Woensdag 29/09/2021

InterviewPeter Singer

Filosoof Peter Singer: ‘Verwerpelijk dat we geld uitgeven aan luxe terwijl er mensen doodgaan door een gebrek aan basale zorg’

null Beeld Jiri Buller
Beeld Jiri Buller

Mens en dier zijn gelijkwaardig, je geld moet je weggeven en euthanasie moet een optie zijn voor zwaar gehandicapte pasgeborenen. Het zijn ideeën waarmee Peter Singer (74) zich niet bij iedereen populair maakt. Des te meer reden om het erover te hebben. Vandaar een nieuw tijdschrift: The Journal of Controversial Ideas.

Dat Peter Singer ’s werelds invloedrijkste levende filosoof is, daar is weinig discussie over. Of we daar blij mee moeten zijn, daar zijn de meningen wél over verdeeld. Ezra Klein, columnist van The New York Times, noemde hem in 2019 in een podcast “de publieke intellectueel die het meeste goed heeft gedaan in mijn leven”.

Niet iedereen is het daarmee eens. Het Britse dagblad The Guardian schreef in 1999 een profiel over hem onder de kop ‘De gevaarlijkste man ter wereld’. The Wall Street Journal citeerde een jaar daarvoor drie Duitse parlementariërs die hem vergeleken met Hitlers topadviseur Martin Bormann.

Is hij daardoor aan zijn ideeën gaan twijfelen? “Door die vergelijking met Bormann?” De magere man van 74 met zachte stem en dun grijs haar lacht vanuit zijn huis in Melbourne, via Skype. “Totaal niet. Het was absurd. Wel heeft het me boos gemaakt. U kent, denk ik, het Holocaust-verleden van mijn familie?” Singer is Joods, zijn ouders vluchtten na de Anschluss in 1938 vanuit Oostenrijk naar Australië. Twee grootouders werden door de nazi’s gedeporteerd, waarna niets meer van ze is vernomen. Een derde stierf in het concentratiekamp in Theresienstadt.

Peter Singer

Peter Singer (Melbourne, 1946) brak in 1975 wereldwijd door met Animal Liberation, een boek waarmee hij de ontluikende dierenrechtenbeweging inspireerde. In 1999 stelde de Amerikaanse universiteit Princeton hem aan als professor bio-ethiek. Singer is de auteur of coauteur van 29 boeken, onder meer over Marx, Hegel, utilisme, veganisme en globalisering. Zijn laatste publicatie is een bewerking van The Golden Ass (De gouden ezel), een boek van Lucius Apuleius Madaurensis uit de tweede eeuw dat volgens Singer als de eerste roman kan worden gezien.

Voorstanders als Ezra Klein roemen de invloed die Singer heeft gehad met boeken als Animal Liberation en The Life You Can Save (gratis te downloaden via thelifeyoucansave.org). Dat eerste boek, uit 1975, wordt gezien als de bijbel van de dierenrechtenbeweging − Singer is al een halve eeuw veganist. In het tweede boek, uit 2009, schrijft hij dat het ethisch zou zijn als rijke mensen − volgens hem bijna iedereen in het Westen − vrijwel al hun inkomsten af zouden staan aan goede doelen die extreem arme mensen helpen.

Die ideeën spruiten voort uit Singers geloof in het hedonistisch utilisme, een filosofische stroming die handelingen beoordeelt op hun gevolgen. Leiden ze tot zoveel mogelijk geluk en plezier en zo min mogelijk pijn, dan zijn ze ethisch. Tot deze stroming behoren onder meer de Britse filosofen Jeremy Bentham (1748-1832), John Stuart Mill (1806-1873) en Henry Sidgwick (1838-1900).

De filosofie lijkt weinig controversieel. Maar, zoals de publicaties in The Guardian en The Wall Street Journal aantonen, kan die zo wel degelijk uitpakken. Voornamelijk Singers ideeën over ernstig gehandicapte pasgeborenen − hij vindt dat ouders in bepaalde gevallen toestemming mogen geven om ze te euthanaseren als ze ernstige handicaps hebben − stuiten op weerstand.

Singer raus, Singer raus”, joelden studenten op de Universiteit van Zürich in 1991 toen Singer een toespraak wilde geven. Een van hen liep naar het podium, rukte Singers bril van zijn gezicht en stampte die kapot.

