Maandag 19/04/2021
null

InterviewDe Vragen van Proust

Fotografe Carmen De Vos: ‘Heel mijn identiteit was één dikke leugen’

Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje,nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vierentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: fotografe Carmen De Vos (53). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

Hoe oud voelt u zich?

“Ik voel me mijn leeftijd en heb daar ook vrede mee. Ik word 54. Als sommigen zeggen dat ze zich jonger voelen, is dat omdat ze zichzelf vergelijken met een clichébeeld van een bepaalde leeftijd waar ze niet aan willen beantwoorden, denk ik. Ik heb geen probleem met dat cijfer.”

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik een harde werker ben. Ook zeer plichtsbewust, wat dan weer een enorm nadeel is. Dat is iets buiten mij om, het komt altijd daarop neer.”

Wat is uw passie?

“Fotografie. Op school al was ik degene die altijd een fototoestel bij zich had. Maar het heeft tot mijn veertigste geduurd voor ik TicKL, een eigen polaroidmagazine, opgericht heb en voor de pers ben beginnen werken. Ik ben een laatbloeier. Ik had een administratieve job in het bedrijf van mijn man en heb pas heel laat ontdekt wat ik eigenlijk wilde doen.

BIO • Belgische fotografe; werd bekend met haar polaroids • geboren in 1967 in Mortsel • werkt freelance voor onder meer De Morgen, Humo, Knack en De Standaard • oprichter (in 2007) en hoofdredacteur van wijlen TicKL-Magazine • in 2008 verscheen The Eyes of the Fox, een overzicht van tien jaar sensuele polaroidfotografie • is getrouwd, heeft een dochter, woont in Gent

“Als achttienjarige ben ik alleen gaan wonen om het ouderlijk huis te ontvluchten, waardoor ik niet verder kon studeren. Ik heb dat lang als een gemis ervaren, het gaf me een gevoel van minderwaardigheid, dat ik almaar wilde compenseren. Alles wat ik doe, doe ik dan ook heel grondig. Ik ben een autodidact. Ik blokkeer bij handleidingen en cursussen, maar laat mij het zelf uitzoeken en ik voel me als een vis in het water. Toch bleef ik denken: ooit ga ik studeren. Tot ik volop ben beginnen experimenteren met fotografie, internationale prijzen won, naar het buitenland kon reizen en erkenning kreeg voor waar ik mee bezig was. Spijt van een gemiste studiekeuze heb ik dus niet meer.”

Hoe definieert u liefde?

“Jezelf samen voortdurend heruitvinden.

“Mijn man en ik kennen elkaar al heel lang. We waren baby’s toen we elkaar ontmoet hebben. (lacht) Ik was 16 en hij was 21. Als ik op onze relatie terugkijk, hebben we een ongelofelijk traject afgelegd, we zijn niet meer dezelfde mensen als we toen waren. En gelukkig maar. Maar dan komt het erop aan of je met elkaar mee evolueert of niet, denk ik. Het is de kunst om dat samen te doen, en elkaar telkens weer opnieuw terug te vinden.

“Belangrijk daarbij is moeite blijven doen om je te interesseren voor wat de ander doet. En dat gaat met vallen en opstaan, natuurlijk.

“Mijn man was de laatste die doorhad dat mijn toekomst eigenlijk bij de fotografie lag. Hij zag me nog altijd als zijn rechterhand in het bedrijf, terwijl iedereen me allang als fotografe zag, maar nu is hij mijn grootste fan. Mijn model, mijn proefkonijn.” (lacht)

Is het leven voor u een cadeau?

“Als ik het hier en nu bekijk en mijn gepieker over de toekomst afblok, wel.

“Mensen mogen fotograferen vind ik een heel groot cadeau. Iedere keer weer vind ik het een ongelooflijk geschenk dat ik iemand mag ontmoeten die ik anders nooit zou tegenkomen. De band die je opbouwt in een uur tijd kan heel verrijkend zijn. Heel vaak voel ik achteraf een warme genegenheid voor de persoon die ik net gefotografeerd heb. Het gebeurt zelfs dat ik jubelend naar huis rij en de afrit naar Beervelde mis omdat ik te veel zit weg te dromen over wat ik pas heb meegemaakt.

