Zaterdag 22/02/2020

Interview

Fotograaf Paul Conroy: ‘Er staat nog altijd een miljoen dollar op mijn hoofd’

Paul Conroy: ‘Toen ik in Syrië net aan de dood ontsnapt was, kwam mijn jongste zoon in het ziekenhuis zeggen: ‘Papa, ik hou van je, maar je bent eigenlijk echt wel een klootzak, hè?’Beeld Stefaan Temmerman

Oorlogsverslaggever Marie Colvin liet in 2012 het leven bij een bombardement van het Syrische leger op de stad Homs. Fotograaf Paul Conroy (55) stond aan haar zijde; hij overleefde de aanslag nipt. Hun verhaal werd als A Private War verfilmd – nu te zien op Telenet Play More. ‘Ik ben a pain in the ass van Assad.’

Praten met Paul Conroy, dat is voortdurend checken of je mond niet wagenwijd openhangt van pure ontzetting. De verhalen die hij oprakelt over zijn lange carrière als oorlogsfotograaf, gaan van onthutsend tot afschuwelijk. Toch valt dat aan zijn lichaamstaal niet af te lezen. De 55-jarige Conroy zit gezapig onderuitgezakt in de fauteuil, en strooit in zijn sappige Liverpoolse accent met knipogen en grapjes. Dit is een man die de hel heeft gezien, en er zich eigenlijk best wel thuis is gaan voelen.

BIO • geboren op 4 juni 1964 in Liverpool • Britse fotograaf en filmmaker • vooral actief in conflictzones, zoals de Balkan, het Midden-Oosten, Libië • raakte in februari 2012 gewond toen hij verslag uitbracht van de strijd om de Syrische stad Homs. Bij dezelfde be­schietingen kwam o.a. The Sunday Times-verslaggever Marie Colvin om het leven • diende tussen 1980 en 1987 als soldaat bij de Royal Artillery • heeft drie zonen  

Als je goed naar zijn gegroefde kwajongensgezicht kijkt, zie je dat er aan het topje van zijn neus een stukje ontbreekt. Dat ligt nog ergens tussen het puin in Homs, in het oosten van Syrië. In februari 2012 coverde Conroy er de Syrische burgeroorlog aan de zijde van Marie Colvin, de legendarische oorlogsreporter met het ooglapje – een souvenir aan een granaataanval in Sri Lanka in 2001. In de Engelse krant The Sunday Times brachten Colvin en Conroy verslag uit over de vreselijke bombardementen waarmee president Bashar al-Assad de bevolking van Homs terroriseerde, in een poging om de revolutie tegen zijn autoritaire regime neer te slaan.

De meeste verslaggevers vonden de situatie in Homs inmiddels te gevaarlijk geworden, maar niet Colvin en Conroy. Een doorn in het oog van Assad, die zijn leger op het duo liet jagen. Op 22 februari werd een gericht bombardement ingezet, waarbij Marie Colvin en oorlogsfotograaf Rémi Ochlik sneuvelden. Paul Conroy overleefde het ternauwernood.

Paul Conroy en Marie Colvin nemen een selfie. ‘Ik heb me vaak eenzaam gevoeld na haar dood.’Beeld Paul Conroy

Dat hele verhaal is te zien in A Private War, een biopic over Marie Colvin. Maar uit de mond van Conroy (die in de film gespeeld wordt door Fifty Shades of Grey-hunk Jamie Dornan) klinkt het toch nog ijzingwekkender. “Ik herinner me een oorverdovende dreun”, vertelt Conroy wanneer we hem vragen naar het fatale bombardement. “Geen spectaculaire knal zoals in Hollywood-films, maar een metaalachtig, misselijkmakend geluid.” De schade leek eerst nog mee te vallen, herinnert de fotograaf zich: “Vreemd genoeg blies de ontploffing me niet omver, ik stond nog overeind. Heel even dacht ik zelfs dat ik niet geraakt was. Maar er kwam rook van me af, en toen ik met mijn hand aan mijn been kwam, zag ik mijn vingers langs de ene kant binnengaan, en er langs de andere weer uitkomen.”

