Vrijdag 30/10/2020

Francky Dury: ‘Bij elke speler zoek ik naar boodschap die hem raakt’

Trond Sollied zegt: een ‘smartphone’ heeft veel functies, maar tegen El Ghannasy mag je alleen zeggen: ‘Groen is bellen, rood is ophangen.’ Is dat de manier waarop u van hem een betere voetballer heeft gemaakt?

“Wat Sollied zegt is juist. Je mag de zaken niet complex maken voor Yassine. Maar hij is één van de beste spelers op de Belgische velden. Weinig spelers hebben zoveel verticale diepte. Alleen: hij moet gestuurd worden. Variëren, zonder die dribbel overboord te gooien.”

Even over Nikica Jelavic: mislukt onder Francky Dury bij Zulte-Waregem, maar dit seizoen een transfer van 4,5 miljoen euro gemaakt van Rapid Wien naar Glasgow Rangers. Wringt dat?

“Neen, want eigenlijk is het een boeiend verhaal. Zulte-Waregem heeft dat goed aangepakt. Jelavic keerde na zijn eerste seizoen bij Rapid Wien terug naar Waregem. Niemand wilde hem. Hij had geen ploeg. Maar wij weten hoe de markt werkt. Er komt in de krant dat Sturm Graz interesse heeft in Jelavic. Wellicht was dat niet zo, maar wie appels wil, moet soms peren zeggen. Door de interesse van Graz pakt Wien hem toch. Zeer goedkoop, maar met schitterende voorwaarden voor Zulte-Waregem. Manager Vincent Mannaert heeft een toponderhandeling gedaan. En plots is hij gaan scoren. Nu zegt iedereen: ‘Je had het toch goed gezien.’ Maar ik had moeten inschatten dat hij niet klaar was voor Zulte-Waregem op het moment dat wij hem haalden.

“Kijk, Jelavic ben ik destijds zelf gaan scouten in Kroatië, tijdens een wedstrijd van de nationale ploeg. Ik zie het nog voor me: Anas Sharbini eruit, Jelavic erin. Maar ’s avonds in het hotel zag je dat hij weinig métier had. Jelavic kwam ‘van de buiten’ en liep verloren tussen al die grote heren van de Kroatische nationale ploeg. Die jongen was niet klaar om bij Zulte-Waregem de grote man te zijn. Ik heb uren met hem apart getraind. Daarin schoot hij vijf ballen op doel. Wanneer er straaljagers over het oefenveld vlogen, kroop hij net niet in de grond. ‘Die hebben mijn dorp gebombardeerd.’ Dan is het simpel, hé. Niet klaar. Jelavic verloor zijn waarde. En hij was gekomen voor 500.000 euro, een tiende van ons budget.”

Doet Shlomi Arbeitman u af en toe aan Jelavic denken? Hij kwam met een reputatie uit Israël, maar speelt weinig bij Gent.

“Ja, perfect. Arbeitman is vandaag Jelavic. Shlomi spreekt geen Engels, ook al werkt hij daar hard aan. Maar nuances kun je hem niet duidelijk maken. Shlomi is balvast, zuiver linksvoetig, maar met ongelofelijke kwaliteiten. Hij scoorde een prachtige goal tegen Vaslui op trainingsstage. Nu komt het erop aan om hem vooruit te helpen. Ik moet proberen hem te begrijpen. Dat vergt ervaring, energie en flexibiliteit. Hij vroeg zopas nog of hij met zijn vriendin in Israël naar de gynaecoloog mocht. Uiteraard belangrijk voor hem. Ik heb dat toegestaan. Zo houd je contact. Maar hij moet zich nu aanpassen.