“Een van mijn eerste fotografische crushes zal wel Murielle Scherre geweest zijn. Ik vond haar zowel mooi als intelligent, speels als vernieuwend. Zij heeft een grote impact op mij gehad als beginnend fotograaf. En hoewel ik intussen al zoveel mensen geportretteerd heb met zoveel schoonheid in zich, vind ik het nog altijd geen vanzelfsprekendheid dat te mogen doen.”

Wat zou u nog graag realiseren?

“Ik heb het gevoel dat ik met mijn fotografie nog maar aan het begin sta. Ik wil nog zoveel doen, maar soms zijn mijn doelstellingen niet echt realistisch. Het allerhoogste zou zijn om in het MoMA te hangen, maar dan denk ik: Carmen doe eens normaal. (lacht)

“Zo ben ik eigenlijk van kleins af opgevoed: reik naar het hoogste, dan heb je tenminste een doel voor ogen. Dat brengt natuurlijk veel teleurstellingen met zich mee.”

Hoe was uw kindertijd?

“Enerzijds gruwelijk, anderzijds plezant, daartussen schipperde ik. Mijn ouders, en vooral mijn vader, waren ontzettend streng en veeleisend. Onvoorstelbaar wat ze verlangden van een kind van acht. En het probleem was dat ik heel plichtsbewust was en deed wat ze me vroegen, met als gevolg dat het één grote frustratie was, want het was nooit goed genoeg. Als ik niet voldeed, hingen er te zware straffen aan vast.

“Gelukkig had ik twee vriendinnen in het dorp waar ik woonde en was school mijn ontsnappingsroute. Het belang van school voor kinderen uit een slechte thuissituatie mag echt niet onderschat worden. School was mijn vakantie, mijn vrijheid.

“Vanaf mijn elfde kreeg ik het vermoeden dat mijn vader niet mijn echte vader was. Ik voelde gewoon dat er van alles niet klopte. Maar hoe meer vragen ik erover begon te stellen, hoe minder antwoorden er kwamen. Ik moest ook heel voorzichtig zijn, want wij hadden thuis geen open praatcultuur. Uiteindelijk heeft mijn vader het op mijn zestiende verjaardag bevestigd, omdat iedereen het wist, behalve ik. Zelfs mijn vriendinnen wisten het. Wat dus betekent dat ik heel mijn jeugd belogen ben door iedereen. Heel mijn identiteit was één dikke leugen.

“Als jong meisje was mijn moeder verliefd geworden op een Spaanse jongen. Toen bleek dat ze zwanger was hebben mijn grootouders haar opgesloten in Hoboken, in een tehuis voor ongehuwde zwangere vrouwen. Tegen haar wil in hebben ze haar een document laten ondertekenen waarbij ze afstand deed van haar kind. Toen ik geboren ben, hebben ze me weggenomen. Maar later heeft ze me, in hoeverre ik het goed begrijp, met de hulp van een dokter en een notaris, teruggekregen.

'Mijn ouders, en vooral mijn vader, waren ontzettend streng en veeleisend. Onvoorstelbaar wat ze verlangden van een kind van acht.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Mijn ouders, en vooral mijn vader, waren ontzettend streng en veeleisend. Onvoorstelbaar wat ze verlangden van een kind van acht.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Nu besef ik hoe zwaar dat voor mijn moeder moet zijn geweest. De Spaanse gemeenschap in Gent waartoe die jongen behoorde, wilde niet dat hij met een Belgische trouwde, want hij had een verloofde in Spanje, met wie hij later dan ook effectief gehuwd is.