Toch drong de ernst van de situatie niet meteen tot hem door: “De eerste gedachte die door mijn hoofd schoot, was: ‘O nee, ziekenhuiseten!’ (bulderlacht) Maar toen dacht ik aan mijn vriend Tim Hetherington (ook een Britse oorlogsfotograaf, red.), die een jaar eerder overleden was bij een bombardement in Libië: hij was doodgebloed door een klein scheurtje in een slagader. Dus ik stak mijn hand weer in mijn been, greep de slagader, en voelde dat er nog bloed door pompte. Die was dus nog intact. Toen heb ik mijn sjaaltje gebruikt om een knevel rond mijn been te maken, en ben ik naar Marie en Rémi gestrompeld, die een beetje verder op de grond lagen.

“Op dat moment begaf mijn been het plots. Ik viel op Marie, en stelde meteen vast dat ze dood was. Toen begonnen de ontploffingen plots weer, en vielen de mortieren nog dichterbij. Zo dicht dat de granaatscherven mijn handen openhaalden, en het topje van mijn neus eraf sneden. Dat ging zo een kwartier lang door, maar ik herinner me vooral hoe slecht ik me voelde over het feit dat ik niet eens zo verdrietig was, terwijl mijn beste vriendin dood naast me lag. Ik was duidelijk in shock.

Een MiG-jachtvliegtuig dropte net een bom, Libië 2011.Beeld Paul Conroy

De innige vriendschap tussen Marie Colvin en Paul Conroy begon negen jaar eerder, eveneens in Syrië. “Het was maart 2003, en iedereen wist dat de Irakoorlog elk moment kon losbarsten. Oorlogscorrespondenten haastten zich om Irak nog binnen te geraken voordat de grenzen zouden dichtgaan en de eerste bommen zouden vallen. Ik wilde via de noordoostelijke grens van Syrië gaan, maar de geheime dienst liet me niet door. Na een maand tevergeefs onderhandelen besloot ik zelf een vlot in elkaar te knutselen met vrachtwagenbanden, en daarmee de Tigris af te varen tot in Irak. Alleen: het Syrische leger betrapte me op heterdaad, en ik kreeg het bevel om het land meteen te verlaten. Alle andere journalisten waren razend op me; ze vonden dat ik het voor hen verpest had door te proberen om de officiële procedures te omzeilen. Dus die avond zat ik helemaal alleen in de hotelbar, niemand wilde met me praten. Totdat plots de deuren openzwaaiden, en de legendarische Marie Colvin binnenkwam: ‘Waar zit die bootman?’ Waarop ik me kenbaar maakte, en zij zei: ‘Boat man, ik hou van je stijl! Mag ik je een whisky aanbieden’? (lacht) We hebben ons die avond samen bezat, en we voelden meteen dat we op dezelfde golflengte zaten. Tot op de dag van haar dood is ze me trouwens boat man blijven noemen.” (lacht)

Hoe close waren jullie?

Paul Conroy: “We konden elkaars gedachten lezen. Als we samenwerkten, moest zij zich nooit zorgen maken of ik wel dat ene cruciale beeld had vastgelegd, en ik wist ook altijd zeker dat zij het nodige materiaal bijeensprokkelde voor haar artikels. We hadden geen woorden nodig om elkaar te begrijpen, we vertrouwden elkaar blindelings. Dat is van onschatbare waarde, wanneer alles om je heen in de lucht vliegt. Als dat allemaal wegvalt... Dat laat een enorm gat na. Ik heb me sinds haar dood vaak eenzaam gevoeld. Ook al heb ik veel mensen in mijn leven die me graag zien en die me steunen. Ik mis haar wijze raad, en haar grapjes, die alles veel draaglijker maakten.”

Rosamund Pike als Marie Colvin in A Private War. ‘Zij heeft Marie echt tot leven gebracht.’Beeld RV

Hoe accuraat wordt Marie Colvin in de film A Private War afgebeeld?

“Het beeld dat de film van haar ophangt, klopt voor 90 procent. Wat bijvoorbeeld niet echt uit de verf komt, is onze humor. Dat was natuurlijk ook een moeilijk punt: steek er te veel grapjes in, en we komen over als een paar idioten. Wat we in feite ook zijn, maar dat hoeft de wereld niet te weten. (lacht) Los daarvan is het een heel herkenbaar portret van haar. Roz (actrice Rosamund Pike, die Colvin vertolkt, LT) heeft Marie echt tot leven gebracht.”

