Zaterdag 04/07/2020

Foltering en mishandeling in stad Guadalajara stellen geloof van bevolking in democratie op de proef

'Na de arrestaties tijdens de betoging van 28 mei gingen veel burgers de autoriteiten zelfs ronduit feliciteren, ook toen er al van folteringen sprake was'In de deelstaat Jalisco valt 'globalofoob' protest onder de rubriek 'misdaadbestrijding'

'Als je het mij vraagt, is de rechtsstaat iets voor rijken'

In Mexico heeft de 'perfecte dictatuur' van de Revolutionaire Institutionele Partij (Pri) zeventig jaar lang stand gehouden. Pas in 2000 werd ze doorbroken. Al doet de regering van president Fox moeite om een deugdelijke rechtsstaat op te bouwen, wonderen zijn er niet verricht. In de aanloop naar de verkiezingen van volgend jaar dient de afhandeling van een heikel mensenrechtendossier in de stad Guadalajara zich als test aan. 'De voorstanders van de oude politieke cultuur staan nog steeds sterk', vreest echter een politica.

Guadalajara

Van onze verslaggever

Lode Delputte

'Ik wil weg", zegt de 26-jarige Jaime Daniel Vazquez, "naar Barcelona of Duitsland. Naar Europa." Jaime, afstuderend handelsingenieur, gaat met een microfoontje door het leven, een toestelletje dat in zijn kraag verstopt zit en hem tot praten in staat stelt. Jaime heeft een stemprobleem en is meermaals geopereerd. "Ik wil iets van mijn leven maken", neemt hij zich voor, "met een schone lei herbeginnen, een boek schrijven misschien. Maar alleszins weg, ik wil hier weg."

Jaime's ontsnappingsdrang heeft alles te maken met de feiten van 28 mei 2004. Die dag had een feest moeten worden voor de stad Guadalajara, met vijf miljoen inwoners Mexico's tweede metropool en regeringszetel van de deelstaat Jalisco. Sinds de avond ervoor had het koloniale Guadalajara, een opvallend moderne stad die zichzelf graag als een soort Silicon Valley verkoopt, tientallen Latijns-Amerikaanse en Europese staatshoofden op bezoek.

Maar 28 mei werd geen feest. Zoals dat er het jongste decennium is gaan bijbehoren, werd ook het slotevenement van de derde Top van de Europese Unie en de Landen van Latijns-Amerika en de Caraïben op protest onthaald. Duizenden andersglobalisten, in Mexico en zeker ook in het conservatieve Jalisco als 'globalofoben' bestempeld, kwamen vreedzaam, in overleg met het stadsbestuur zelfs, hun welbekende een-andere-wereld-is-mogelijk-boodschap uitdragen. Het kwam evenwel tot hevig amok, toen lieden met andere bedoelingen zich onder de manifestanten gingen mengen.

Jaime herinnert zich dat hij een beetje per toeval in de betoging aanbeland was. "Daar", wijst hij vanuit een bar in het centrum van de stad naar de plaats waar hij zich ongeveer bevond. "Ik kwam van de universiteit. Ik had er lotjes voor een tombola gekocht en was met mijn zus naar de apotheker onderweg, toen we op het kruispunt van de Colónstraat en de Juárezlaan een massa mensen zagen staan. Even kijken, dachten we, en toen werden we pardoes door de oproerpolitie ingerekend."

Gewelddadige, nooit duidelijk geïdentificeerde want gemaskerde herriestokers (volgens sommigen paramilitaire elementen die vanuit de deelstaatpolitie gestuurd werden, met de bedoeling de betogers hun politieke geloofwaardigheid te ontnemen) waren de boel op stelten komen zetten. Net zoals José Martí García, Manuel Jesús Pereira, Aron Alejandro García García, Eduardo Carvajal en tientallen andere manifestanten bevond Jaime Daniel zich op het foute moment op de verkeerde plaats.

"Al bood ik geen verzet, ze waren brutaal dat het een aard had", zegt Jaime. "De ironie wil dat ik niet eens globalofóbico of activist ben. Ik héb niets tegen de regering, ik ben gewoon een burger, met een kritische maar opbouwende visie. Geweldloos vooral, want geweld is de moeder van nog meer geweld." Er is echter geen lievemoederen aan. Van de politie wordt Jaime naar het stadhuis overgebracht en vandaar naar de beruchte dienst openbare veiligheid.

