Zaterdag 04/12/2021

Filip Joos

Jeroen Brouwers schrijft een boek, en hij doet dat goed. Adriano Galliani schrijft een brief en hij doet dat slecht.

Galliani is al zesentwintig jaar in dienst van Milan, en nog langer slippendrager van Silvio Berlusconi. Hij begon bij Fininvest, de trampoline van waarop Berlusconi hoger sprong dan ooit voor mogelijk werd gehouden. Al snel werd Galliani gedelegeerd bestuurder van Milan, waar het met de centen van Berlusconi al bij al makkelijk heersen was.

Sowieso is het een job in de schemerzone. Als je echt schone handen wilt houden, moet je geen manager worden in het voetbal, en al zeker niet bij Milan, en al helemaal zeker niet als stroman voor Berlusconi, die in zijn loopbaan meer rechts- dan fatsoensregels met de voeten heeft getreden.

Eén keer veranderde de schemerzone in inktzwarte duisternis. Dat gebeurde ook letterlijk op 20 maart 1991: in het toen roemrijke Stade Vélodrome van Marseille begaven de stadionlichten het, in de negentigste minuut. Bij het licht van een aansteker droeg Galliani zijn vedetten op het veld te verlaten. Milan stond achter, balanceerde op de rand van de uitschakeling, en dus dacht Galliani: als het op de groene mat niet lukt, proberen we het maar voor de groene tafel. Slechte verliezer.

Vorige week speelden Juventus en Milan tegen elkaar in de halve finale van de Italiaanse beker. De twee aartsrivalen maakten er een beklijvend kijkstuk van. Na negentig minuten stond het 1-2, precies de stand van de heenmatch, en dus kregen we verlengingen. Die werden met een schitterende goal beslist door Mirko Vucinic, de luie maar geniale Montenegrijn van Juve. 2-2, Milan uitgeschakeld, en Juventus in de zevende hemel. De finale van 20 mei tegen Napoli wordt voor de ploeg uit Turijn de eerste kans op een prijs na de zwarte jaren van Calciopoli, een definitieve wederopstanding loert om de hoek.

Wat de wedstrijd ook zo fijn maakte: er was, grote uitzondering in het calcio, achteraf geen reden tot polemiek. Maar dat was dus buiten Milanmanager Galliani gerekend.

Die schreef de dag na de match een brief naar de Gazzetta dello Sport. Zijn zoon, zo wist de roze krant in een terzijde, had het hem afgeraden. Niet doen, pa. Maar pa zette toch door, consulteerde een advocaat (gangbare praktijk voor Berlusconi en zijn horigen), dicteerde een epistel en deed die op de bus.

Wij hebben gewonnen, schreef Galliani. En dus vooral: Juventus heeft de match verloren.

Dat is geen detail. Juventus heeft dit seizoen namelijk nog geen enkele wedstrijd verloren. Een huzarenstukje op het conto van Conte, de nieuwe coach die met zijn ploeg nog de enige overgebleven titelconcurrent van koploper Milan is. "Maar dus niet langer onoverwinnelijk, de stand na negentig minuten telt!", schreven Galliani en zijn advocaat naar de Gazzetta. Die verlengingen zijn verwaarloosbaar.

Dat je dat tussen pot en pint, tussen Barbera d'Asti en Brunello, tegen je vrienden zegt, tot daar aan toe. Desnoods, als je daar echt de onweerstaanbare drang toe voelt, bel je het door aan Zijne Plurigefaceliftheid zelf, Silvio Berlusconi, dan kunnen diens vaste telefoontappers ook nog eens lachen.

Maar je advocaat optrommelen om zo'n briefje naar de Gazzetta te tikken? Dan ben je geen winnaar maar een loser.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234