Donderdag 13/08/2020

Foto's van mensen die lezen

door Eric Min

Wie veel gezien heeft, zal veel vergeven worden. Duizenden foto's heb ik bekeken, gretig en gelaten en af en toe uit plichtsbesef. Wanneer ik niet werk, lees, liefheb, kook, eet of slaap, kijk ik. "I like to watch", prevelt de dwaze tuinman in Being there, Peter Sellers' laatste grote rol.

Kijken naar mensen die foto's maken is kijken tot de tweede macht. De ongeduldige en lichtjes ontevreden blik van wie stenen of stillevens fotografeert, levert nauwelijks een goed verhaal op - het gaat te snel en al te efficiënt, dat scherpstellen en op de knop drukken - maar het oude ritueel van de pose is een onuitputtelijke bron van ontroering. Mensen die een portret willen maken, stralen een zekere weerloosheid uit. Ze willen dat het goed komt en het loopt bijna altijd fout af. "Zet u daar eens bij" ('daar' is: een waterput of een fontein). "Kijk naar de meeuwen." "Dichter." "Nee, daarnet was het beter" ('daarnet' betekent: toen ik nog geen foto dreigde te maken).

Een handvol fotografen slaagt er wel in, met grote onderscheiding of een beetje toevallig. Er bestaan schitterende opnamen van mensen die recht in de lens kijken, zelfzeker of afwezig. Maar de mooiste portretten maken we van mensen die lezen of slapen. Grote meesters als Brassaï en Kertész wisten het maar al te goed. De eerste fotografeerde een slapend meisje dat in de jaren dertig in het surrealistische blad Minotaure werd opgevoerd: we zien overgave die even goed genot, pijn of dood kan zijn. De tweede heeft in 1971 zijn sterkste foto's van lezende mensen bijeengezocht voor het album On Reading. De oefening werd enkele jaren geleden overgedaan door een Italiaanse uitgeverij en ten slotte ook in Frankrijk onder de titel L'intime plaisir de lire gepubliceerd.

Zijn leven lang heeft André Kertész (1894-1985) mensen die lezen gefotografeerd. Op zijn allereerste afdruk dommelt een man in boven zijn krant in een café; het is 1912 en de knaap heeft vorige week zijn eerste toestel gekocht. Zestig, zeventig jaar later is hij nog altijd aan de slag. Hij fotografeert een stilleven met krant, boek (op het omslag troont Wiertz' schilderij La belle Rosine) en leesbril in een leunstoel, of maakt in zijn New-Yorkse flat zelfportretten waarop ook een afgietsel van zijn gezicht en een boekenkast een prominente plaats krijgen. Dezelfde ingrediënten komen al voor op een foto uit 1927 waarop Kertész opkijkt uit het boekje dat op de tafel ligt. Hij woont dan in Parijs; zijn eerste tentoonstelling in de galerie Au Sacre du Printemps van Jan Slivinsky staat op stapel. Het portret is een teken van leven voor zijn Hongaarse achterban. Hij poseert, kijkt wat bezorgd in de lens en zondigt voor één keer tegen de gouden regel die voorschrijft dat lezende mensen op foto's met hun boek moeten in de weer zijn, niet met het heerschap achter de camera. Wie leest is niet meer van deze wereld, maar duikt onder in de taal tot er zich een staat van genade aandient - inkeer, aanwezigheid, concentratie. Het staatsieportret waarop Mitterrand uit een imposante foliant opkeek, badend in de aura van ernst en betrouwbaarheid waarmee de Letteren de bedienaren van hun eredienst belonen, was ook al geen portret van een lezend wezen maar een dienstmededeling voor het hooggeëerde publiek. De president deed alsof.

Natuurlijk zijn er banale en zelfs minder nobele motieven om lezende of ingedutte mensen te fotograferen. Hun lichaam is tot staan gebracht, elke storende beweging wordt opgeschort. Ze zitten eindelijk stil; de camera kan zijn tijd nemen en het licht zijn werk laten doen. Wie slaapt of studeert kan niet terugkijken en een priemende blik laten vragen of het nog lang duurt: weg is de kramp van het kijken en het bekeken worden. Voor fotografen als Kertész is het een comfortabel moment. Maar er hoort ook een ander verhaal bij deze fascinatie voor mensen met boeken. Is het de intensiteit van het lezen die een aangezicht en een gestalte zo nobel laat zijn? De taal die ons haar ritme oplegt en meezuigt of tot stilstand brengt? We vinden het allemaal terug in dit kleine album met de wat goedkope en nadrukkelijk sensuele titel L'intime plaisir de lire: aandacht, scepsis, passie, afwachting, vervoering. Lezers plooien hun lijf rond de bladzijden, buigen het hoofd, zoeken het licht op, nemen een afwachtende houding aan, haken naar medeplichtigheid. Een krant wordt als een schild tussen lichaam en wereld gehouden. Clochards scharrelen oud papier uit de vuilnisbakken en spellen stukken uit. Tussen de zinken daken van het Quartier Latin ontwaren we na enig zoeken een man in hemdsmouwen op een klein terrasje; een andere heer heeft zijn stoel naar het platte dak van een flatgebouw in New-York gesleept: ze zijn zo alleen op de wereld als de lezende kantoorbediende in de overvolle tram. Een reeks van zes opnamen uit 1974 lijkt wel een fotoroman zonder woorden: een plas boeken op de stoep wacht op de vuilniskar, maar een voorbijganger blijft even staan, raapt een band op en begint te lezen terwijl een tweede man zijn voorbeeld volgt. In een loopgraaf opent een soldaat zijn missaal voor het ochtendgebed. Een ander schrijft een briefje - "goed van eten en van slapen dikke kussen tot de volgende keer."

De mensen op deze foto's willen even wachten. Ze zetten het raderwerk in hun hoofd stil of vragen beleefd of iedereen op zijn plaats wil blijven tot alles weer op gang komt. Hun boek is een hoffelijke versie van het bordje 'verboden toegang'. Ze geven zich over aan volzinnen als aan een golf of aan het genot dat komt en niet meer wordt tegengehouden.

En ook het licht zit altijd goed, want de lezer heeft zorgvuldig zijn plekje uitgekozen. Misschien moet dit maar mijn laatste argument tegen het digitale boek zijn: ik wil geen nieuwe kijkdoos. Bespaar ons het vaalblauwe schijnsel dat het gezicht van wie televisie kijkt tot een dodenmasker transformeert en de geliefde gestalte voor het computerscherm tot een roofvogel.

Ik hou (ook) van lezen omdat het zo mooi is om naar te kijken.

André Kertész, L'intime plaisir de lire, uitgeverij Trans Photographic Press, 1998, 79p.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234