Maandag 28/09/2020

uit het archief

Filip Peeters over grensoverschrijdend gedrag in zijn schooltijd: “Het waren godverdomse vetzakken”

Beeld Tim Coppens

Vanavond is acteur Filip Peeters te gast in het Eén-programma Die huisDaarin heeft hij het onder meer over seksueel misbruik in zijn schooltijd. Peeters ging daar in een interview met De Morgen Magazine vorig jaar al eens dieper op in: “Het waren smeerlappen. We zagen ze met hun botten aan naar de schapen trekken. Godverdomse vetzakken.” Herlees hier het volledige interview.

***

In De slimste mens deed hij het de voorbije week niet slecht. In zijn acteercarrière van de voorbije dertig jaar was hij niet minder dan succesvol. En nu? Tijd voor een ommekeer, zegt Filip Peeters (54).

“Ik heb het gehad. Ik wil stoppen met acteren.” Filip Peeters zegt het opvallend zacht maar mis te verstaan, is hij niet. Na een succesvolle acteercarrière van bijna dertig jaar, in ­binnen- en buitenland, vindt Peeters het tijd om het roer om te gooien. Honderdveertig producties staan er op zijn naam, waaronder zo maar even vijftig Duitse langspeelfilms. Il faut le faire.

Twee jaar geleden kreeg hij de kans om te proeven van het regisseurschap. In opdracht van een producent maakte hij Wat mannen willen, een romantische komedie. Het zaadje van de twijfel werd stoemelings geplant, met een ­zinnetje aan de telefoon. “Een aantal jaren ervoor werkte ik onder een regisseur met wie ik een scène had gedraaid waar ik kwaad van werd. Godverdomme, als die kan regisseren, dan kan ik het ook, zou ik geroepen hebben. De ­producent moet dat gehoord hebben en vooral: hij heeft het onthouden. Toen hij me belde en me vroeg of het niet eens tijd werd om achter de camera te kruipen in plaats van ervoor, was ik verrast maar twijfelde ik niet.”

Ommekeer

De goesting om te regisseren, was er al veel vroeger. Misschien zelfs al in het prille begin van zijn carrière. Misschien was die dertigjarige weg als acteur wel een lange voorstudie om uiteindelijk te komen tot dit punt.

Peeters heeft nóg nieuws. Hij is met een productiehuis gestart waarmee hij toegankelijke, kwalitatieve fictie voor de nationale en internationale markt wil maken. Niet in eerste instantie als regisseur, wel als producent.

De ommekeer geeft hem energie. Een oude man wil hij allerminst worden en dat hij het meent, zal later in het gesprek blijken wanneer hij pleit voor een verplichte leerplicht tot zeventig jaar. Pleiten doet hij ook voor een vleesbewijs, en de herinvoering van de burgerdienst. Maar eerst sijpelt het nieuws binnen over Bart De Pauw. Grens­over­schrijdend gedrag waardoor de VRT de samenwerking stopzet. Vanaf heden geen Twee tot de zesde macht meer op de zondagse televisie.

Ze kennen elkaar. Meester, hij begint weer!; Buiten de zone; Loft: vele samenwerkingen, vele jaren. “Ik beschouw hem als een vriend. Zo één die je te weinig ziet.” Hij zucht. Hij wikt en weegt zijn woorden. “Bart heeft een grote mond. Het is een clown, maar hij houdt wel zijn poten thuis. Hij is geen Weinstein. Die vergelijking gaat niet op.” Stilte. “Ik begrijp dat de dames die hem nu anoniem aanklagen ook door sms’en geïntimideerd kunnen worden. Ik wil dat niet minimaliseren. Waar ligt de grens?” Hij hoopt dat Bart De Pauw en zijn omgeving, zijn gezin het zullen kunnen ­verwerken. Hoe je zoiets doet, weet Peeters ook niet. “Aan schandpalen hebben we ook niet veel, toch? Er zullen er nog volgen. Ik hoor geruchten van anderen die ook de fysieke integriteit zouden aangetast hebben. Die hun poten echt niet hebben kunnen thuishouden.” Doorvragen heeft geen zin; meer wil hij er niet over kwijt.

