Dinsdag 22/10/2019

Foto's kloppen nooit

Bij de Zwitserse uitgeverij Scalo verschenen twee bijzondere fotoboeken met de verstilde monumentale beelden van Balthasar Burkhard enerzijds en de frenetieke straatfotografie van Slawomir Zulawinski anderzijds.

Balthasar Burkhard

Omnia

Scalo, Zürich, 264 p., 59 euro.

Slawomir Zulawinski

Intersection

Scalo, Zürich, 95 p., 44 euro.

De Zwitserse fotograaf Balthasar Burkhard is een man die meetelt in het artistieke bedrijf. In 2004 wijdde het Kunstmuseum van zijn geboortestad Bern een groots opgezet retrospectief aan zijn werk; vandaag publiceert Scalo de Engelse editie van het overzichtsboek Omnia dat toen verscheen. In het opulente album is zowat alles van Burkhard opgeslagen, in zwartwitfoto's die ook op kunstboekformaat krachtig uit de hoek komen. De fotograaf, die van het monumentale, wandvullende beeld zijn handelsmerk heeft gemaakt, komt in boekvorm uitstekend tot zijn recht. Deze foto's horen thuis in galerieën met hoge, witte muren, maar ze verdragen even goed glanspapier en salontafeltjes.

Burkhard debuteerde als hoffotograaf van de vorig jaar overleden kunstpaus en landgenoot Harald Szeeman. Een betere introductie tot de artistieke actualiteit kon de man zich niet dromen. Via de legendarische tentoonstellingenbouwer kwam hij in contact met de absolute top van de kunstscene: Richard Serra, Claes Oldenburg, Marcel Broodthaers, Joseph Beuys, de arte povera van Mario Merz, Otto Mühl en de Weense aktionisten, de architecten Herzog & de Meuron... Dertig jaar lang zal Burkhard overal opduiken waar er iets te beleven valt. Hij klost van Kassel en Venetië naar New York of Japan. Onderweg laat hij de reportagefotografie varen. Burkhard zal nadrukkelijk kunst gaan bedrijven. Wie zijn foto's leest, moet in staat zijn om er citaten uit te halen en voetnoten toe te voegen. Elk beeld - in rigoureus zwart-wit, breed en haarscherp - doet een uitspraak over de wereld en over onze strategieën om de dingen weer te geven. Een afbeelding, zo schrijft Matthias Frehner in het inleidende essay, is veel meer dan een zichtbaar oppervlak. Kunst moet een kijkmachine zijn, heeft met analyse en archeologie te maken. Burkhard zoekt de essentie achter en onder de dingen.

Wie door Omnia bladert, ziet grootse landschappen, dieren en planten, lichamen en koppen, in reeksen op de bladzijden geschikt. Burkhards categorieën zijn de aloude disciplines van de kunstacademie - genrestuk en stilleven, landschap en stadsgezicht, naaktstudie en portret. Ook een tastbaar fenomeen als het schilderdoek is af en toe nadrukkelijk aanwezig. In 1977 projecteerde Burkhard in een galerie in Chicago opnamen op linnen doeken; het geplooide, verfrommelde textiel schemert door de foto's heen. We belanden in banale, lege interieurs zonder mensen - de achterbank van een auto, een armoedige kamer met een stoel bij een televisietoestel, een restauranttafeltje. De dingen zijn nog warm en de plaats van de misdaad lijkt verlaten, maar ook de textuur van de foto laat ons niet los. We nemen sporen van aanwezigheid waar; onwillekeurig denk je aan de zweetdoek van Veronica of de lijkwade van Turijn. In de vroege jaren tachtig schikte de fotograaf weleens drie, vier reusachtige fragmenten van een uitgestrekte arm of een liggend naakt naast elkaar tot brede panorama's, meer dan dertien meter lang. Een lijf als een landschap is gevat in een claustrofobische, lage rechthoek die verwijst naar het levensechte schilderij Christus in het graf van Hans Holbein uit het museum van Basel. Maar Burkhard doet meer dan een foto in drie of vier fragmenten knippen, inlijsten en weer assembleren. In zijn travelings klopt iets niet. Elk beeld van de reeks heeft een eigen vluchtpunt, wat een bevreemdend resultaat oplevert. Onze ogen weten niet wat ze zien. Ze moeten deze opnamen, die meteen ook installaties zijn, twee of zelfs drie keer tegen het licht houden om alle lagen die de kunstenaar erin heeft gestopt, bloot te leggen. Burkhard speelt een subtiel spel met vervorming, waarheid en leugen. De klassieke schilderkunst deed niets anders, en de fotograaf is dan ook een ongenadige criticus van zijn eigen medium. Hij laat geen spaander heel van de objectiviteit, de betrouwbaarheid en de volledigheid waarop de camera aanspraak maakt. Voor L'Origine du monde (1988) heeft Burkhard niet alleen het onderwerp maar ook de titel van Courbets schilderij overgenomen. Het licht van zijn sterkste beelden herinnert aan Caravaggio of Rembrandt, de classicistische klaarte van Ingres is nooit ver weg. Dit zijn geen snapshots maar nauwkeurig geconstrueerde composities, het resultaat van uren, dagen of weken wachten op het licht. De foto's hebben geen tijd, geen actualiteit. Hij snijdt tijd en ruimte weg tot hij unieke, definitieve momenten overhoudt.

