Woensdag 22/09/2021

Folk is een rekbaar begrip

Of Dranouter nog wel een forum voor folk aanbiedt, is de vraag die eenieder hier bezig schijnt te houden. Wie alleen de grote tent bezoekt, is geneigd ze deels negatief te beantwoorden. Maar wie zich ten velde begeeft, weet beter: het zijn die grote (rock)namen die het échte folkfestival mogelijk maken.

Dranouter / Van onze medewerker

Antoine Légat

Het begrip folk moet je hoe dan ook ruim hanteren, maar in deze tijden van kruisbestuivingen en experimenten allerhande is dat nu eenmaal inbegrepen. Ook dit jaar flink wat namen op wie het algemene label new tradition van toepassing kan zijn.

Het begon op vrijdag al goed daar in die "kleine" concerttent met het Brusselse (BuB), een jaar na de stadsgenoten van Urban Trad. Deze band speelt iets ernstiger, iets meer bezadigd. Dat is geenszins kritiek: (BuB) heeft van alles in huis om te bekoren, niet het minst degelijke songs op folkleest geschoeid. Er zijn de intussen haast onvermijdelijke knipoogjes naar andere genres en er wordt uitstekend gemusiceerd. De saxofonist kon ons zeer bekoren, vooral in de jazzy passages, en accordeoniste Greet Garriau, even later met 'haar' Fluxus goed op dreef in de danstent, is natuurlijk een vaste waarde. Op het einde van de set zetten bourrée, scottish en prijsnummer 'Metteko' de tent al vroeg aan het dansen. De broers Kim (doedelzak, fluiten) en Jan (bas) Delcour hebben met (BuB) ongetwijfeld een wissel op de toekomst.

Authentieke Ierse folk hoor je hier ieder jaar, maar niet altijd van het niveau van Na Dorsa (dat inviel voor het Armeense Lolo Ensemble, dat afhaakte wegens visumproblemen; de Ieren waren dan ook meerdere keren te horen dit weekend). "Reels zijn de meest virulente vorm van Ierse volksmuziek", stelde de woordvoerder en via tunes uit Armagh, Dublin en Donegal werd dat professioneel in de praktijk omgezet.

Vaste waarde Faolàn zit ook stevig geworteld in die Ierse traditie, maar durft het aan om mooie tunes uit andere delen van de wereld een Iers jasje aan te meten, van Noorwegen naar Moldavië tot en met een Italiaanse tarantella (de groep scoort overigens goed in Italië). Zelfs Dave Brubecks 'Blue Rondo a la Turk' laat zich dat groene kleurtje welgevallen.

Tussen de Ierse tonen zat Souad Massi, niet helemaal ten onrechte de Algerijnse Tracy Chapman genoemd. Deze jongedame met prachtige stem en onmiskenbare présence durft in haar teksten sociaal-politieke wantoestanden aankaarten en ze moest haar land als zovele artiesten dan ook verlaten voor Parijs. Ook zij put uit de Arabische en berbertraditie, gekoppeld aan Spaanse elementen, maar verkoos voor de gelegenheid een steviger begeleiding. Rock, maar op zo'n manier gebracht dat het de roots niet negeerde. Daar zorgden een prima ritmesectie en een uitmuntende gitarist voor. Jammer dat ze zo weinig duiding meegaf, maar dat belette niet dat ze die dag terecht de publieksprijs binnenhaalde, want dit was een boeiend concert. Niet te missen als ze nog eens langskomt.

Een nieuw en geslaagd initiatief vormt de theatertent. Dat geeft spoken word en kleinschalige acts een kans. Vandaar dat Erik Wille hier - eindelijk! - aan bod komt. De man is al jaren voorvechter van het behoud en het doorgeven van de eigen volkse cultuur (zonder oogkleppen of provincialisme). Hij heeft zich onder anderen bekwaamd in de vergeten traditie van de markt- en plakkaatzangers. Dat hij de waardige opvolger is van Karel Waeri en Lionel Bauwens (alias de grote Tamboer) demonstreerde hij hier in een onnavolgbare stijl. Meezingers die gaan van 'De wrede moord van Tielen' (met stok en plakkaat) tot liederen over de heroïsche Flandriens (Romain en Sylveer Maes, Briek Schotte) maakten de dienst uit. Voor de ambiance zorgde aanvankelijk de dolgedraaide Aalterse fanclub (Willes oud-leerlingen dragen de man op handen), maar al snel werd heel de tent meegezogen in de veelal ondeugende liedjes waar je, volgens Wille, vooral je "verdorven gedachten" aan het werk voor moet zetten. De trouwe begeleiders Peter (viool) en Hans (accordeon) van Kadril, kregen steun van slagwerk en tuba en creëerden op die manier de juiste atmosfeer. Tegelijk een ontdekking en een bekroning.

Flarden van het optreden van Vlaamse bands Amorroma, dat goed de filosofie van de new tradition incarneert, en Admiral Freebee, in de eerste plaats toch een rockband, kleurden het spectrum van de vrijdag prima in.

