Dinsdag 07/07/2020

FILM IS OORLOG

Uit de mond van Adil El Arbi klinken krachttermen als putain de merde en fucked up shit bijna als zoete woordjes. De jonge filmregisseur, net 27 geworden, is één brok vuilbekkende charme. Een beetje zoals 'zijn' Brussel, quoi. Adil barst van ambitie en steekt dat ook niet weg. "Wie de wereld wil veroveren, moet in Brussel gaan wonen."

Wordt geboren op 30 juni 1988 in Edegem.

Gaat op zijn 18de film studeren aan Sint-Lukas in Brussel.

Brengt in 2014 zijn eerste langspeelfilm Image uit, samen met Bilall Fallah, op 11 november komt hun tweede langspeelfilm Black in de zalen.

Kroont zich wat later tot Slimste Mens ter Wereld en krijgt prompt de status van knuffelallochtoon.

Tekent samen met creatieve partner Bilall een contract bij Woestijnvis.

"Als filmliefhebber spring ik graag binnen bij Cinematek, een filmmuseum en bioscoop in de gebouwen van de Bozar. Je kan er naar oude films gaan kijken die je nergens anders te zien krijgt, zoals de betere B-horrorfilms."

Cinematek, Baron Hortastraat 9, 1000 Brussel. www.cinematek.be.

"Het beste frietkot van Brussel is voor mij Tabora. Ze draaien hier soms klassieke muziek terwijl ze hun frietjes bakken. En ze hebben alle frituurdinges en alle sauzen die je je maar kan inbeelden, van pili-pili tot zoete mayonaise. Een groot verschil met andere Brusselse snackbars, waar je soms zélf moet uitleggen wat een frikandel special is." (lacht)

Friterie Tabora, Taborastraat 2, 1000 Brussel.

laats van afspraak met 's werelds slimste mens? De Botanique, een groene stadslong waar Brusselaars hun portie zuurstof komen opsnuiven. Adil woont een steenworp verderop, in Sint-Joost-ten-Node. "Het is daar helemaal fucked up", zegt hij met een brede smile. "Een speciale buurt, maar ik woon er graag."

Sint-Joost is de armste gemeente van België. Merk je daar veel van?

"Je ziet er de armoede overal op straat. De mensen die in Sint-Joost rondlopen... die kom je zelfs niet in Molenbeek tegen. Maar ik hou van die fuckedupness. Alles wat ruw is, vind ik interessant. Ik ben opgegroeid op 't Zuid in Antwerpen, toen dat nog láng geen hippe buurt was. Als het te clean wordt, haak ik af."

Je hebt je hele leven in Antwerpen gewoond. Waarom ben je twee jaar geleden naar Brussel verhuisd?

"Mijn eerste twee langspeelfilms, Image en Black, spelen zich af in Brussel. Dus leek het mij handig om hier te komen wonen. Antwerpen begon voor mij kleiner en kleiner te worden. Het is een stad waar iedereen elkaar kent en over elkaar spreekt. De anonimiteit van een grootstad ligt mij beter. Antwerpen is een goede uitvalsbasis om het in Vlaanderen te maken. Wie de wereld wil veroveren, moet in Brussel gaan wonen."

Je hoort nochtans vaak dat Brussel eigenlijk één groot dorp is.

"Dat vind ik niet zo: in de Europese wijk hoor je alleen maar Engels, hoor. Jij doelt waarschijnlijk op de Vlaamse enclave rond de Dansaertstraat. Als je enkel in cafés als de Monk, Roskam en Barbeton komt, is Brussel inderdaad een dorp. Ik ga graag naar die Vlaamse cafés, maar ik voel me geen Dansaert-Vlaming. Ik heb meer binding met de Marokkaanse snackbars die daar nog proberen te overleven." (lacht)

Heb je meer Marokkaanse dan Belgische vrienden?

"Het is wat fifty-fifty. Vroeger in Antwerpen had ik alleen maar Vlaamse vrienden. Maar toen leerde ik Bilall Fallah kennen op de filmschool (Sint-Lukas in Brussel, red.). We zijn nog altijd onafscheidelijk, we maken al onze films samen. Door Bilall ging er een hele Marokkaanse wereld voor mij open. (lacht) Ik woon nu in een appartement met alleen maar Marokkanen."

Ga je anders om met Marokkanen dan met Belgen?

