Vrijdag 26/02/2021

Film over anti-Vlaamse houding van Belgisch leger tijdens WO I nam loopje met de waarheid

Vechten

met de IJzer

Elf november markeert niet alleen het einde van de Eerste Wereldoorlog, maar ook de geboorte van een Vlaamse natie. Al vanaf de jaren twintig leerde het Vlaamse publiek immers de boodschap dat de Belgische legerleiding aan de IJzer Vlaamse jongens had misbruikt in hun strijd tegen de Duitse invallers. Vanaf 1928 werd die visie echt in de geesten van het Vlaamse publiek gehamerd middels de toen erg invloedrijke film Met onze jongens aan den IJzer. Wat gepresenteerd werd als een documentaire was eigenlijk ingenieuze propaganda, zo toont een fascinerend onderzoek aan van de Gentse Universiteit. Door Walter Pauli

Hoe groot de kracht van beelden kan zijn, zelfs in een periode dat het woord 'beeldcultuur' nog niet van toepassing is, bewijst de puntgave reconstructie van onderzoekers Roel Vande Winkel en Daniël Biltereyst (Universiteit Gent) van de visie die het Vlaamse publiek meekreeg van de loopgraven aan de IJzer. Morgenavond ziet u uittreksels op Canvas Plus, of anders spoedt u zich naar de boekwinkel of de dvd-rekken voor hun herstelde, gedigitaliseerde en van commentaar voorziene versie van Met onze jongens aan den IJzer.

Ook al ligt het tempo van die film naar hedendaagse normen laag, zo kort na de Eerste Wereldoorlog moeten de beelden een geweldige indruk gemaakt hebben op het publiek van de Vlaamse parochiezalen en cultuurhuizen: rauwe shoots van het leven in de loopgraven, van brandende zeppelins en hun onfortuinlijke inzittenden, van afschuwelijk verminkte 'overlevenden', van mortiervuur, van gasaanvallen, van soldaten in ondraaglijke spanning vlak voor de aanval, van de onwerkelijke stilte van lijken en doden, over en langs en op elkaar, levenloos, ontmenselijkt. Met onze jongens aan den IJzer is een mengeling van authentieke films uit de IJzervlakte, maar wel afgewisseld met scènes uit speelfilms, en beide werden listig in elkaar gedraaid door een ingenieuze montage.

De filmmakers wilden namelijk niet zomaar tonen, maar vooral een relaas vertellen, een stelling opdringen: dat het Belgische militaire commando in het water en het slijk van de Westhoek de Vlaamse zonen bewust had laten creperen. Die 'IJzersaga' sloeg destijds aan. Zelfs tot vandaag nemen grote delen van de publieke opinie die basisstelling voor waar aan. Dat komt door de wervingskracht van de nog jonge Vlaamse beweging en het toen zeer vitale IJzerbedevaartcomité. Vooral Clemens - Clem - De Landtsheer, secretaris van dat IJzerbedevaartcomité, cineast en eigenaar van het eenmansbedrijf Flandria Film, speelde in die mythevorming een cruciale rol.

Vlaamse helden

De Landtsheer (1894-1984) was een van die miljoenen jongemannen die destijds Europa's 'lost generation' vormden: tijdens de oorlog kanonnenvlees, en zij die de slagvelden toch overleefden waren al op hun 25ste 'oud'. Want oud-strijders, zo werden ze genoemd, gedoemd tot het einde van hun dagen terug te kijken op de meest traumatische maar in de beeldvorming vooral de meest heroïsche periode uit hun leven. Hoewel De Landtsheer amper frontervaring had - hij had sowieso al een tere gezondheid en na twee maanden in de voorste linies werd hij slachtoffer van een gasaanval - diende hij de hele oorlogsperiode in het Belgische leger, meestal in administratieve functies.

Maar hij had veel vrienden die aan het front vochten, en er ook stierven. Zo was hij een neef van de beroemde 'gebroeders Van Raemdonck' uit Temse. Hun verhaal is bekend: bij een gevaarlijke nachtelijke raid in maart 1917 in Steenstrate keerde Frans Van Raemdonck niet terug. Tegen de orders in ging zijn broer Edward hem toch zoeken. Later werden beide broers gevonden, in elkaars armen, en dood. Dat was althans het verhaal dat al snel bekend, zo niet beroemd werd, onder meer door een beroemde tekening ('broederliefde') van Joe English.

Ook De Landtsheer zelf werkte al tijdens de oorlog mee aan de verspreiding van die episode van pure Vlaamse heroïek Maar zijn propagandamachine - want dat was het wel - kwam pas goed op gang ná de Grote Oorlog. Mocht hij vandaag leven, dan had een man als De Landtsheer zich schatrijk kunnen maken door zijn pr-talent, zijn zin voor commercialisering, zijn gave om te organiseren en te verkopen. Hij werkte mee aan de fondseninzameling voor de IJzertoren en hij zocht daartoe steeds aantrekkelijker technieken.

