Zondag 15/12/2019

Films als studies van het menselijke ras

Het is 1945 en het voor Japan zeer lugubere einde van de Tweede Wereldoorlog is nabij. Als de film begint en wij Dr. Akagi in beeld krijgen, merken we snel dat dit altijd lopend gebeurt (op de tonen van een jazzy en levendig xylofoondeuntje). Dr. Akagi is steeds gehaast en we horen ook waarom: 'Een huisdokter is één en al benen. Breekt hij één been, dan loopt hij op het andere. Breekt hij beide benen, dan loopt hij op zijn handen. Ook al is hij uitgeput, dan loopt hij nog. Ook al is hij slaperig, dan loopt hij nog. Ook al is hij van nature geen loper, dan nog loopt hij zijn hele leven.' Regisseur Shohei Imamura glimlacht als we dit aspect ter sprake brengen. 'Een regisseur moet eigenlijk ook over een goed stel benen beschikken', zegt hij en wijst daarbij veelbetekenend naar zijn wandelstok, want hijzelf is de laatste tijd nogal slecht ter been.

De Japanse regisseur Shohei Imamura (°1926) had al lang zin om de roman Kanzo Sensei (letterlijk: 'Dokter Lever') van Ango Sakaguchi te verfilmen, maar de nodige financiering ontbrak. En die werd zeker niet gevonden toen zijn (nochtans sterke en indringende) film Kuroi Ame ('Zwarte regen') uit 1989 een commerciële flop bleek te zijn. Het resultaat was zelfs dat Imamura, die in de jaren vijftig debuteerde als assistent van onder meer Yasujiro Ozu en Masaki Kobayashi, jarenlang niet meer aan regisseren toekwam.

Toen hij dat in 1996 eindelijk opnieuw kon doen, was dat met Unagi ('De aal') en die film leverde hem het jaar daarna een Gouden Palm op in Cannes. Eerder had Imamura de Palme d'Or al gekregen voor Narayama-Bushi Ko ('De ballade van Narayama', 1983). Op die manier vormt de Japanse regisseur nu samen met Francis Ford Coppola, Bille August en Emir Kusturica een select kwartet van filmmakers die tweemaal met die hoofdprijs naar huis mochten. De bekroning van Unagi in Cannes had ook tot gevolg dat de financiering van Kanzo Sensei/Dr. Akagi nu eindelijk wel rond kwam, al was daarvoor toch ook de inbreng van de twee Franse productiefirma's Comme des Cinémas en CDP nodig. Deze nieuwe film van de inmiddels 72-jarige regisseur heeft ook een verband met het al genoemde Zwarte regen; die film begint namelijk waar Kanzo Sensei/Dr. Akagi eindigt: met de ontploffing van de atoombom in Hiroshima.

Dat element komt wel vaker aan bod in Imamura's werk. In een interview met Les Cahiers du Cinéma vertelde hij daarover ooit: "Het grote verschil tussen mijn studenten en mijn generatie is dat wij nog altijd het gewicht van de oorlog op onze schouders dragen. Het is iets dat we niet kunnen vergeten."

Met zijn typische strohoed op het hoofd en zijn dokterstasje in de hand loopt Dr. Akagi (rol van Akira Emoto) door dat Japanse kustdorpje, omdat hij als toegewijde en gewetensvolle huisdokter zijn vele patiënten wil helpen. Hij loopt echter ook zo snel omdat hij zo weinig tijd heeft. Hij is immers volop bezig met zijn eigen onderzoek naar de oorzaken van hepatitis. Maar de oorlogsomstandigheden en de tegenkanting van de militaire overheid maken het hem niet makkelijk.

Zo zou Dr. Akagi best een minder primitieve microscoop kunnen gebruiken. Later in het verhaal zal een Nederlandse krijgsgevangene, die uit een naburig kamp ontsnapt is, hem kunnen helpen met de aanmaak van sterkere lenzen. Ook het gebruik van licht uit een filmprojector (!) blijkt een doorbraak te kunnen bewerkstelligen.

Intussen hebben we kennisgemaakt met enkele kleurrijke en extravagante figuren uit de onmiddellijke omgeving van de goede en behulpzame dokter. Zo is er een nogal liederlijke monnik die graag een glaasje (te veel) drinkt en een aan morfine verslaafde chirurg die zich naast de operatietafel zo af en toe een shot moet laten toedienen. En er is ook de lieve prostituee Sonoko (rol van Kumiko Aso), die zijn huishouden bereddert en intussen als verpleegassistente optreedt. Sonoko is ook wel een beetje verliefd op de hardwerkende dokter. Kortom, een zootje ongeregeld dat nog maar eens illustreert hoe filmmaker Shohei Imamura in zijn werk steeds meer belangstelling heeft getoond voor de vitale en volkse, de marginale en ook wel triviale aspecten van de Japanse samenleving dan voor de gladde en onpersoonlijke façade van de zogenaamde normaliteit.

Het personage van de Hollandse soldaat Piet komt niet uit het boek van Ango Sakaguchi, maar werd door Imamura in het scenario geschreven. Waarom eigenlijk?

