Zondag 08/12/2019

'Filmmuziek heeft één regel: er zijn geen regels'

Alleen echte aficionado's kunnen meteen zeggen wie de muziek schreef voor Fifty Shades of Grey of The Simpsons. Maar Danny Elfman (62) is vooral bekend als componist voor films van Tim Burton. Hun samenwerking duurt al dertig jaar en dat wordt zaterdag in Brussel gevierd. Een overzicht in vijf etappes, volgens Elfman zelf.

Gemuteerde vliegen

Danny Elfman: "Als kind kon je mij elke week in de bioscoop vinden. Dat was mijn kerk. Ik was een jaar of twaalf toen ik daar (de sf-klassieker) The Day the Earth Stood Still zag, met muziek van Bernard Herrmann. That did it! Het was de eerste keer dat ik mij realiseerde dat er zoiets als filmmuziek bestond. En dat er een naam bijhoorde. Wilde ik toen ook al filmcomponist worden? Absoluut niet, want ik ben niet opgegroeid in een muzikaal milieu en ik speelde geen enkel instrument.

"Ik was vooral in wetenschap geïnteresseerd. Op die leeftijd wilde ik zowaar nucleair bioloog worden. Ieder kind kon toen radioactieve isotopen bestellen bij de Atomic Energy Commission en daarmee probeerde ik dan insecten te laten muteren. Het is nooit gelukt. Ik heb toen wel veel vliegen vermoord. Ik was een kid-versie van de Crazy Scientist (lacht)." Het was pas als tiener dat ik een echte filmmuzieknerd ben geworden. In de middelbare school was Kim Gordon mijn eerste vriendinnetje. Nadien ging zij in Toronto studeren en werd ze één van de oprichters van Sonic Youth. She was the coolest thing! Way to cool for me' (lacht)."

Oingo Boingo

"Ik was achttien toen ik mij een viool aanschafte en mezelf leerde spelen. Ik besloot toen ook een jaar te gaan reizen. Zo kwam ik in Parijs, speelde daar op straat en werd zo ontdekt door de avant-gardistische theatermaker Jérôme Savary, die mij inhuurde voor zijn gezelschap Le Grand Magic Circus, waarmee ik dan op tournee ben gegaan door Frankrijk en België. Nadien heb ik ook nog enkele jaren door Afrika getoerd met de groep The Mystic Knights of the Oingo Boingo, gemodelleerd naar Le Grand Magic Circus. Terug in Californië besloot ik dat ik in een rockband wilde spelen en dat werd dan Oingo Boingo. Eén van de mensen die naar onze optredens kwamen, was Tim Burton. In 1985, toen hij zijn eerste speelfilm Pee-wee's Big Adventure aan het maken was, heeft hij mij gecontacteerd. Ik dacht dat hij een song wou gebruiken van mijn band Oingo Boingo, maar hij wilde een hele score. Dat had ik nog nooit gedaan, dus ik was zowel opgewonden als bang.

"Vergelijk het met een fan van baseball die alleen maar naar die sport gekeken heeft. En plots gooit zo'n speler de bal naar jou en wordt er verwacht dat je meespeelt. Ik heb toen een stukje muziek geschreven, heb Tim een cassette gestuurd en verwachtte dat ik nooit meer iets van hem zou horen. Een week later liet mijn manager weten dat ik de job had. Maar ik wilde het niet doen, want ik had geen zin om zijn film naar de kloten te helpen. 'Dat moet je hem dan maar zélf vertellen', zei mijn manager kwaad. Een week lang heb ik de telefoon opgenomen en weer neergelegd. Uiteindelijk heb ik besloten om het toch maar te doen, vanuit mijn levensmotto: 'Fuck it!' Wat kon er gebeuren? Zouden ze mij vermoorden?

"Het stukje muziek op de cassette is de titelmuziek van Pee-wee's Big Adventure" geworden. En gaandeweg heb ik mezelf geleerd om filmmuziek te componeren. En dat beviel mij enorm. Tim Burton heeft ooit gevraagd waarom ik, tussen zijn films, zoveel scores schreef voor andere films of series. Mijn antwoord was: 'Om te leren en beter te worden.' Indien Batman mijn derde film was geweest, zou het mij nooit gelukt zijn. Maar omdat ik inmiddels meer dan tien films op de teller had staan, is het mij wél gelukt. Maar nog steeds met veel moeite. Het was ook zeer hard, omdat niemand bij Warner Bros wilde dat ik de muziek zou maken. Niemand, behalve Tim. De eerste keer dat ik een orkest de muziek van Pee-Wee's Big Adventure" hoorde uitvoeren, was als een shot heroïne, recht in mijn ader. Ik was verslaafd. Mijn grote voorbeeld is Bernard Herrmann (huiscomponist van Alfred Hitchcock, JT). En ook wel Jerry Goldsmith, omdat die zichzelf maar bleef heruitvinden. Van Herrmann heb ik geleerd dat er in filmmuziek maar één regel is, namelijk dat er geen regels zijn."

Allebei vreemde kids

"Tim Burton en ik hebben gedurende dertig jaar samengewerkt aan zo'n vijftien films. Zijn we vrienden? Het is niet zo dat we vaak samen optrekken. Ik zie ons eerder als broers. Soms maken me ruzie, soms komen we goed overeen. Maar hij maakt als het ware deel uit van mijn familie. Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, bleek snel dat we bepaalde zaken gemeen hadden. We were both strange kids. We voelden ons vervreemd van de mensen rondom ons. We zijn allebei geboren en getogen in Los Angeles en we zijn opgegroeid met dezelfde films. We hielden allebei van horror, sciencefiction en fantasy. We waren ook allebei fan van de films van special effects-expert Ray Harryhausen. Als ik bij een film, zoals Jason and the Argonauts of The 7th Voyage of Sinbad, de namen van Ray Harryhausen en Bernard Herrmann samen op de generiek zag staan, was ik dolgelukkig.

