Zaterdag 25/09/2021

Frank Beke, burgemeester van Gent

'Luc Van den Bossche is de man die mij in de politiek heeft gebracht. Hij deed dat op zijn manier: 'Ga je nu een mandaat opnemen, of ga je het onnozelaarke blijven uithangen?'''U mag het weten: als burgemeester verdien ik ongeveer 175.000 frank netto per maand - en wij hebben dan nog zware afdrachten bij de SP.A, 40.000 frank per maand. Wie daar niet mee kan leven, heeft een probleem''Je moet goed nadenken voor je van alles verandert aan de sociale huisvesting. Er moet een middenklasse blijven wonen. En er zijn grenzen aan de sociale mix'

'Misschien stoefen we te weinig'

Bedaard, bedeesd zelfs, is hij als politicus. Als je hem afmeet aan de normen van de quotes- en looks-maatschappij, tenminste. Maar des te trefzekerder en zonder tierlantijntjes bestuurt hij zijn stad. Vriend en vijand erkennen dat Gent tijdens zijn straks twaalfjarige bewind ten goede veranderd is. Almaar vaker wordt hij als model geciteerd in de strijd tegen verzuring. Frank Beke wordt een hype. Hij kucht en glimlacht ongemakkelijk. Het is een rol die hem niet echt ligt en die hem in elk geval niet zal veranderen. "Wij stoefen niet graag", zegt hij. "Misschien doen we het te weinig. Wist u dat het Gentse sociaal-economische overlegmodel is geëxporteerd naar Zuid-Amerika? Nee? We leggen het wellicht iets te weinig uit. Ik hou niet zo van politiek waarbij ideeën al gespuid worden nog voor ze werkelijkheid geworden zijn. Maar als het werkt, zouden we het misschien ook beter moeten verkopen.

"Ik ben zelf een geboren en getogen Gentenaar. Ik hou van deze stad. Vroeger was Gent een vale, wat grijze fabrieksstad. Vaal, ook in zijn mentaliteit. Nu is Gent veel kleurrijker. Misschien nog niet in zijn architectuur, maar vooral in zijn mentaliteit. En ik denk dat we daar wel met het stadsbestuur aan hebben gewerkt, ja.

"Het zou van grote hovaardigheid getuigen om alle pluimen op de hoed te steken van het schepencollege, laat staan van zijn burgemeester alleen. De cultuursector heeft op eigen kracht geweldig werk verricht. Je kunt hen vanuit de stad wel ondersteunen, maar zij moeten het doen. Het was niet onze verdienste dat een jonge, enthousiaste ploeg van Vooruit een leuk en creatief kunstencentrum heeft gemaakt. Of dat Jan Hoet zo heeft gevochten voor zijn S.M.A.K. Of dat onze universiteit veel dynamischer werd, onder impuls van belangrijke rectoren als Leon De Meyer. En vergeet gouverneur Herman Balthazar niet. Zij allemaal hebben eraan gewerkt dat Gent een andere soort stad is geworden.

"Dat we hier al voor de derde keer op rij een paars beleid hebben, heeft zeker een rol gespeeld. Op het vlak van cultuur, onderwijs, sociale zaken, leefmilieu, mobiliteit en stadsrenovatie zijn hier beslissingen genomen die voordien niet mogelijk waren. We hebben de stadsfinanciën gesaneerd, maar tegelijk maakten we ruimte voor extra investeringen. Dat moest wel, want de negentiende-eeuwse gordel was bijzonder verpauperd."

U looft paars. Sinds veertien dagen is dat nochtans oudmodisch.

"Paars staat voor mij voor keuzes maken. Met de CVP werd altijd de kerk in het midden gehouden. Iedereen dacht dat liberalen en socialisten elkaars tegenpolen waren, maar we hebben goede afspraken gemaakt en zijn erin geslaagd orde op zaken te stellen. Dat kon alleen omdat de twee partners vertrouwen hebben in elkaar. Ik zie Sas Van Rouveroij niet veel, maar we hebben aan een paar woorden voldoende om te weten wat de ander denkt. We zitten heel vaak op dezelfde lijn, zelfs in die mate dat men ons een 'tandem' heeft genoemd. En vervolgens, binnen het kader van die duidelijke afspraken, moet iedereen zijn ding mogen doen en vangen we elkaar vooral geen vliegen af."