Nu, dertig jaar later, is Singer nog niet klaar met omstreden ideeën. Samen met de Amerikaanse filosofen Jeff McMahan en Francesca Minerva richtte hij het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Controversial Ideas op, waarvan vorige maand het eerste nummer verscheen.

Een breed scala aan onderwerpen komt voorbij. Een wetenschapper pleit voor kunstmatige coma als vervanging van gevangenisstraf. Een andere stelt dat geweld gerechtvaardigd is bij de verdediging van dieren. Een derde beargumenteert dat een dictatuur noodzakelijk is om de klimaatcrisis af te wenden.

Journal of Controversial Ideas. Beeld
Journal of Controversial Ideas.

Waarom zijn jullie met het tijdschrift begonnen?

“Wetenschappers die schrijven over controversiële onderwerpen worden uitgescholden en bedreigd. Nadat Francesca een stuk had geschreven over de euthanasie van pasgeborenen, kreeg ik doodsbedreigingen. Uitnodigingen aan controversiële sprekers worden soms door universiteiten ingetrokken na protesten en petities.

“Zo kwamen we op het idee van een wetenschappelijk peer reviewed (beoordeeld door vakgenoten, GB) tijdschrift waarin pseudoniemen zijn toegestaan, zodat auteurs zich geen zorgen hoeven te maken over repercussies. We kregen kritiek omdat wetenschappers met hun naam verantwoording zouden moeten afleggen, maar we vinden dat ideeën op zichzelf beoordeeld moeten worden. Van de tien stukken in het eerste nummer zijn er drie geschreven onder een pseudoniem. Zonder ons tijdschrift waren die waarschijnlijk niet gepubliceerd.”

Een artikel stelt dat alleen een biologische vrouw een vrouw genoemd moet worden. Dat zal transgenders mogelijk pijn doen. Hoe wegen jullie hun vrijheid af tegen de vrijheid van meningsuiting van de auteur?

“We verdedigen niet het recht om mensen uit te schelden op sociale media. Maar we hechten wel aanzienlijke waarde aan de uitwisseling van goed beargumenteerde ideeën − daarom zijn we peer reviewed. Als het recht om niet gekwetst te zijn al een reden is om ideeën niet uit te dragen, vernauw je de vrijheid van discussie drastisch. Er zijn heel veel groepen die gekwetst kunnen worden. Je kunt niet overal rekening mee houden.

“Ook Zwarte Piet komt in het blad aan bod. De Nederlandse filosoof Bouke de Vries vraagt zich in een stuk af of het zwartschminken van gezichten bij feestelijke tradities ooit gerechtvaardigd kan zijn. Ja, concludeert De Vries, als er aan drie criteria wordt voldaan. Eén: de overgrote meerderheid van mensen die meewerkt aan het feest vindt niet dat de traditie beledigend is voor zwarte mensen. Twee: de traditie schildert zwarte mensen niet op denigrerende wijze af. Drie: de traditie is niet nodeloos kwetsend.

“De Zoeloe-parade in New Orleans voldoet aan de criteria, volgens De Vries. De viering van Driekoningen in Spanje, waarbij koning Balthasar een schminkbeurt ondergaat, in bepaalde gevallen ook. Alleen Zwarte Piet moet wat De Vries betreft stoppen, omdat het tweede criterium niet kan worden afgevinkt. Er zijn veel aanwijzingen, schrijft De Vries, dat Zwarte Piet een zwarte dienaar representeert en daardoor zwarte mensen op een denigrerende wijze afschildert.”

Wat vond u van dit stuk?

“Ik vond het overtuigend. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik eerder niet lang over dit onderwerp heb nagedacht.”

Een zeer omstreden onderwerp binnen de wetenschap is het vermeende verband tussen etniciteit en IQ. Zou u een artikel publiceren dat beargumenteert dat daar inderdaad sprake van is?

“Onder wetenschappers was en is er debat hierover. Dat gaat over de mogelijkheid van gemiddelde verschillen; het lijkt me zeer ongeloofwaardig dat iemand betoogt dat alle leden van een bepaalde groep slimmer zijn dan alle leden van een andere groep.

