Donderdag 02/02/2023

FILIP JOOS

Een van de nadelen van avondwerk is dat je bij thuiskomst wel eens met het bord op de schoot voor de televisie ploft. Een van de grote voordelen aan dat nadeel is dat je in het licht van een schuchtere schemerlamp naar Pauw&Witteman kunt kijken, nog altijd de beste, minst getelefoneerde talkshow van de Lage Landen. Je neemt een hap van je sandwich, en beseft amper dat je naar de waan van de dag zit te kijken, zo goed zijn beide presentatoren op mekaar ingespeeld, zo verrassend is hun gastenkeuze soms.

Sinds de onlusten in Kiev opflakkerden, schuift in de Amsterdamse Studio Westergasfabriek al een paar keer Evgeniy Levchenko bij aan de praattafel. Een Oekraïense middenvelder van dertien in een dozijn, op zijn achttiende bij onze noorderburen beland, en in het vlakke land een leven uitgebouwd bij clubs als Vitesse, Helmond Sport, Cambuur, Sparta en Groningen. Tweede garnituur dus. Levchenko is inmiddels zesendertig, en na een mislukt Australisch toemaatje definitief voetballer af. Ik kende hem niet of nauwelijks. Tot Pauw&Witteman.

Daar ontpopte Levchenko zich tot een genot om naar te kijken, een mooie man, gestaald lichaam, kaarsrechte houding, fiere blik, het kan haast niet anders of hij krijgt bergen fanmail van meisjes (én jongens). En hij is ook nog eens een genot om naar te luisteren: in zoetgevooisd Nederlands dissecteert hij het Oekraïense conflict, waarbij tafelgenoten, of ze nu journalist of politicus of hoogleraar zijn, er respectvol het zwijgen toe doen, omdat ze weten: deze man weet er meer van dan wij allemaal samen. Dat wil wat zeggen, normaal snoer je makkelijker een hongerige huilbaby de mond dan de drie bovenvermelde beroepscategorieën.

Levchenko is de Oekraïense Kompany. Net als bij de aanvoerder van de Rode Duivels heb je bij Levchenko het gevoel dat hij over eender welk onderwerp kan meepraten, én zinnige dingen zal zeggen. Misschien moeten ze het bij Reyers Laat eens proberen: Levchenko en Kris Peeters aan één tafel, over BAM en andere tracés, over leefbaarheid versus ridicule tijdswinst, over ademen versus stikken, over Ringland versus betonwoestijn. Kompany mag ook. De voetballers zouden winnen, met forfaitscore. Omdat zij misschien wel houden van walk on, maar niet van don't look back.

Bord op de schoot is ook een term uit de Nederlandse mediawet. De samenvattingen van het Nederlandse voetbal moeten daar op zondagavond om zeven uur op de buis gebracht worden. Zodat heel de natie al pindakaas smikkelend naar de eredivisie kan kijken. Opvoedkundig misschien niet helemaal je dat, maar ook ten huize Joos was de zondagavond een uitzondering op het heilige principe van eten aan de keukentafel.

Voor onze eerste kleurentelevisie maakte ik als tienjarige het slotseizoen van de voetballer Johan Cruijff mee. De geboren Amsterdammer was na een financieel dispuut met het Ajax-bestuur naar Feyenoord verkast, de aartsvijand uit Rotterdam. Cruijff, al zesendertig, ontfermde zich over het jonge toptalent Ruud Gullit, scoorde elf keer, en pakte met Feyenoord de titel en de beker. In zijn laatste wedstrijd, tegen PEC Zwolle, werd hij door de scheidsrechter met een symbolische rode kaart van het veld gestuurd . De Kuip, waar op het gebruik van het woord Amsterdam sinds mensenheugenis lijfstraffen staan, juichte de man uit Betondorp hartstochtelijk toe.

Zijn vervanger die dag onder het klaterende applaus heette Mario Been. Twintig toen. Om maar te zeggen: dat applausje van een paar persmuskieten bij zijn ontslag? Been there...

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234