Wat staat u bijvoorbeeld de liberalen toe?

"Ik denk niet in termen van roden of blauwen. Het gaat om de schepenen. Binnen het kader van een bestuursakkoord laat ik de schepenen hun eigen accenten leggen. Daarbij let ik op dat ze elkaar geen spaak in de wielen steken, want dan stokt het tempo van de hele wagen.

"Ik geloof dus niet in de opendebatcultuur. De eerste periode van paars hebben ze het nog een beetje kunnen verdoezelen, maar het voorbije jaar heeft duidelijk gemaakt dat de opendebatcultuur leidt tot een beeld van een stelletje ruziemakers die het nooit eens raken. Dat moet je echt niet doen. Je moet open kunnen debatteren in een college. Om dat goed te doen, steek ik veel tijd in de dossiers van mijn schepenen. Dan weet ik wanneer het gevaar dreigt dat de consensus verbroken kan worden. Maar binnen die consensus laat ik anderen de ruimte."

Dat is toch een paradox. Gent krijgt nu overal complimenten vanwege zijn goede contacten met de burgers, maar u houdt u ver weg van de opendebatcultuur. Er zijn dus zaken die u niet communiceert?

"Als we tot een compromis komen, moet iedereen dat naar buiten verdedigen. Dat is toch evident? We maken voortdurend akkoorden, en iedereen moet zich van tijd tot tijd schikken naar een afspraak die hem niet helemaal zint. Maar dan moet je daarom toch niet gaan zaniken?

"Je moet consequent durven te zijn, en eerlijk. Ik heb het zeer moeilijk met mensen die mij brieven schrijven: 'Je hebt mij geen gelijk gegeven, dus je zult het wel zien met de verkiezingen'. Ik wil best luisteren naar mensen, ook nadat ik al een beslissing heb genomen. Meestal gaat dat om kleine dingen, zoals een verkeersbord of een parkeerplaats voor gehandicapten. Soms zeggen mensen mij: 'U volgde gewoon de argumentatie van de politie, maar die is fout, daarom en daarom'. Als dat zinvol klinkt, wil ik het best nog eens laten onderzoeken. Maar meestal is de redenering van mijn politie en mijn ambtenaren logisch, en dan steun ik hen. Ik geef de klagers niet zomaar gelijk. Hoe zou ik anders een stad moeten besturen?"

Luisteren naar de burgers, maar altijd respect eisen voor het gezag: die combinatie draagt u wel uit.

"Dat is zo. Ik ben een law-abiding citizen, net als Louis Tobback. Maar ik kom toch graag onder het volk."

Maar net zoals niet veel Leuvenaars Louis Tobback op straat zullen toeroepen met: 'Hé, Lowieke', zo zullen de Gentenaars ook niet van 'Frankske' spreken. U straalt enige voornaamheid uit.

"U vergist zich, want dat wisselt. Normaal gezien houden de mensen enige afstand. Maar soms vliegen ze mij om de nek, kussen ze mij en zo. Vooral op kermissen overkomt me dat.

"Het zal met mijn karakter te maken hebben, met mijn fysieke verschijning, mijn houding. Goed, ik ben een beetje afstandelijk, maar mijn grote voordeel is dat ik het Gentse dialect zeer vlot spreek. Dat maakt het contact met veel mensen gemakkelijker.

"Ik heb geen probleem om 'volks' te zijn. Ik kom uit een heel gewone familie. Mijn ouders zijn nog opgegroeid in regelrechte armoede. De moeder van mijn moeder werd weduwe toen haar twee kinderen elf en zeven waren. Kantklossen was het enige wat zij kon. Die hadden niets. Mijn vader was de jongste uit een arbeidersgezin, en hij was de enige die mocht studeren. Zijn apothekersstudie werd betaald door zijn broers en zussen. Als zijn jas stuk was, werd die binnenstebuiten gedraaid, en zo mocht hij naar school. Toen hij met mijn moeder trouwde, in 1946, was ik al onderweg. Ze konden zich niets meer veroorloven dan twee kleine kamertjes. Een ijzeren bed, een tafel, twee stoelen. En de wieg onder de dakpannen. Mijn vader is apotheker geworden, en in de jaren zestig heeft hij goede zaken gedaan, zoals alle apothekers toen. Maar ondanks die welvaart is hij zijn socialistische overtuiging nooit verloren."