“Als iemand hierover een artikel inlevert en uit de peerreview blijkt dat de argumenten legitiem zijn, publiceren we het. We wijzen het zeker niet af omdat het onderwerp controversieel is, voor dat soort stukken zijn we opgericht.”

Zou u als utilist het ook publiceren als u zou weten dat de conclusies ervan munitie vormen voor extreemrechtse politici?

“Ja. Als je zo’n vraagstuk weigert te bediscussiëren zullen mensen denken dat het sowieso waar is. Je moet het in de publieke ruimte bespreken, zo kom je tot de waarheid. En als die waarheid niet is zoals ik hoop en verwacht dat die is, namelijk dat er geen verband is, moeten we nadenken over de implicaties daarvan. Dat betekent niet dat extreemrechtse politici dan in hun recht zouden staan om een vorm van white supremacy te prediken. We zullen dan bijvoorbeeld het gat via het onderwijs moeten zien te dichten.”

In het inleidende commentaar van The Journal of Controversial Ideas schrijft u met uw coauteurs dat Descartes, Locke, Spinoza, Voltaire en Hume ook ooit anoniem of onder een pseudoniem moesten schrijven, omdat de politiek en de samenleving toen nog niet openstonden voor hun opvattingen. Zijn er ideeën die nu controversieel zijn, waarvan u vermoedt dat ze dat over jaren of decennia niet meer zijn?

“Mijn opvattingen over dieren waren in 1975 controversieel. Ik herinner me dat ik bij een bekende talkshow te gast was. De presentator wist dat ik het zou hebben over dieren, maar veronderstelde dat ik zou praten over wreedheden tegen honden en katten. Hij kon er met zijn hoofd niet bij toen ik zei dat het verkeerd was om dieren te doden voor ons voedsel. Dat idee is nu minder omstreden.

“Dat heeft je vraag niet beantwoord, want je vroeg naar standpunten die nu nog controversieel zijn. Ik denk dat het de ideeën over wereldwijde armoede zijn. Ik vind het verwerpelijk dat we leven in een welvarende wereld waarin we geld uitgeven aan luxe terwijl er mensen doodgaan door een gebrek aan basale zorg. Ik hoop dat die gedachte over twee decennia minder controversieel is.”

Peter Singer in Nijmegen in 2018.  Beeld Jiri Buller
Peter Singer in Nijmegen in 2018.Beeld Jiri Buller

In 2009 schreef Singer in The Life You Can Save het volgende gedachte-experiment.

“Onderweg naar je werk passeer je een kleine vijver. Op warme dagen spelen kinderen soms in de vijver, die kniediep is. Vandaag is het koud en vroeg, dus ben je verbaasd dat je een kind ziet spetteren in het water. Als je dichterbij komt, zie je dat het een jong kind is, een peuter, die wild om zich heen slaat en niet in staat is om rechtop te staan of de vijver uit te lopen. Je zoekt naar de ouders of oppas, maar er is niemand. (...) Als je haar er niet uit haalt, lijkt het waarschijnlijk dat ze verdrinkt. Haar redden is makkelijk en veilig, maar je zult je nieuwe schoenen ruïneren en je pak wordt nat en modderig. Tegen de tijd dat je het kind overdraagt aan iemand die verantwoordelijk voor haar is en je je verkleed hebt, ben je te laat voor werk. Wat zou je doen?”

Alleen monsters laten het kind verdrinken, zeggen studenten tegen Singer, hoogleraar bio-ethiek aan de Amerikaanse universiteit Princeton. Maar, werpt Singer dan tegen, jaarlijks sterven miljoenen kinderen aan oorzaken die effectieve goede doelen simpel en tegen relatief lage kosten kunnen voorkomen. Iedere keer dat je besluit geld uit te geven aan dingen die niet absoluut noodzakelijk zijn − vakanties, dure elektronica, mooie kleren, restaurants, een biertje op het terras − besluit je met dat geld niet de levens van arme mensen te redden. In hoeverre verschil je dan van een persoon die het kind laat verdrinken?

