Vrijdag 18/06/2021

Fons Leroy

'De langdurig werklozen zijn geparkeerd. Nu moeten we hen duidelijk maken dat het om een tijdelijke parking gaat en dat het ticketje binnenkort verloopt''Als werkgevers ouderen en allochtonen niet meer kansen geven op de arbeidsmarkt, zullen we over een paar jaar moeten vaststellen dat heel wat activiteiten zijn gedelokaliseerd naar lagelonenlanden'

administrateur-generaal VDAB

'We hebben de langdurig werklozen verwaarloosd'

Hij was amper op post toen de nieuwe directeur van de VDAB, Fons Leroy, al een paleisrevolutie ontketende in de vanouds wat logge overheidsdienst. Meer dan ooit pleit hij voor samenwerking met commerciële bedrijven. Vanaf januari storten ze zich samen op de bemiddeling van zo'n zesduizend langdurig werklozen. De nood is hoog. Nu al schat Leroy dat zo'n 20 procent van de langdurig werklozen nooit meer aan een job zal geraken. 'We hebben langdurig werklozen te lang links laten liggen.'

Fons Leroy verdiende zijn pluimen als (adjunct)kabinetschef van verschillende ministers van Werk. Soms ging hij sneller dan zijn bazen. Pijnlijk was de openlijke botsing met toenmalig minister van Tewerkstelling Renaat Landuyt (sp.a) over de samenwerking van de VDAB met commerciële bedrijven. Nu Leroy sinds een half jaar zelf administrateur-generaal is bij de VDAB, staat niets hem nog in de weg om meer marktwerking in te voeren. De voorbije week tekende hij de eerste contracten. In ruil voor 11 miljoen euro gaan verschillende commerciële bedrijven en ngo's zich vanaf januari storten op de bemiddeling van zo'n zesduizend langdurig werklozen op zoek naar werk.

Is de kans niet groot dat commerciële bedrijven zich vooral gaan richten op de makkelijk te bemiddelen werklozen en de anderen links laten liggen?

"De VDAB gaat er streng op toezien dat dat niet gebeurt. Wij blijven de spil van het begeleidingsbeleid en bepalen het opleidingstraject dat de bedrijven en ngo's aan de werklozen moeten aanbieden. Als zij slecht presteren of zich niet aan de afspraken houden, krijgen ze een lagere vergoeding. Alleen de groep die met een opleiding of intensieve begeleiding doorgeschakeld kan worden naar de arbeidsmarkt besteden we uit. De moeilijk en ook de makkelijk te bemiddelen groep werklozen houden we bij ons.

"Ik ben altijd voorstander geweest van meer marktwerking op het vlak van arbeidsbemiddeling. Het is een uitbreiding van onze kennis. Als VDAB zijn we sterk in het opleiden en screenen van de werklozen. Welke kwaliteiten bezitten ze en wat kunnen ze nog bijleren? Ngo's zijn doelgroepgericht en hebben speciale kennis in huis. Commerciële bedrijven weten wat er speelt in het bedrijfsleven en kunnen daar op inspelen."

Hoe groot is de groep die nooit een baan zal vinden?

"Ik schat dat het om zo'n 20 procent van de langdurig werklozen gaat. We zijn de langdurig werklozen nu systematisch aan het oproepen. In juli vorig jaar zijn we in het kader van de sluitende aanpak begonnen met de werklozen jonger dan dertig jaar die 21 maanden of langer werkloos zijn. Dit jaar hebben we ook de werklozen tussen de dertig en veertig jaar bij het project betrokken. Daarna volgen diegenen die vijftig jaar of jonger zijn. We merken dat oudere werklozen vaker te kampen hebben met medische beperkingen of psychische en sociale problemen die hen beletten om werk te vinden. Die problemen brengen we nu in kaart. In de welzijnssector of geestelijke gezondheidszorg kunnen zij vaak niet terecht. Daar worden eerst de mensen geholpen die zich vrijwillig aanbieden. Diegenen die de VDAB stuurt, komen achteraan in de rij. Als het onze taak is om alle werklozen te activeren, moeten we die mensen ook een oplossing bieden."

Zijn de langdurig werklozen te lang aan hun lot overgelaten?

"We hebben de langdurig werklozen inderdaad jarenlang verwaarloosd. We parkeerden hen en richtten ons op diegenen die nog niet lang zonder werk zaten. Dat was niet de keuze van de VDAB, maar het werd ons door het beleid en door Europa zo opgelegd. Dat moet nu veranderen. We moeten de werklozen uitleggen dat het om een tijdelijke parking gaat die bewaakt wordt door de VDAB. Ze hebben een ticketje, maar als de tijd verstreken is, moeten ze de parking verlaten en moeten wij zorgen dat we hen een traject kunnen aanbieden."