Zaterdagmiddag was het de beurt aan het eigenzinnige viertal van Troissoeur (Vlaamse folkbands zijn dol op Franse namen) om uitstekend te openen. De soundscapes die de band creëert, verraden folkroots, maar er zitten zovele invloeden in verwerkt dat Troissoeur met een nooit eerder gehoorde synthese op de proppen komt. Geen wonder dat ze, zoals Magma indertijd, zelfs een eigen taal hebben geschapen. Het was dan ook voor het laatst dat ze Marc Chagalls fraaie 'Le pays qui se trouve dans mon âme' brachten. Zelfs de instrumenten dragen een eigen stempel, zoals de zelfgemaakte 19-snarige gitaar met dubbele nek. En voor de effecten hebben ze geen elektronica nodig. Wat opvalt aan Troissoeur is dat gitarist Peter Thys en de broers Van Vinckenroye, ondanks hun jeugd, uitmuntende muzikanten zijn die hun virtuositeit niet in de weg laten komen van de muzikaliteit. Zo had het publiek het begrepen: een staande ovatie in de tent, het is eens iets anders.

De Franse punkfolk van Matmatah, vervroegd het podium opgestuurd, joeg de mensen dan weer massaal weg. De jongens speelden nochtans de pannen van het dak (La Bamboche meets Therapy ?/Motörhead, iets van die strekking), maar hun loeiharde muziek verwacht je eerder op Pukkelpop (op 20/11 staan ze wellicht in de AB). Het moet gezegd: ál hun songs vertrekken van een folkbasis. Zeggen dat ze hier helemáál niet thuishoren, is dan ook niet exact. Régis Gizavo, accordeonist bij I Muvrini en Sting, is de lievelingsmuzikant van de grote Finse accordeonspeler Kimmo Pohjonen en mocht dat in de warme namiddagzon ten voeten uit demonstreren. Gizavo moet het van verfijning hebben. De man uit Madagascar begon rustigweg met deunen die stoelen op een aanstekelijke onderhuidse swing. Gaandeweg bouwde hij de set op met krachtiger songs en kon hij rekenen op veel bijval. De Britse, nog erg jonge folkies van Oi-Va-Voi vermengen op intelligente wijze heel wat buitenlandse invloeden (Oost-Europa, Zwarte Zee, de Sefarden...) in hun door punkfolk en grunge opgeladen dansbare pretfolk, een eclectisme dat wérkt. Vooral de violiste en de trompettist maakten een sterke indruk. Op het einde waren de vooral jonge mensen in de tent dan ook door het dolle heen. Mogen we Oi-Va-Voi meteen tot een van de revelaties van dit Dranouter uitroepen? Jan De Wilde is al lang geen revelatie meer, maar wel een vaste waarde. Het lange applaus aan het eind gold niet alleen dit juweel van een concert, maar was zeker ook een teken dat het grote publiek de man eindelijk volledig naar waarde weet te schatten. John Prines 'Pik het en slik het', 'De Ballade van de Goudvis', bissen 'Daar is de Lente' en 'De Fanfare van Honger en Dorst' (van de onvolprezen Lieven Tavernier) verwezen naar vroeger, 'Favoriete Beest' en 'Wij houden stand' (cadeau van Luc De Vos) zijn enkele nieuwere prijsbeesten. Van de cynische en/of hilarische commentaren tussenin (waar ook de fotograaf van De Morgen bij werd betrokken) krijg je nooit genoeg. De Wilde was weerom goed omringd met ouwe getrouwen Eddy 'Gitaar' Peremans en drummer Jo Soetaert, aangevuld met klassebakken als Kries Roose (keys), Mario Vermandel (bas) en violiste Liesbeth De Lombaert. Jan speelt de hypochonder, minimaliseert zijn verdiensten voortdurend en 'dondert' altijd 'uit zijn teksten', maar is en blijft een Grote Meneer.

Het Bretoense Kornog misten we, maar de bekroning van zaterdag vormde Patrick Street, een groep die door het talent van Kevin Burke, Jack Daly en Andy Irvine een unieke plaats heeft verworven in de Ierse traditie, naast Dubliners, Chieftains en De Dannan. Live wil die grote klasse wel eens steken laten vallen, maar niet zo dit weekend. In de luwte van de avond ademde dit beheerste maar gloedvolle concert precies de juiste atmosfeer. Jigs en reels, maar ook de geroemde Ierse melancholie zoals in het bisnummer ("The same mood tomorrow as we drive away from Belgium", charmeerde Burke het publiek). En er zijn voorzichtige stappen buiten het keurslijf van de traditie: een mooie tune van Simon Jeffes' Penguin Café Orchestra paste wonderwel in dit geheel. En op weg naar de uitgang hielden we halt bij de theatertent waar Admiral Freebee solo een akoestische set gaf. Daar bleek hij een singer-songwriter te zijn voor wie folkie Dylan geen onbekende is. Geen folk op Dranouter? Het volstaat even de stapschoenen aan te trekken en de oren te spitsen...

De theatertent vormt een nieuw en geslaagd initiatief

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234