Dinsdag 19/01/2021

Fotografie is zijn excuus om de wereld te zien

De Nederlandse fotograaf Iwan Baan (37) leeft uit zijn koffer. Rem Koolhaas, Zaha Hadid en andere beroemde architecten laten hun projecten door hem fotograferen. Iwan Baan heeft enkel een zwemdiploma. 'Ik heb geen verstand van architectuur.'

Zijn agenda is pure waanzin. Van New York, naar China via Japan en dan weer terug. Zijn frequent-flyerpunten tikken aan als een secondeklok en bijna met dezelfde regelmaat. Iwan Baan werd onlangs door het Italiaanse vakblad Il Magazina dell' Architettura opgenomen in de lijst van de honderd meest invloedrijke mensen in de hedendaagse architectuur. "En ik ben niet eens architect", lacht hij verontschuldigend. "Ik ben zelfs geen gediplomeerd fotograaf. Ik heb hooguit een zwemdiploma."

De timide toon waarop de 37-jarige Nederlander spreekt, staat in schril contrast met de status die hij geniet in het architectuurwereldje. Architecten als Herzog & de Meuron, Toyo Ito, Steven Holl of het Japanse topbureau Sanaa, allemaal lopen ze hoog op met Iwan Baan. Zijn fotografische stijl brengt immers toparchitectuur op mensenmaat.

Baan is niet de man van de gepolijste, breedvoerige beelden waarin altijd de zon schijnt. "Of erger nog: zonsondergang", lacht hij om het fotografische cliché. "Als je zoals ik vaak maar twee dagen hebt om een project te fotograferen, dan red je het ook in het grijs. Goede architectuur kan er ook heel mooi uitzien in de stromende regen. Je kunt toch dagenlang zitten wachten tot 'de zon juist zit'. Alsof alle dagen de zon schijnt. Nee, architectuur leidt daar niet onder en de foto's evenmin." Het documenteren van gebouwen zoals ze worden gebruikt door mensen, daarin ligt Baans brandpunt.

Immer gewapend met een handzame 35mm digitale camera, maakt hij momentopnames die een wezenlijk deel van de recente architectuurgeschiedenis bepalen. Niet voor niets wordt Iwan Baan door Amerikanen wel eens omschreven als de Julius Shulman van het internettijdperk. Daarin refererend aan de architectuurfotograaf die zowel architect Charles Eames als Richard Neutra belichtte. "Ik ben niet bezig met een plaats in de geschiedenis", ontkracht de nuchtere Nederlander deze vergelijking. "Ik hou er vooral van om boeiende plekken te ontdekken en mijn fototoestel helpt me daarbij. Het is mijn excuus om ergens te komen. Het is een instrument dat voor mij deuren opent."

De fotografische koevoet kreeg hij op zijn twaalf jaar voor het eerst in handen, tot die tijd had hij vooral plezier in tekenen en schilderen. "School is nooit mijn ding geweest, in tegenstelling tot schilderen en tekenen. Dat het fotografie is geworden is om een of andere reden zo gelopen", aarzelt hij. "Nu ja, ze zeggen wel: fotografie is schilderen voor luiaards." Nochtans wist hij zich probleemloos staande te houden aan de Koninklijke Academie in Den Haag.

"In het derde jaar moest je stage lopen en ik ben toen naar New York getrokken. Dat beviel me zo dat ik vroeg of ik het laatste jaar niet van daaruit mocht volmaken. In die tijd kwam het internet erg op en het leek me een goede manier om op afstand mijn examen te doen en regelmatig fotografisch werk door te sturen. Zo kon ik zelf een aantal documentaire reeksen initiëren. Een daarvan, over de Grameenbank in Bangladesh, zou ik omzetten naar een interactieve presentatie als afstudeerproject", herinnert hij zich. Maar de jury wilde geen oordeel vellen over fotografie op een beeldscherm, hij moest het maar aan de muur hangen. "Ik kreeg een vriendelijke uitnodiging om het volgende jaar terug te komen. Daarvoor heb ik vriendelijk bedankt."

rand van de waanzin

Dat Iwan Baan samen met het Zwitserse bureau Urban Think Tank en redacteur Justin McGuirk recentelijk een Gouden Leeuw won tijdens de architectuurbiënnale van Venetië geeft meer grandeur dan welk diploma ook. De Gouden Leeuw geldt als een Oscar, de hoogste onderscheiding in de hedendaagse architectuur. Baan zelf ziet er vooral een bevestiging in van zijn eigen projecten die hij intuïtief uitkiest. "De installatie waarvoor we de onderscheiding kregen had betrekking op Torre David, een bijzonder gebouw in Caracas, hoofdstad van Venezuela."