Té volks is nochtans ook het ding niet van het Gentse college. Schepen Daniel Termont wil het Lied van de Gentse Feesten, op tekst van Kamagurka, niet meezingen, wegens te platvloers.

"Dat lied is een domheid. De melodie van Peter Vermeersch is leuk, maar de tekst kan niet door de beugel (Met aardigheidjes als 'Mijn pijpen zijn gekrompen van te zeiken in mijn broek. 'k Sta te spuwen op de hoek in de baxter van Jan Hoet', FR/WP). Mensen die op een progressieve manier met cultuur bezig zijn, moeten zich toch eens afvragen of het nodig is de goegemeente te choqueren. Ik heb brieven gekregen - en echt niet van Vlaams Blok-kiezers - die mij dan schrijven: 'Burgervader, hoe kun je dit eigenlijk toestaan?'. Maar God, dit Gentse Feesten-lied is ook geen rel waard. Ineens halen wij de nationale pers, tot de tv toe."

Is het moeilijk, tegelijk een volks én een degelijk politicus te zijn?

"Je moet gewoon jezelf zijn. Dat afstandelijke zit in mij. Er zijn mensen die vinden dat ik het 'hoog in de bol' heb. Wat mij vooral helpt, is de schaal van de stad. Gent telt 230.000 inwoners. Dat is groot genoeg om van alles mogelijk te maken, maar het blijft overzichtelijk. Ik kan dicht bij de mensen zijn, maar ik mag mij van tijd ook terugtrekken. Yves Desmet schreef dat ik minister-president zou moeten worden. Dat zou voor iemand met mijn karakter niet goed zijn."

U hebt wel erg bewust gekozen voor Gent. U toonde geen nationale ambitie, u ging niet in op aanbiedingen om hoger te mikken.

"Dat is geen bewuste keuze geweest, het is er een geworden. De omstandigheden hebben mij geholpen. Luc Van den Bossche was onze volksvertegenwoordiger en minister, en ik had geen ambitie om met hem te wedijveren. Hij is trouwens de man die mij in de politiek heeft gebracht. Luc deed dat op zijn manier: 'Ga je nu een mandaat opnemen, of ga je het onnozelaarke blijven uithangen?' (lacht) Er was dus een spontane taakverdeling. Hij Brussel, ik Gent."

Vandaag doen veel burgemeesters en schepen van grote steden alsof het een zegen voor hun stad is als ze zitting hebben in het parlement.

(gedecideerd) "Ik ben een absolute tegenstander van cumul, ook vandaag nog. Ik heb voor mezelf die absolute grens getrokken, en het spijt me niet. Al weet ik wel dat je in Brussel dichter bij de macht zit. Ik moet mij opdringen, of mij laten uitnodigen."

Men suggereert soms dat het nodig is om ook in het parlement te zetelen om het inkomen van een klassepoliticus 'op niveau' te krijgen.

"Met politiek word je niet rijk. Maar als burgemeester ben ik tevreden met mijn inkomen, al moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat ik ook twee mandaten heb binnen Dexia. U mag het weten: als burgemeester verdien ik ongeveer 175.000 frank netto per maand, en daarvan gaan nog zware afdrachten voor de partij af, 40.000 frank per maand. Wie daar niet mee kan leven, heeft een probleem."

De helft van het schepencollege van Antwerpen is ook parlementslid.

"Ik weet niet hoe ze het in Antwerpen geklaard krijgen. Wij hebben er maar één, Geert Versnick. Ik vind het een goede zaak dat er op Geert na geen parlementsleden zijn in onze ploeg. Ik zou niet weten hoe we anders ons werk gedaan zouden krijgen. Bij ons is het al niet gemakkelijk om met zijn agenda rekening te houden. Daarom hebben we onze collegevergadering over twee dagen moeten verspreiden. En we doen dat, omdat we belang hechten aan het consensusmodel in ons college. Het lijkt mij dus cruciaal om je volledig aan je stad te kunnen wijden.

