Zaterdag 24/10/2020

Fignon verliest nu ook vanhet leven

Als renner werd Fignon beroemd om zijn zeges en legendarisch om zijn nederlagen, vooral die in de Tour van 1989.

Het bericht van zijn dood kwam niet onverwacht. Iedereen wist dat Laurent Fignon een even moedige als wanhopige strijd voerde tegen de complicaties van een fatale pancreaskanker. Het peloton verliest niet alleen een van de beste naoorlogse renners, maar ook een van de meest uitgesproken karakters.

De eerste kennismaking van het Vlaamse tv-publiek met de jonge Laurent Fignon was in de rechtstreekse tv-uitzending van Parijs-Tours, 1982, toen nog Blois-Chaville geheten. Fignon, amper 22, was in volle finale ontsnapt en ging solo richting aankomst, zijn eerste grote klassieke zege lag voor het grijpen. In volle inspanning trapt hij ineens zijn pedaal eraf, valt op een voor een man pijnlijke wijze. Een ontgoochelde renner die op het asfalt blijft zitten, het peloton dat de jonge Franse belofte voorbijraast. Van in het prille begin van zijn carrière tot het ultieme einde van zijn leven werd Laurent Fignon door pech achtervolgd, en geveld.

Laurent Fignon was een toprenner die net zo vaak herinnerd zal worden door zijn nederlagen als door zijn overwinningen. En dat terwijl hij al op jonge leeftijd zijn weg beukte naar de top, zelfs de absolute top. Hij deed dat op talent en karakter. Zo beëindigde Fignon zijn middelbare studies ‘met vrucht’, wat in Frankrijk pas kan met het behalen van het beruchte want zware ‘bac’. In een wielermilieu waar toen nog renners als Ferdi Vandenhaute doorgingen als ‘intellectueel’ - die was regent lichamelijke opvoeding en had in een interview verteld dat hij tijdens rittenkoersen las (jawel: las), zij het romans van Konsalik, liep de intelligente Fignon natuurlijk in de kijker. Vandaar zijn bijnaam: ‘le professeur’. Dat was al beter dan de bijnaam die hem later toegedicht werd, overigens een van de langste en dus belachelijkste bijnamen voor een renner ooit: ‘De blonde gebrilde Parijzenaar met het paardenstaartje’.

Die paardenstaart was een modieuze vinding van de al wat oudere Fignon. De jonge Fignon had lange, blonde lokken in opvallende pagesnit, al dan niet bijeengehouden door een destijds door tennissers (Björn Borg!) geïntroduceerde zweetband om het hoofd. Het paste wonderwel bij hem: een jonge, dappere paladijn in het peloton, onbevreesd en onvervaard in slag en strijd.

Door die ‘studie’ werd hij redelijk laat voltijds wielrenner. Toch stond hij er al vroeg. Nochtans had hij als neoprof een merkwaardige ploeg gekozen: die van Bernard Hinault, toen de beste wielrenner ter wereld. De tiran van het peloton, en - vanzelfsprekend toch - de enige patron in zijn eigen ploeg.

Hinault kon rekenen op een ploeg hondstrouwe maar niet bijster getalenteerde helpers - Maurice Le Guilloux, Bernard Becaas, Lucien Didier, Alain Vigneron, renners van dat slag. Maar op het hoogtepunt van Hinaults roem was de visionaire ploegleider Cyrille Guimard al bezig zijn team drastisch te verjongen. Niet met een nieuwe generatie helpers, maar met getalenteerde ambitieuze rookies. Sommigen maakten hun status van belofte nooit echt waar (Pascal Jules, Pascal Poisson, Martial Gayant), sommigen groeiden uit tot gerespecteerde profs (Marc en Yvon Madiot, Charly Mottet, zelfs Vincent Barteau), en twee werden haast zo goed als Hinault zelf: Laurent Fignon en Greg LeMond.

Zo brak het magische jaar 1983 aan. Hinault won als vanouds: de Waalse Pijl en zijn tweede Vuelta. Maar dat lukte maar in extremis tegen een horde vinnige Spaanse klimmers, aangevoerd door Marino Lejarreta en Alberto Fernandez. Een putsch in een zogenaamde rit-zonder-geschiedenis, maar met veel wind en dus waaiers, leverde Hinault de overwinning op. En de onverdroten steun van zijn jonge ploegmaat, een knaap die zelf een rit won en knap zevende werd in de eindstand: Laurent Fignon. Maar na de Vuelta was voor Hinault het seizoen voorbij. Zo vertrok Laurent Fignon als kopman in de Tour.