U was zelf een van beleidsmakers. Hoe kijkt u daar nu op terug?

"In alle eerlijkheid: met gemengde gevoelens. Eind jaren tachtig hadden we een unieke samenwerking met Weer Werk, een project ontstaan uit het buurtopbouwwerk dat zich richtte op langdurig werklozen. Op een bepaald moment werd besloten om de expertise in eigen huis te gaan ontwikkelen, waardoor het Weer Werkproject zijn eigenheid en dus ook kracht verloor. Ik heb dat altijd betreurd. De VDAB ging toen massaal investeren in het ontwikkelen van tools en communicatiemiddelen om kortdurende werklozen weer aan het werk te krijgen. De langdurig werklozen lieten we voor een deel links liggen.

"In 2003 is er besloten tot de sluitende aanpak om werklozen per leeftijdscategorie op te roepen voor begeleiding, en dat zorgt vandaag voor een doorbraak. Toch blijf ik kritisch. De werkloosheid is ook de laatste jaren niet afgenomen. Ik geloof in meer samenwerking tussen publieke en private partners, maar er is nog veel expertise waar we ook vandaag geen beroep op kunnen doen. We hebben de werklozen te lang als homogene groepen beschouwd. Nu is eindelijk het inzicht gekomen dat het om diverse groepen gaat die verschillende problemen hebben. Er is geen enkele organisatie die iedere werkloze maatwerk kan leveren. Daarom moeten we naar een model waarbij we zoveel mogelijk ervaring en capaciteit bij het beleid betrekken."

We hebben in Vlaanderen zo'n 70.000 vacatures, terwijl er meer dan 200.000 werklozen zijn. Wat gaat er mis?

"Er is een mismatch tussen de kwaliteiten die werkgevers vragen en de kwaliteiten van de werklozen. Bij een laagconjunctuur komt dat scherper naar voren, omdat de werkgevers strengere eisen kunnen stellen. Om dat probleem aan te pakken, gaat de VDAB zich meer richten op de competenties van de werklozen en minder op de diploma's. Wat kan iemand en wat moet hij nog bijleren om een kans te maken op de arbeidsmarkt?"

Wordt het geen tijd om de overgangsmaatregelen af te schaffen zodat werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten de vacatures kunnen invullen?

"Een groter probleem is dat de dienstverleners zoals bijvoorbeeld de uitzendsector niet verplicht zijn zich aan de arbeidsvoorwaarden te houden van de lidstaat waar ze actief zijn. Het is voldoende als ze de regels van hun eigen land respecteren. Dat moet veranderen, we moeten naar een harmonisering, waarbij de beste arbeidsvoorwaarden als uitgangspunt worden genomen. Dat probleem los je niet op met het openen van de grenzen. Het gevaar bestaat dat de werknemers uit de nieuwe lidstaten de meest kwetsbare werklozen op onze arbeidsmarkt verdrukken, maar dat is geen reden om de grenzen gesloten te houden, wel om meer tijd en energie in die groep te investeren en betere afspraken te maken met de betrokken bedrijfssectoren."

Uw kruistocht voor meer marktwerking bij arbeidsbemiddeling leidde tot een openlijk conflict met uw vroegere baas en toenmalig Vlaams minister van Werk Renaat Landuyt.

"Landuyt heeft ook altijd in marktwerking geloofd. We verschilden van mening over de wijze waarop. Ik vond dat de VDAB de rol van regisseur en van actor moest scheiden om zo transparant mogelijk te zijn. Landuyt was bang voor het Australische model, waar alle betalende diensten aan de markt zijn weggegeven. Ik denk niet dat we snel in zo'n situatie verzeild raken. De VDAB heeft veel competentie in huis."

Als het Generatiepact wordt goedgekeurd, krijgt u ook de handen vol met de oudere werklozen. Hoe gaat u dat aanpakken?

"Oudere werklozen zijn moeilijker te bemiddelen dan jonge mensen. Dat weet iedereen. We kunnen bij die groep niet dezelfde methodiek hanteren. Maar ouderen hebben wel veel werkervaring. Die troef moet je uitspelen. Nu worden de ouderen door ons systeem vaak aangeduid als laaggeschoold en weinig flexibel omdat ze lang bij dezelfde werkgever hebben gewerkt, terwijl ze bij die werkgever vaak verschillende jobs hebben uitgevoerd. Die ervaring moet je valoriseren. Dat vereist een persoonlijk en creatieve aanpak."

Hoe zinvol is het om een metaalarbeider van 48 jaar die zijn werk kwijtgeraakt is en al een paar jaar thuis zit weer met geweld de arbeidsmarkt op te duwen?