80 miljoen pagina's

De regering van president Fox heeft zich herhaaldelijk vastberaden genoemd om mensenrechtenschendingen te voorkomen en te bestraffen. Volgens organisaties als Human Rights Watch en Amnesty International is sinds 2000 reële vooruitgang geboekt inzake samenwerking met internationale instanties en opvolging van internationale wetgeving. Liefst 80 miljoen pagina's dikke dossiers over de dictatoriale praktijken van leger en politie werden openbaar gemaakt, er is werk gemaakt van de aansprakelijkheid van de staat voor mensenrechtenschendingen, enzovoort.

Maar makkelijk krijgt het met talloze regionale en lokale vertakkingen doorgroeide staatsapparaat het roer niet om. De feiten van Guadalajara, een stad die de reputatie heeft koud te blijven voor het beleid dat in het verre Mexico-stad vorm krijgt, klonken veel Mexicanen pijnlijk vertrouwd in de oren. Zoals ook Amnesty aanklaagt, hebben vooral de algemene veiligheidsdirectie van Jalisco ('Dirección General de Seguridad del Estado de Jalisco) en het openbaar ministerie in Guadalajara (Procuradoría General de Justicia del Estado) boter op het hoofd. De demonen uit de tijd van de 'perfecte dictatuur', zoals de zeventig jaar durende Pri-heerschappij graag genoemd wordt, zijn niet dood.

De stemloze want nog maar net onder het chirurgenmes vandaan gekomen Jaime Daniel werd tot spreken gedwongen. "Toen ik hun een gebaar maakte dat ik een schriftelijke verklaring wou afleggen, was het al slagen, stoten en scheldwoorden dat mijn deel werd." Jaime gaat van het kastje naar de muur, van ondervraging naar ondervraging, van Pontius naar Pilatus.

Elke etappe staat voor een nieuw, gewelddadig hoogtepunt: uit de kleren en naakt tientallen keren pompen, een plastic zak boven het hoofd voor een rondje schijnverstikking, zwaar geklop op de kop, keihard gestamp op het geslacht, alles in een poging Jaime een schuldverklaring te laten ondertekenen. Maar hoe zou hij, een doodgewone werkstudent, de Banamex-bank aan diggelen hebben geslagen, een filiaal dat zich op een flinke afstand bevindt van de plek waar hij in de boeien werd geklonken? Jaime weigerde zijn handtekening te zetten.

"Als hij ziet dat er geen woord uit me komt, begint er een de spot met me te drijven. 'Hé maar, haha, deze praat echt niet'", getuigt Jaime. Zijn handgebaren, bedoeld als verzoek dat iemand van zijn belagers minstens zijn ouders op de hoogte zou brengen, worden niet begrepen. "Jij spreekt niet eens, hoe zou je dan willen telefoneren?", lachen de geüniformeerde hoeders van de rechtsstaat zijn gegesticuleerde verzoek weg. Jaime Daniel eindigt, net als alle andere arrestanten, in de maximaal beveiligde gevangenis van Penal Grande. Maar hij boft. Met een borgsom van 5.000 peso (400 euro) komt hij vrij, al is zijn zaak tot vandaag niet afgesloten.

Een vijftal jongeren zit straks een jaar vast, zonder proces, en zonder dat ze weten wat ze precies op hun kerfstok hebben. Een van hen, de 21-jarige Manuel Jesús Pereira, schrijft brieven vanuit de gevangenis: "Ja, het is waar. Zo goed als ze zeggen dat ik ben, ben ik niet. Maar wat zij mij hebben aangedaan..." Of nog: "Heb ik dan te luid geschreeuwd? Heb ik dan iets slechts gedaan?"

Jesús, Manuel Jesús' vader, heeft tranen in de ogen. Met zijn handen beeldt hij een zandloper uit, die hij omdraait. "Dat is hoe mijn leven veranderd is. Mijn zoon werkte bij mij in de parkeerzaak. Hij hing niet op straat rond, hij had er de tijd niet voor. Hoe kunnen ze hem als een crimineel behandelen? Hoe willen ze dat ik nog in de rechtsstaat geloof? De rechtsstaat (denkt na)... Als je het mij vraagt is dat iets voor de rijken. Als ik maar 100 peso (8 euro) per dag verdien, hoe moet ik dan aan de 75.000 peso komen om Manuel Jesús vrij te krijgen?"

