Zaterdag 06/06/2020

Filmindustrie floreert in nieuwe economische wereldmacht china

Ondanks successen blijft het door censuur, dvd-piraterij en gebrek aan zalen en geld moeilijk om films te programmeren en publiek te bereiken

Shanghai timmert aan eigen Tinseltown

China maakt ook op filmvlak een heuse boom door. Chinese sterren als Zhang Ziyi en Gong Li zijn goed op weg om vaste waarden te worden in Hollywood. En voor het eerst werd een westerse film volledig in de Chinese Volksrepubliek opgenomen.

Londen

The Independent

David Eimer

Toen drie leden van de acteursdynastie van de Redgraves - Vanessa, haar zus Lynn en dier dochter Natasha Richardson - aan de opnamen van The White Countess begonnen, leek het wel alsof James Ivory en wijlen Ismail Merchant (bekend om hun kostuumdrama's als A Room with a View of The Remains of the Day) voor hun laatste samenwerking per se de kroonjuwelen van de Angelsaksische film wilden bovenhalen. The White Countess heeft inderdaad een uitsluitend Brits-Amerikaanse cast, maar is voor de rest zo oosters als maar kan. Het verhaal speelt zich af in de nachtclubs en drukke straten van een stad waar politieke complotten woekeren en decadentie heerst, waar Chinese nationalisten en blanke Russische aristocraten op Joodse vluchtelingen en Japanse spionnen botsen. Bovendien is het de eerste westerse film die integraal in China werd opgenomen.

De opnamen gingen van start in een filmstudio van de jaren vijftig in de oude stad van Shanghai. De Chinese mannen achter de spots en de camera's konden een glimlach moeilijk onderdrukken, en dat is begrijpelijk. Tot voor kort mochten ze de knopjes bedienen bij de productie van soapseries. Nu China plotseling is uitgegroeid tot de derde filmindustrie ter wereld, mogen ze zich opnieuw op het serieuze werk werpen.

Vorig jaar bestond de Chinese film honderd jaar. De revival kan dus niet op een beter moment komen. De filmindustrie floreert in het zog van het algemene moderniseringsproces in China. De economische opgang van China verbaast allang niemand meer. Dat de 'culturele industrieën' nu opkomen, is niet meer dan een logische volgende stap van een natie die zich langzaam maar zeker transformeert van een ontwikkelingsland tot een wereldmacht.

Overigens is het best ironisch dat de filmindustrie nu de volle steun krijgt van de Communistische Partij. Onder Mao Zedong scheelde het namelijk niet veel of de cinema's waren gewoon opgedoekt. Voor de revolutie van 1949 had China een bloeiende filmindustrie. De studio's in Shanghai, ook wel het Chinese Hollywood genoemd, maakten comedy's, romantische films en melodrama's aan de lopende band, die erg populair waren in China. In de jaren vijftig werd de Chinese films veeleer propaganda dan entertainment. Plotseling regende het verhalen over heroïsch verzet tegen de Japanse agressor en strenge pleidooien voor zelfopoffering door de boer. Het ging van kwaad naar erger. Tijdens de Culturele Revolutie halverwege de jaren zestig werden gerenommeerde regisseurs naar de provincies verbannen om daar industrieel vervaardigde opvoedingsfilms te draaien, of zich tot boer om te vormen in Mao's beruchte heropvoedingskampen. De filmindustrie hield bijna op te bestaan. Tussen 1966 en 1972 werd in China geen enkele speelfilm gemaakt.

In 2008 organiseert Peking de Olympische Spelen. China wil die gelegenheid aangrijpen om de wereld te tonen dat het meer is dan het grootste industriële productiecentrum ter wereld. De film wordt een van de belangrijkste motors van die omschakeling. Toch is het leven voor mensen in de culturele industrie niet altijd gemakkelijk. Het Chinees Filmmuseum in Peking, het grootste instituut van dat slag in Azië, heeft net zijn deuren geopend. Maar met de strenge censuur, het probleem van de dvd-piraterij en het gebrek aan zalen en geld is het voor de directie een bijna onmogelijke opdracht de films te programmeren die zij in de zalen wil zien. President Hu liet tijdens de eeuwfeestviering ook weinig ruimte voor misverstanden: hij zal nooit tolereren dat films kritiek uiten op zijn regering. "De mensen in de filmindustrie moeten trouw de politieke lijn volgen en voldoende maatschappelijke verantwoordelijkheid aan de dag leggen om de bloei van de Chinese filmindustrie voort te zetten."