Beeld Tim Coppens

Nog voor de kwestie-De Pauw was het gesprek al over grensoverschrijdend gedrag gegaan. De toon was luchtiger want in een vervlogen verleden deed Peeters Latijn-wiskunde op een college waar de paters bijnamen kregen die weinig aan de verbeelding overlaten. Pater Kanipoepski. Pater Plekpot. “De Plekker riep me altijd in zijn bureau. Ik was dertien, veertien jaar. Een blond manneke. Een engeltje was ik toen. Nu zou ik me eerder een grijze duif noemen.” Een bulderlach, een knor ontsnapt hem. “Kom, ik zal uw hemd eens in uw broek steken”, zei de Plekker dan. Elke week werd ik op zijn bureau geroepen. Elke week wou hij mijn hemd in mijn broek steken. En elke week zei ik dat ik dat zelf wel zou doen. En dat was het, bij mij tenminste.

“Het waren smeerlappen. We zagen ze met hun botten aan naar de schapen trekken. Godverdomse vetzakken. Daar werd toen, in de jaren 70, lacherig over gedaan. Als je er iets van zei, riskeerde je nog een lap rond je oren. Gelukkig is er veel veranderd.”

Avondcursus acteren

Na het middelbaar had Filip Peeters één ambitie: naar Londen of Parijs trekken en acteur worden. “Ik ben in een internationale context opgegroeid. Ik woonde met mijn ouders en broer in Tervuren tussen de expats. In onze straat waren we de enige Vlamingen. Naar het buitenland gaan, leek dan ook evident.” Dat was evenwel buiten zijn ouders gerekend. Zij wilden dat hun zoon eerst in België een diploma zou halen.

“Ik dacht: oké. Dan ga ik voor een koksdiploma. Dat kon ik via een leercontract in één jaar halen. Mijn ouders zouden hebben wat ze wilden, en na dat jaar zou ik vertrekken.”

En kok is hij geworden. Hij werkte zelfs in een tweesterrenrestaurant in Jezus-Eik. Hij mocht blijven van de chef, kreeg de aanbieding om na een jaar of twee chef te worden, maar Peeters ging er niet op in. De dag dat het leercontact afliep, vertrok hij. “Ik zie nog heel de brigade staan. Ze stonden daar buiten met zes of zeven, te lachen, te roepen: ‘Allez, tot over drie maanden!’

“In de krant had ik gelezen dat Jan van Raemdonck De leeuw van Vlaanderen ging verfilmen. Ik heb toen (begin jaren 80, KK) het telefoonboek genomen, en ben alle Van Raemdoncks in Brussel beginnen bellen totdat ik uiteindelijk bij de juiste uitkwam. De casting werd gedaan door Elly Claus. Zij vroeg me een cv op te sturen. Een cv? Wat kon ik daarop zetten? School, kok en... een avondcursus acteren, dan maar.” Dat laatste verzon hij. Aan lef geen gebrek, zo blijkt ook tijdens zijn auditie. “Achter een tafel zat Hugo Claus, die mij van alles vroeg. Of ik wel kon paardrijden. Natuurlijk kon ik dat, als de beste! Kun jij zwaardvechten? Natuurlijk, elke woensdag worden er bij ons zwaardgevechten gehouden tegen de Fransen! Hij vroeg of ik iets kon laten zien. Ik ben op tafel gesprongen en overtuigde hem van mijn inzet. Ik kreeg de rol en ben dan maar onmiddellijk paardrijlessen gaan volgen.”

Beeld Tim Coppens

Hij lacht zijn smakelijke lach. Die lach waar hij om bekendstaat, waar hij misschien zelfs aardig wat rollen aan te danken heeft. En ja, hij was een lefgozer, dat ook. “Ik kan moeilijk zeggen dat ik geen lef had. Ik was jong. Ik was wild en ik had heel veel energie en ik zou de wereld wel eens gaan veroveren. Simpel. En zeer impulsief ook.

“Ik kwam dus op die set terecht. Op een bepaald moment zat ik in de schminkstoel met een sigaretje in mijn mond, en hoorde ik (Peeters zet een voornaam stemgeluid op en in een vlekkeloos Algemeen Nederlands gaat hij ­verder): ‘Geef die man toch vuur.’ Dat was Julien Schoenaerts. Ik zei tegen hem dat ik graag acteur wou worden. ‘Jij bent toch al acteur; je zit hier’, zei hij. Ik: ‘Ik wil mijn beroep ervan maken.’ Hij: ‘Ja, dan ga je toch naar Studio Teirlinck.’ Ja, als Julien Schoenaerts dat zegt, dan doe je dat.”