"De bedoeling was onder meer duidelijk te maken dat de dokter niet alleen geïnteresseerd was in het behandelen van Japanse patiënten, maar dat hij ook belangstelling had voor het menselijk lichaam in het algemeen en dat hij daarom dus ook buitenlanders wou onderzoeken. Maar de concrete aanleiding was eigenlijk dat we bij het zoeken van de locaties voor Kanzo Sensei terechtkwamen in een kuststreek waar indertijd in werkelijkheid een krijgsgevangenenkamp geweest is - daar hebben we de film uiteindelijk ook gedraaid. Dat realistische element hebben we dus via het personage van die soldaat in de film verwerkt."

Als de film naar zijn einde loopt en zich plots in de verte de inmiddels legendarische wolk aan de horizon verheft, ziet Dr. Akagi daar geen 'paddestoel' in, maar een lever, meer bepaald een ziekelijk gezwollen lever. Dat is uiteraard geen toeval, want hij heeft zijn ironische bijnaam Dokter Lever immers te danken aan het feit dat hij bij zijn patiënten in dat kustdorpje bijna altijd en overal een leveraandoening meent te moeten diagnosticeren. De ironie is echter dubbel, want er is wel degelijk sprake van een hepatitisepidemie.

Misschien kan in die figuur van de toegewijde en volhardende arts, over wiens leverobsessie zijn tijdgenoten zich toch wel een beetje vrolijk maken, ook wel het symbool gezien worden van de kunstenaar, die vaak zijn tijd vooruit is, daarom niet altijd ernstig genomen wordt en dus zelden de erkenning krijgt waarop hij of zij in feite recht heeft. Kortom, Dr. Akagi als onbegrepen kunstenaar.

"Het feit dat de dokter uiteindelijk gelijk blijkt te hebben, is een aspect dat in deze film niet echt uitgewerkt wordt," nuanceert Imamura. "Wat mezelf betreft ben ik dat stadium inmiddels voorbij, maar vroeger heb ik inderdaad wel het gevoel gehad onbegrepen te zijn."

De film werd door Imamura opgedragen aan zijn eigen vader, die indertijd zelf plattelandsdokter geweest is. Heeft hij nooit verwacht dat zijn zoon Shohei hem zou opvolgen?

"Mijn vader was een man van zeer weinig woorden en hij heeft dus nooit expliciet gezegd dat hij niet gelukkig was met mijn keuze voor een artistieke loopbaan. Het is trouwens pas na zijn dood dat ik mezelf begon af te vragen of hij, in zijn diepste binnenste, soms niet gehoopt had dat ik in zijn voetsporen zou treden. Maar zelf heeft mijn vader die wens nooit rechtstreeks uitgesproken.

"Dat ik filmregisseur ben geworden, had voor mij persoonlijk vooral te maken met het feit dat ik verhalen wilde vertellen. In het begin dacht ik niet aan een welbepaald publiek, maar stilaan, toen ik naar buitenlandse filmfestivals begon te gaan, kreeg ik meer en meer het gevoel dat ik wel degelijk voor een zo groot mogelijk en dus niet uitsluitend Japans publiek wilde werken. Maar dat is dus geleidelijk gegroeid."

Er is al vaak gezegd en geschreven dat de films van Shohei Imamura wel het werk lijken van een antropoloog of zelfs een entomoloog (insectenkundige). Dat laatste verwijst uiteraard naar zijn film Nippon Konchuki uit 1963, die in het buitenland bekend werd onder de titel The Insect Woman. Waar komt die 'wetenschappelijke' reputatie eigenlijk vandaan?

"Toen ik in 1961 Buta to Gunkan ('Varkens en oorlogsschepen') gedraaid had - dat was één van mijn eerste eigen films, die dus niet in opdracht van een studio was gemaakt - was er, zonder dat ik het wist, een bekende scenarist komen kijken. Achteraf kwam hij mij opzoeken om te vertellen dat hij de film heel goed vond, maar dat hij toch de indruk had dat ik veel dingen overgenomen had van Akira Kurosawa. Hij vroeg dus of het mijn ambitie was een tweede Kurosawa te worden. Dat leek hem namelijk geen goed idee, want waarom zou ik proberen hetzelfde soort filmmaker te worden? Het zou beter zijn als ik probeerde mijn eigen weg te vinden.

"De man wist ook dat ik mij tijdens het draaien van Buta to Gunkan heel erg boos had gemaakt, omdat ik 1.500 varkens gevraagd had en men had er slechts 450 bij elkaar gekregen. Hij zei daarop dat ik mij over dergelijke zaken niet moest opwinden, maar dat ik al die energie beter kon gebruiken om iets origineels te vinden, om speciale en aparte films te maken.

"Ik heb daar toen lang over nagedacht. Volgens mij is daaruit dan mijn belangstelling gegroeid om de mensen, het menselijke ras, een beetje dieper te gaan bestuderen en dat via mijn films naar buiten te brengen. Dat heb ik dan meteen geprobeerd met mijn volgende films, namelijk Nippon Konchuki ('De insectenvrouw') en Akai Satsui ('Verdorven begeerte')."

Van regisseur Imamura kun je inderdaad zeggen dat hij, net zoals Dr. Akagi, door zijn microscoop tuurt, met zijn camera naar dat vreemde menselijke ras kijkt.

"In de film is die microscoop belangrijk omdat het wetenschappelijk een enorme vooruitgang betekende. Wat de filmcamera betreft is het inderdaad zo dat die ook een belangrijk instrument is, maar het essentiële blijft toch wel datgene wat zich voor die camera afspeelt."

Met dank aan tolk Luc Van Hautte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234