Maandag 21/06/2021

Finaleplaatsen voor shorttrackers pieter gysel en wim de deyne zou wonder zijn in meest internationale sport op de Winterspelen

Pieter Gysel: 'Als je extreme prestaties wil, moet je extreme dingen doen. Maar daar zijn we in Belgi� niet mee bezig'

Extreme jongens in de korte draai

Zijn de short trackers Pieter Gysel en Wim De Deyne concurrenten? Misschien in eigen land op een BK, maar niet op deze Spelen, waar landgenoten alleen in de finale tegen elkaar kunnen uitkomen. Of zijn het vrienden? Ze zijn alvast tot elkaar veroordeeld voor een goeie training en ook nog wel voor andere intieme dingen. 'Als je de andere vertrouwt om jouw schaatsen te slijpen, dan ben je een vriend.'

Hans Vandeweghe

Vier jaar geleden maakten ze kennis met het olympisch circus in de beschermende beslotenheid van een team. Deze keer staan Pieter Gysel en Wim De Deyne er alleen voor in misschien wel de meest intense olympische sport aller tijden: het rondjes draaien op een korte ijsbaan.

Het is niet makkelijk gegaan na Salt Lake City, waar Wim De Deyne zevende werd op de 500 meter en de ploeg zevende in de aflossing, een niet-officieel resultaat dat in België werd aanvaard, maar uit de olympische uitslag geschrapt omdat de ploeg na de race werd gediskwalificeerd wegens blokkeren.

Steeds langer durende postolympische dips van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité, het afhaken van enkele teamleden, gebrek aan nieuw talent, studies die weer even de voorrang kregen, en zo stond op een dag in 2002 alleen nog Wim De Deyne op het ijs met de ambitie de wereldtop te blijven bestormen.

Kortom, de sport lag op zijn gat na Salt Lake, waar jullie al lieten uitschijnen dat er veel moest veranderen.

Wim De Deyne: "Ik ben eerst weer gaan werken, maar aan het eind van datzelfde jaar heb ik een contract gekregen bij Bloso."

Pieter Gysel: "Ik heb mijn ingenieursstudie weer opgepakt. Er was niks, dus dacht ik: laat ik op dat andere gebied maar wat vorderingen maken. Toen ik weer in aanmerking kwam voor een contract, omdat ik inmiddels wel weer vierde was geworden op het EK, ging dat niet samen met studeren. Later is dat veranderd en is ook die combinatie mogelijk geworden in het topsportstudenten-statuut. En toen is alles weer op de juiste rails gezet."

Alles draait bij jullie rond Bloso, als ik het zo hoor.

Gysel: "Zij betalen ons salaris en zij zorgen voor de trainingsfaciliteiten. Dat waren de meest heikele punten in het verleden."

De Deyne: "Neem nu het trainen. Dat doen we in de Blosohal in Hasselt, een publiekshal. Toch krijgen wij heel degelijke ijsuren en ook het ijs wordt heel goed verzorgd. Door al dat publiek is het ijs vuil en dan zou het wel eens kunnen gebeuren dat onze messen al bot zijn nog voor de training halverwege is. Dat valt hier erg goed mee."

Gysel: "Normaal trainen we van vier tot zes, maar willen we 's ochtends nog een uur ijs, dan is dat ook nooit een probleem. We trainen nu evenveel als onze concurrenten."

Jullie collega-tennissers bij de veertig Vlaamse topsporters moeten om hun statuut te behouden op het einde van het jaar bij de beste zevenhonderd van de wereld staan. Hoe zit dat met jullie?

Gysel: "Ik moest dit jaar het podium halen op een EK. Dat is mij gelukt."

De Deyne: "Hij heeft zijn contract al vervuld. Ik niet. Een halve finale op de Spelen is ook een mogelijkheid. Op het EK had ik ook een podium moeten halen, maar in de 500 meter is het fout gegaan van in het begin en dan ben je verloren."

Zijn jullie betere schaatsers dan vier jaar geleden?

De Deyne: "Zeker qua uithouding zijn we er enorm op vooruit gegaan."

Gysel: "Hij was al goed in Salt Lake op de 500 meter, ik had nog meer groeimarge en ik sta er nu ook. Onze rondetijden zijn een pak sneller, maar die van de rest van de wereld ook."

Wie is tegenwoordig de wereld in jullie sport? Zijn er namen bijgekomen?