Volgens deze theorie leid je pas een ethisch leven als je geld overmaakt aan goede doelen totdat je in dezelfde armoede verzeild dreigt te raken als de mensen die je probeert te helpen. Van belang is daarbij dat de donaties effectief zijn: deze stroming wordt effectief altruïsme genoemd. Op de site van Singers boek, thelifeyoucansave.org, staat een lijst met goede doelen die verantwoording afleggen over wie ze helpen en hoe. Waarom tienduizenden dollars uitgeven aan het fokken, opvoeden en trainen van een blindengeleidehond als in ontwikkelingslanden volgens een schatting uit 2006 ongeveer 7 dollar volstaat om te voorkomen dat mensen überhaupt blind worden door de infectieziekte trachoom?

En het draait niet alleen om geld: tijd die je doorbrengt met vrienden, zou je ook kunnen besteden aan vrijwilligerswerk voor de extreem armen.

Vanuit evolutionair opzicht begrijpt Singer dat we meer waarde hechten aan de levens van onze familie en vrienden dan aan die van wildvreemden. Maar, schrijft hij in The Life You Can Save, “dat is geen rechtvaardiging om die gevoelens onze daden te laten bepalen”.

De theorie is bekritiseerd omdat ze te veeleisend zou zijn. Ook u houdt zich er niet aan. U doneert ‘slechts’ een derde tot de helft van uw inkomsten aan goede doelen. U besteedt veel tijd aan familie en vrienden. En, niemand neemt het u natuurlijk kwalijk, maar toen uw moeder op late leeftijd alzheimer kreeg, bent u haar blijven verzorgen, terwijl u de tijd en het geld volgens uw ethiek beter aan armen had kunnen besteden. Wat is de theorie waard als zelfs de beroemdste uitdrager ervan zich er niet aan houdt?

“Ik ben ethiek gaan zien als iets dat niet zwart-wit is. Ik denk nu veel meer over ethiek als een spectrum. Misschien zat Hitler aan de ene kant ervan en een aantal heiligen aan de andere kant. De meesten zitten daar ergens tussenin. Ik denk niet dat we ons schuldig moeten voelen als we ons niet aan de heilige kant ervan bevinden, maar we moeten wel tevreden zijn als we niet aan de andere kant zitten.”

In uw vrije tijd surft en hiket u. Voelt u zich dan schuldig?

“Nee. Ik vind het belangrijk om fit te blijven, hopelijk kan ik daardoor langer blijven schrijven. Soms voel ik me een beetje schuldig als ik met vakantie ga, maar dan neem ik mijn laptop mee om ’s avonds te werken. Ik ga dan met mijn vrouw, zij ondersteunt me in mijn werk, maar is minder toegewijd aan het effectief altruïsme dan ik.”

Voeren jullie discussie over bepaalde beslissingen, als ze niet stroken met uw filosofie?

“Zeker, vaak over het uitgeven van geld. Op vakantie kijken we bijvoorbeeld niet naar viersterrenhotels. De hotels waar wij verblijven moeten schoon en comfortabel zijn, maar zijn een stuk eenvoudiger dan waar vrienden met vergelijkbare inkomens overnachten.”

In The Life You Can Save schrijft u dat het ethisch zou zijn als welvarende mensen bijna alles weggeven. Maar achterin het boek adviseert u in een tabel mensen met een salaris tussen de 40.000 en 80.000 dollar per jaar slechts 1 procent weg te geven. Waarom dat verschil?

“Dit is het gevolg van mijn utilisme. Ik wilde dat het boek zoveel mogelijk donaties voor effectieve goede doelen zou opleveren en dacht dat het zou helpen als ik lezers vraag een bescheiden bedrag te doneren. Als ze 1 procent geven, zullen ze merken dat dat geen significant offer is en vermoedelijk een voldaan gevoel hebben omdat hun bijdrage ervoor zorgt dat extreem arme mensen betere levens leiden. Hopelijk gaan ze dan naar 2, 5 en 10 procent.”

U hebt ook kritiek gekregen omdat uw werk zich niet zou richten op de oorzaak van de extreme ongelijkheid: het kapitalisme. U werkt samen met miljardairs als Bill Gates en Warren Buffett, onder meer uw ideeën hebben hen geïnspireerd tot het opzetten van The Giving Pledge, een belofte van extreem rijken om na overlijden minstens 50 procent van hun vermogen aan goede doelen te doneren. Wat vindt u van die kritiek?

