Woensdag 12/05/2021

Francis de Beir, vader van de vermoorde azg-medewerkster helene

'Je mag niet blind zijn, ik wist dat H�l�ne iets ernstigs kon overkomen. Onze oudste zoon zit in Mongoli�, ook een bandietenland. Maar hij is er graag en doet het goed. Ik vind het zo belangrijk om jongeren het gevoel te geven dat je achter hen staat, hen backt. Je eigen angsten en verdriet moet je dan maar een beetje opzijzetten''Nu pas kom ik erachter dat mijn dochter zoveel betekend heeft voor zoveel mensen. Daarom wil ik goed zorg dragen voor haar geestelijke erfenis''Om me te troosten zeggen mensen mij wel eens: ze heeft zoveel gerealiseerd, haar leven was af. Dat is waar. In dertig jaar heeft ze meer gedaan dan sommige mensen in negentig jaar. Maar daar kan ik me niet bij neerleggen. Mijn grote frustratie is dat ze nog zoveel meer te doen had'

'Mijn dochter is er de hele tijd, maar ze is er niet'

2 juni 2004, Khair Khana, Afghanistan. Voor een werkbezoek stapt de negenentwintigjarige Hélène De Beir met twee andere medewerkers van Artsen zonder Grenzen, een tolk en een chauffeur in een auto. Vijfentwintig kilometer verderop worden ze tegengehouden en doodgeschoten. De moordenaar loopt nog altijd vrij rond. 'Ik zal hem blijven achternazitten', zegt vader Francis De Beir een half jaar later, 'al schenk ik hem in se vergiffenis. Je moet laag gevallen zijn om zoiets te doen.' Betty Mellaerts / Foto Tim Dirven

life is successful when you have given more than you received. Hélène was achttien toen ze dat antwoord gaf op een vraag van haar leraar. Je leven is succesvol als je meer gegeven hebt dan gekregen. Zo is mijn dochter erover blijven denken. Ook met rechtvaardigheid was ze vroeg begaan. Als kind al ging ze tekeer als ze een straf kreeg die in haar ogen onrechtvaardig was en tijdens de vakanties ging ze oudjes bezoeken. Aanvankelijk op vraag van haar moeder, maar al snel engageerde Hélène er zich zelf voor. Ze was een doener, altijd naarstig bezig.

"De burgerlijke, kleinzielige houding van een aantal leraressen op haar middelbare school in Kortrijk deed haar die instelling zo haten dat ze ons heel duidelijk te kennen gaf dat ze er weg wilde. Ik dacht aan een internaat in Loppem of Turnhout, maar haar moeder vond een school in Zwitserland waarvan ze dacht dat ze waarschijnlijk erg goed zou zijn voor Hélène. Het was een Engelse, internationale school die de leerlingen opleidt om hun verantwoordelijkheid in de maatschappij op te nemen, hen leerde debatteren, voordragen, studeren, werken. Sociaal gezien moesten ze deelnemen aan projecten in het dorp, om mensen te helpen. Tijdens de vakanties werden er kampen georganiseerd. Zo is mijn dochter schooltjes gaan bouwen in Kenia en India en is ze naar Hongarije gegaan voor een ecologisch project. Ze was erg gelukkig in die school en haar zicht op de wereld op het vlak van onrecht is daar scherp gegroeid.

"Na haar humaniora besloot ze aan de VUB in Brussel rechten te gaan studeren. Ze werd er voorzitter van de Conférence Olivain, een tweetalig universitair genootschap waarvan een selecte groep studenten om de twee weken bijeenkomt om te debatteren over een sociaal, politiek of economisch thema. Eenmaal per jaar maken ze een reis naar een moeilijk gebied om er de politieke situatie te analyseren en er verslag over uit te brengen. Het lag in het verlengde van haar engagement. Zij wilde geen bourgeois leven.