Herr Peeters

Die studies zou hij niet afmaken. Robbe De Hert bood hem in zijn vierde jaar een rol aan en weg was hij, het veld in. Hij zou zijn internationale ambities waarmaken: in Duitsland en Oostenrijk wordt hij tegenwoordig aan­gesproken met Herr Peeters. “Er is lange tijd een beetje meewarig over gedaan. De vraag waarom ik toch in Duitsland ging werken, is me vaak gesteld.” Het antwoord op die vraag is overigens verbazend eenvoudig: ambitie, gedrevenheid en interesse.

“Robbe De Hert werkte aan zijn film Gaston’s War ­(uitgekomen in 1997, KK). Dat liep niet helemaal zoals hij wou en hij belde me om hem te helpen. Er zat ook een Duits personage in de film en Robbe zei: ‘Ja, jij kunt toch goed Duits, schrijf jij die scène maar.’

“Oorspronkelijk was het een kleine ­verhoorscène maar in de handen van Werner De Smedt en mij is het een lange ­folterscène geworden. Met sodomie en al erin. Dat we ons ermee geamuseerd hebben! We hebben dat eens voor de Robbe gespeeld en die zei meteen: ‘Draaien!’

“Zo kreeg ik een rol in die film. Daar heb ik een promotiefilmpje van gemaakt. Al mijn geld erin gestoken. 100.000 frank, 2.500 euro. Misschien heb ik zelfs nog geleend, dat weet ik nu niet meer. Met dat filmpje ben ik naar een heel goede casting director in Duitsland gereden. Ik weet nog hoe afschuwelijk ik het vond om er samen naar te kijken, maar ik was nog niet teruggekeerd in Brussel of ik kreeg al een rol aangeboden. Het was een kleine rol, maar wel bij een heel goede regisseur. Ik lag meteen in de bovenste schuif. Vier jaar later, toen ik hier in Recht op recht (Vlaamse advocatenserie, uitgezonden van 1998 tot 2002, red.) speelde, kreeg ik een hoofdrol in een Duitse langspeelfilm en ik was vertrokken.

“Ik heel veel chance gehad. Ook malchance, hé. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat, als De hel van Tanger (uit 2006, KK) op het juiste bureau had gelegen, die film veel meer had kunnen doen, internationaal dan.

“Nu begint men eindelijk te weten en te appreciëren dat ik in het buitenland bezig ben. Raar, toch? Soms vloek ik nog op die mentaliteit van onder de kerktoren. Maar wat televisie en film betreft, zijn we de inhaalbeweging aan het maken.

“We halen een goed internationaal niveau. De eerste reeks van Salamander (uit 2012, Peeters speelde de hoofdrol, KK) is als eerste Vlaamse serie verkocht aan de BBC. Ze loopt ondertussen in dertig landen. Als je een goed product hebt en een goede salesmanager, kan er veel.”

Straks, als Tabula rasa, dat momenteel op Eén te zien is, haar ontknoping kent, zal Peeters in de tweede reeks van Salamander te zien zijn. Hij verwacht er zelf veel van, én het zou dus zomaar eens zijn laatste (dragende) verschijning kunnen zijn. Op een Duitse film na, die hij momenteel in Keulen draait. Nu wil hij dus produceren. De verantwoordelijkheid schrikt hem niet af. Het mogelijk risico evenmin.

Beeld Tim Coppens

“Ik ben op een bepaalde leeftijd gekomen: ofwel doe ik het nu, ofwel doe ik het nooit meer. Ik vind het fijn om over de muur te kijken. We zullen zien hoe dit avontuur zich ontwikkelt. Tijd voor een nieuw hoofdstuk. Ik was een oude zak aan het worden. Je moet jezelf af en toe opnieuw kunnen uitvinden. Vele mensen lijken op hun veertigste al intellectueel verzadigd. Bij de productie van Recht op recht zat er een gast van zesentwintig die niets anders deed dan over zijn pensioen praten. Van zo’n mentaliteit word ik onnozel. Ik vind dat je moet blijven snuffelen. Ik ben het helemaal eens met een leerplicht tot zeventig jaar. Het afgelopen jaar heb ik een stoomcursus in de wereld van het produceren gekregen. Het is zwemmen of verzuipen maar daar hou ik van. Zo leef ik graag.