Hebt u haar daarbij geholpen? U was consulent op de set.

“Ja, voor elke scène ging ik even bij Roz en Jamie zitten. Ze hadden natuurlijk het scenario, waarin precies stond wat Marie en ik allemaal meegemaakt hadden, maar aan mij konden ze vragen hoe het allemaal voelde. Erg handig natuurlijk, voor een acteur. Jamie zei me op een bepaald moment dat hij zich een bedrieger voelde. Hij kon zoveel aan me vragen, dat hij het bijna als valsspelen ervoer.” (lacht)

In de film oppert Maries baas dat ze wel verslaafd lijkt aan oorlog. Was dat zo, denkt u?

“Nee! Dat is de enige scène in de film waarmee ik het echt oneens ben. Dat zinnetje bevestigt ten onrechte het cliché dat Marie een oorlogsjunkie was – ik háát die term. Marie hield helemaal niet van oorlog. Integendeel: ze heeft haar hele leven gewijd aan het waarschuwen voor de gevaren en de gruwel van oorlog. Als ze ergens aan verslaafd was, was het aan de impact die haar verslaggeving kon hebben. Ze wilde een verschil maken door de waarheid naar buiten te brengen.”

Maar ze ging daar wel erg ver in. Verder dan haar collega’s. Waar kwam die drang vandaan?

“Ik denk dat ze simpelweg iets gevonden had waarin ze echt heel goed was. Dat besefte ze voor het eerst in Oost-Timor, in 1999. Een paramilitaire bende had toen een VN-compound omsingeld, waar duizenden vrouwen en kinderen bescherming hadden gezocht. Toen zij aan hun lot werden overgelaten, besloot Marie om – ondanks het enorme gevaar – toch te blijven. Daarmee heeft ze het leven van die mensen gered. Als zij geen verslag was blijven uitbrengen over hun situatie, waren ze gegarandeerd vermoord. Dat is best wel heftig om te beseffen.

“Toen heeft ze de smaak te pakken gekregen, want ze voelde voor het eerst dat journalistiek echt een invloed kan hebben op het verloop van de oorlog. Daar was het ons ook in Homs om te doen. We dachten: ‘Als we dit verhaal goed vertellen, en er genoeg mensen mee bereiken, kunnen we misschien een bloedbad voorkomen.’ Als ze ergens aan verslaafd was, dan wel aan dat gevoel. Maar ik huiver wanneer mensen beweren dat Marie en ik gewoon op zoek waren naar adrenaline. Als je adrenaline wilt, ga dan van een brug bungeejumpen of zo. Daarvoor hoef je je echt niet tussen de fluitende kogels te begeven.”

Was Marie nooit bang?

“Dat is nog zo’n cliché over haar. Natuurlijk was ze wel bang als ze zich in oorlogsgebied begaf. Dat kan ook niet anders. Wie dat ontkent, liegt. Angst is reëel. Maar de truc is om die angst in de hand te houden, zodat je kunt functioneren. Want als angst paniek wordt, bevries je. Marie was dus niet onverschrokken of roekeloos, maar wel moedig. In die zin dat ze heel goed wist wat de gevaren waren – ze had haar oog al verloren – en er toch telkens weer aan begon.”

Colvin en Conroy brachten ook verslag uit van de opstand in Libië in 2011. ‘De Syriërs hebben we in de steek gelaten, terwijl we Libië wel hielpen.’Beeld Paul Conroy

Hoe doe je dat dan, je angst in de hand houden?

“Alcohol? (lacht) Nee, het is vooral een kwestie van training en gewenning. Als je maar lang genoeg oorlogen verslaat, leer je jezelf heel goed kennen. Bovendien beland je meestal niet van het ene moment op het andere aan de frontlinie. Het is alsof je heel traag een nachtmerrie binnenwandelt. Je daalt telkens een beetje verder af, zodat je de tijd hebt om te acclimatiseren.”

Een beetje alsof je de Mount Everest beklimt en afdaalt?

“Precies! Je klimt naar een eerste station, je rust even, evalueert of je het aankunt, en gaat dan pas verder. Je trekt niet zomaar meteen naar de top. En het is pas een paar weken later, wanneer je thuiskomt, dat je denkt: ‘Fuuuckkkk, wat was dat!’ “(lacht)

En dan slaat de posttraumatische stress toe...