"Na haar studies rechten vertrok ze naar Washington om er internationale betrekkingen te studeren. In de zomer reisde ze voor stages naar Liberia en Venezuela. Het tweede jaar ging ze naar Bologna. Daar heeft ze haar Nederlandse vriend Lucas leren kennen. Terug in België heeft ze eerst voor de Technische Dienst van Ontwikkelingssamenwerking gewerkt, maar dat heeft ze maar een paar maanden volgehouden. Het ambtenaarschap was niet aan haar besteed. Ze vond werk bij Keytrade, een internetbank, die haar de opdracht gaf om in Amsterdam een kantoor te openen. Ze nam werknemers aan en ronselde klanten, maar toen de zaken na twee jaar niet goed draaiden, heeft de bank haar gevraagd het kantoor opnieuw te sluiten. Er was begin 2000 een slechte conjunctuur en zij zei ook: 'Belgische bankiers zien niet dat een Nederlandse spaarder anders te werk gaat'. Ze was tamelijk triestig over die mislukking, maar ze heeft er een perfecte managementervaring opgedaan.

"Terwijl ze die laatste maanden voor Keytrade werkte, solliciteerde ze bij internationale hulporganisaties. Het is eigenaardig, er is zoveel leed in de wereld en er zijn zoveel mensen die daar iets aan willen doen, maar als je geen geneesheer, verpleegkundige, technicus of ingenieur bent, is het heel moeilijk om aangenomen te worden bij een ngo. Ze stellen strenge eisen. Uiteindelijk heeft Médecins du Monde in Parijs haar een kans gegeven.

"Ze was van plan om tot haar vijfendertigste op het veld te werken om goed te weten waarover het ging, en daarna wilde ze in een grote humanitaire organisatie binnen geraken. Van Artsen zonder Grenzen kreeg ze steeds meer verantwoordelijkheden. In Afghanistan was ze humanitarian affairs officer. Dat wil zeggen dat ze zich vooral bekommerde om de mensenrechten in de vluchtelingenkampen. Er was niet veel dat ze kon doen, maar toen ik haar opzocht, heb ik haar aan het werk gezien. Hoe ze bij de mensen ging zitten, luisterde, notities nam. Ze probeerde raad te geven waar ze kon, maar het was vooral belangrijk dat die verhalen de wereld in konden. Dat is trouwens een van de twee pijlers waarop het werk van Artsen zonder Grenzen gebaseerd is. Ze lenigen de nood en ze getuigen, op een neutrale manier, zodat de buitenwereld op de hoogte blijft van wat er in die 'vergeten' gebieden gebeurt. Daarnaast had ze de leiding over een ziekenhuisje dat hoofdzakelijk gespecialiseerd was in het behandelen van tbc en in gynaecologie.

"Natuurlijk ben ik altijd bezorgd om haar geweest en was ik bang, maar ik heb tijdens mijn bezoek ook gezien dat je leert leven met gevaar. Er is een groot aantal veiligheidsvoorschriften in conflictgebieden en mijn dochter was zeer strikt in het naleven ervan. Zo stopten we eens ergens aan de kant van de weg om een landschap te bekijken. Hélène zei me: 'Je moet in het spoor van de auto blijven, anders loop je het risico om op een mijn te stappen'. Ik was een beetje verstrooid en stond twee stappen te veel naar links. Zonder pardon werd ik in de auto gezet en reden we weg.

"Ik ben nu heel blij dat ik gezien heb hoe ze werkte en leefde. Die kampen zijn verschrikkelijk. Desolaat. Levende wanhoop. Mensen staan er te niksen. Ze hebben zelfs geen hond om mee te spelen of een voetbal. Ze staan te wachten tot het donker wordt en dan gaan ze slapen, om 's anderendaags weer te wachten. Zeer pijnlijk. Ik begreep goed waarom mijn dochter daar wilde zijn, wat het gevoel dat je iets voor die mensen hebt kunnen doen teweegbrengt. Een week voor ze stierf, had ik haar nog aan de telefoon. Ze vertelde dat ze een bevalling had meegemaakt. Het was een stuitligging en ze brachten de moeder totaal uitgeput binnen in de kliniek. Met man en macht hebben ze eraan gewerkt, mijn dochter was erbij. Het kindje is doodgeboren, de moeder hebben ze kunnen redden. Daar was ze van aangedaan. Ze zei me: 'Als ik dit werk hier doe, ben ik gelukkig'. Niettegenstaande het zeer precaire comfort, de kou 's nachts, het stof en de hitte overdag. Het is eigenaardig hoe ze dat allemaal uithield, maar ze was daar erg sterk in. Ze stond er ook op om altijd netjes gekleed te zijn, ze liet kleren maken bij de lokale kleermakers. Ze zorgde goed voor zichzelf.