Eduardo Carvajal is een leraar die een revolver tegen het hoofd kreeg, een plastic zak erbovenop en doodsbedreigingen aan het adres van zijn familie. Na zes maanden celstraf kwam hij op vrije voeten. Carvajal is mondig, praat met de media, maakt het publiek bewust.

Niet alleen hij, maar een vriendin van hem die niets met het verhaal te maken heeft, wordt geïntimideerd. "Op 23 januari, om zeven uur 's avonds, ga ik mijn huis uit. Een auto stopt, ik word door drie jonge kerels aan boord gedwongen. Een gratis uitstap van drie uur", herinnert Patricia Alejandra Barragán Reyes zich. Als ze van de schrik bekomen is, snapt ze wat er gaande is: ze willen el profesor angst aanjagen. "Vertel je vriend dat hij hier opkrast", zeggen de ontvoerders haar. "Iemand is kwaad op hem", denkt Patricia. "Vast een van zijn folteraars."

Meerdere slachtoffers en vrienden van slachtoffers van 28 mei kregen dreigtelefoontjes en scheldbrieven. Op 9 februari is Eduardo zelf aan de beurt: bedreigd door de inzittenden van een rode bestelwagen zonder nummerplaten. Of er is die keer dat hij op straat oog in oog met een van zijn mishandelaars komt te staan. "Als je kunt, daag me maar voor de rechter", grijnst de politieman naar Eduardo.

State Department

De overheid van Jalisco heeft intussen haar versie van de feiten. In grote lijnen is het verhaal van gouverneur Francisco Ramírez Acuña, net als president Fox van de conservatieve Pan-partij, het volgende: dat zijn Jalisco een voor het bedrijfsleven attractieve staat moet zijn. En dat Guadalajara een veilige stad met werklustige, fatsoenlijke mensen wil blijven. Als er plots lui opduiken die zich niet naar de regels schikken en bij een betoging schade aanrichten aan privé-eigendom, handelszaken en stadsmeubilair, is het maar legitiem dat daar allerhardst tegen opgetreden wordt.

Misdaadbestrijding en veiligheid zijn Ramírez Acuña's stokpaardje. In het februarinummer van het officiële informatieblad Jalisco geeft de gouverneur trots te lezen dat delicten als daar zijn "moorden, de diefstal van kleine en grote voertuigen, overvallen op banken, winkels en woonhuizen" onder zijn bestuur met 45,3 procent verminderd zijn.

En dan komt het, eveneens in de rubriek 'misdaadbestrijding': "Van de groep 'globalofoben' die op 28 mei 2004 ingerekend werden zijn 45 volwassenen ter beschikking van de procureur gesteld en aan de strafrechters onderworpen. Vier minderjarigen gingen naar de ouderraad ('consejo paternal'). Op dit moment zijn tien veroordelingen uitgesproken, loopt tegen 35 individuen het proces en blijven er vijf in de cel zitten."

De meerderheid van de bevolking staat duidelijk aan de kant van de gouverneur, al ontstaat er in de publieke opinie een kentering nu Guadalajara internationaal aan de orde dreigt te komen, en de steungroep 'Coordinadora 28 de Mayo' een bewustmakingscampagne begonnen is. Ook enkele leden van het deelstaatparlement hebben de nieuwe wind voelen waaien en willen de zaak nu in het halfrond onderzocht zien. Ook omdat de keiharde aanpak en intimidatie van vermoedelijke onschuldigen in de betoging van 28 mei al bij al nog klein bier is in vergelijking met andere mensenrechtenschendingen in de regio. In zijn jaarrapport van 2003 tilde Human Rights Watch bijvoorbeeld erg zwaar aan drie extrajudiciële executies van verdachten door het plaatselijke politieapparaat.

Celia Fausto behoort tot de centrumlinkse Partij voor de Democratische Revolutie (PRD). "Autoriteiten en regering lijken hier maar niet te snappen dat het respect voor de individuele vrijheden en mensenrechten van vitaal belang is", zegt ze in de monumentale kamer waar ze kantoor houdt. "Na 28 mei gingen veel burgers de autoriteiten zelfs ronduit feliciteren, ook toen er al van folteringen sprake was, en het duidelijk was de arrestaties en gevangenisstraffen tegen de verkeerde personen gericht waren."