En film was echt wel het moderne medium van een nieuwe tijd. In de jaren twintig tekende Walt Disney zijn eerste cartoons, populaire prenten als The Jazz Singer (1927) markeerden de overgang van de stomme naar de gesproken prenten. En ook de politieke propaganda vond het nieuwe medium, zoals Sergej Eisenstein bewees met zijn verbluffende Pantserkruiser Potemkin (1925). Natuurlijk was de recente oorlog een megabron voor inspiratie. Dat bleek uit avonturenfilms als The Four Horsemen of the Apocalypse (1921), met een smachtende Rudolph Valentino, maar ook uit de verfilming van de beroemde pacifistische roman van Erich Maria Remarque, All Quiet on the Western Front (1930).

'Echt en onvervalscht'

Tegen die achtergrond maakte De Landtsheer in 1928 Met onze jongens aan den IJzer, een stomme film met tekstplaquettes . Er was wel al een 'Bedevaartfilm', er waren ook dia's, maar het IJzerbedevaartcomité had nog geen eigen, flamingante prent over die Grote Oorlog die uitgevochten werd in het kleine Vlaanderen. En het moet gezegd, al de openingsplaquette grijpt de toeschouwers bij het nekvel: "Deze film werd samengesteld met echte en onvervalschte dokumenten en filmopnamen in de loopgraven aan den Ijzer gedraaid. Geen enkel beeld werd getrukkeerd. Alles wat u zult te zien krijgen is de oorspronkelijke oorlogsdokumentatie op de volle werkelijkheid genomen."

En daarmee begon de niet-waarheid, en dus de leugen. Want De Landtsheer wist heel goed dat zijn materieel niet altijd origineel was en dat hij zijn originele materiaal naar eigen goeddunken in een foute (en dus vervalste) context durfde te brengen. Soms kan dat onschuldig lijken, zoals wanneer Belgische soldaten die zich voorbereiden op een gasaanval in werkelijkheid Britten zijn - zo herkenbaar aan hun platte helmen.

Soms zijn de aanpassingen al bedenkelijker. Een van de eerste scènes toont een Vlaamse jongen die van zijn moeder wordt gescheiden om naar het front te trekken. In werkelijkheid leende De Landtsheer die beelden van een Belgische militaristische prent, maar door exact dezelfde scène in een andere context te plaatsen, werd zij ineens Vlaams (dus anti-Belgisch) en pacifistisch (dus antimilitair) van karakter. Of exact het tegengestelde van het origineel.

En flagrant in tegenspraak met zijn belofte alleen "echte en onvervalschte filmopnamen" te tonen laste De Landtsheer ook beelden in van speelfilms. Zo toont hij een nachtelijke raid uit de loopgraven. Het deels ongeletterde en in elk geval ongeoefende publiek van toen had het niet in de smiezen, maar de 'documentaire' toont wel een nachtelijke aanval, maar dan uitgevoerd bij kunstlicht, met spots gericht op in het duister sluipende soldaten. Die beelden kwamen uit de speelfilm Verdun: visions d'histoire. Het fragment was niet aan de IJzer opgenomen, maar in een filmstudio, bovendien met soms erbarmelijk acterende 'soldaten'. De namaak-Duitsers schoten in de oorspronkelijke prent niet eens op Belgen, maar op Fransen - maar het publiek merkte dat niet, want het Franse uniform leek op dat van 'onze jongens'.

Voor een truc meer of minder draaide De Landtsheer zijn hand dus niet om. Als hij beelden toonde van het afschuwelijke onrecht dat 'Vlaamse' soldaten was aangedaan, kwamen die vooral uit de in 1922 uitgebrachte film A la gloire du troupier belge. Uit zijn eigen correspondentie blijkt dat hij in 'belgicistische' kringen voortdurend zoekt naar beelden van "morts, blessés, attaques, artillerie en opération, terrain après combat, tranchées, explosions, inondations, boue: en un mot, le soldat en guerre (si possible à Yser)". Het woord 'flamand' komt er niet in voor. Dat laste De Landtsheer er later zelf in.

Mythes en halve mythes

Het IJzerbedevaartcomité bediende zich voortdurend van dergelijke 'aanpassingen', als het de eigen zaak maar vooruithielp. Politieke dienstbaarheid primeerde op historische nauwkeurigheid. Ook hiervan geven auteurs Vande Winkel en Biltereyst hallucinante voorbeelden. In de crypte van de eerste IJzerbedevaart werd bijvoorbeeld het met bloed bevlekte, door een kogel doorboorde 'testament' van de gesneuvelde soldaat Lode de Boninge geëxposeerd, net als zijn veroordeling (wegens Vlaamsgezindheid) door de Belgische krijgsraad. In werkelijkheid ging het om nagemaakte documenten. De vervalsing was zo amateuristisch uitgevoerd dat IJzertorenvoorzitter Frans Daels aan De Landtsheer schreef: "Het is werkelijk wat boersch, vooral omdat men dadelijk verstaat dat dit naderhand is geweest en geen oorlogsstuk is!" Vande Winkel en Biltereyst wijzen er terecht op dat "het feit dat een dergelijk relikwie werd nagemaakt, Daels niet stoorde. Alleen mocht het gebrek aan authenticiteit niet zo duidelijk zichtbaar zijn."