"De werkzaamheidsgraad moet omhoog, anders kunnen we de welvaart niet op peil houden. Veel mogelijkheden om dat te doen zijn er niet. Op de arbeidsparticipatie van vrouwen zit nog weinig rek. Daarom moeten we ons richten op de groep die onvoldoende is vertegenwoordigd op de arbeidsmarkt en dat zijn de ouderen en de allochtonen. Wij kunnen dat niet alleen. Ook de bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid daarin opnemen."

Kunnen we op de bedrijven rekenen? Vorig jaar zijn er nauwelijks negenhonderd oudere werknemers aangenomen.

"Dat zijn de werkgevers die een beroep hebben gedaan op een subsidieregeling om ouderen aan te nemen. Er zijn ook ondernemingen die spontaan ouderen in dienst hebben genomen. Maar de analyse is juist. Als werkgevers ouderen en allochtonen niet meer kansen geven op de arbeidsmarkt, hebben we tegen 2013 een groot probleem. Of we sluiten onze ogen daarvoor en moeten over een paar jaar vaststellen dat heel wat activiteiten zijn gedelokaliseerd naar lagelonenlanden, of we grijpen in en dat betekent dat ook de werkgevers hun strategie moeten veranderen.

"In het Amerikaanse wetenschappelijke magazine Harvard Business Review werd onlangs een onderzoek gepubliceerd waaruit bleek dat de bedrijven die de context van morgen als uitgangspunt nemen het succesvolst zijn. Dat moeten onze ondernemingen ook doen. Het is zeer nuttig om in werkgelegenheid van ouderen en allochtonen te investeren."

Ook inzake arbeidsparticipatie van allochtonen is nog een lange weg af te leggen. Hoe gaat u daar verandering in brengen?

"Ik denk dat er een correlatie is tussen niet goed scoren op het vlak van innovatie, creativiteit en diversiteit. We investeren in dit land te weinig in innovatie, dus ook te weinig in innovatie van mensen. De VDAB heeft een forum opgericht waar verschillende doelgroepen, waaronder de allochtone organisaties, een stem in krijgen. Het is de bedoeling dat zij hun achterban sensibiliseren en wijzen op de diensten die de VDAB aanbiedt. Het is niet alleen een verhaal van bemiddeling, maar ook van het bijbrengen van de juiste competenties. We moeten hen klaarstomen voor het moment dat de economie weer aantrekt. Daarnaast moet er ook beter worden samengewerkt tussen de verschillende initiatieven op dat vlak."

Moeten de bevoegdheden op het vlak van werkgelegenheid niet volledig geregionaliseerd worden?

"Het probleem van de hardnekkige langdurige werkloosheid speelt in het zuiden inderdaad meer dan bij ons. In Vlaanderen hebben wij dan weer een veel groter probleem met de arbeidsparticipatie van allochtonen. Dat vereist inderdaad een verschillende aanpak, maar ik pleit ook voor meer samenwerking tussen de verschillende diensten. In Brussel heb je te maken met een harde kern van werklozen. Het is goed dat de Brusselse Dienst voor Arbeidsbemiddeling BGDA en de VDAB nu gaan samenwerken bij het aanpakken van die problematiek."

Begin jaren negentig heeft u in het kader van het bevorderen van de werkgelegenheid onder jongeren overheidsmiddelen gebruikt om jonge talentvolle wielrenners zoals Tom Steels te ondersteunen. Had dat geld niet beter besteed kunnen worden?

"De commotie die die zaak heeft veroorzaakt, heeft me diep geraakt. Ik ben hier niet alleen verantwoordelijk voor geweest. De Vlaamse regering heeft dat project goedgekeurd. In 1993 werd besloten de jeugdwerkloosheid aan te pakken door op verschillende vlakken kansen te creëren voor werkloze jongeren. In de culturele sector en in de sport werden er een aantal projecten geselecteerd, waaronder de wielerploeg Vlaanderen T-Interim, waar ik onbezoldigd voorzitter van was. Een werkloze die een baan zoekt, is een werkloze die een baan zoekt. Of die nu Tom Steels heet of niet. Het project loopt trouwens nog steeds. Er zijn nog steeds beloftevolle renners die geld uit dat overheidsfonds krijgen. Maar ik heb inmiddels al mijn mandaten in de wielersport neergelegd."

Identikit

n Naam: Fons Leroy

n Leeftijd: 51 Jaar

n Functie: administrateur generaal VDAB

n Opleiding: licentiaat rechten en licentiaat criminologie aan de KU Leuven

n Loopbaan: begonnen als secretaris bij het ministerie van Financiën, later doorgegroeid als adviseur van de RVA en kabinetschef bij verschillende ministers van Werk. Sinds juni 2005 administrateur- generaal van de VDAB.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234