De Deyne: "Geen andere landen, wel andere namen. Kim Dong-sun is gestopt, maar Korea heeft nu Ahn Hyun-soo en die is al drie keer wereldkampioen geworden. In Salt Lake was hij er ook al bij. Hij was toen zestien en zag er twaalf uit. Nu is hij helemaal uitgegroeid en nog maar heel moeilijk te kloppen."

Gysel: "De harde kern van toppers is gebleven, Li Jiajun van China bijvoorbeeld is al dertig maar hij draait nog steeds mee en is sterker dan ooit op zijn vierde Spelen. En de Amerikanen hebben nog altijd Apolo Ohno. De belangrijkste trend is efficiënt schaatsen, om aan het eind nog genoeg over te houden, zeker in de lange ritten. Ahn is daar een goed voorbeeld van. Hij is fysiek niet de sterkste van ons allemaal, maar wel de leepste. De topsnelheid gaat niet meer omhoog, de gemiddelde snelheid wel."

De Deyne: "Er wordt ook tactischer gereden. Er zijn ook meer passages (wisselingen van positie, hv) dan vroeger en die worden beter uitgevoerd."

Wie is nu de gek van het circuit?

Gysel: "Dat was de Koreaan Lee Sung-jae, maar hij is eruit. Vorig jaar is hij twee World Cups geschorst."

De Deyne: "Blokkeren was zijn sterkste kant. Ooit heeft hij een Canadees in de matten geschaatst en die jongen brak zijn rug."

Gysel: "De scheidsrechters zouden veel harder moeten optreden tegen onverantwoorde bewegingen. Jongens die kansloos op drie liggen en toch nog iets proberen, nemen het risico dat ze er mee wegkomen."

Voorin liggen is belangrijk, dus is snel starten de zaak.

De Deyne: "Die snelle start heb ik van nature. Daar moet niks meer aan veranderen."

Gysel: "Wim is heel snel. Zijn bijnaam in het circuit is Wim Dynamite. In Salt Lake lag hij altijd de eerste ronde twintig meter voor op de rest, maar dan kwam hij de laatste ronde te kort."

De Deyne: "Ik probeer nu tactischer te rijden. Kijken tegen wie ik moet en aan de hand daarvan bepalen wanneer ik versnel."

Gysel: "Er zijn er twee of drie die even snel kunnen starten als Wim De Deyne, maar zijn eerste ronde is de snelste van het hele veld. Ik heb niet die snelle start, maar op het laatste EK was ik toch tweede op de 500 meter. Mijn beste afstand is toch de 1.500 meter."

Op de persvoorstelling van het Belgisch team werden de beelden van de finale van de 1000 meter nog eens getoond. Toen iedereen viel en de kansloze laatste, Bradbury, nog goud won.

De Deyne: "Jammer, maar daarmee moeten we leven in onze sport. De hele wereld kijkt toe en dan gebeurt zoiets. Dat bevestigt het foute beeld van shorttrack: dat je veel geluk nodig hebt om te winnen. Dat klopt niet eens, want de beste wint meestal, maar toen dus niet. Hij is ook onmiddellijk daarna gestopt. Laatst hebben we hem nog teruggezien, maar je kunt niet zeggen dat hij er een dikke nek aan over gehouden heeft."

Kunnen jullie het met elkaar vinden? Dat moet haast wel, zoals jullie hier gemoedelijk bij elkaar zitten.

De Deyne: "We hebben elkaar nodig. We vullen elkaar op de training goed aan. Als we uithouding trainen, hang ik mij achter hem en sterf ik in zijn spoor. Omgekeerd, als het op snelheid moet, probeert hij mij te volgen."

Gysel: "We presteren afwisselend goed en er is geen naijver. We zijn met te weinig om het niet met elkaar te kunnen vinden."

De Deyne: "We zijn niet echt concurrenten omdat we elkaar pas in de finale kunnen tegenkomen. We kunnen elkaar er niet uitrijden. Op het EK, toen ik minder presteerde, heb ik voor hem gesupporterd."

Gysel: "Als ik geen tijd heb, slijpt hij mijn schaatsen en in Salt Lake heb ik zijn schaatsen geslepen omdat hij op de 500 meter voor de finale moest rijden. Als je iemand anders vertrouwt om jouw schaatsen te slijpen, dan is er geen probleem."

Zijn jullie niet te groot om deze sport te doen? Het gaat toch om een laag zwaartepunt en het beheersen van de middelpuntvliedende kracht?

