Zondag 29/05/2022

FILIP JOOS

Het was in de lente van 1989 en basketbal zou nooit meer hetzelfde zijn. In de halve finales van de play-offs van de Eastern Conference in de NBA staan de Chicago Bulls en de Cleveland Cavaliers tegenover elkaar in de allesbeslissende vijfde wedstrijd. Met nog drie seconden op de klok staat het 100-99 in het voordeel van de thuisploeg uit Cleveland. De Bulls mogen de bal ingooien. Michael Jordan wrikt zich los van zijn bewaker Ehlo en een schijnbeweging en een jumpshot later zweeft de bal door de ring. De Bulls gaan door. Jordans korf zou verder door het leven gaan als The Shot. De beste basketballer aller tijden had zich geopenbaard.

Craig Ehlo is de eerste in een lange reeks tegenstanders die zou eindigen op een poster in een cadeaushop, als aan de grond genagelde figurant, opkijkend naar een man die de wetten van de zwaartekracht tart.

Op de persconferentie na de wedstrijd werd Bulls-coach Doug Collins gevraagd wat zijn instructies waren voor het laatste balbezit, dat van die luttele drie seconden. Wat had hij zijn manschappen tijdens zijn laatste time-out opgedragen, hoe had hij zijn jongens geposteerd, komaan coach, vertel het ons, je hebt net basketbalgeschiedenis geschreven, op deze play kun je jaren teren, wat was het geheim?

Een meer uitgelezen kans om zich als tactisch genie te profileren zou Ellis nooit krijgen, de basketwereld lag aan zijn voeten, drie slimme zinnen en hij zou een gooi doen naar de titel van Coach van het Jaar. Hij haalde diep adem, en sprak de onsterfelijke woorden: "Wat ik zei? Wel, om eerlijk te zijn... Give the ball to Michael, and everyone else get the f*** out of the way." Waarbij het f-word uiteraard even rigoureus als vakkundig is weggebiept.

Anders gezegd: ik deed gewoon wat elke sterveling met vijf werkende hersencellen zou gedaan hebben. Ik legde mijn lot en dat van mijn team in handen van mijn supertalent.

Voetbal heeft geen shotklok, geen time-outs, geen korven, geen drie seconden om een schot te creëren, een andere spanningsboog, kortom: het is geen basketbal. Maar supertalenten zijn er wel. En no- nonsense-coaches zijn er ook, al lijken die van het type blaaskaak onvermijdelijk net iets talrijker.

In Marc Wilmots zit wel een Doug Collins. Ik zie Wilmots in Rio wel in staat om met de wereldbeker voor zijn neus op de laatste persconferentie van het toernooi op de vraag hoe hij er toch verduiveld in is geslaagd om Messi, die in de loop van het toernooi al twaalf keer had gescoord, aan banden te leggen, wat een ingewikkeld tactisch plan daarachter school, opvangen in een kooi, druk op de bal, knijpen en niet happen, en blablabla blablabla...?, eenvoudigweg te antwoorden: "Ik zei tegen Vince: doe je best, je kan het."

Of nog: "Eden moest gewoon acties maken. Meer niet." Of: "Kevin tactisch bijsturen? Niet nodig, die ziet meer dan ik."

Enzovoort, enzovoort. Want in tegenstelling tot de Bulls van 1989, hebben de Duivels anno 2013 meer dan één supertalent. Wat het voor een coach toch weer moeilijk maakt om te kiezen... "Die laatste vrije trap? Ingestudeerd? Euh, neen. Ik schreeuwde tegen Thomas/Dries/Eden/Kevin (schrappen wat niet past): jij neemt hem. En al de rest gaat godverdoeme uit de weg." Zonder biep.

Wie weet dopen we een simpele trap tegen een bal over een dik jaar in Brazilië wel om tot Het Schot.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234