“Ik heb ook wat op mijn teller staan hé. Ik heb een groot netwerk en ik zal daar ­gretig gebruik van maken. Ik zal alle ­middelen aanwenden. Ik weet wat er in het veld aanwezig is, ik heb er genoeg opgestaan om dat nu in de praktijk om te zetten. En al die elementen ga ik gebruiken.”

Toegegeven, het risico is niet te vergelijken, maar Peeters ervaarde zijn deelname in De slimste mens afgelopen week ook als springen. Zijn geheugen laat hem wel eens in de steek. “Aan De slimste mens deelnemen, is dan misschien niet slim”, lacht hij. Toch heeft hij knap drie keer gewonnen; bij zijn vierde keer was het finalespel er te veel aan. “Ik wist gewoon niets meer in de finale. Ik kon alleen maar naar die wegtikkende seconden kijken. Dat spel is zo zenuwslopend. Ik sliep er slecht van. Ik ben eigenlijk blij dat ik eruit lig. Allez zeg, dat ik niet op de naam van Kitir (politica bij sp.a, KK) kwam: beschamend. Dan denk je toch bij jezelf: wat een eerzuchtig mens ben ik toch?” En al lachend voegt hij eraan toe: “En dan maar ­sloten koffie drinken in de hoop dat dat mijn geheugen aan de praat zou krijgen. Die andere kandidaten waren geen haar beter. Zij die op televisie zeggen dat ze zich niet ­voorbereiden, zie je studeren in hun loge.”

Buffelen

Terug naar de essentie. “Ik heb heel hard gewerkt. Zeker de laatste twintig jaar. Ik heb geen goesting meer om te spelen. Het is gedaan. Als acteur ben je nooit deel van het team, van de crew. Je komt later toe of zit in de schmink, je zegt jouw lijnen en je verdwijnt weer. Het is ook best een narcistische bezigheid en al zeker als je veel monologen hebt, of scènes waarin je alleen door een bos moet lopen.

“Een acteur is een toerist, een halve clown. Een zot die daar staat in weer en wind, in een kostuumpje. Als je chance hebt, ben je je eigen frak niet vergeten en lijd je tenminste geen kou. Of krijg je een stoel om af en toe eens op te gaan zitten. En voor de rest, ja, sta je daar.

“Deel uitmaken van een team vond ik de mooiste ­ervaring tijdens het regisseren. Het feit dat je met iedereen samenwerkt, dat je het zo fijn hebt als team, dat iedereen net iets méér doet. En dat je dan tot een resultaat komt waar iedereen tevreden over kan zijn. Die weg daarnaartoe is even belangrijk als het resultaat.

“Soms dacht ik: godverdomme, je moet ook nog ­psycholoog zijn. Maar dat maakt het ook interessant. Je moet zorgen dat het zo snel mogelijk een trein wordt die bolt. Als die bolt, is hij niet meer te stoppen. Als het schip uit de haven is, dan moet je de volle zee aankunnen. Het is fantastisch als je die stormen kunt trotseren. Het is een rugbyteam: schouder aan schouder.” Vanuit de buik volgt een oerkreet van Peeters. “Buffelen hé. Dat is het zaligste gevoel. Dáárom stop ik met acteren. En juist omdat ik het dertig jaar gedaan heb, permitteer ik het me om dat te zeggen. Klinkt het hoogmoedig als ik zeg dat ik alleen nog maar dingen wil doen waarvan ik vind dat ze gemaakt moeten worden?”

Niets uit zijn vorig parcours wijst erop dat hij ook in de job van producent niet volhardend zal zijn. Alles wat hij doet, doet hij vanuit gedrevenheid. “Ik ben niet zomaar kok geworden hé: dat was ook een passie. Als ik besluit een boomhut te bouwen, dan word ik verliefd op hout en dan timmer ik dag en nacht totdat het klaar is. Ik ben een zot. Als ik ergens aan begin, dan buffel ik. Iets is pas goed als het ook echt goed is. Ik ben een afschuwelijke vent. Er valt niet met mij samen te leven; alle credits gaan naar mijn vrouw.”

