Woensdag 08/07/2020

filmfestival u 'The Manchurian Candidate' beleeft internationale première op Filmfestival van Venetië

Regisseur Jonathan Demme bewijst dat Hollywood nog steeds politieke thrillers kan maken die tegelijk entertainend en kritisch zijn

Een marionet van het grootkapitaal in het Witte Huis

Op het Filmfestival van Venetië werd de spannende politieke thriller The Manchurian Candidate van regisseur Jonathan Demme gepresenteerd. Dat is een remake van de gelijknamige klassieker uit 1962 en toen waren de communisten nog de grote booswichten. In deze, in tijden van presidentiële verkiezingskoorts actuele, update komt de bedreiging van de multinational Manchurian Global. Die wil een marionet als president, een sleeper in the White House.

Venetië

Eigen berichtgeving

Jan Temmerman

Een van de redenen waarom het altijd wel onmogelijk zal blijven om Hollywood-films in hun geheel laatdunkend af te schrijven als louter 'snoepgoed voor de ogen', als hersenloos popcornentertainment of als visuele fastfood is dat de grote studio's met de regelmaat van de klok films afleveren die ingaan op de politieke actualiteit en vaak ongemeen kritisch zijn tegenover de eigen regering of samenleving. Men kan zich trouwens de vraag stellen of dergelijke subversieve, politieke thrillers wel even makkelijk in Europa gemaakt zouden kunnen worden zonder aanleiding te geven tot parlementaire vragen of politiek geïnspireerde economische censuur. Dat klinkt misschien een beetje paranoïde, maar anderzijds is het geen toeval dat veel van die films precies met politieke paranoia te maken hebben. Want net zoals kitsch vaak omschreven wordt als 'de smaak van de buurman', beschuldigen politieke tegenstanders elkaar makkelijk van paranoia als er bepaalde kritische vragen gesteld worden, als er 'verdachtmakingen' gelanceerd worden of als er 'samenzweringscomplotten' onderzocht worden. In die context kan paranoia dus ook wel omschreven worden als 'de politieke overtuiging van de buurman/tegenstander'.

Ten tijde van de Koude Oorlog, in de hoogdagen van de angst voor het communisme en voor een nucleaire apocalyps, leverde Hollywood interessante films af als Fail Safe van Sidney Lumet, Seven Days in May van John Frankenheimer, Dr.Strangelove: or, How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb van Stanley Kubrick en natuurlijk The Manchurian Candidate van de reeds genoemde Frankenheimer. In de jaren zeventig gaf de tijdgeest van het Watergate-trauma aanleiding tot politieke thrillers als The Parallax View van Alan Pakula en Three Days of the Condor van Sydney Pollack, waarin de vijand niet zozeer buiten de landsgrenzen als wel binnen de eigen regering en de aanverwante 'veiligheidsorganisaties' en geheime diensten werd gezocht. Met zijn versie van The Manchurian Candidate, waarin Denzel Washington, Meryl Streep en Liev Schreiber de voornaamste rollen vertolken, bewijst regisseur Jonathan Demme dat Hollywood nog steeds politieke thrillers kan produceren die zowel een hoge entertainmentwaarde hebben (en dus succesrijk kunnen zijn aan de kassa) en die tegelijk stof kunnen leveren voor kritische reflectie en analyse.

In The Manchurian Candidate van John Frankenheimer, gebaseerd op de roman van Richard Condon, heeft sergeant Raymond Shaw (rol van Laurence Harvey) zich tijdens de Koreaanse Oorlog zo heldhaftig gedragen dat hij de exclusieve Congressional Medal of Honor mag opspelden. Zijn moeder (rol van Angela Lansbury), die inmiddels hertrouwd is met senator John Iselin (rol van James Gregory), maakt van die heldhaftige reputatie van haar zoon gretig gebruik om de politieke carrière van haar man vooruit te helpen. Maar dan blijkt dat sommige militairen, zoals captain Bennett Marco (rol van Frank Sinatra), die samen met sergeant Shaw in Korea gevochten hebben en daar trouwens door zijn heroïsche optreden 'gered' werden, jaren later nog steeds door nachtmerries geplaagd worden. In opdracht van het Pentagon begint captain Marco de zaak uit te spitten en ontdekt zo dat sergeant Shaw in feite door een Chinese hypnotiseur gehersenspoeld werd, zodat de communisten hem, eenmaal terug in zijn Amerikaanse thuisland, op tijd en stond als 'geprogrammeerde' moordenaar kunnen gebruiken. Het feit dat hij, via de politieke connecties van zijn stiefvader en dankzij zijn eigen reputatie als oorlogsheld, toegang heeft tot de hoogste regionen van het Witte Huis, komt hen daarbij natuurlijk uitstekend van pas! Wat The Manchurian Candidate indertijd zo sterk maakte als politieke satire, was onder meer het feit dat links en rechts in de klappen deelden (want de fictieve senator John Iselin was in die film duidelijk een doordrukje van de echte communistenjagende en ultraconservatieve senator Joseph McCarthy).