(Lachend) “Vertel mij maar wanneer de revolutie uitbreekt.”

Peter Singer: ‘Ik ben ethiek gaan zien als iets dat niet zwart-wit is. Ik denk nu veel meer over ethiek als een spectrum.’ Beeld Jiri Buller
Peter Singer: ‘Ik ben ethiek gaan zien als iets dat niet zwart-wit is. Ik denk nu veel meer over ethiek als een spectrum.’Beeld Jiri Buller

Niet binnenkort, denkt u?

“Nee, niet in de komende vijftig jaar. En waar zou je het kapitalisme mee moeten vervangen? In het verleden zijn pogingen vaak uitgedraaid op het fascisme. Ik ben wel voor een belastingstelsel waardoor er geen miljardairs meer zouden zijn. Maar nu ze er nog wel zijn, heb ik liever dat ze filantropische stichtingen opzetten dan dat ze hun geld uitgeven aan sportteams of luxejachten.”

Wat is de plaats van cultuur binnen uw ethiek? In uw boek Ethics in the Real World uit 2016 schrijft u dat het bouwen van een nieuwe museumvleugel voor 50 miljoen dollar misschien niet zo’n ethische investering is, als je beseft dat datzelfde bedrag kan voorkomen dat miljoenen mensen blind worden door trachoom. Zouden musea volgens u überhaupt gebouwd moeten worden? En moeten ze hun werken niet verkopen?

“Ik denk niet dat we buitensporig dure nieuwe musea of vleugels moeten bouwen. Ik denk wel dat we de grote culturele schatten moeten conserveren. Ik hoop dat we de problemen van extreme armoede op enig punt, misschien zelfs binnen honderd jaar, hebben opgelost. Ik hoop ook dat onze soort, de homo sapiens, nog duizenden of miljoenen jaren bestaat. In dat geval zijn er nog vele toekomstige generaties die de werken kunnen bewonderen. Ik denk dus dat je het, als je het over een langere periode beziet, kunt rechtvaardigen om nu geld uit te geven aan schilderijen in plaats aan arme mensen. Je hoeft je geen zorgen te maken: het Rijksmuseum mag zijn collectie behouden.”

Ik wil het ook nog even met u hebben over het euthanaseren van pasgeboren kinderen. Hoe zijn uw opvattingen daar nu over?

“Ik blijf bij mijn opvatting dat ouders de mogelijkheid moeten hebben om het leven van een pasgeboren kind met zeer serieuze handicaps te beëindigen. Maar pas nadat ze zichzelf hebben geïnformeerd. Niet alleen via dokters, maar ook via mensen wier kinderen die handicaps hebben. En, als ze in staat zijn te praten, ook via mensen die de handicap zelf hebben. Inmiddels is dit in bepaalde gevallen toegestaan in Nederland (het enige land waar dit vooralsnog mogelijk is, via het zogenoemde Groningen-protocol, GB.), dus het is minder controversieel dan toen ik het eerst naar voren bracht.”

Het lijden van een dier en een mens is even erg, schrijft u in Animal Liberation. Wie dat niet vindt, maakt zich volgens u schuldig aan speciësisme (discriminatie naar soort), een term die u in dat boek populariseerde. Zou u het ethischer vinden om wetenschappelijke experimenten uit te voeren op een mens zonder bewustzijn, dan bij een chimpansee met?

“Als dit gebeurt bij oude mensen in vegetatieve staat die nooit toestemming hebben gegeven voor dergelijke experimenten, zouden andere mensen kunnen vrezen dat hen hetzelfde overkomt. Dat zou een reden kunnen zijn om het niet te doen.

“Bij een kind dat door een ziekte geen bewustzijn heeft, zou ik het besluit niet ondersteunen als de ouders het niet willen. Maar stel dat de ouders zeggen: ‘Ons kind lijdt aan anencefalie (stoornis waarbij de hersenen nauwelijks zijn ontwikkeld, GB.), heeft geen enkel bewustzijn en zal hoe dan ook snel sterven. We hebben liever dat het experiment op ons kind wordt uitgevoerd dan op een chimpansee die wel pijn ervaart.’ Dan vind ik dat een juiste beslissing. Maar de kans dat ouders zo’n onthecht oordeel over hun kind kunnen vellen, lijkt me klein.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234