“Zelf heb ik hem nooit gekend. Ik ben heel lang boos op hem geweest vanuit het idee: als hij mij niet wil kennen, ik hem ook niet. Ik had er ook niet echt behoefte aan en had ook een zekere loyaliteit naar mijn officiële vader toe. Tot mijn dochter geboren werd, toen kwam mijn hele jeugd als een boemerang terug en kreeg ik ook de drang om te weten wie ik was.

“Twee jaar geleden, nadat ik een aflevering van Interne keuken (Radio 1, red.) had gehoord waarin Steph Raeymaekers op zoek ging naar haar biologische vader, heb ik dan uiteindelijk op Facebook de naam van mijn vader ingetikt. Ik kwam op het profiel van zijn zoon, en via de comments vond ik een Spaanse nicht. Ze vertelde me dat hij allang overleden was, rond mijn twintigste.

“Afgelopen zomer zijn we dan naar Galicië gereisd om zijn graf te bezoeken. De jongste broer van mijn vader heeft ons toen rondgeleid in het dorp waar hij gewoond had. Dat was heel mooi. Plots kreeg ik ook allerlei verhalen van hem te horen. Voordien had ik niet eens een foto van hem gezien. Behalve zijn naam en het feit dat hij een Spanjaard was, wist ik niets.

“Nu blijkt dat hij zeer muzikaal was, met handen van goud. Hij kon van niets iets maken. Hij was ook een charmeur. Een goede danser, ook mijn moeder heeft dat bevestigd. Het gevoel dat ik bij dat graf had, was dan ook: hoe jammer is dat nu niet? Want hij blijkt nooit gelukkig te zijn geweest met zijn vrouw, en mijn moeder is nooit gelukkig geweest met mijn vader. Net het verhaal van Romeo en Juliet: hun liefde mocht niet zijn, omdat ze van twee verschillende werelden kwamen en geen van beiden heeft een gelukkig leven gehad. Hoe triestig is dat niet?”

Welk gelukscijfer geeft u zichzelf?

“Dat fluctueert. Op goede dagen een negen. Op slechte momenten een min drie.”

Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Ik kan heel blij worden van mijn tuin. Ik heb lang geen aandacht gehad voor de natuur, maar sinds een aantal jaren heb ik het genot ontdekt om te wroeten in de aarde en onkruid te wieden. Het zijn bijna de enige momenten dat mijn verstand stopt en ik niet meer nadenk. Zeer anti-stresserend, bijna therapeutisch.”

Wat is uw zwakte?

“Ik denk te veel na, creëer te veel doemscenario’s in mijn hoofd. Ben ook te veeleisend naar mezelf toe. Ik hoef niet zo veel te presteren, dat is iets wat ik mezelf wijsmaak.”

Waar hebt u spijt van?

“Ik heb geen spijt, behalve dan dat ik mijn echte vader niet gekend heb, maar dat is buiten mijn wil om.”

Wat is uw grootste angst?

“Zoals bij de meesten: dat mijn man of kind, maar vooral mijn kind, iets zou overkomen, dat lijkt me de hel op aarde. Een kind is een zorgpost voor de rest van je leven. (lacht) In de zin van: je zorgt ervoor met heel veel liefde en alles kan een reden tot bezorgdheid zijn.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Ik ween heel vaak van ontroering bij films, vroeger kon ik zelfs bij reclame huilen. (lacht)

'Sinds een aantal jaren heb ik het genot ontdekt om te wroeten in de aarde en onkruid te wieden. Het zijn bijna de enige momenten dat mijn verstand stopt en ik niet meer nadenk.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Sinds een aantal jaren heb ik het genot ontdekt om te wroeten in de aarde en onkruid te wieden. Het zijn bijna de enige momenten dat mijn verstand stopt en ik niet meer nadenk.'Beeld © Stefaan Temmerman

“En van verdriet? (denkt lang na) Dat zal enkele weken geleden geweest zijn, op een moment dat ik mezelf aan het neerhalen was. Dan raak ik in een neerwaartse spiraal en begin ik te huilen. Als ik aan het werk ben, ben ik nooit ongelukkig. Maar zodra ik één dag vrije tijd heb, denk ik: mijn carrière is om zeep, het is gedaan, ik zit aan de grond. (lacht) Ik ben heel erg bang om mezelf teleur te stellen.”