Hetzelfde scenario herhaalde zich met de herdenking van de dood van de broers Van Raemdonck. De Landtsheer kreeg een brief van Charles Withof, een soldaat die de broers had helpen begraven. Nu bleek dat Frans Van Raemdonck niet zijn broer Edward in de armen hield, maar een zekere Aimé Fiévez, een... Waalse strijdmakker. Maar dat klopte natuurlijk niet met de mooie mythe. En dus werd het verhaal níét aangepast, zo legde De Landtsheer omstandig uit, "voor het welzijn van de zaak zelf en voor de arme ouders": "Waarom die schoonheid breken, en er de waarheid als een koud bad over uitstorten? (...) Ze zijn dood en al wat ze ons lieten is herinnering. In onze herinnering liggen ze ginder in elkaars armen. Waarom die herinnering besmeuren, of ze breken door de waarheid?"

En dus kent Vlaanderen nog altijd de mythe van broers Van Raemdonck. Of de mythe dat de Vlaamse soldaten door Franstalige officieren werden opgeofferd. Of de halve mythe dat Vlaamse zerkjes met AVV-VVK-opschrift van gesneuvelde soldaten na de oorlog doelbewust werden vernietigd. (Wat daarbij niet gezegd wordt, is dat ook de Franstalige zerkjes met 'Mort pour la Patrie' hetzelfde lot ondergingen. Net zoals het geval was op Britse, Amerikaanse en Duitse oorlogskerkhoven, wilde de Belgische overheid voor alle gesneuvelden een uniforme steen: 'in de dood zijn allen gelijk'. Het was dus geen anti-Vlaamse oprisping, al werd dat zo wel uitgelegd, en was de uitvoering van die operatie door de Belgische overheid inderdaad weinig subtiel.)

Knekels uit 1302

Hoever het IJzerbedevaartcomité wel wilde gaan in zijn opsmuk van de geschiedenis, blijkt uit volgende plan van het olijke duo Frans Daels-Clemens De Landtsheer: ze wilden landbouwers de beenderen van de gesneuvelden van de Boerenkrijg (1798) en de Guldensporenslag (1302) op hun akkers en weilanden laten 'terugvinden'. Zo zouden ook die knekels bijgezet kunnen worden in de crypte van de IJzertoren, als zichtbare relicten van de eeuwenoude strijd tegen Frankrijk, nadien tegen de verfransing, Franstalig België, tegen België tout court.

Het was De Landtsheer die de 'vondst' van de beenderen voorbereidde. De hele onderneming werd echter afgeblazen toen bleek dat er onvoldoende bereidwillige landbouwers waren om menselijke resten op hun land onder en weer op te graven. Maar deze kleine faux pas verhinderde niet dat inmiddels de toon wel gezet was, het idee verspreid.

Door het vernuft en de hardnekkigheid van mannen als Clemens De Landtsheer slaagde het IJzerbedevaartcomité erin de strijd van de Belgische legerleiding en overheid tegen Duitsland te recupereren, en om te draaien tot een verhaal van ontvoogding van Vlaanderen tegen België, van Vlaamse jongens die aan de IJzer gepest, zo niet bedrogen werden door Belgische en dus Franstalige officieren. Dat idee 'kwam' er niet spontaan, zo tonen de Gentse academici aan: zoals elk nationalisme werd ook het Vlaams-nationale verhaal van natievorming 'geconstrueerd'.

Tussen 1914 en 1918 werd er aan de IJzer een oorlog tegen de Duitsers uitgevochten. Nadien werd daar een Vlaamse strijd van gemaakt - een die er in werkelijkheid amper was geweest, en zeker niet zoals hij nadien werd getoond en tot vandaag wordt geloofd door grote delen van de Vlaamse publieke opinie.

Roel Vande Winkel, Daniël Biltereyst, Filmen voor Vlaanderen. Vlaamse beweging, propaganda en film, Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-Nationalisme, Provincie Oost-Vlaanderen, 224 pagina's.

Dvd ook afzonderlijk verkrijgbaar: Met onze jongens aan den IJzer, Clemens De Landtsheer, 1928-1929, Filmarchief - les dvd de la cinémathèque, Canvas, 15 euro.

Een ingekorte versie van de film wordt morgen, 11 november, uitgezonden op Canvas+.

Filmmaker

Clemens De Landtsheer:

Waarom de schoonheid breken en er de waarheid als een koud bad over uitstorten?

n Beelden uit Met onze jongens aan den IJzer. De film van Clemens De Landtsheer uit 1928 belooft alleen 'oorspronkelijke oorlogsdokumentatie' te tonen, maar maakt ook handig gebruik van scènes uit speelfilms.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234