"Hoe doen ze dat eigenlijk? Ik ben zes jaar schepen geweest, was bevoegd voor Openbare Werken, Stedenbouw, Ruimtelijke Ordening, Landbouw en Mobiliteit. Hoe zou ik daar nog iets anders bij hebben kunnen nemen?"

Het is ook niet goed voor het 'nationale' niveau. Patrick Janssens trok op 13 juni de Antwerpse lijst, maar hij voerde weinig campagne, zei hij zelf, omdat hij zijn schepencollege niet uit elkaar wilde spelen. Een nobele motivatie, maar daardoor voerde de SP.A wel een campagne zonder lijsttrekker. Het resultaat is er ook naar.

"Ik geef geen commentaar op Antwerpen, maar ik zeg wel dat ik de Gentse taakverdeling prima vind. Vroeger Luc, nu Freya Van den Bossche: zij Brussel, ik Gent. Natuurlijk steun ik altijd ten volle de partij bij Vlaamse of federale verkiezingen. Maar zelfs dat is niet vanzelfsprekend. In 1999 stond ik voor de Vlaamse Raad als lijstduwer bij de opvolgers. Dat is faliekant afgelopen: amper 1.500 stemmen! Ik was er een paar weken behoorlijk neerslachtig van, het zag er niet goed uit voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2000. Maar dat was verkeerd gedacht, want toen behaalde ik wel stemmen. De les is dat Gentenaren niet aanvaarden dat ik op een lijst sta voor het parlement, zonder de bedoeling om er ooit zitting te hebben. Van mij aanvaardt de Gentenaar niet dat ik hem zo misleid."

Er wordt de laatste jaren, ook of zelfs vooral in uw partij, bijzonder veel aan politieke jobhopping gedaan. Politici verhuizen om de haverklap van het ene politieke niveau naar het andere. Of ze worden al weggeplukt als ze nog maar goed en wel begonnen zijn. Zoals Freya Van den Bossche, uw oud-kabinetsmedewerker, later schepen, nu minister.

"Ik vind dat nerveuze heen-en-weer-geschuif ook niet goed, maar Freya Van den Bossche is wel een natuurtalent. Ik voorspel dat ze een heel grote dame zal worden in de politiek, als ze zichzelf in de hand kan houden. Op dit moment slaagt ze daar erg goed in.

"Misschien is het ook symptomatisch hoe de media omgaan met de politiek, én de politiek met de media, natuurlijk. Wat men sexy en catchy acht, komt snel in het nieuws. Dat is niet alleen jullie fout: politici kennen het spelletje evenzeer. Zij weten goed hoe ze in het nieuws kunnen komen en lanceren daarom graag zelf sexy voorstellen, vaak veel te vlug. Zelfs ik weet het niet meer altijd. Is dit nu beslist? Moet dat nog voor de ministerraad komen? Of blijft het bij een ideetje van de minister? Op de duur weet je het niet meer. Hoe zou je dan willen dat de burger het nog weet?

"Het is dubbel. Het is niet goed dat de marketingtechnieken zo'n invloed hebben gekregen op de politiek. Maar zonder die technieken werkt het ook niet meer. Ik heb nog verkiezingsmeetings gezien met een politicus bovenop een omgekeerde bierkrat, en daar kwam volk op af. Die tijden zijn voorbij."

Klopt dat wel? Het Vlaams Blok wint verkiezing na verkiezing. Vraag politologen hoe dat komt, en ze antwoorden: omdat het Blok aanwezig is in de wijken. Wat belet de andere partijen om dat ook te doen?