“Kijk, als je naar een oorlogszone gaat, weet je perfect wat je te doen staat. Je stapt het vliegtuig uit, steekt eventueel een grens over, je zoekt fixers en vertalers, en je begeeft je naar het front. Het is allemaal heel hectisch, maar het is wel waar je goed in bent.

“Nu, waar mensen als Marie en ik niet zo goed in zijn, is daarna terugkeren naar het dagelijkse leven. Maanden aan een stuk opereer je in heel intense omstandigheden, dus je wordt heel snel close met de mensen met wie je samenwerkt. En dan wordt de stekker eruit getrokken, en sta je plots weer op Heathrow, waar mensen klagen over belastingen, de brexit of wat dan ook... En je keert terug naar je gezin, waar natuurlijk van alles van je verwacht wordt. Maar de helft van de tijd zit je met een enorm schuldgevoel ten aanzien van de mensen die je daar in de oorlog hebt achtergelaten, en die niet zomaar naar een veilige thuis kunnen terugkeren.”

Je bent thuis, maar tegelijk zit je met je hoofd nog ginder.

“Precies. En dat begint de mensen om je heen te ergeren. Een tijd lang hebben ze geduld met je, maar het duurt gewoon veel te lang voordat je weer aan de normale wereld aangepast geraakt. Je wordt onaangenaam gezelschap en krijgt ruzie met iedereen. Dus als je werkgever dan belt met de vraag: ‘Wil je naar Syrië vertrekken?’, roep je uit volle borst: ‘Ja!’ Want daar weet je tenminste dat je niemand zal teleurstellen. Ondanks de chaos ben je er in zekere zin heer en meester over je lot. Meer zelfs, soms gingen Marie en ik zelf bij de krant pushen of ze geen nieuwe opdracht voor ons hadden. En dan maar liegen tegen mijn gezin dat het de krant was die absoluut wilde dat ik vertrok.” (lacht)

‘Marie was géén oorlogsjunkie. ik haat die term. Ze hield helemaal niet van oorlog. Als ze ergens aan verslaafd was, was het aan de impact die haar verslaggeving kon hebben.’Beeld Stefaan Temmerman

Hoe ging uw gezin om met de risico’s van uw beroep?

“Ik heb drie zonen, en een ex-vrouw – niet echt verrassend zeker? (lacht) Ze hebben altijd heel veel begrip getoond, en me door dik en dun gesteund. Ze beseften dat Marie en ik iets zinvols deden. Maar toen ik in Syrië net aan de dood ontsnapt was, kwam mijn jongste zoon – hij was toen tien jaar – in het ziekenhuis wel zeggen: ‘Papa, ik hou van je, maar je bent eigenlijk echt wel een klootzak hè?’” (lacht)

Hoe gaan uw kinderen om met het besef dat hun vader iedere dag kan sterven?

“Dat is heel zwaar geweest voor hen. Na het bombardement in Homs werd een van mijn zonen door de schooldirecteur uit de klas geplukt. ‘We denken dat je vader dood is, maar misschien ook niet’, kreeg hij te horen. Dat was een zware dobber. Mijn ouders kregen zelfs het nieuws dat ik met zekerheid gesneuveld was – en dat terwijl mijn jongere broer net drie maanden daarvoor was overleden aan een hartaanval. Dat heeft me wel even doen nadenken. Zelf zwaargewond raken, is één ding. Maar het was vooral de impact daarvan op mijn geliefden die me heeft doen beseffen dat ik niet zomaar kan doen wat ik wil.”

Is dat de reden waarom u sindsdien niet meer gewerkt hebt als oorlogsfotograaf?

“Dat speelt mee. Ik zou intussen zelf wel opnieuw aan de slag willen, maar ik moet vooral zeker weten dat de mensen om me heen daar ook klaar voor zijn. Nu, dat is eigenlijk niet de belangrijkste factor. Het heeft er vooral mee te maken dat ik nu de verantwoordelijkheid voel om aan de wereld te blijven vertellen wat ik in Syrië heb gezien. Ik heb een boek geschreven over mijn ervaringen, Under the Wire. Daar is een documentaire van gemaakt, en er is dus ook A Private War. Dat doe ik allemaal niet omdat ik graag in de belangstelling sta – geen enkele journalist wordt graag zelf het verhaal –, maar wel omdat ik zo een platform creëer om de situatie in Syrië onder de aandacht te blijven brengen.”