Welke maatschappelijke omwenteling juicht u toe?

“Dat meisjes zich bevrijden en veel eigengereider in de wereld staan, zowel in de politiek als in de kunsten. Ik ben een grote believer van de female gaze (vrouwelijke blik, red.). Tot nog toe keken we naar de wereld zoals we dat geleerd hadden: met een mannelijke blik. Het zijn nu eenmaal altijd mannen geweest die de samenleving hebben ingericht. Waarom vinden we een vrouw die huilt zwak? Omdat we mannen niet zien huilen.

“Daarom vind ik het fantastisch als jonge, mondige vrouwen schrijven en zeggen wat ik al heel mijn leven denk, maar misschien niet kon verwoorden. Doordat ik zo’n autoritaire thuis had en een Jehova’s getuige als vader, die geheel in de lijn van zijn godsdienst meisjes onderdanig aan mannen achtte en die vond dat mijn ontluikende seksualiteit beteugeld moest worden. Ik verzette mij, maar keek daardoor ook naar de wereld als door de ogen van een onderdrukte vrouw die in opstand kwam.

“Het is dus van een enorme meerwaarde dat meisjes overal ter wereld zich uit die mal aan het bevrijden zijn en zich met een veel opener blik kunnen manifesteren.”

Welk moment zou u graag herbeleven?

“Er zijn er veel hoor. Om er ééntje te kiezen: mijn huwelijk, in 2014. Ik ben heel laat getrouwd, omdat ik bij mijn ouders had gezien wat een huwelijk inhield. Daarom hadden mijn man en ik gezegd: als we dertig jaar samen zijn, gaan we trouwen. We bedoelden dat als mop, als boutade, maar plots was het daar.

“Dus huurden we een villa in Spanje en nodigden dertig vrienden uit. Ze mochten aankomen en vertrekken wanneer ze wilden, de enige voorwaarde was dat ze de trouwceremonie zouden voorbereiden. En dat hebben ze fantastisch gedaan.

“Bovendien had ik in een olijfgaard in de omgeving een oude olijfboom ontdekt die in tweeën was gespleten en in de vorm van een hart verder was gegroeid. Hij stond vlakbij een ravijn. Op de grond lag een cirkel van stenen, waardoor het een soort van druïdeplek leek. Daar hebben we de ceremonie gehouden. Om elf uur in de ochtend, op een snikhete dag. Eerst die lange weg te voet, daarna die berg op met mijn hoge hakken en lange jurk, terwijl al onze vrienden bij die boom stonden, klaar om ons te vieren, dat was zo mooi. Onze dochter was bruidsmeisje en heeft toen voor ons gezongen. We hebben geblèt dat het geen naam had.”

Bent u een goede vriend?

“Ik ben alleszins wel een loyale vriend. Maar soms leef ik als een kluizenaar, waardoor mensen aan mij moeten trekken om me naar buiten te krijgen. Maar als ik er dan eenmaal ben, ben ik zo blij, dan is het keiplezant.

“Wel ben ik een attente vriend. Mijn vrienden zijn ook attent, dus we steken elkaar aan.”

Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Dat gebeurt wel regelmatig hoor. (lacht) Ik ben enorm flamboyant. Ik kan heel blij zijn en heel verdrietig, maar ook heel kwaad. Een echte Spaanse furie, ja. Als mijn man zegt dat ik niet zo boos moet zijn, antwoord ik dat het mijn temperament is. Opgelost. Ik kook gemakkelijk over, maar vergeet het ook weer snel.”

Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik weet niet of het een echte herinnering is of een droom. Ik lig op een matje in de gang van een ziekenhuis, terwijl mijn zusje wordt geboren. Ik kijk door een kier van de deur en zie mijn moeder met een baby. Ik moet toen twee geweest zijn.”