“Die reputatie van Arbeitman is ook een last: in Mierlo, op stage, zat ook Maccabi Tel Aviv. En Elyaniv Barda kwam op bezoek. Iedereen zei: Arbeitman? Goh, zeker vijftien goals. Iemand anders ging nog verder: ‘Minstens vijfentwintig.’ Iedereen tegen elkaar op. Dat kruipt in het hoofd van zo’n speler. Hij heeft nu nog niet gescoord. Logisch dat Shlomi twijfelt. Hij denkt: oei, ik moet er hier nog twintig maken. Ik geloof nog altijd in hem, maar het is tijd voor zelfontplooiing. Ik kan het niet voor hem doen.

“Soms stel ik me de vraag: zijn wij als land wel klaar om zulke spelers aan te trekken? Dat is een werkpunt. Mijn Ecuadoriaan Edson spreekt enkel Spaans, hé.”

AA Gent is een ‘stepping-stoneclub’. Een opstapje naar iets groters. Georges Leekens en Michel Preud’homme verzetten zich daartegen. Francky Dury lijkt bereid eraan mee te werken.

“Gent moet werken met talenten. Dat is ook voor mij een grote opdracht. Gent heeft die traditie en ik ga meewerken aan wat de club sterk gemaakt heeft. Hier is talent: Yaya Soumahoro, Ibrahima Conté, El Ghanassy: ik ken het niveau van de Belgische eerste klasse ondertussen. Allemaal toptalenten. Maar we moeten ze niet alleen hálen. Er moet ook aandacht zijn voor de postformatie van de eigen jeugd. Ook daar heb je toptalent: Igor Ventokele, Hannes Van Der Bruggen, Benito Raman. Boeiende spelers die openingen moeten krijgen naar de A-kern. Gent is een grootstad, er moet doorstroming zijn.”

Maar bent u een buigzamer coach dan uw voorgangers? Heel concreet: u stelt wel de spelers op die manager Louwagie haalt.

“Pff, ik ben verrast door die vraag. Ik stel mijn ploeg op, en tot op vandaag heeft niemand zich daarmee bemoeid. De besten staan erin. Soumahoro speelde meteen, want ik vind hem erg goed. Bryan Ruiz had bij mij ook altijd gespeeld. Amai.”

Flankverdedigers Wallace Fernando Pereira, Mario Baric en Matija Skarabot zijn niet van het niveau Ruiz. Zij spelen ook.

“Mario Baric was een verhaal apart: die moest spelen. Roy Myrie viel uit, Roberto Rosales was weg, Adriano Duarte geblesseerd. Op rechtsachter was geen alternatief. Op links kan een goeie Kenny Thompson. Maar hij moet een constant niveau halen. Wallace heeft goeie voeten, Skarabot is een jonge gast. Logisch dat zij ook spelen. Thompson is ook einde contract. Ben ik daarom flexibeler naar de manager? Nog niet over nagedacht.”

Einde contract is een argument van de manager, niet van de coach.

“Als Thompson beter is dan de anderen, dan neem ik hem. Maar op links liggen ze allemaal in balans.”

U wilt dominant voetballen met AA Gent.

“Ik ben een trainer die werkt op positie en passing. Uit dekking komen, de juiste pass met de juiste snelheid. Initiatief nemen, kansen afdwingen, scoren. Dat is mijn voetbal. Kan ik dat niet, dan moet ik slim verdedigen. Goed in positie en de tegenstander duwen naar een bepaalde zone. En dan omschakelen.”

U houdt er niet van als ‘de omschakeling’ gelijkgesteld wordt aan ‘de counter’. Maar wat is het verschil?

“Wie countert, wacht af. Wie omschakelt, neemt initiatief. Wachten op een fout of dwingen een fout te maken. Kijk, ik was op bezoek bij AC Milan en kon er spreken met Clarence Seedorf. Ik vroeg hem naar het verschil tussen voetbal in Italië en voetbal in Nederland. Antwoord: ‘Nou, Italianen hebben de bal niet nodig om te winnen.’ Voilà.