"Met de ervaring uit al haar vroegere reizen en stages wist ze goed hoe de wereld in elkaar zat en waaraan ze begon toen ze in de hulpverlening stapte. In Liberia had ze in opdracht van de Jimmy Carter Foundation meegeschreven aan de nieuwe grondwet. Ze had er de verschrikkingen gezien, de stonede mannetjes die nog met de machete rondliepen. Ze ontmoette er een politiechef, de rechterhand van president Taylor, en noemde hem de duivel. Ze was niet snel bang, maar daar was ze blij dat ze uit zijn kantoor weg was. Dat vertelde ze me toen wel, maar meestal was ze discreet over wat ze meemaakte. Over internationale toestanden praatten we wel urenlang. Zij was mijn grote informatiebron. De situatie met de krijgsheren in Afghanistan en de opiumteelt, de idiotie in Ivoorkust, waar de president de Ivoirté uitvindt en een ras creëert uit een nationaliteit om zijn postje te kunnen behouden, dat wist ik twee jaar voordien al, dankzij mijn dochter.

"Je mag niet blind zijn, ik wist dat haar iets ernstigs kon overkomen, maar ik heb haar nooit proberen te overhalen om dit werk niet te doen. Daar heb ik ook nu geen spijt van. Ik vind: als het dat is wat je wilt doen, dan moet je het doen. Onze oudste zoon zit in Mongolië, ook een bandietenland. Maar hij is er graag en doet het goed. Ik vind het zo belangrijk om jongeren het gevoel te geven dat je achter hen staat, hen backt. Je eigen angsten en verdriet moet je dan maar een beetje opzijzetten.

"Angst is verstikkend. Niet bang zijn, al van toen mijn kinderen heel klein waren, was dat mijn slogan. Als er iets is wat je verontrust, zet dan een stap terug en vraag je af wat je zo bang maakt en waarom. Over het algemeen is het onwetendheid en zijn het de andere mensen. Dat is trouwens mijn theorie voor het geweld in de wereld: mensen zijn gewoon bang voor elkaar. Daardoor voelen ze zich bedreigd en schieten ze. Om je daartegen te wapenen moet je je informeren en naar de oorzaak van je angst gaan. Daarom is onderwijs zo belangrijk, het verschaft kennis, een belangrijke factor in de strijd tegen domheid.

"Hélène heeft met veel moeite vaders in de vluchtelingenkampen overtuigd om hun dochters naar school te laten gaan. Daardoor kunnen nu tientallen van die meisjes lezen en schrijven. Dat is het begin van alles, want ik heb het met mijn eigen ogen gezien: een vrouw in Afghanistan betekent minder dan niets. Vrouwen moeten er de kans krijgen om te leren dat niet Allah heeft bepaald dat zij zich zo onderdanig moeten opstellen, maar dat imams de godsdienst misbruikt hebben om hun macht te behouden over de mannen, en de mannen over de vrouwen. Omdat ze meer spierkracht hebben en harder kunnen slaan, vinden mannen zichzelf superieur. Wat is dat toch voor een wereld?

"Het werk van Hélène was gevaarlijk. Alle ngo's proberen het gevaar in conflictgebieden zoveel mogelijk te vermijden door bescherming te krijgen van alle betrokken partijen, maar er kan altijd iets gebeuren. De dood van Hélène heeft ook niets te maken met de strijd tussen de Taliban en de overheid, ze heeft een nog dommere reden.

"Niets is zeker over de omstandigheden van de moord. In een rapport dat ik van Artsen zonder Grenzen heb gekregen, staan een paar gissingen. Wat het meest voor de hand ligt, is het verhaal van een lokale politiecommissaris die afgezet werd door zijn oom, de hoofdcommissaris. Daarop heeft hij gezegd: 'Zonder mij is er geen veiligheid in het land, je zult wel zien'. Later werd hij samen gezien met een bekende moordenaar, en die werd op zijn beurt op de dag van de moord in de buurt opgemerkt. Veel sporen leiden dus naar hem. Die dag is er een hinderlaag gespannen waarbij iemand in het hospitaal van Artsen zonder Grenzen betrokken moet zijn geweest. De auto is niet op een normaal tijdstip weggereden, iemand heeft de moordenaar een teken gegeven. Vijfentwintig kilometer verderop werden ze tegengehouden. De chauffeur en mijn dochter werden eerst doodgeschoten, daarna de drie inzittenden op de achterbank. Het is zo zinloos. Er zit zoveel haat en kwaadheid in een dergelijke daad, wie doet zoiets?

