Vrijdag 18/09/2020

FILM FEST GENT

Films van een kwaadaardige schoonheid: hoe de Duitse filmindustrie boomde tijdens de oorlogsjaren

Een still uit 'Wunschkonzert', een van de meest populaire films in nazi-Duitsland.Beeld rv

We kennen allemaal de nazi-documentaire Triumph des Willens, maar de Duitse cinema van de jaren 30 en 40 was meer dan dat. In de documentaire Hitler’s Hollywood, nu te zien op Film Fest Gent, toont regisseur Rüdiger Suchsland hoe musicals hoogdagen beleefden. En hoe topcineasten zich uit opportunisme voor de nazi-kar lieten spannen.

54 jaar voor James Camerons Titanic werd bekroond met elf Oscars – nog steeds een record – werd er al een verfilming van de legendarische scheepsramp gedraaid. In nazi-Duitsland. De film zou dienen als een metafoor voor hoe de Britten en Amerikanen niet met technologie kunnen omgaan en zo hun eigen ondergang bewerkstelligen. Maar toen de film in 1943 werd afgewerkt, kwam hij uiteindelijk tóch niet in de Duitse bioscopen: een verhaal over een roekeloze kapitein die honderden onschuldigen de dood injaagt, sloot net iets te zeer aan bij de situatie van nazi-Duitsland op dat moment.

Het is maar één van de vele bizarre anekdotes die regisseur en historicus Rüdiger Suchsland vertelt in Hitler’s Hollywood, een documentaire die inzoomt op de filmproductie in nazi-Duitsland. De special effects in de nazi-Titanic zijn niet te vergelijken met die van James Cameron, maar de fragmenten die Suchsland gebruikt, tonen een professionele, goed geregisseerde en spectaculaire productie – niet meteen wat je verwacht van een land dat op dat moment fortuinen uitgeeft aan de grootste oorlog uit de geschiedenis.

“Veel van deze films zijn echt goed. Dat is net het probleem”, vertelde Suchsland toen hij zijn film kwam inleiden op Film Fest Gent. “Maar deze films zijn van een kwaadaardige schoonheid. Daarom zijn de meeste moedwillig vergeten.” Nu ze zeventig jaar later steeds vaker herontdekt en geherwaardeerd worden, schetsen ze een fascinerend beeld van de Hollywood-ambities die nazi-Duitsland koesterde.

Sterrencinema

Hitler beschreef in Mein Kampf al hoe film een efficiënt communicatie- en propagandamiddel is, en dus werd er flink wat geld in de industrie gepompt. Hij keek op naar Hollywood – hij zou soms tot zes films per dag bekijken – en droomde van een nationale filmindustrie die kon wedijveren met Tinseltown. Eén van de bekendse nazifilms, Glückskinder (1936), is een zelfs losse remake van Hollywoodklassieker It Happened One Night (1934)

Propagandaminister Joseph Goebbels, verantwoordelijk voor de nationale filmproductie, zat echter met één groot probleem: de meeste grote filmmakers in Duitsland leunden niet zo nauw aan bij de NSDAP. Actrice Marlene Dietrich, op dat moment Duitslands belangrijkste exportproduct, verruilde Berlijn definitief voor Hollywood. En Goebbels was een gigantische fan van Fritz Langs meesterwerk Metropolis (1927), en bood hem een positie als hoofd van de nationale filmstudio UFA aan, maar zonder succes. Lang, zoon van een joodse moeder, stapte naar eigen zeggen diezelfde dag nog op de trein naar Parijs en zou voor de rest van zijn leven films maken in de VS.

Maar niet iedereen vertrok. G.W. Pabst, het brein achter Pandora’s Box (1929) wilde ook naar Amerika, maar zat nog in Parijs toen de Duitsers Frankrijk bezetten, en keerde dan maar terug naar Berlijn, waar hij het nu geherwaardeerde Paracelsus (1943) maakte. Veel getalenteerde regisseurs, zoals Helmut Käutner, bleven in Duitsland en maakten op nazi-leest geschoeide films als Wir machen Musik (1942). Hun motivatie was vaak eerder opportunisme dan ideologie: filmmakers die zich niet voor de nazi-kar lieten spannen, konden een carrière vergeten.

Droomfabriek

Te veel eigenzinnigheid werd niet geapprecieerd. Goebbels en Hitler liepen niet hoog op met ‘auteursfilms’: die waren te moeilijk voor het grote publiek. En dus werd er ingezet op ‘sterrencinema’, waarbij Grote Namen belangrijk waren om een film aan de man te brengen, met Zarah Leander, Lilian Harvey en Hans Albers op kop. Zelfs de grote Ingrid Bergman, die later een internationale ster werd dankzij haar rol in de anti-nazifilm Casablanca (1942) heeft met het anti-feministische The Four Companions (1938) (“Je zou eens moeten weten hoe goed een schort jou staat!”) een UFA-film op haar cv staan.

Musicals als 'Wir machen Musik' vielen in de smaak bij het Ministerie van Propaganda.Beeld rv

Onder staatsbestuur ontpopte de nazistische filmindustrie zich tot “een fantasie- en droomfabriek”, stelt Suchsland in Hitler’s Hollywood. Zeker in de jaren voor de oorlog waren vooral musicals waanzinnig populair: van het duizendtal films dat tussen 1933 en 1945 werd geproduceerd, zijn ongeveer de helft op revue en vaudeville geïnspireerde musicals. De reden is simpel: het is behapbaar, spectaculair en populair entertainment, en de beeldvoering steunt op grote massasequenties, waar orde en synchronisatie centraal staan. De ultieme verzinnebeelding van de massa-ideologie van het nazisme.

Ook historische drama’s als Verwehte Spuren (1938), die de grootsheid van Duitsland in de verf zetten, waren populair. De regisseur van die film was Veit Harlan, een van de filmmakers die vermoedelijk wél uit ideologische overtuigingen films maakte. Hij is ook de regisseur van het beruchte Jud Süss (1940), een antisemitische propagandafilm die door Goebbels zelf besteld werd. Want tussen de musicals en oorlogsdrama’s door, werden ook die aan de lopende band afgeleverd, steeds vanuit het idee dat ze eenvoudig begrijpbaar moesten zijn. De titel van het heroïsche Hitlerjunge Quex (1933) laat weinig aan de verbeelding over, en in Der Ewige Jude (1940) worden joden in Europa onomwonden gelijk gesteld aan een rattenplaag.

Het zijn films die de cinema-geschiedenis er niet mooier op maken. Maar zeker naar het einde van de oorlog toe begonnen filmmakers steeds meer zijsprongetjes te nemen – vaak met censuur als gevolg. Titels als Helmut Käutners Grosse Freiheit No. 7 (1944) konden aanvankelijk enkel op Goebbels misprijzen rekenen, maar worden nu voorzichtig herontdekt als meesterwerkjes uit een van de meest lelijke periodes in de filmgeschiedenis. “Er is geen reden om weg te kijken”, besluit Suchsland. “Deze films zijn beter dan hun reputatie.”

Hitler’s Hollywood is nog op 16 en 19/10 te zien op Film Fest Gent. Tickets kunt u hier kopen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234