In De slimste mens vertelde Peeters hoe hij zelf zijn Mechelse koekoeken slacht. Het typeert hem. “Ik ben no-nonsense daarin. Je moet niet onnozel doen. De hypocrisie die er heerst en die mensen die allemaal naar de Delhaize gaan en daar een in plastic verpakt kippetje kopen, of vis op hun bord krijgen en beginnen flippen van de kop: ik kan daar moeilijk tegen. We zitten met een groot voedselprobleem op deze aardkloot. En iedereen wil vlees en vis eten. De Chinezen willen nu ook runderen. Beter gaat het er niet op worden.

“Ik zou willen pleiten voor een vleesbewijs, naar analogie van een rijbewijs. Zonder zo’n bewijs, geen vlees. En dat moet je verdienen. Je moet een vleesexamen doen. Laat ons zeggen dat er drie mogelijkheden zijn. De eerste: je gaat naar een boerderij en je kiest een mooi stuk vee uit. We laden het op en we gaan ermee naar het slachthuis. Een goede kiel aan, en toekijken. Het varken wordt geslacht, ingewanden eruit, pens eruit, en het wordt ­helemaal versneden. Alstublieft meneer Peeters: jouw koteletje. Hier is een pan, beetje goede boter, peper en zout en smakelijk. Heeft het gesmaakt? Awel, dan krijg je je vleesbewijs.

“Een andere mogelijkheid: je krijgt een hengel en je gaat de zee op. Je vangt een vis. Afhankelijk van hoe groot je mededogen is, laat je hem ofwel creperen of je geeft er een tik op. Je fileert, bakt die op vel met wat olijfolie en je eet dat op. Of, derde mogelijkheid: je krijgt een klein stukje pluimvee; een kwarteltje, of een dom kieken, of als je echt grootheidswaanzin hebt, kun je altijd eens een gans proberen...

Beeld Tim Coppens

“Het is nog maar een idee, maar ik denk dat het een win-win is. Als je die kiek zelf hebt geslacht, gepluimd, uitgehaald, opengesneden, gebrand, in de pan gelegd en gebakken, denk ik dat je, als je al niet afhaakt, zuiniger met vlees zult omgaan. Dan gaan we geen halve koteletten meer weggooien. We gaan minder en beter vlees kopen. Ook nog eens goed voor de gezondheid.

“Hoe ouder ik word, hoe meer ik over dat soort dingen nadenk. Waarom voeren we de burgerdienst niet opnieuw in? Laat jongens en meisjes gedurende zes maanden een was-, plas- en kookcursus doen. Laat ze koken voor rusthuizen, scholen en ziekenhuizen. Overal zal lekker gegeten worden, iedereen leert koken, dat culturele erfgoed wordt bewaard en het is ook nog eens goed voor de sociale cohesie. Het zou ons uit de virtuele, individualistische wereld kunnen trekken die we nu aan het creëren zijn.”

Hij lijkt een vat vol maatschappelijke ideeën, maar heeft hij ook een plan? “Ik zou er in de toekomst ook echt iets mee willen doen.” Filip Peeters in de politiek? “Ik heb een doel voor ogen, maar het is nog te vroeg.”

De man met de talloze vertolkingen op zijn naam, met de bulderlach, de warme stem, de man die eigenlijk niet graag interviews geeft ‘omdat acteurs vertegenwoordigers van geloofwaardigheid zijn, en hoe minder je weet over hun privéleven, hoe beter’... Die Filip Peeters sukkelt met zijn theezakje. Hij krijgt het maar niet rond zijn lepeltje gebonden om het zo uit te kunnen persen. Het heeft iets teders. Hij maakt er iets komisch van.

“Eigenlijk wou ik al regisseur worden toen ik nog met Robbe De Hert samenwerkte, maar het leek me beter om eerst te acteren, om goed te weten hoe het voelt. Dan wilde ik gaan regisseren, om uiteindelijk te produceren. Ik heb er alleen wat langer over gedaan.

“En dan nog, ik heb heel mijn carrière lang getwijfeld om te stoppen en weer de horeca in te gaan. Met een viskar, een klein camionnetje, rondrijden en mensen warm maken voor lekkere vis, lijkt me ook nog altijd iets. Pietermannen, makrelen en steenbolk klaarmaken in mijn karretje. Ja, dat lijkt me iets.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234