Het succes van The Manchurian Candidate in 1962 had te maken met het feit dat het hier zowel een scherpe politieke satire, annex zwarte komedie betrof als een nagelbijtende thriller met paranoïde trekjes. De cultreputatie van de film werd definitief gevestigd toen Frank Sinatra, die eigenaar was van de rechten, een jaar later, na de moord op president John F. Kennedy, besloot om The Manchurian Candidate uit de zalen te halen en te houden. Er circuleren verschillende theorieën over Sinatra's motieven. Sommigen zouden bijvoorbeeld iets te veel parallellen willen zien tussen Lee Harvey Oswald en de gehersenspoelde moordenaar uit The Manchurian Candidate. En het 'gerucht' dat Oswald voor de aanslag op Kennedy de film in kwestie gezien zou hebben, was ook niet van aard om allerlei complottheorieën te ontzenuwen. Het zou hoe dan ook tot 1987 duren voor Sinatra toestemming gaf om The Manchurian Candidate opnieuw vrij te geven. De film slaagde er toen nog in het Amerikaanse publiek de stuipen op het lijf te jagen en dus vond dochter Tina Sinatra dat het, na bijna een kwarteeuw, misschien wel tijd werd voor een remake. Vader Frank gaf zijn zegen, maar twee jaar later viel de Berlijnse Muur en het evil empire was plots een heel stuk minder angstaanjagend geworden.

In de jaren die volgden werden de remakeplannen toch verder ontwikkeld en zo werd besloten om de vijand niet langer buiten, maar binnen de eigen grenzen te situeren. Zo werd het idee van Manchurian Global geboren, een conglomeraat dat zo zijn eigen redenen heeft om invloed te verwerven in het Witte Huis. Hun ambitie werd dan ook, zoals een van de personages het in deze remake zegt, de "first privately owned and operated vice president" in het Witte Huis te installeren. Maar volgens Tina Sinatra, die nu als producer op de titelrol van The Manchurian Candidate prijkt, gebeurde dat allemaal voor president George W. Bush en vice-president Dick Cheney hun intrek namen in het Witte Huis. En dus ook voor de tweede Golfoorlog van start ging (in de nieuwe, geactualiseerde versie van regisseur Jonathan Demme is de Koreaanse oorlog van weleer vervangen door de eerste Golfoorlog en de hersenspoeling gebeurt niet langer door hypnose maar door hoogtechnologische microchip-implantaten). Maar het resultaat is hoe dan ook dat de Amerikaanse media allerlei parallellen willen (of weigeren te) zien tussen Manchurian Global enerzijds en multinationals als Halliburton en de Carlyle Group anderzijds. Nadat Michael Moore in zijn documentaire Fahrenheit 9/11 reeds de aandacht had getrokken op de toch wel opmerkelijke verweving van big politics en van de oorlogseconomie profiterende big business, wordt de thriller The Manchurian Candidate nu door sommigen beschouwd als een soort 'fictieve' aanvulling, zodat beide films best als een double bill vertoond en bekeken kunnen worden.

Anti-Bush-manoeuvre?

Het feit dat de postproductie van The Manchurian Candidate versneld werd om de film niet na, maar voor de presidentsverkiezingen in de Amerikaanse zalen te krijgen, wordt door sommigen beschouwd als een uitgesproken anti-Bush-manoeuvre (net als het feit dat er tijdens de begintitels een door Wyclef Jean uitgevoerde versie van de beroemde Creedence Clearwater Revival-protestsong 'Fortunate Son' te horen valt, want die omschrijving wordt ook wel als spottende bijnaam voor Bush Junior gebruikt).

Maar volgens regisseur Jonathan Demme, die met The Silence of the Lambs al bewezen heeft dat hij goed met suspense overweg kan, is de reden veel pragmatischer. Door te wachten tot na de echte presidentsverkiezingen liep men het risico dat het Amerikaanse publiek politieke uitputtingsverschijnselen zou vertonen en dus niet langer geïnteresseerd zou zijn in een thriller die zich afspeelt tegen de achtergrond van fictieve presidentsverkiezingen. Wie heeft gelijk? En wie is paranoïde?

(Jan T.)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234