"De vriendschappen zijn in elk geval intenser - Marokkanen gebruiken alle emoties door elkaar. Een conversatie tussen mijn maten gaat meestal zo: 'Ah, çava mon frère?' 'Ik ga je upfucken, eikel!' En dan luid lachen, en in tranen afsluiten met een knuffel. (hilariteit) Bij Vlamingen verloopt alles meer gedoseerd. Ik heb de twee in mij: bij mijn Marokkaanse vrienden ben ik meer het noordelijke type, bij Vlamingen ben ik eerder zuiders."

Je hebt intussen al twee films gedraaid in Brussel. Is dit jouw natuurlijke biotoop?

"Bilall en ik willen grootse cinema maken, die de allure heeft van Amerikaanse stadsfilms. Dat kan je enkel in Brussel. (wijst) Kijk naar al die wolkenkrabbers rond de Botanique. Ook al heb je weinig middelen, plaats hier een camera en je krijgt direct een episch gevoel. Ik vind het vreemd dat Brussel zelden een hoofdrol speelt in films van eigen bodem. Bij ons is de hoofdstad echt een personage."

Hoe zou je dat personage Brussel dan omschrijven?

"Als een harde tante die heel mooi kan zijn, en tegelijk fucking lelijk. Die je pissed maakt, maar na een tijdje begin je toch van haar te houden. Brussel is een vat vol emoties, net zoals Marokkanen. (lacht) Je krijgt niet altijd het meest warme gevoel als je in de stad rondloopt. Tegelijk liggen hier zoveel mogelijkheden verscholen. De rest van de wereld begint hier."

Jij en Bilall zijn momenteel druk bezig met de montage van jullie tweede langspeler Black die dit najaar in de zalen komt. Vertel?

"Black gaat over Mavela en Marwan, twee tieners die hopeloos verliefd worden op elkaar. Klein detail: ze zijn lid van twee concurrerende stadsbendes in Brussel. Verwacht je dus niet aan een romantische komedie. De film is heel hard, net zoals het jeugdboek van Dirk Bracke waarop het verhaal is gebaseerd."

De echte stadsbendes in Brussel zijn niet bepaald doetjes. Werd het tijdens de opnames niet te heet onder jullie voeten?

"We hebben eerst maandenlang gepraat en contacten gelegd met bendeleden, anders konden we gewoon niet beginnen filmen. Op de eerste opnamedag in de Matongewijk was het al prijs: een bendelid kwam dreigen dat hij een van onze blanke medewerkers zou neersteken. Onze filmploeg was ook eens betrokken in een gevecht in de Marollen. Gelukkig waren er andere bendeleden die ons in bescherming namen."

Waarom werden jullie zo geviseerd?

"Die bendes dachten dat we een negatief beeld kwamen ophangen van hun wijk. Het was vooral het eerste contact dat moeilijk verliep. Maar het zijn nooit meer dan twee mensen die effectief een fles gooien of een mes trekken. De meerderheid is chill en vindt het wel oké dat je daar komt filmen. Wij hebben er uiteindelijk zelf voor gekozen om in de echte quartiers te draaien, en niet op een veilige filmset ver weg."

Vormen jullie daarmee een uitzondering in de Vlaamse filmwereld?

"De meeste Vlaamse regisseurs werken liever onder gecontroleerde omstandigheden. Maar bij ons is film oorlog. (lacht) Sommige van onze crewleden hebben nog kortfilms gemaakt in échte oorlogszones. Als je mensen hebt die in Irak onder de bommen gaan filmen, dan zijn dat fighters die ervoor gaan. We weten dat we in moeilijke wijken gaan filmen, en we zijn er klaar voor."

BAD BOYS

Ging het draaien bij Black vlotter dan bij Image?

"Ja. Dat was ook niet moeilijk: alle filmfouten die je niet mag maken, hebben we met Image gemaakt. (lacht) Onze grootste fout was: werken met een véél te klein budget van 120.000 euro. Voor Black lag het budget al tien keer hoger! Michaël Roskam, onze mentor op Sint-Lukas, zei altijd: 'Heb je de middelen niet, begin er dan niet aan.' Wij daarentegen hadden eerder iets van: fuck it! We gaan het gewoon proberen. Dus hebben Bilall en ik Image achter Roskams rug gedraaid. (lacht) We zijn al beginnen filmen toen het scenario nog niet eens klaar was."