Gysel: "De beste Aziaten zijn de Koreanen en dat zijn wel de grootste Aziaten. Je had vroeger ook hele goeie Canadezen die groot waren. Het is een foute veronderstelling. Ik kan met een lange slag dezelfde afstand overbruggen dan een Chinees met korte beentjes. Iemand van 1m90 vind je bij ons niet, maar wij zijn 1m80 en 1m77 en doorsnee in ons veld."

Dat Shani Davis, een reserve van het Amerikaans shorttrackteam van Salt Lake, twee jaar later wereldkampioen allround op de langebaan wordt, wat zegt dat?

De Deyne: "Dat shorttrack geen sport voor sukkelaars is."

Gysel: "Wij hebben vaak met Shani Davis getraind. Hij was van ons niveau. Fysiek was wel duidelijk dat hij een buitenbeentje was. Alles wat rond weerstand en verzuring draaide, dat was zijn ding. Laat hem lopen en hij is ook bij de beteren."

Hebben jullie het respect van jullie tegenstanders?

De Deyne: "De houding van 'het is maar een Belg' hebben ze laten varen."

Gysel: "Vier jaar geleden hebben we in de aflossing een paar goeie ploegen tegen de schenen geschopt en heeft Wim individueel een paar sterke nummers neergezet waardoor we onze naam wel hebben gemaakt."

Jullie zijn maar met twee meer, komt er nog iets aan in België?

De Deyne: "Er is veel jeugd en die moeten qua talent niet onderdoen voor ons op die leeftijd."

Gysel: "Als er tien talenten zijn, gaan er misschien drie door omdat de omkadering niet volstaat om door te groeien."

Wat zijn jullie realistische kansen op deze Spelen?

De Deyne: "Alles hangt af van de loting. Je kunt in je serie met de nummer één, twee en drie van het eindklassement zitten."

Gysel: "Onze plaats is in de halve finale. Maar de plaatsen zeggen niet alles. Je moet de wedstrijd hebben gezien om te weten of het goed was."

Is dit een eindstation?

De Deyne: "Het kan alle kanten uit. Veel hangt af van het programma."

Gysel: "In principe kunnen wij beiden nog zeker een olympiade mee. De resultaten nu, de omkadering straks, hoe zal die ingevuld worden? Er kan nog heel wat verbeteren."

De Deyne: "Het gaat om details, maar op dat niveau maken die het verschil."

Gysel: "Medisch moet het beter. Anderhalf jaar geleden hebben we een kinesist gevraagd en die hebben we anderhalve maand voor de Spelen gekregen. We willen dat er mensen met ons meedenken en dat we niet alles zelf moeten uitvinden. Ik wil dat ze naar ons toekomen en zeggen dit en dat moeten jullie doen om nog beter te worden."

Het staat hier anders wel vol met sportvoeding.

De Deyne: "Dat doen we pas recent, maar veel informatie hebben we daar niet rond gekregen. Gelukkig heeft onze kine daar veel verstand van."

Gysel: "Het enige advies dat we bijvoorbeeld in Salt Lake kregen, was waar we niet mochten gaan: naar de McDonald's."

En trainingstechnisch?

Gysel: "Met Jeroen Otter hebben we een goeie coach, maar ook hij zou graag gespecialiseerde hulp krijgen."

De Deyne: "Uiteindelijk zullen we om beter te presteren ook vaker naar shorttrackijs moeten. Dat betekent in het buitenland gaan trainen."

Gysel: "Jeroen wil ook altijd maar meer en beter, alleen duurt het lang voor hij wordt gevolgd."

De Deyne: "We weten dat de concurrentie bezig is met lage drukkamers en windtunnels."

Gysel: "Als je extreme prestaties wil, moet je extreme dingen doen. Daar kun je het verschil maken en daar zijn we in België niet mee bezig. Het BOIC zou met de universiteiten kunnen samenwerken en onderzoeken opzetten met ingenieurs. Gebeurt dat? Ik weet zeker van niet."

Jullie analyseren op jullie manier de typisch Vlaamse benadering van topsport: hier, een salaris, en nu moeten jullie je plan trekken.

De Deyne: "Nu zeggen ze: hier is geld, waarom haal je geen resultaat?"

Gysel: "Met duizend euro per maand derde worden betekent niet dat je met tweeduizend euro tweede wordt. Je investeert die tweede duizend beter in alles wat daar rond nog nodig is."

De shorttrackers beginnen zondag aan hun competitie.

Wim De Deyne: 'De houding van 'het is maar een Belg' hebben onze tegenstanders al laten varen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234