg. Ze hebben niet graag dat hun baas ziet dat ze níét aan het werk zijn. Maar als we niet meer hun tijd controleren, maar hun doelstelling, dan mogen ze praten met elkaar.

"Ik weet dat het zeer ambitieus is. Dit is een proefproject, dus ik weet dat mijn administratie alle mogelijk kinderziektes zal uitzweten die er kunnen zijn.

"Ja, ik riskeer op mijn gezicht te gaan. Maar we zetten door, deze jongen voorop. Stel dat ik zou zeggen: iedereen moet naar de cockpit, uitgenomen wij van het directiecomité. Dan mislukt mijn plan natuurlijk. Want als we onze ambtenaren proberen te overtuigen dat dit de beste manier is om te werken, dan geldt dat voor iedereen. Dus ik ga als eerste. Al mijn ambtenaren weten dat: Van Massenhove gelooft erin."

Elke ambtenaar persoonlijk verantwoordelijk maken: dat is een cultuurschok. Traditioneel dekken ambtenaren zich voortdurend in. Zo werd het hen trouwens aangeleerd.

"Toen ik hier pas zat, kreeg ik pakken 'signataires', mappen met formulieren om te tekenen. Ik zie dat op een nota die me voorgelegd wordt veertien handtekeningen staan. Véértien! Voor een heel gewone nota. Ik heb die veertien mensen bij mij gevraagd, tegelijk. Ze zaten samen op de gang, op veertien stoelen. Ik heb ze in omgekeerde volgorde binnen geroepen, en allen dezelfde vraag gesteld: 'Dit is je handtekening. Zeg eens wat jouw meerwaarde was voor dit dossier.' Ze deden dat namelijk al jaren zo. Dertien hebben gezegd: 'Ik ben de baas van de baas van... Natuurlijk teken ik, want ik moet zeker zijn dat er geen fouten gemaakt worden.' Die veranderden nooit iets, die dekten zich enkel in. En zo verloren ze ongelofelijk veel tijd.

"We hebben toen beslist: wie een nota maakt, laat die lezen door zijn rechtstreekse baas. Die beslist of het goed is en dan gaat die nota door. En op vastgestelde tijden rapporteert die baas: hoeveel vragen er gesteld zijn, of de minister al dan niet tijdig antwoordde, of de antwoorden juist waren, enzovoort."

Luc Van den Bossche vertelde ooit dat hij een ambtenaar een mail stuurde. Tien dagen later ontvangt hij van het hoofd van die ambtenarij een geschreven brief: dat de mail goed is ontvangen.

"Het wordt vaak onderschat, maar uiteindelijk is technologie de grote drive van administratieve vernieuwing. Vroeger had je hier zo'n berg papier en volgde de ambtenaar het dossier. Nu volgt het dossier de ambtenaar. Dat kan, want het is gedigitaliseerd. Een ambtenaar is niet meer afhankelijk van zijn papieren. Weet je dat alle instellingen van de sociale zekerheid samen vandaag een van de beste administraties ter wereld vormen? Wij moeten niet veel onderdoen voor de Scandinaven. Niemand ter wereld heeft een kruispuntbank. Dat is geniaal: als je van werk verandert, moet je de overheid één keer inlichten. In álle andere landen zeulen de mensen met tientallen formulieren. In België winnen we twee tot drie maanden om iemand te erkennen als gehandicapte en zijn inkomen te garanderen. En dat zijn niet de rijkste mensen van dit land.

"In feite wordt dit land, zeker sinds Zwarte Zondag, ongelofelijk goed bestuurd. Ook onze steden, trouwens. Maar dat ziet de burger pas als alle delen van de overheid meedoen, ook de Raad van State. Ook zij moeten zich verantwoorden tegenover de burger.

"Ik ben ambtenaar, omdat ik er trots op ben aan een betere dienstverlening voor de burger te kunnen werken. Dat is toch een van de mooiste beroepen die er bestaan: mensen helpen in het opnemen van hun rechten? Ik zie dat trouwens bij veel mensen hier. Mijn directeur-generaal Tom Auwels is een toptalent. Die heeft in één jaar tijd de volledige achterstand in de gehandicaptensector weggewerkt: il faut le faire. Maar die man denkt er eigenlijk niet aan om niet in de sociale zekerheid te werken.

"Dat is ook de grote les die Frank Beke me heeft geleerd: alles wat je doet, moet waardengedreven zijn. Wel, ik vind werken voor de publieke sector een hogere waarde. En zijn tweede les: je moet moedig zijn. Daar raak je het verst mee vooruit. Dat waren ook de mooiste complimentjes na mijn vrije tribune: 'Wij vonden allang wat jij schreef, maar we hadden de moed niet om het te zeggen.' En Frank Vandenbroucke, nog een man die erg waardengedreven is, voegde daaraan toe: altijd de waarheid spreken. Ik heb mijn directiecomité gezegd: 'Wij liegen nooit tegen Begroting'. Dat is een cultuurschok. De federale begroting is namelijk een aanwasbegroting: je houdt wat je hebt, want anders pakt Begroting het toch af."

Het zeemachtmodel.

"Juist. Wat je gekregen hebt, gaat dikwijls terug op wat twintig jaar geleden beslist is. Zo ontdekte ik een aanvraag voor onderhoudsproducten voor exotische meubelen. Vroeger moet er een directeur-generaal geweest zijn met een apart bureau, die daarvoor speciale olie nodig had. En elk jaar opnieuw stond die olie dus weer in de begrotingsopmaak. Omdat dit departement het geld anders kwijt was, maar ook om niet echt te hoeven kijken waaraan we ons geld besteedden. Dat doen we nu wel.