Waarom vindt u dat zo belangrijk?

“Omdat ik het verschuldigd ben aan de Syrische bevolking. Na de aanval in Homs hebben de rebellen me geholpen om het land te ontvluchten. Terwijl mijn been nog losjes aan mijn lijf hing, zaten we vijf dagen lang vast in een gebouw dat steeds heviger onder vuur werd genomen; het regime wist dat we het overleefd hadden, en wilde ons absoluut dood. We moesten daar dus als de bliksem weg. En de enige route liep recht doorheen de frontlinie...

“Op een avond vertrokken we met vijf vrachtwagens, en reden we gewoon recht op de vijand af. Minutenlang werden we beschoten. Bij die operatie zijn twintig rebellen gestorven... Daarna werden we bij een kilometerslange tunnel afgezet, die naar Libanon leidde. Daar stonden ook heel wat vrouwen en kinderen aan te schuiven, maar de rebellen wilden mij voorrang geven. Ik protesteerde, maar toen zeiden ze me: ‘Hoor eens, al onze vrienden en gezinsleden zijn dood. Als jij het land niet uitgeraakt om dat aan de wereld te vertellen, zal niemand ooit weten wat er hier gebeurd is. En dan zal iedereen voor niets gestorven zijn.’

“Dat heeft me over de streep getrokken. En vier minuten nadat ik aan de andere kant uit de tunnel was gekropen, viel het leger er binnen. Al die vrouwen en kinderen zijn dus vermoord. Versta je nu waarom ik dit verhaal wil blijven vertellen, zolang ik een platform krijg? Ik kan niet anders. Temeer omdat het geweld blijft doorgaan. Meer zelfs, het ergste moet misschien nog komen: in de regio Idlib zitten nog altijd drie miljoen mensen in de val, omsingeld door Syrische en Russische troepen.”

Hebt u het gevoel dat uw strijd iets oplevert?

“Er staat nog steeds een premie van een miljoen dollar op mijn hoofd. Dat betekent toch dat ik een pain in the ass van het regime ben. Een leuk gevoel, eigenlijk. (lacht) Maar er zijn ook aantoonbare resultaten: we hebben in de VS een rechtszaak gewonnen tegen Assad. Het regime is veroordeeld tot een boete van 300 miljoen dollar voor de moord op Marie.

“Dat geld is van weinig belang, maar die veroordeling geeft ons wel een enorme stok achter de deur. Als een of andere politicus of zakenman nu iets te vriendelijk gaat doen tegen Assad – en je zult zien dat hij vroeg of laat stilaan gerehabiliteerd zal worden –, zal ik met dat papiertje komen zwaaien: ‘Weet je wel dat je met een veroordeelde moordenaar te maken hebt?’ De rechter was heel duidelijk: de dood van Marie was een gerichte moord op een journalist. We hebben dus al iets bereikt, en we zijn ook goed op weg om de zaak voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag te krijgen.”

Is dat het einddoel?

“Ja. De Syrische bevolking verdient dat. Want we hebben hen in de steek gelaten. Toen ze in 2011 vreedzaam in opstand kwamen, opende hun regering het vuur op hen. En het Westen stond erbij en keek ernaar. Terwijl we Libië wél te hulp zijn geschoten. De mensen in Syrië vragen zich dus terecht af: ‘Waarom worden wij aan ons lot overgelaten? Waarom zijn een half miljoen van onze mensen dood?’ Des te pijnlijker vind ik het dan om te zien hoe Syrische vluchtelingen hier onthaald worden. Mijn hart bloedt voor die mensen. Iemand die tot in Dover of Calais geraakt, nadat hij zoiets heeft meegemaakt, die zou als een held ontvangen moeten worden. Dat een deel van de politici hen probeert af te schilderen als profiteurs, getuigt van het walgelijkst denkbare opportunisme. Dit zijn de mensen die hun leven gegeven hebben voor het mijne. Niemand verplichtte hen om dat te doen, maar ze deden het toch. Vreselijk om te zien hoe ze daarvoor ‘bedankt’ worden.”

A Private Warte bekijken op Telenet en Proximus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234