Bij die woorden zal Zhang Yimou wel zuur gelachen hebben. Hij moest er wel zijn tijdens de viering, want de regering riep Hero uit tot een van de honderd beste Chinese films ooit, maar zijn populairste films in het Westen, zoals Ju Dou, Raise the Red Lantern, en To Live, waren verboden in China. Raise the Red Lantern sleepte in 1991 als eerste Chinese film ooit zelfs een Oscarnominatie in de wacht, maar Zhang Yimou mocht van het regime niet naar Los Angeles afreizen.

Nu de regering begrijpt dat films als Hero het overzeese imago van China best kunnen opkrikken, waait er een nieuwe wind. "Het Filmbureau beschouwt de film nu meer als een industrie, en niet langer als een propagandamiddel", zegt Zhang Xianmin, professor aan de Filmacademie in Peking, waar Zhang Yimou en de meeste andere bekende Chinese filmmakers hun opleiding kregen. "Internationale invloed, vooral dan in de vorm van geld dat de Chinese films via het buitenland in het laatje brengen, hebben het Bureau milder gemaakt. Maar belangrijker is dat een aantal Chinese filmmakers die nu tussen dertig en veertig oud zijn, succes hebben in het buitenland. Als de overheid ze negeert en blijft zeggen 'wat ons betreft bestaan hun films niet', dan slaan ze een belachelijk figuur."

Ook al werken ze tegenwoordig vaker onder het goedkeurend oog van de overheid, toch is het voor Chinese filmmakers niet altijd makkelijk om hun films bekend te maken bij hun thuispubliek. In China zijn er maar 1.300 zalen voor 1,3 miljard potentiële filmkijkers. Bovendien kost het veel om ze open te houden. In Peking kost een filmkaartje tussen 2,5 en 6 euro, te veel voor de modale Chinees. "Naar de bioscoop gaan is echt iets voor de middenklasse. Zij zijn de enigen die een ticketje kunnen betalen", zegt professor Zhang. Het illegaal kopiëren van dvd's is een ander groot probleem en kost de industrie hopen geld. Een bootleg-dvd kost nog geen euro; zo laag zou de prijs van tickets dus moeten zijn om een bioscooppubliek op te bouwen. Piraterij uitroeien is onhaalbaar, maar meer bioscopen bouwen moet mogelijk zijn.

Tot het zover is en zolang de overheid haar greep op creatief talent versoepelt, blijft de droom van een Hollywood in het Oosten levend. The White Countess speelt zich af in het Shanghai van voor de oorlog, toen creativiteit nog aangemoedigd werd, en toen majestueuze gebouwen van het keizerrijk nog het witte doek van de wereldcinema sierden. Maar Ivory en zijn sterrencast zullen hoe dan ook moeten vaststellen dat China, ook al doet het zo zijn best, nog een lange weg te gaan heeft voor de filmindustrie weer zijn gouden jaren terugvindt.

Alleen Holly- en Bollywood doen het beter

In China werden vorig jaar 260 films ingeblikt; alleen Hollywood en zijn Indiase tegenhanger Bollywood deden beter. Heel wat westerse acteurs hebben opdrachten in China aangenomen. Tom Cruise was in november in Shanghai om Mission Impossible 3 op te nemen. Een maand eerder zaten Nicole Kidman, Ewan McGregor en Edward Norton in Peking voor Headhunters.

Tegelijkertijd overspoelen Chinese acteurs en actrices Hollywood. Gong Li, een van China's eerste internationaal bekende actrices, is te zien in Memoirs of Geisha, de eerste mainstream-Hollywoodfilm met Aziatische acteurs in de hoofdrollen. Li, die weldra ook te zien is in een cinema-adaptatie van de televisieserie Miami Vice, speelt er naast Chow Yun-fat, de populairste acteur van China, binnenkort ook de slechterik in de sequels van Pirates Of The Caribbean. Naast hen zien we Zhang Ziyi, een andere Chinese steractrice, beroemd door haar rol in Crouching Tiger, Hidden Dragon. De drie geisha's worden gespeeld door Chinese actrices, die Engels spreken met een Japans accent, een beslissing die werd ingegeven door de vaststelling dat er amper in Japan goede actrices te vinden zijn, terwijl China bulkt van het jong talent.

Chinese films zijn dan weer populairder dan ooit in het Westen. Schrijver-regisseur Wong Kar-Wai heeft een stevige reputatie in het arthousecircuit, en films als Kung Fu Hustle kunnen gerust de concurrentie aan met VS-producties. Hero, een historisch epos van Zhang Yimou, werd een kassucces in Amerika. Het voedde niet alleen de nationale trots in China, maar leerde de Hollywoodbonzen ook meteen dat een ondertitelde film best de producten van eigen bodem naar de kroon kan steken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234