In Caracas woont 70 procent van de mensen in sloppenwijken en Iwan Baan raakte er in de ban van een wolkenkrabber die boven de stad uittorent maar nooit is afgewerkt. "De Torre David is een kantoorgebouw van 45 etages en werd begin jaren negentig gebouwd als hoofdkantoor van een bank. Tot de crisis toesloeg en de bank over de kop ging. Het gebouw is nooit afgewerkt. Het resultaat is nu dat er goed 3.000 mensen de toren hebben overgenomen als een verticale stad, of zoals sommigen zeggen: the vertical slum."

Met behulp van zijn iPad bladert Baan doorheen een resem beelden die de residentiële waanzin van de Torre David meedogenloos illustreren. Casco mag dan al een vaak gebruikt begrip zijn in hedendaagse architectuur; in de ruwe etagestructuur van trappen en liftschachten ontbreekt elke vorm van borstwering, zodat zelfs de op gevoelige plaat vastgelegde afgronden je hoogtevrees geven. "Dan loop je daar op de dertigste verdieping, met je camera en moet je snel aan de kant voor enkele rondrennende kinderen. Dan lonk je even over de rand van de waanzin. Het is van een andere orde dan de tien documenten die je bij projecten weleens moet ondertekenen omdat je in Amerika op een laddertje wil gaan staan."

De ironie in zijn stem doelt onmiskenbaar op het schisma tussen de bouwkundige genialiteit van het architectengild en de zelfredzaamheid van de mens op zoek naar onderdak. Het is een tweespalt en tegelijk een breedhoek waartussen Iwan Baan de lens scherp stelt. De Torre David was op de prestigieuze biënnale van Venetië zonder meer talk of the town. Als installatie werkte het uitnodigend met neonletters en een café met Venezolaanse gerechten waarbinnen de fototentoonstelling als een gulden pil werd geslikt. De architecturale zelfreflectie van de Venezolanen zelf zegt misschien meer over de huidige status van de architectuur dan theoretici kunnen omschrijven.

"Je ziet hoe de bewoners van de toren zones gaan afbakenen voor hun privacy, want dankzij de telkens bovenliggende etage hebben ze al een dak boven het hoofd. De manier waarop ze meester worden van de ruimtelijke condities is een les voor veel architecten", klinkt het terwijl hij een beeld laat zien van bewoners die met behulp van bouwmaterialen en katrollen een fitnesszaal hebben gecreëerd. Of wat te denken van het vijftien etages tellende parkeergebouw dat tegen de toren is aangebouwd en waarin een soort interne taxiservice is opgezet om bewoners op een snelle manier naar boven en terug te brengen

op het strand liggen

Zelfgeïnitieerde fotoreeksen als deze leiden steevast tot een boek en net daarin schuilt ontspanning voor de immer rondreizende Iwan Baan. Het is de smeerolie die zijn motor draaiende houdt.

"Ik ben er niet de man naar om twee weken op een strand te gaan liggen", klinkt het consciëntieus. "Dan liever nadenken over een plek waar ik ooit wil komen. Zo ben ik in januari naar de ondergrondse kerken in Lalibela in Ethiopië getrokken. Ze zijn Unescowerelderfgoed en met het Ethiopische Nieuwjaar trekken duizenden pelgrims naar die rotskerken. Die plekken zijn letterlijk uit de grond gehakt en het stelt architectuur in een ander perspectief. In plaats van op te bouwen, is het hier uitgehaald. Wetende dat ze daar 900 jaar geleden op die manier ruimte hebben gecreëerd is aangrijpend. Zeker als die pelgrims er de contemplatieve betekenis aan geven waarvoor het is bedoeld; dat zijn de momenten die ik wil vastleggen."

MENS EN HOEK

Het is opvallend dat Iwan Baan zich nooit laat verleiden tot het architecturale discours, tenzij via zijn fotografisch werk. "Ik ken niets van architectuur", klinkt het flegmatiek. "Door mijn opdrachtgevers en de aard van de opdrachten leer ik snel bij, maar ik doe hetzelfde met de architectuurfotografie als wat ik voordien met mijn documentairewerk deed: mijn foto's moeten een verhaal vertellen over de plek, de context en de mensen, de gebouwen, en hun kader en achtergrond. Ik registreer. Vanuit een hoek die ik zelf kies."