"Hier in Gent ben ik ervan overtuigd dat het Vlaams Blok allang niet meer alleen in de volkswijken scoort. Integendeel, in die buurten verliezen we wellicht geen terrein meer aan het Vlaams Blok. Maar zij krijgen steun waar je het absoluut niet vermoedt. Een paar maanden terug kruis ik in de Veldstraat een bejaard echtpaar. Een burgermannetje en -vrouwtje, allebei piekfijn in de kleren, en ze spreken Frans tegen elkaar. Hij ziet me, en zegt heel luid: 'Voici notre bourgmestre. Cet homme sympathique là. Ce gauchiste-là.' Ik kijk op, en hij zegt tegen mij: "Ik, ik ben Vlaamse Blok!". (lacht) Dus zelfs in die kringen hebben ze hun aanhang. Maar bij de gewone man kunnen wij ons opnieuw tonen."

Maar stemmen terugwinnen lukt nog niet?

"Niet echt, maar ik zie toch mooie dingen. Het zijn anekdotes, niet goed om grote lessen uit te trekken, maar ze geven mij wel moed. Vlak voor de verkiezingen wandelen we met een aantal mandatarissen door De Muide. Er komt een man buiten... (aarzelt, en formuleert dan beschaafd) van wie je, afgaand op zijn uiterlijk, zou kunnen denken dat hij niet meteen tot de hoogste sociale klassen behoort. Die begint daar te schelden op de lokale mandatarissen van de VLD. Ik dacht: "Nu kijkt hij naar ons, nu krijgen ook wij de laag." Maar neen. Hij zegt tegen Mia De Vits, die bij mij was: "Miaaken maasken, veur de werkmensen is er maar één partij die goed is". Dan denk ik: hun opgang is afgeblokt.

"Maar je moet wel naar die mensen toegaan. Je moet vooral dúrven. Het is soms verschrikkelijk onaangenaam, de sfeer kan te snijden zijn, maar het moet. Onlangs was ik in de Bevrijdingslaan, weer aan de Brugse Poort, en ik loop een café voorbij. Ineens hoor ik vanuit de deur: 'Bij de Turken kan hij wel binnengaan, maar hier niet'. Wel, dan moet je zéker binnengaan. Ik heb de man die mij nariep uiteraard niet kunnen overtuigen. Maar je moet op hem afstappen. Niet binnengaan zou van lafheid getuigen. Er zitten daar nog andere mensen in dat café, en die zouden je het misschien kwalijk nemen als je jezelf niet zou verdedigen. "Je leert er echt veel. Neem sociale huisvesting. Ja, ik deel het idee van Stevaert dat een eigen woning een soort pensioenverzekering is. Dat is waar. Maar we kunnen hoe dan ook niet zonder sociale woningen, gezien de marktprijzen. In sommige sociale woningen, aan het Rabot bijvoorbeeld, is het goed wonen. Aan de buitenkant lijkt het misschien niet zo mooi, maar binnen is het heel aardig en keurig. De oude bewoners zijn er tevreden en willen er blijven. Maar toen werden de inkomensgrenzen verlaagd en kwam er in de sociale woningcomplexen een bevolking die euh... (aarzelt weer, zoekt weer naar een kiese omschrijving) behoort tot een lagere sociale klasse met allerlei problemen. Sommigen hebben zelfs geen aangepast sociaal gedrag. En dat zijn echt niet alleen allochtonen, hoor! Ik bezocht onlangs die woonblokken waar er een golf van brandstichting was. Wel, zeker dan moet je als burgemeester naar die mensen stappen. Een oudere mens vertelt me hoe zijn bovenbuur van tijd tot tijd een vuilniszak met... excuseer mij, ik zeg het maar zoals het is, stront naar beneden gooit. De val wordt geremd door zijn raam, dat openstaat. Het vervolg laat zich raden. Dat is toch verschrikkelijk? Vindt u het vreemd dat die mensen razend zijn? En op het Blok stemmen? Maar kunt u zich dat voorstellen? Dat u een zak stront op uw appartement hebt staan? "Dus zeg ik: denk goed na voor je van alles verandert aan de sociale huisvesting. Er moet ook een middenklasse blijven wonen."

Stevaert gebruikt graag de boutade: veel van mijn verkozenen zijn zo graag parlementair, terwijl ik liever zou hebben dat ze meer volksvertegenwoordiger zouden zijn.