Een dienstbode komt Fausto een sigaret opsteken. "Uiteindelijk zitten we hier met een politieke cultuurschok", legt ze uit. "Aan de ene kant de voorstanders van de oude politieke gewoonten, van autoritaire, onderdrukkende en onverdraagzame regeringen dus. Aan de andere kant een cultuur die hier helaas nog maar in de kinderschoenen staat, en waarvan fundamentele persoonlijke waarborgen en mensenrechten de basis vormen."

Onder druk van parlementsleden als Fausto is de mensenrechtenombudsman van de staat Jalisco de zaak dan toch in het halfrond komen toelichten. "Noch de ombudsman zelf, noch de deelstaatregering wilden het thema 28 mei hier behandeld zien", zegt Alberto Maldonado, een hervormingsgezind parlementslid voor de aloude Pri-partij en voorzitter van de mensenrechtencommissie van het Jaliscaanse parlement.

Het statige, overigens opvallend laagdrempelige parlementspaleis gonst van de drukte. Getelefoneer, gepalaver, het klappen van lederen schoenzolen in veel te grote trappenhallen. De sfeer is nerveus, alsof je voelt dat er een cruciaal verkiezingsjaar zit aan te komen. In 2006 kiezen de inwoners van Guadalajara niet alleen een nieuw stadsbestuur, maar ook een nieuw deelstaatbestuur en een federale president, de opvolger van Vicente Fox.

"Op ons aandringen is ook de gouverneur zelf hier over de feiten komen spreken", zegt Maldonado, intussen op automatische piloot documenten ondertekenend. "Hij zegt dat alles correct verlopen is en dat hij in de toekomst opnieuw zo zal handelen. Het publiek dat naar zijn toespraak was komen luisteren, regeringsambtenaren die op zijn hand zijn, applaudisseerde. Naar ons werd niet geluisterd. Pas op, wie schuldig is, moet zeer zeker bestraft worden. Wie onschuldig is echter niet. Om dat soort dingen uit te klaren heb je een echte rechtsstaat nodig, niet een façade."

Dat er nog heel veel werk aan de winkel is, mag blijken uit informatie uit wel erg onverdachte bron. Tot grote woede van de Mexicanen kwam het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, het State Department waar Condoleezza Rice de plak zwaait, op 28 februari dit jaar met een heel kritisch rapport over de mensenrechtensituatie in Mexico voor de dag ('Country Report on Human Rights Practices, 2004').

Daarin wordt gewag gemaakt van door de politie gepleegde moorden, ontvoeringen en verdwijningen, over foltering om verdachten tot bekentenis te dwingen en het gebruik van deze bekentenissen als geldig bewijsmateriaal door 's lands gerechtelijke instantie.

"De Amerikanen hebben niet de morele legitimiteit om zich over iets als mensenrechten uit te spreken", klaagden de in hun typisch anti-Amerikaanse trots gekrenkte Mexicanen, óók ter linkerzijde. "Maar gelijk hebben ze wel", weten de slachtoffers van 28 mei uit eigen ervaring.

Zal het zoden aan de dijk zetten? Martín Márquez Carpio, advocaat en gemeenteraadslid voor de groene PVEM-partij, vreest van niet. "Eigenlijk voeren de twee conservatieve partijen, de Pri en de Pan, hier een concurrentiestrijd om te zien wie met de hardste hand uitpakt. Omdat het progressieve kamp door interne verdeeldheid eindeloos aan de weg blijft timmeren, is de hele democratisering in Guadalajara een zaak tussen Pri en Pan geworden. Als je het mij vraagt, zijn de manifestanten van vorig jaar gewoon op het altaar van hun conservatieve geldingsdrang geofferd. Als ze er politieke winst mee kunnen boeken, waarom zouden ze dan risico's nemen door het over mensenrechten te hebben?"

Ook Jaime ziet de zaken niet veranderen. "Ik wil weg", klinkt het maar nog eens uit zijn stemapparaatje.

Deze driedelige reportage kwam tot stand met de medewerking van het 'Copenhagen Initiative for Central America and Mexico'. www.cifca.org.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234