Baan laat zich daarom nooit door een architect regisseren. Niet dat dit heeft geleid tot een stijl als dusdanig, maar het heeft zich wel ontwikkeld tot een handelsmerk. "Er staan vrijwel altijd mensen op mijn foto's. Uiteraard; architectuur kan toch niet wezenloos zijn, althans dat vinden ook mijn opdrachtgevers, anders zouden ze me niet vragen."

In het selecte kransje van toparchitecten zal altijd de naam Rem Koolhaas staan, omdat hij zo veel te danken heeft aan deze Nederlandse architect.

Hij heeft Baan de weg van de architectuurfotografie getoond waarin hij zelf verder op pad is gegaan. "Ik ontmoette Rem Koolhaas via een gemeenschappelijke vriend en ik was toen bezig met een interactieve presentatietechniek waarbij je panorama's van een gebouw kunt maken met inbegrip van fotorealistische simulaties", doceert Baan terwijl hij op zijn iPad een 3D-voorstelling laat zien van de openbare bibliotheek van Seattle.

Rem Koolhaas was meteen gewonnen voor het digitale model en dat leidde tot een langdurige samenwerking. Baan deed de fotografie voor een cd-rom voor het gerenommeerde magazine Domus, dat een speciale editie maakte over Koolhaas en zijn vier recentste realisaties: de openbare bibliotheek in Seattle, de Nederlandse ambassade in Berlijn, het concertgebouw in Porto en de universiteit in Chicago. "Nu heb je veel van die 360°-fotografieapplicaties, maar de techniek die wij hadden ontwikkeld werkt erg accuraat. Het thema voor die editie van Domus magazine was 'post occupancy' waarbij het vooral over het gebruik van de architectuur ging, de mensen en hoe het een plek in de samenleving heeft gekregen. Iets wat op mijn lijf geschreven was."

Voor Koolhaas documenteerde Baan ook CCTV, het gebouw van de Chinese staatstelevisie en hij trok hiervoor elke zes weken naar China. "Samen met de bouw van het olympische stadion van Herzog & de Meuron, het vogelnest, waren dat bouwwerken met een bijzondere impact. Tienduizenden arbeiders bouwden daar vanuit het niets een architecturaal meestwerk. Wat er in Peking gebeurde moet van eenzelfde orde zijn als de bouw van de piramides. Het was een visie die ongenuanceerd kon worden uitgewerkt en neergezet en daarom valt het te betwijfelen of dit in een democratisch regime ooit kan of zal worden geëvenaard."

Wat de toekomst ook brengt, Iwan Baan bouwt plichtbewust verder aan zijn al indrukwekkende oeuvre. Net zoals het ene project het andere opvolgt, zal De Gouden Leeuw nieuwe deuren openen. Baan beziet het wel. Daarvoor heeft hij ook een assistent, want hij wil vooral met fotograferen bezig zijn. "Ik heb het geluk dat ik overal kan aarden en in een vliegtuig meteen inslaap om 12 uur verder pas wakker te worden", aldus zijn receptuur.

new yorkse stek

Baan heeft zijn uitvalsbasis in Amsterdam, maar zielenrust verbindt hij nooit met geografische havens, hoewel hij graag aanmeert in New York of Amsterdam. Aan zijn nomadische levensstijl komt nog lang geen eind, al bouwt hij nu aan een stek in the Big Apple. "Eerder dan een stek, is het een uitvalsbais. Maar het belooft een interessante plek te worden", verwijst hij naar een stuk grond dat hij samen met de Nederlandse architect Florian Idenburg in Brooklyn kocht. Idenburg is een hartsvriend en is getrouwd met de Chinese architecte Jing Liu met wie hij samen het architectenbureau SO-IL heeft. "Ook Karen Wong, codirecteur van het New Museum en uitgever Lars Muller doen mee in dit project", aldus Iwan Baan. "Lars Müller is net als ik zo vaak in New York dat hij er opnieuw nood aan had om een vaste eigen uitvalsbais te hebben en hij zag een pied-à-terre wel zitten. De bedoeling is dat het huis ook een gemeenschappelijke ruimte krijgt. Ik kijk al uit naar de discussies die daar gaan worden gevoerd." In tussentijd reist Baan gedwee verder, slechts met een koffer en een fototoestel.

45 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234