"Ik geef hem gelijk. Maar het is niet gemakkelijk. Je moet je volk vertegenwoordigen, maar dat is nog iets anders dan je volk naar de mond praten.

"Stel: er komt iemand klagen. Het gemakkelijkste antwoord is: 'Ik zal het even onderzoeken". Totaal verkeerd is gewoon zeggen: 'Je hebt gelijk', ook al vind je dat zelf niet. Dat doe ik nooit. Helaas spelen sommige andere mandatarissen het wel zo. Ook niet goed is onmiddellijk de deur dichtklappen: 'Je hebt ongelijk, en ik wil niet eens luisteren naar je zever'. Ook al is de boodschap van de mensen soms fout, ze willen uitleggen dat er een probleem is. En dus moet je luisteren, en dat vraagt tijd.

"Mobiliteit is iets wat je het best met de mensen zelf bespreekt. Alle mensen willen parkeerplaatsen. Ze willen allemaal vlak bij hun eigen woning parkeren, maar ze vinden ook dat iemand van elders er niet mag staan. Ik zeg jullie: het parkeerprobleem is een van de allermoeilijkste dossiers in een stad als Gent. Het is namelijk zo goed als onoplosbaar. Smalle straten, aangesloten bebouwing, veel bewoners. Het enige wat je kunt doen is er met de mensen over praten, dan zien ze tenminste hoe moeilijk het is. Soms is dat al goed: hen laten inzien hoe complex de zaken liggen."

Maar gemakkelijk is het niet. Met de SP.A levert u de burgemeesters in Antwerpen, Brussel, Leuven, tot voor kort Mechelen, Sint-Niklaas, Hasselt, Oostende. U zet er al jaren uw beste mensen in. Die werken hard. Maar het Vlaams Blok klein krijgen, dat lukt hen niet.

"Ik heb geen toverformule. Ik heb wel een houding. Ik zeg: 'Mensen, laat ons toch niet gebiologeerd zijn door dat Blok. Laten we niet staren als konijnen voor de lichtbak. Precies door zo bezig te zijn met de Blok-thema's zijn we soms ook in de oplossing in de richting van het Blok opgeschoven. Niet dat veiligheid onbelangrijk is, maar je moet het wel progressief invullen. Wij leggen de nadruk op preventie en community policing, maar ik ga geen straffe dingen verkondigen omdat er weer eens een boefje een handtas heeft gestolen. Pas op, ik banaliseer dat niet. Het is traumatiserend voor wie het overkomt. Maar ik kan niet op iedere straathoek een agent zetten. Tel maar na: we hebben een korps van ruim 1.000 man, voor 230.000 inwoners, 1.000 kilometer wegen en 16.000 hectare oppervlakte. Dan weet je het wel.

"Mijn taak is het ervoor te zorgen dat iedereen Gent veilig vindt. Ik vernam onlangs dat een oude vrouw, die altijd op de socialisten stemde, nu toch voor het Vlaams Blok had gekozen. 'Omdat ik na acht uur 's avonds niet meer op straat durf'. Nu ken ik haar buurt, en het is daar perfect veilig. Maar zo voelt zij dat niet. De sfeer zit dus niet goed. Daar moet ik iets aan doen. Ook al zal ik nooit kunnen vermijden dat er schoelje handtassen steelt."

Hoe gaat u om met het Vlaams Blok? Groen!-politici als Inge Pira en Mieke Vogels zeggen dat we met hen moeten praten.

"Wat is dat? In de gemeenteraad krijgen ze van mij een correct antwoord, maar niet langer dan nodig. Ik doe dat omdat zij niet altijd correct omgaan met wat je zegt. Ze pikken er elementen uit, verdraaien die. Als ik raadsleden van het Blok tegenkom, zal ik hen gewoon een hand geven. Ik vlieg ze niet om de hals. En privé zoek ik hen niet op. Ik ga zo sec mogelijk met hen om, maar ik blijf wel correct.

"Ik verbied ook nooit betogingen van het Vlaams Blok. Ze krijgen zelfs politiebescherming. Ik verbied evenmin tegenbetogingen. Ik ben al mee opgestapt, als burgemeester."

Als u ook al mee betoogt, bent u wel nooit thuis.