Misschien is hij een perfectionist, en jullie iets minder?

"Welja, we waren nog studentikoos. Roskam vond dat je maar één keer een eerste indruk kon maken met een filmdebuut. 'Je wil toch Champions League spelen en niet in eerste provinciale?', peperde hij ons in. Zijn hete adem zorgde ervoor dat we nog meer ons best gingen doen. We wilden hem trots maken. Hij is vandaag nog altijd ons klankbord."

Dan moet het voor jullie heel inspirerend zijn dat hij nu in Hollywood aan de slag is.

"Ja, dat geeft ons hoop. Hij is daar al, dus Hollywood is niet meer zo heel ver weg. Maar je moet eerst een film kunnen maken die er internationaal uitspringt. Wij hopen dat Black die film kan zijn, maar dat weet je niet op voorhand. Hollywood is in elk geval het einddoel."

Als in: binnen twintig jaar?

"Als in: asap. (grijnst breed) Als het kan, zijn we dit jaar al weg. Zo snel mogelijk!"

Je hoort toch ook de verhalen van Roskam of Eric Van Looy? Hollywood gaat gebukt onder absurde regeltjes. Terwijl jij en Bilall echt vanuit de buik werken.

"Ja, het is wel een ander systeem. Maar dat wil je als filmmaker toch zelf eens meemaken? Als Michael Bay ons belt om Bad Boys 3 te komen draaien, terwijl we allemaal weten dat Bad Boys 2 verschrikkelijk slecht was, gaan we daar echt niet over beginnen bitchen. Ik zou geen probleem hebben om een platte commerciële film in Hollywood te maken. Fuck ja, we gaan gewoon naar daar! Onze paycheck incasseren en chillen met Will Smith." (lacht)

Er zijn er die daar anders over denken. Matthias Schoenaerts sloeg een miljoenenrol af als RoboCop.

"Wat hij doet, vind ik heel intelligent. Maar Schoenaerts heeft een andere status dan wij. Als hij de verkeerde keuzes maakt, kan hem dat duur komen te staan. Bilall en ik zijn nog heel jong, het risico is niet zo groot. Dat was ook ons argument om Image te draaien. Wat was het ergste dat kon gebeuren? Een mislukking, maar dat konden we altijd op onze jonge leeftijd afschuiven. Liever zo, dan tien jaar wachten op onze eerste film. Het voelt best comfortabel om onze jonge leeftijd te kunnen inroepen als het fout gaat."

IN DE SNACKBAR

Je gaat dikwijls met Bilall in scholen spreken om Image te promoten. In één adem door vertellen jullie jongeren dat ze iets van hun leven kunnen maken. Daar schuilt toch veel engagement in?

"We willen ze graag motiveren, ja. Soms zijn we te gast in een concentratieschool, waarbij de kinderen al bij voorbaat denken dat ze gedoemd zijn om in de snackbar te werken. En dan komen daar twee gasten doodleuk vertellen: 'Nee, je kan ook films maken als je wil!' Toen ik zelf nog kind was, hoorde ik Dirk Bracke eens een lezing geven. Ik dacht toen echt: 'Waw, een schrijver van een boek!' Dat gevoel is mij altijd bijgebleven: iemand ontmoeten die iets doet wat jij cool vindt."

Had jij vroeger zelf zo iemand die je wat pushte?

"Op de middelbare school niet echt. Ik wist wel altijd dat ik later iets met films wou doen, maar ik stond nog heel ver af van die wereld. Later op Sint-Lukas, ontdekte ik hoe belangrijk het is om mensen te hebben die geloven in wat je doet. Jan Verheyen heeft Bilall en mij er echt door gesleept in een periode waarin we dachten dat we suckten. We hebben voor hem de making-of kunnen maken van Dossier K. Ook al was Jan een bekend regisseur, hij was er wel om ons te steunen. Zulke mensen zijn belangrijk op je carrièrepad."

Jullie waren allebei gebuisd in het eerste jaar op Sint-Lukas. Een ander zou misschien zeggen: dan ga ik maar in die snackbar werken.

"Weet je, we moésten gewoon doorzetten. Bilall en ik hadden geen andere optie. Bij ons was het of film, of niets."

"Brussel is een

harde tante"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234