Wat is een misvatting over u?

“Dat ik zelfverzekerd ben, dat is een misvatting. Ik kan ergens binnenkomen en enorm zelfverzekerd lijken, terwijl ik vanbinnen aan het sterven ben. Ik denk dat dat nog altijd de façade is die ik in mijn kindertijd opgetrokken heb.

‘Er gaat bijna geen nacht voorbij of ik heb seks gehad met iemand die ik van ver of van dichtbij ken. Heel bizar. Aangenaam ook.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Er gaat bijna geen nacht voorbij of ik heb seks gehad met iemand die ik van ver of van dichtbij ken. Heel bizar. Aangenaam ook.’Beeld © Stefaan Temmerman

“Om dat te compenseren probeer ik af en toe eens te glimlachen, want ik heb ook een redelijk strenge kop.” (lacht)

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Goed, behalve dat de ouderdom met gebreken komt, zoals ze zeggen. Ik stap nooit meer uit bed zonder pijn. Er is altijd wel iets dat zeer doet.

“Ik heb mijn lichaam pas heel laat ontdekt, vroeger wist ik niet eens dat ik er een had. Ik werkte keihard, vergat vaak te eten of te drinken, en ging maar door. Tot ik serieus gecrasht ben en zelfs niet meer kon stappen. Sindsdien weet ik dat ik niet de baas ben van mijn lijf en dat ik het moet soigneren. Als mijn lichaam neen zegt, dan is het neen.

“Voor de rest vind ik ouder worden helemaal niet erg, integendeel. Ouder worden is pas een cadeau. Mijn vader is maar 44 geworden, mijn zus is een paar jaar geleden overleden en zij hebben zelfs niet meer de kans om te zagen dat ze ouder aan het worden zijn.”

Wat vindt u erotisch?

“Dat is meestal situatiegebonden, een samenspel van factoren.

“Je best doen voor elkaar, vind ik bijvoorbeeld belangrijk. Je ziet vaak dat de vrouw er piekfijn uitziet, terwijl de man er onverzorgd en in een oude T-shirt bijloopt, alsof hij net in de tuin heeft gewerkt. Terwijl ik het net erotisch vind als mijn man zich voor mij opkleedt en een mooi onderbroekje aantrekt. De effort alleen al.” (lacht)

Wat is uw goorste fantasie?

“Ik ben een hevige dromer. Al mijn goorheid speelt zich af in mijn dromen. Er gaat bijna geen nacht voorbij of ik heb seks gehad met iemand die ik van ver of van dichtbij ken. Ik moet die niet eens aantrekkelijk vinden. Heel bizar. Aangenaam ook. Het is meteen ook een goede bron van inspiratie voor mijn werk.

“Ik laat ook vaak rampscenario’s in mijn hoofd afspelen. Bijvoorbeeld: als mensen een ladder zien staan, zullen ze er niet onderdoor lopen uit bijgeloof. Bij mij is het net andersom: ik loop er onderdoor en stel me dan voor dat er iets naar beneden valt en dat mijn kop uiteenspat. Of ik zit in de auto, er komt iemand van rechts en in gedachten ligt die persoon daar plots dood op de weg. Of ik beeld me in dat iemand mij aanrijdt en voel dat meteen in mijn buik. Aan fantasie geen gebrek.”

Hoe zou u willen sterven?

“Met veel bombast. (lacht) En daarna zou ik gecremeerd willen worden op een brandstapel, terwijl mijn vrienden een haka dansen. Ik heb mijn man gevraagd om er al een in te studeren, want je weet nooit wanneer ik dood zal gaan.”

Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Het liefst zou ik willen dat al mijn vrienden, man en dochter hun lievelingsgerechtjes klaarmaken die we dan samen naar binnen spelen, terwijl we drinken en babbelen over het leven en lachen met wat we samen allemaal meegemaakt hebben.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234