"Men zei dat allemaal niet aan Begroting. En vroeger pakte Begroting ook alles af als ze ergens een 'fout' vonden. Begrijpelijk, in zo'n systeem. Wij zijn naar Begroting gestapt met onze overschotten en hebben gezegd: 'Wij hebben dat geld eigenlijk niet meer nodig, maar we willen het anders spenderen: aan dit en dat. En: we zullen geen frank bijvragen. In al die jaren dat ik hier zit, heb ik geen euro extra gevraagd. Behalve als het niet anders kon. Bij veel KB's van Demotte stapt men systematisch naar de Raad van State. Telkens moeten wij ook advocaten aanstellen en dat loopt natuurlijk spectaculair op."

Jarenlang had elke ambtenaar zijn partijkaart. Hebt u uzelf ooit 'ingekocht'?

"Toen ik in 1977 ambtenaar werd, was ik geen lid van de BSP: dat was voor mij een rechtse partij. Ik kwam uit de Gentse Wetswinkel, samen met Johan Vande Lanotte, Koen Raes, Willem De Beuckelaere (hoofd van de privacycommissie, WP), allemaal linkse mensen die van de serieuze rechtenstudenten te horen kregen: 'Jullie zijn je carrière aan het vergooien.' (grijnst)

"Ik was wel bij het ABVV: om een werkloosheidsuitkering te krijgen. Ik had het geluk dat de RVA toen een serieuze selectie deed, mét examen. Ik kon beginnen, zonder partijkaart. Op mijn eerste werkdag kreeg ik te horen: 'U kunt beter een partijkaart aanschaffen, want u zit hier dankzij uw partij.' Dat verstond ik niet, want ik zat er toch omdat ik voor mijn examen geslaagd was? Achteraf heb ik gehoord dat de RVA aan de 'partij van het ABVV', dus de BSP, gevraagd heeft om mijnheer Van Massenhove aan te duiden. Daarvoor ging men toen aankloppen bij de Gentse big boss, Gilbert Temmerman. Het moet gezegd, Temmerman heeft mij nooit bij zich geroepen. Hij vroeg enkel: 'Is het de hoogst geplaatste ABVV'er?' Dan zal hij wel de bekwaamste zijn.' Verder heeft hij me ook geen brief geschreven: 'Dankzij mijn tussenkomst et cetera, et cetera.' Voor 1977 was dat al een redelijk moderne houding.

"Ik ben later wel SP'er geworden, door het verzet tegen de kruisraketten onder Karel Van Miert. Toen zag ik voor het eerst Louis Tobback en merkte ik dat er ook serieuze socialisten waren.

"Ik was toen écht links hoor. Ik zag er ook zo uit: ik had haar tot aan mijn kont en een baard tot halfweg mijn borst. En een donkere zonnebril, natuurlijk."

Een lookalike van Charles Manson, quoi.

"En met dat uitzicht kwam ik terecht bij de dienst Tewerkstellingsprojecten. In Oost-Vlaanderen noemden de bedrijfsleiders mij 'Het Haar'. Maar ze moesten vriendelijk zijn tegen mij, want ik moest hun projecten goedkeuren. (grijnst) En als je je job goed doet, gaan mensen wel normaler reageren. Dat haar kwam er trouwens door mijn passie voor muziek. Dat is eigenlijk de kern van mijn leven. Toen mijn verhuizers onlangs wilden inpakken schrokken ze nogal. Ik heb vierduizend singeltjes en evenveel cd's. Op mijn computer staat er 135 dagen muziek.

"Muziek is mijn leven. Ik ben namelijk geboren in Zerkegem, the middle of nowhere in West-Vlaanderen. Je moet maar eens in de jaren zestig opgroeien in zo'n negorij. Voor mijn tiende verjaardag kreeg ik een transistorradiootje en daaruit klonken de piratenzenders. Dat was muziek van een andere wereld. Toen ik twaalf was, wist ik: 'Ik moet hier weg.'"

Zoals Lou Reed en John Cale in 'Songs for Drella': 'There's one good thing about a small town: you've gotta leave.'

"Een prachtig nummer! Muziek heeft toen mijn leven geopend. Ik móést naar Gent verhuizen. De eerste dag dat ik daar aankwam, wist ik: 'Ik ben gearriveerd.' Ik had een baard en lang haar en de mensen zeiden toch goedendag. In West-Vlaanderen moest ik soms lopen voor mijn leven. In het beste geval riepen ze: 'Jesus Christ Superstar'.

"En dan kom je in Gent, de tolerantste stad van het land. Welke stad aanvaardt een West-Vlaming als kabinetschef van de burgemeester? Ik ben in de loop der jaren een behoorlijk chauvinistische Gentenaar geworden.

"Maar ik heb kort na mijn intrede in de ambtenarij toch mijn lang haar verloren. Ik was ineens zot van punk en ging naar het optreden van Madness. In het voorprogramma kon je je haar laten doen op het podium. Haard en baard gingen eraf en ik had meteen een kuifkopje zoals Madness. Later werd dat korter en gekleurd: de ene kant purper, de andere groen. En nu al een paar jaar niets meer, zoals u ziet. (grijns) Toch iets aan mij dat strikt neutraal is.

"Ik ben wie ik ben. Maar als baas van deze FOD let ik, en heel mijn directiecomité, er sterk op dat ik al mijn ministers even goed dien. Ik heb er zes. Wij werken even hard voor iedereen. Je zult geen zweem van kleur in een dossier vinden. Ons directiecomité is gedreven. Niet door ideologie, maar door waarden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234