"Niemand heeft totnogtoe de moordenaar met de vinger aangewezen. Hij loopt nog altijd rond en de politiecommissaris is weer in zijn functie hersteld. Zijn oom is familie van de krijgsheer van de provincie, iedereen beschermt iedereen. Vorige maand heb ik in Washington gesproken met de ambassadeur van Afghanistan in de Verenigde Staten, ik heb ook gepraat met de vrouw van de Amerikaanse ambassadeur in Kaboel en met de first niece van president Karzai. Wat er gebeurd is, vinden ze allemaal vreselijk. Het mag en het kan niet en er moet iets aan gedaan worden, de regering moet de schuldigen oppakken. Maar dat gebeurt niet. Grotendeels daarom heeft Artsen zonder Grenzen zich ook teruggetrokken uit het land. Zij lobbyen zelf nog geregeld. Niemand krijgt gehoor.

"Veel illusies heb ik niet dat het ooit zal gebeuren, maar voor het land is het beter als de schuldigen worden opgepakt. De overheid moet de bevolking laten zien dat je gestraft wordt als je iemand vermoordt. Maar de families van de chauffeur en de vertaler werden bedreigd. Ze moeten zwijgen of er worden nog meer familieleden vermoord. Er is ook een islamitische wet die zegt dat de familie van de slachtoffers de straffen voor de daders mogen vragen. Je ziet van hier dat die dat niet durven. Dat is vreselijk. Echte terreur. Ik zal de moordenaar blijven achternazitten, al schenk ik hem in se vergiffenis. Ik vind hem un bien triste sire. Je moet laag gevallen zijn om zoiets te doen. De moeder van Hélène zou de moordenaar willen ontmoeten, gewoon om hem te zeggen: weet je wel wat je gedaan hebt? Ook zij volgt mijn stelling dat oog om oog, tand om tand geen oplossing is.

"Artsen zonder Grenzen wil ik blijven steunen. Het geeft zin aan het leven en de dood van mijn dochter, maar het is eveneens de moeite waard om te blijven vechten tegen onrechtvaardigheid en domheid. Daarvoor hoef je niet noodzakelijk naar Afghanistan te gaan. Er zijn zoveel jonge mensen die langs de straat lopen en niet weten wat gedaan met hun tijd. Ik wil hen moed geven, zeggen: er zijn toestanden waarover je je continu opwindt, maar je kunt er iets aan doen. Je kunt hier ook boodschappen doen voor oude mensen, voor hen schoonmaken of je op een andere manier ten dienste stellen van de maatschappij. Je kunt helpen, iets doen om het leven van anderen te helpen verbeteren, en daar word je zelf nog beter van ook.

"Zoeken naar de zin van het leven, ik ben er allang mee bezig. Er is nu eenmaal een aantal dingen die we niet begrijpen en waar we ons vragen bij stellen. Filosofie, kunst en godsdienst zijn de grote instrumenten om te helpen in die zoektocht. Kunst heeft me altijd geïnteresseerd, maar pas in 1980 ging ik mij er actief mee bezighouden. Ik heb kunstwerken verzameld, ben voorzitter geweest van organisaties en heb kunstprojecten opgezet. Zeven jaar geleden kreeg ik na een reis in Ethiopië, waar we bij de mensen thuis logeerden en aten, tuberculose. Behalve op je spieren kan die ziekte zich overal in je lichaam nestelen, en in mijn geval was het de ruggengraat. Eerst had ik twee jaar lang rugpijn en plotseling lag ik in het universitair ziekenhuis. Ik was bijna weg. Toen ik daar genezen ben uitgekomen, heb ik afstand gedaan van het familiale textielbedrijf, ik verkocht wat mij nog restte aan zaken en ging aan de universiteit filosofie studeren. Als je zo dicht bij Sint-Pieter hebt gestaan, wil je nog meer begrijpen wat we hier komen doen. Natuurlijk helpen noch kunst, noch filosofie, noch godsdienst om daarop een antwoord te vinden, maar je krijgt wel inzichten en iedere dag een beetje meer begrip en diepgang in je leven. Ik zou niet graag als een idioot door de wereld gaan of sterven, begrijpt u?"