Burkhard, de man die acteur wilde worden en ooit experimenteerde met zelfportretten waarin een concept als 'identiteit' danig op de proef werd gesteld (naar het recept van de verkleedpartijen in de Untitled Film Stills van Cindy Sherman), is misschien meer beeldhouwer of architect dan schilder. Hij houdt van veel muziekjes, en ook land art of de conceptuele kunst hebben voor hem geen geheimen. De extra large formaten die hij in de tentoonstellingszalen ophangt, structureren de ruimte en vragen dat de toeschouwer zich tot hen verhoudt. Wanneer Burkhard een arm of een knie meer dan levensgroot afbeeldt, herinnert zijn gebaar aan het nauwkeurige meten en passen van de beeldhouwer die zijn schaalmodel tot een monument transformeert. Burkhards naakten verwijzen meer naar Michelangelo dan naar een fotograaf als Brassaï, voor wie het romaneske en de tussentinten essentieel waren. Huid wordt landschap, het lichaam een topografische kaart. Burkhards lens jaagt op de (ultieme) arm, op de (essentiële) voet: elementaire deeltjes van een (archetypisch) lijf. Study uit 1983, een suite van 21 variaties op een liggend naakt dat langzaam om zijn as wentelt, is geen sensuele ontdekkingsreis naar lokkende dijen en het 'objet du désir' dat zich zonder gêne aan ons vertoont, maar een minimalistische partituur zoals Steve Reich er heeft gecomponeerd.

Toch is ook de intellectueel Burkhard een sensualist in hart en nieren. Opspattende golven bij Etretat in Normandië, heuvels van woestijnzand, vlezige slakken, de zwart-witte kleurenpracht van orchideeën en de tactiele, vloeibare duisternis drijven op associaties en allusies. Niet de klinische blik van de legendarische plantenfotograaf Albert Renger-Patzsch, die in de natuur vooral vorm en structuur zocht en geen boodschap had aan gecodeerde betekenissen, is Burkhards eerste inspiratiebron, maar een aards, zintuiglijk vermogen om de wereld met de camera te lijf te gaan. Essayist Frehner wijst erop dat de foto's uit Omnia zelden een voorgrond hebben. Ze komen zo dichtbij dat we er meteen in tuimelen. Burkhard staat erbij en kijkt ernaar: hij weet dat we kijken, hoe we kijken. De bevreemdende reeks dierenfoto's die hij in 1996 maakte - telkens één levensgroot beest, van opzij gezien voor een morsig achterdoek - is een ironisch statement over het catalogiseren en de didactische blik van de homo sapiens. Het lijkt wel alsof de dieren poseren. Ze lijken opgezet, maar staan gewoon stil. Af en toe kijkt er eentje terug. 'Het' klopt niet. Klopt, zegt Burkhard: foto's kloppen nooit. Voor de panorama's van Tokio en Mexico City kwam er een helikopter aan te pas - zo zou een meeuw de wereld ervaren. Kijk naar de sublieme beelden die hij in 2004 in het nachtelijke Chicago maakte - zo zien we de stad nooit. Hoe groot is levensgroot ? Hoeveel afstand kan iemand nemen ? Op deze foto's is geen mens te zien. "People are not involved."

Met het tegelijkertijd op de markt gebrachte Intersection van Slawomir Zulawinski levert uitgever Scalo een fraai contrast voor het brede gebaar waarmee Burkhard de wereld tot zich neemt en teruggeeft. Dit is straatfotografie in de beste traditie van Garry Winogrand, William Klein en Raymond Depardon. We hoeven niet eens in het register te duiken om te weten dat de opnamen in New York en Brooklyn gemaakt zijn, in de laatste jaren van vorige eeuw. Er zijn overal mensen, minstens één per foto maar doorgaans veel meer, desnoods een schaduw op de stoeptegels. Dit doet zich allemaal voor op straat in de metropool - elke foto een verhaal, een fragment dat aan en over de rand voortholt, frenetiek en rumoerig zoals alleen de moderne stad kan zijn. Zulawinski is het perfecte tegengewicht voor de gewilde, gewijde stilte van Burkhard. Als je na een rondje Intersection opnieuw in het binnenmeer Omnia duikt, krijgen de foto's uit dat boek zelfs een etherisch kantje. Een opwindend duet is het alleszins.

Eric Min

Burkhard speelt een subtiel spel met vervorming, waarheid en leugen

Zulawinski is het perfecte tegengewicht voor de gewilde, gewijde stilte van Burkhard

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234