Zondag 27/09/2020

Review

Foals in Vorst Club: een furie in je hoofd

Beeld Alex Vanhee

Gitaren rolden vervaarlijk met de spierballen, terwijl een lichtshow bliksemde en de drums donderden alsof de hel je van beneden kwam bestormen. Her en der hoorden we trommelvliezen zelfs met een droge plop knappen. Yup, Foals tekende in Vorst Club voor een opwindende rockshow, die even potig als stadionfähig en gestroomlijnd klonk.

Je hebt het soort concerten dat als een beschonken elleboogstoot in je gezicht aankomt. Andere besluipen je dan weer als een slinks jachtluipaard, om je vervolgens met een korte, snelle sprint in te halen, en de klauwen diep in je vege lijf te planten. Kennelijk twijfelde Foals in Brussel tussen beide benaderingen. Met veel bombarie kondigde de groep zichzelf aan met een opzwepende drumbeat uit een doosje, terwijl gitaarfeedback aanzwol en grote zaallichten de nadruk moesten leggen op Een Grote Rock-Entrée. Die kwam er uiteindelijk in de vorm van het opgefokte en opgeblazen 'Snake Oil'.

Beeld Alex Vanhee

Eerlijk? Die aanhef kwam ons nogal patserig voor. Zeker als je je kon herinneren hoe diezelfde groep jaren geleden op Polsslag nog zonder enige pose of poespas het podium opstapte, en doodleuk je hartslag steil de hoogte injoeg met Afrikaanse grooves, messcherpe punkfunk-gitaren en elektronische blieps die zich als hardnekkige teken in je vel vasthaakten.

Had Foals die balorige aanpak opzijgeschoven voor een pronkerige show die opgepompt werd tot stadion-proporties?

Beeld Alex Vanhee

Ja én neen. Het Grote Gebaar werd niet geschuwd in Vorst, maar het vijftal uit Oxford behield een gezonde balans. In dit door proteïneshakes aangedikt rock extravaganza vroegen sommige songs nog steeds zachtmoedig de weg naar de dichtstbijzijnde hartkamer vroegen.

Door de bank genomen was de show niettemin duidelijk op stadionmaat gesneden, waarbij de setlist bepaald werd door songs die minder subtiel gedetailleerd waren, en door gitaarwerk dat bedrieglijk eenvoudig klonk. Ook de elektronica, die Foals in het verleden warm omarmde, werd wat meer naar het achterplan verdrongen ten voordele van power-riffs en mokerdrums.

Beeld Alex Vanhee

Nat in de boîte

Wat overbleef, was een hitgevoelig spektakel van een goed geoliede machine. De groep kon op die manier het soort opwinding genereren, waarbij gebalde vuisten doorlopend in lucht bleven, crowdsurfers de juiste golf afwachtten ('Inhaler') en bier al eens metershoog de lucht invloog ('What Went Down'). Maar net zo goed liet Foals zich in Vorst ook voorstaan op het soort beroering waar porseleinen meisjeswangen in een oogwenk scharlaken van kleuren. Toen het wonderlijk intimistische 'Spanish Sahara' opgewerkt werd tot een zinderende climax, hoorde je zelfs bijna hoe menselijke huid tot kippenvel opkrulde in de zaal. De militairen in de zaal konden zich tijdens 'Mountain at my Gates' overigens ook niet langer bedwingen, en piepten vanachter een gordijn om foto's te maken van dit opwindende schouwspel.

"Let's get some moisture in this room," gaf frontman Yannis Philippakis aan. Vrij vertaald: maak de boîte maar eens goed nat. Die aansporing viel niet in dovemansoren.

Beeld Alex Vanhee

Besmettelijke furie

Dinsdag viel Foals overigens gemakshalve te herleiden tot Yannis Philippakis en een handvol stille steunpilaren. Hij leek toch alleszins de enige blikvanger van belang: de Brit met Griekse en Zuid-Afrikaanse roots speelde dan ook met een aan dionysische bezetenheid grenzende overgave. Alsof hij - in afwachting van de doorbraak - jarenlang voor de spiegel in zijn jongenskamer had geoefend. Als een haantje paradeerde hij over en nààst het podium. Zingend stortte hij zich ook al eens bovenop een zee van uitgestrekte armen, die zijn druipende lichaam dankbaar opvingen.

"Music is about love, joy and creativity," hoorden we hem nog ijlen voor 'A Knife in the Ocean' wordt ingezet. Op papier klinken die woorden inderdaad nogal zwammig, maar in Vorst nam je het aan als pure gospel. Zou de furie in zijn hoofd, waar hij over zong in 'Spanish Sahara' besmettelijk geweest zijn, dan?

Beeld Alex Vanhee

Soit, als we naast de innerlijke furie ook de inwendige zeurkous aan het woord zouden moeten laten: één van de meest persoonlijke songs die de groep ooit schreef, haalde de setlist opmerkelijk genoeg niét. Het knappe 'Albatross', over drijfzand en demonen die de frontman achtervolgen, werd nochtans de sleutelsong van de laatste plaat genoemd. Maar ze schitterde in Vorst door afwezigheid, net als de fan-tàs-tische doorbraakhit 'Cassius'. Al miste je die songs ook weer niet zo erg tussen de disco-rock-oplawaai 'My Number' of de faux-Aziatische gitaarpop van 'Birch Tree' dat live zowaar beter uit de verf kwam dan op plaat.

Het mag duidelijk zijn: de artrockers van weleer hebben de hindernis naar popgroep met stadionambities zonder kleerscheuren genomen. Volgende keer mag Vorst dus best wel wat méér afgeladen zitten.

Beeld Alex Vanhee
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234