"Ik heb jarenlang werkweken geklopt tussen de tachtig en honderd uren, al toen ik schepen was en zeker bij het vertrek van Dany Vandenbossche naar de Kamer, toen ik er op vraag van mijn partij als burgemeester nog eens zijn cultuurdepartement bij kreeg. Maar na de verkiezingen van 2000 zijn een paar uren van mijn leven verdwenen, door een plots gebrek aan doorbloeding van de achterhersenen. De dokter heeft mij gezegd dat ik het wat kalmer aan moet doen. Ik merk alleen dat ik het niet kalmer aan kán doen. Ik werk nu niet meer tussen de tachtig en de honderd uren, maar er is toch weer geen dag van minder dan twaalf uur. Ik ben geen enkele avond thuis, behalve op zondagavond. In 2006 ben ik zestig, dan heb ik gedurende achttien jaar zoveel gewerkt als veel mensen tijdens hun hele beroepscarrière.

"Ik wil in schoonheid eindigen. Je moet deze job met goesting doen. Die is er nog volop, maar ik zou graag hebben dat ze er blijft. Stilaan word ik mijn leeftijd gewaar. Mijn lichaam is nu eenmaal dat van een achtenvijftigjarige. Ik zou niet graag hebben dat de mensen merken dat het bergaf gaat. En meedoen met de verkiezingen en na een jaar er de brui aan geven, dat is kiezersbedrog. Daar heb ik me mijn hele leven niet toe geleend."

Als u nu al zo zeker weet dat u stopt, dan weten wij even zeker dat er al gesproken is over uw opvolging.

"Ik leg daar geen verklaringen over af. Ik heb 13 juni afgewacht om te zien wie wat doet, en nu zullen we inderdaad spreken. Alleen wil ik zo weinig mogelijk bij die opvolging betrokken zijn. Dat laat ik aan de partij-instanties over. En wel om twee redenen: ik zou dan toch maar blijven meekijken over de schouder. Dat is niet leuk, niet voor die ander en vooral niet voor mezelf. Ik zou altijd ongelukkig zijn omdat die ander het niet precies zou aanpakken zoals ik het zou doen.

"Wat ik wel hoop, is dat mogelijke kandidaten - en we hebben in Gent gelukkig een rijkdom aan potentiële kandidaten bij de SP.A - het met elkaar eens geraken, dat ze niet met elkaar blijven vechten. Het mag even hard gaan, de discussie moet gevoerd worden, maar dan moet iedereen opnieuw samen aan dezelfde kar trekken.

U voorspelt een moeilijk moment.

"Dat kan niet anders, en dat mag. Maar daarna moeten de rangen gesloten worden. Gelukkig is ons dat in Gent tot nu toe altijd gelukt."

Gent huldigt zogezegd een liberale variant van het socialisme, maar het gaat er bij u veel gedisciplineerder aan toe dan in Antwerpen. Daar rolden de SP.A'er vaker met elkaar over straat.

"Het is een bon-mot van Frank Van Acker: 'De tegenstrevers ken je, maar je vijanden niet, want die zitten in de eigen partij'. Gelukkig heb ikzelf dat hier in Gent nooit zo ervaren. Het is ook een kwestie van karakter: je moet voor jezelf je onafhankelijkheid kunnen bewaren. Tijdens mijn eerste legislatuur als burgemeester werd ik voortdurend (met nadruk), werkelijk voort-du-rend, door mijn eigen partijgenoten verweten dat ik de liberalen te veel volgde, dat we bij de verkiezingen de rekening gepresenteerd zouden krijgen. Ik ging daar niet mee akkoord: als je je coalitiepartner geen ruimte geeft, dan komt er ook niets creatiefs uit. Als je voortdurend alles afblokt, dan zal hij zijn ideeën toch proberen door te drukken, via slinkse wegen. Maar dat zagen zij zo niet. Militanten zijn supporters, die willen dat alleen de eigen ploeg scoort. Gelukkig haalde ik mijn gelijk tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Dat kan alleen maar als je volhoudt: geloven in je lijn, en je lijn aanhouden. Zo zit ik wel in mekaar."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234