Dinsdag 07/12/2021

Fotografe New York Times mishandeld

Lynsey Addario, een van de vier journalisten van The New York Times die maandag werden vrijgelaten door Libische regeringstroepen, is meermaals aangerand en met de dood bedreigd. Dat heeft ze verklaard in een interview met haar krant enkele uren na haar vrijlating.

De Libische regeringstroepen hielden de vier reporters van de Amerikaanse krant The New York Times in totaal zes dagen vast. Net zoals zoveel westerse journalisten waren ze, zonder officiële visa, de oostelijke regio van Libië binnengedrongen via de Egyptische grens. De twee journalisten, Anthony Shadid en Stephen Farell, en twee fotografen, Tyler Hicks en Lynsey Addario, deden enkele uren na hun vrijlating al hun verhaal. Addario, de enige vrouw, kreeg het tijdens die zes dagen hard te verduren. Zo werd ze meermaals aangerand en met de dood bedreigd.

Libische regeringstroepen hielden de reporters gewapenderhand tegen nabij een checkpoint bij Ajdabiya, ruim 150 kilometer ten westen van Benghazi. “Ik riep nog naar de chauffeur dat hij moest blijven rijden, maar het was te laat”, herinnert Hicks zich. Van de chauffeur, Mohamed Shaglouf, is vandaag nog steeds geen spoor.

De vier werden uit de auto gesleurd, waarna de rebellen het vuur openden. De journalisten moesten dekking zoeken op de grond. “Je zag de kogels inslaan op de grond”, verklaarde collega Anthony Shadid, die in het verleden al twee maal de Pulitzerprijs won. ‘Schiet ze neer’, hoorde ik hen in het Arabisch zeggen. We dachten dat het voorbij was, tot een andere soldaat zei: ‘Nee, het zijn Amerikanen. We kunnen hen niet doodschieten’.”

Hardhandig bonden de militairen hen vast. Een soldaat trok de schoenen van Addario uit, waarna hij haar enkels vastbond met haar veters. Een andere militair sloeg haar in het gezicht en lachte haar uit. “Ik begon te huilen, en hij begon nog meer te lachen”, vertelt ze. Een van de mannen greep haar borsten vast, iets wat in de uren daarna meermaals zou gebeuren. “Elke man die we tegenkwamen, bepotelde elke centimeter van mijn lichaam en greep onder mijn kleren.” Het viertal werd vastgebonden en geblinddoekt in een auto geduwd. Bij elk controlepunt dat de wagen passeerde, kreeg Addario rake klappen.

De eerste nacht moesten de reporters doorbrengen op de achterbank van de wagen. Daarna werden ze naar een cel gebracht, met smerige matrassen op de grond, een fles om in te urineren en een kan met drinkwater. Op de derde dag brachten de soldaten hen naar een vliegveld. Geblinddoekt ging het viertal aan boord van het toestel. Eenmaal geland in Tripoli werden de journalisten overgedragen aan Libische defensiefunctionarissen. Op een geheime plaats mochten ze voor het eerst een kort telefoongesprek voeren. Dat was meteen de eerste keer sinds hun verdwijning dat hun families en collega’s bij The Times iets van hen vernamen.

De Libische regering eiste dat een Amerikaans diplomaat de vier journalisten zou ophalen in Tripoli, maar de Amerikanen weigerden. Uiteindelijk trad de Turkse ambassade op als bemiddelaar. “We zijn de Turkse regering enorm dankbaar om de vrijlating van onze journalisten in goede banen te leiden”, aldus Bill Killer, hoofdredacteur van The New York Times.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234