“Als wij tegen Sporting Lissabon spelen kun je niet vragen om altijd de bal te hebben. Tegen Eupen kan dat wel. AA Gent heeft het vijfde budget, in twee derde van de competitie moet Gent daarom vanuit balbezit kansen afdwingen. Inter is kampioen geworden in de Serie A vanuit balbezit. En het heeft de Champions League gewonnen vanuit de omschakeling. Dat moet ook het verhaal van AA Gent zijn.”

Is Preud’homme dan te weinig ambitieus geweest met deze ploeg? Hij wilde altijd diepte, geen balbezit.

“Neen. Ik aanvaard dat er meerdere wegen zijn naar Rome. Preud’homme stond voor verticaal voetbal, centers, tweede bal, duelkracht, fysiek vermogen. Ik gooi dat niet overboord. Wat goed is, houden we. Sowieso. Ik ben een andere coach dan Preud’homme. Mocht dat niet zo zijn, dan had ik geen identiteit. Ik leg mijn eigen accenten: in mijn wedstrijdanalyses gaat het over hoe middenvelders wegdraaien na een inspeelpas vanuit de verdediging. Of over een rechtsback die niet goed is in de korte combinatie. Zo ga je actief de bal proberen te veroveren. Breng die in de problemen, laat hem inspelen.”

Wie mag zondag bij Standard vaak de bal hebben?

“(lacht) Over de Belgische competitie spreken in die termen gaat niet. Dan doe ik mensen tekort. Ik zal het positieve verhaal doen, over wie ik niet in balbezit wil zien. Ik ben me bewust van de waarde van Axel Witsel en Steven Defour, twee toptalenten. Elk geconfronteerd met zware tegenslag, maar weer helemaal boven water. Witsel is herboren.”

Bij Standard speelt ook Mbaye Leye. U werkte met hem samen bij Zulte-Waregem en bij AA Gent. Twee keer mocht hij van u vertrekken. Waarom?

“Mbaye en ik hebben geen problemen met elkaar. Hij was zelfs blij toen ik arriveerde bij Gent. Sterker nog: hij gaf een positief advies over mijn aanstelling. Alleen wilde hij centraal spelen. Daar was hij meteen heel duidelijk over. Mbaye zei letterlijk: ‘Door AA Gent, door op de flank te spelen, verloor ik mijn plaats in de nationale ploeg. En ik wil terug naar de nationale ploeg.’ Centraal spelen dus. Maar centraal heb je Shlomi Arbeitman, Elimane Coulibaly, Zlatan Ljubijankic. Veel concurrentie. Mbaye speelde niet en werd zenuwachtig. Zijn entourage zette hem in de markt en dat maakte alles moeilijker. Ik herkende Leye niet meer. Hij wilde niet meer vechten en was ontgoocheld. In AA Gent en misschien ook in mij.”

Leye werd gezien als de bron van de kleedkamerverhalen in de pers. Heeft dat meegespeeld ?

“Niet voor mij. Misschien wel voor hem.”

Zondag staat hij bij Standard wellicht op de flank.

“Ik zie dat ook. Daarom, het hele verhaal samengevat: na Zulte-Waregem had Leye behoefte aan een nieuwe uitdaging. En nu bij AA Gent was het weer zo ver. Hij wilde iets nieuws. Mbaye is niet iemand die zich lang in een club zet. Maar - en daar ben ik honderd procent zeker van - hij zal Standard grote diensten bewijzen.

“Eigenlijk zou Mbaye naar Germinal Beerschot gaan, die transfer was quasi in orde. Ik weet het nog, 31 augustus, Waregem Koerse en de dag dat Standard in actie kwam. Drie aanvallers op één namiddag. Aloys Nong, Mbaye Leye en Mémé Tchité. Maar tussen Mbaye en ik zijn er echt geen problemen: Bij Zulte-Waregem heeft hij voor mij na zijn eerste oproeping voor de nationale ploeg een truitje meegebracht. Vandaag heb ik dat nog steeds. Dat zegt iets.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234