"Mensen denken vaak dat mijn samenwerking met Burton, na al die jaren, wel heel makkelijk moet zijn. Maar dat is niet zo. Het is iedere keer nieuw, iedere keer anders. Ik weet nooit op voorhand of hij bepaalde muzikale ideeën goed zal vinden. Hij blijft onvoorspelbaar. Ik let nog altijd op zijn lichaamstaal. Soms zit hij aan zijn haar te trekken. Soms zie ik zijn ogen een beetje oplichten. Dat is goed. En soms zie ik een knikje en dan denk ik: 'Hm, dat is zéér goed' (lacht)."

Meltdown in de relatie

"Er is een moment geweest dat we zwaar in de clinch hebben gelegen en dat we bijna twee jaar niet met elkaar gesproken hebben (rond 1994, met als gevolg dat de muziek voor 'Ed Wood' door Howard Shore gecomponeerd werd, JT). Dat was een erg pijnlijke periode. Het was echt alsof ik een broer verloren had. Mijn echte broer (de acteur en regisseur Richard Elfman, JT) en ik maken ook altijd ruzie, maar omdat we broers zijn, komen we toch steeds weer bij elkaar.

"Familie is niet altijd makkelijk, maar het zit in je bloed. Met Tim is het net zo. Toen we die fameuze meltdown hadden, dachten we allebei dat we nooit, maar dan ook nooit meer met elkaar zouden werken. Voordien hadden we vaak grapjes gemaakt over Bernard Herrmann en Alfred Hitchcock. Die hadden zo vaak samengewerkt tot er een breuk kwam en ze voor de rest van hun leven nooit meer een woord met elkaar gewisseld hebben. Bij ons is het gelukkig anders verlopen. Na een tijdje zijn Tim en ik dan toch samen een koffie gaan drinken en we zijn het gesprek begonnen met de afspraak dat we het niet over het verleden zouden hebben. Een propere lei. En met Mars Attacks! is onze samenwerking opnieuw begonnen."

Nog steeds plankenkoorts

"Er was mij eerder al vaak gevraagd om een concert te organiseren met suites van mijn filmmuziek, maar ik had dat steeds geweigerd. Om twee redenen: ik kijk niet graag achterom én het vraagt enorm veel werk. Toen ik vijf jaar geleden, naar aanleiding van onze 25-jarige samenwerking, maandenlang bezig was met de samenstelling van een cd-box met onze filmmuziek, zagen mijn managers hun kans schoon. Er was een voorstel om in Londen een liveconcert te geven. Waar? 'In The Royal Albert Hall.' Whew, that's a big one! Hoeveel films? 'Allemaal. Vijftien suites.' Oei, dat is veel. Mag het vier uur duren? 'Twee uur.' Ouch.

"Maar ik hield wel van de uitdaging. Er zijn inmiddels al meer dan dertig Elfman/Burton-filmconcerten geweest en bij sommige daarvan heb ik zelf ook gezongen. Omdat ze dat vroegen heb ik ja gezegd. Typisch! Ik spreek en pas later denk ik na. Daarom ben ik ook zo slecht in interviews. Er komt iets uit mijn mond en daarna denk ik: 'Wat heb ik nu weer gezegd!' Op de soundtrack van The Nightmare Before Christmas had ik indertijd zelf de liedjes van het Jack Skellington-personage gezongen. Maar dat was in de studio, ik had dat nog nooit live gedaan. En ik had sinds achttien jaar niet meer op een podium gestaan. Op de koop toe waren die Skellington-liedjes aartsmoeilijk. Er zit nauwelijks ruimte in om te ademen. In de studio is dat geen probleem. Je zet de tape stop en dan begin je aan een nieuwe strofe. Maar live! En dan die verschrikkelijke plankenkoorts! Ik heb 23 jaar op de scène gestaan en ik ben er nooit vanaf geraakt.

"Bij het eerste concert in The Royal Albert Hall was ik werkelijk bloednerveus. Helena Bonham-Carter (de vrouw van Tim Burton, JT) zag dat en zei: 'Danny, komaan! Just fuck it.' En ik dacht: 'Maar natuurlijk. Dat is mijn levensmotto. Hoe kon ik dat vergeten?' (lacht). Ik zei: 'Dank je, Helena.' En ik ben het podium opgestapt. Die liedjes van Jack Skellington zijn ook erg persoonlijk. Ik wilde al een tijdje stoppen met Oingo Boingo, maar ik voelde mij schuldig. Precies omdat ik succes begon te krijgen als filmcomponist, voelde het aan alsof ik de band in de steek liet.

In The Nightmare Before Christmas wil Jack Skellington weg uit Halloween Town om naar Christmas Town te verkassen, maar hij vindt het toch moeilijk om afscheid te nemen. Daar zingt hij dus over. Het personage van Jack Skellington is volledig de creatie van Tim Burton, maar emotioneel gaan die teksten eigenlijk over mezelf. Alhoewel Halloween mijn favoriete periode van het jaar is en ik Kerstmis altijd zeer deprimerend heb gevonden (lacht)."

Danny Elfman's Music from the Films of Tim Burton, zaterdag 30 april in Paleis 12 (Brussel). Palais12.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234