"Het bericht van de dood van je kind heeft een enorme impact. Er komt onmiddellijk een totaal zwarte koepel over je heen, een immens verdriet, een enorme afwezigheid. Mijn dochter was er niet meer. Weg. Uitgewist. Je bent niet meer in staat om te communiceren, het is onmogelijk om nog emoties uit te wisselen. En toch moet je lucide trachten te blijven. Bijna onmiddellijk heb ik aan de kinderen die toekwamen, aan de familie, aan Lucas gezegd: 'Zie elkaar graag, terwijl je de kans hebt om het aan elkaar te zeggen en het te laten zien'. Er zijn zoveel gemiste kansen in ons leven. We zeggen te weinig: ik zie je graag, of zelfs nog maar: ik ben blij dat ik je zie.

"Na die eerste schok probeer je de situatie te begrijpen, het verdriet te beredeneren. Je moet er noodgedwongen mee omgaan, de feiten laten je geen keuze. Maar het verdriet overkomt je, het is een toestand. Soms moet ik zomaar huilen. In de auto, alleen achter mijn bureau. Het is zoals met de sculpturen van kunstenares Lili Dujourie: de aanwezigheid van leegte, daar moet je mee leren leven. Mijn dochter is er de hele tijd, maar ze is er niet. Dat is ongelooflijk triest, een grote melancholie. Alles wordt symbool en verwijst naar Hélène: muziek, een gebeurtenis, een verhaal, een ontmoeting. Om me te troosten zeggen mensen mij wel eens: ze heeft zoveel gerealiseerd, haar leven was af. Dat is waar. In dertig jaar heeft ze meer gedaan dan sommige mensen in negentig jaar. Maar daar kan ik me niet bij neerleggen. Mijn grote frustratie is dat ze nog zoveel meer te doen had. Ze was zo innemend, gedreven, had zo'n kennis van zaken, een luciditeit en verstand. Ze kon bergen verzetten. Nu, dat doe ik ook graag van tijd tot tijd, een berg verzetten.

"Bitter zal ik niet worden, dat ligt niet in mijn karakter. In dit geval is het moeilijk om er de humor van in te zien, natuurlijk, maar meestal probeer ik dat wel te doen. Het is eigen aan de Belg. Volgens mij hebben wij de zelfspot uitgevonden."

"Zolang ze leefde heb ik mijn dochter gesteund, moed gegeven, maar ik wist niet precies waar ze allemaal mee bezig was. Nu pas kom ik erachter dat ze zoveel betekend heeft voor zoveel mensen. Daarom wil ik goed zorg dragen voor haar geestelijke erfenis. In Zwitserland heb ik een stichting opgericht die The annual Hélène De Beir Lecture for Humanitarian Understanding and Service zal organiseren, een conferentie waarop een gast zal spreken voor de leerlingen van het college waar Hélène gestudeerd heeft. De bedoeling is dat die jonge mensen inzicht krijgen in dienstbetoon en humanitaire zaken. In Washington ben ik met de verantwoordelijken van de John Hopkins University aan het bekijken of we een beurs met haar naam kunnen installeren. Ze hebben het er een beetje lastig mee dat ik die wil toekennen aan vrouwen uit een moslimland die internationale politiek studeren en na afloop terug willen keren naar hun land om daar het verschil te maken. Dat is volgens de Amerikanen discriminatie op het gebied van gender, godsdienst en vrijheid van studiekeuze. Vooraleer dat op poten zal staan, zullen we nog een tijdje bezig zijn. Maar ik wil het graag rond krijgen.

"Daarnaast zal ik in de toekomst samenwerken met Artsen zonder Grenzen en ben ik met de hulp van een ghostwriter een boek aan het schrijven. Over Afghanistan, over wat er gebeurd is, over de situatie van de hulpverleners, over wie Hélène De Beir is. Ik wil het boek besluiten met een lang pleidooi voor liefde, moed, eerlijkheid en onderwijs. Openstaan voor anderen, niet bang zijn, kritisch denken, eerlijk zijn. Er worden omwille van persoonlijke en politieke belangen te veel leugens verteld die mensen tegen elkaar opzetten. Dat zou niet mogen.

"Wat ik van Hélène overhoud? Dat zijn meer persoonlijke souvenirs. En ik put moed uit de courage van mijn dochter. Maar ik mis ze."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234