Men dacht: zonder veel illusies. Zevende worden in de Vuelta is knap, maar het aantal renners dat ooit zevende werd in de Vuelta maar nooit in staat was om top twintig te halen in de Tour de France is een schier eindeloze rij. Maar Guimard had én ambitie, én vooral: een plan. Een Tour zonder Hinault was een stuurloze en vooral oncontroleerbare Ronde. In de eerste Pyreneeënrit, van Pau naar Luchon, werd er gereden als bij de liefhebbers: ‘als zot’, van de eerste col. Onervaren en onbekende Colombianen, voor het eerst aan start in de Tour, nemen ambitieuze jonkies op sleeptouw (Pedro Delgado, Robert Millar en Laurent Fignon) plus een paar outsiders (Angel Arroyo en Pascal Simon). De zogenaamde vedetten (Joop Zoetemelk, Peter Winnen, Lucien Van Impe) aarzelen of kunnen niet mee (gele trui Sean Kelly). Ze verliezen allen minuten.

Laurent Fignon pakte nog niet meteen de gele trui. Wel deed dat Pascal Simon, die nadien zijn sleutelbeen brak, waardoor heel Frankrijk een week lang in de ban was van zijn ‘calvaire’. Toen Simon opgaf in de Alpenrit naar L’Alpe d’Huez, greep Fignon het geel. Het joch zou door de knieën gaan, voorspelden kenners. Maar hij hield stand, won zelfs de afsluitende tijdrit, en de Tour de France. Laurent Fignon was nog geen 23, een helper van Hinault die zelf nog altijd superster was, ‘de beste van zijn tijd’. Om het plaatje helemaal af te maken: geen twee maanden later greep Greg LeMond de wereldtitel. Guimard zat in één ploeg met én de beste renner ter wereld, én de nieuwe gele trui, én de jongste regenboogtrui. De ploeg viel uit elkaar: Fignon en LeMond bleven bij Guimard, Hinault kraste op, weggekocht door Bernard Tapie voor zijn nieuwe superteam La Vie Claire.

Het seizoen 1984 wordt een wonderjaar voor Laurent Fignon. Het heeft alle ingrediënten die zijn carrière zullen kleuren. Hij wint de Tour de France, nu door de vorig jaar nog afwezige Hinault in een rechtstreeks duel te kloppen. En hoe: Fignon wint niet minder dan vijf ritten: een klimtijdrit, twee lange, vlakke tijdritten, twee bergritten met aankomst op een col. Plus de ploegentijdrit, mede dankzij ploegmaat Greg LeMond. In de eindstand heeft hij nummer twee, nog altijd Hinault, als het ware vernederd. Nummer drie is LeMond, die ook de witte trui wint.

Maar datzelfde jaar ook werd Fignon, kort voor de Tour, al tweede in de Giro. Toch was het een ontgoocheling, omdat hij pas in de slotrit - een tijdrit met aankomst in de Romeinse arena van Verona - de roze trui verloor aan de oude Francesco Moser: een voorafblik van de tragedie die hem in de Tour 1989 te wachten stond. Overigens werd hem die Giro ontstolen, want de Italiaanse organisatoren schrapten in de laatste grote bergrit alle zware cols, zogezegd wegens plotse sneeuwval. Het belette een ontketende Fignon niet die dag Moser op achterstand te rijden, beperkte achterstand evenwel, gezien het ontbreken van echte Alpenreuzen.

Laurent Fignon wist evenwel niet, kon niet bevroeden, dat na die majestueuze Tourzege in 1984 het hoogtepunt van zijn carrière voorbij was. Geen enkele 24-jarige, in de vorm van zijn leven, kan dat voor waar of mogelijk achten. En toch is het zo. Laurent Fignon begon te sukkelen. Zijn talent was superieur aan zijn lichaam. Zijn pezen, hielen en knieën konden niet op tegen zijn spieren, zijn ambitie. Hij wilde nog wel de Vuelta winnen, maar kwam niet verder dan een derde plaats. Hij won nog de Waalse Pijl in 1986. en zelfs twee keer Milaan-Sanremo, in 1988 en 1989, op prachtige wijze. Maar in de Tour faalde hij vaker dan hij slaagde.

En dan was er die legendarische editie van 1989, een veel te zware ronde met twee ritten in de Pyreneeën en vijf (!) in de Alpen. Fignon had dat jaar al een even overdreven Giro gewonnen, in regen en sneeuw en ook al met veel te veel cols. Na een uitputtingsslag stond evenwel Fignon in poleposition voor de afsluitende tijdrit in die Tour, tegen ex-ploegmaat Greg LeMond en zijn ‘ossekopstuur’, toen een absolute noviteit. LeMond won de tijdrit met 58 seconden, en zelfs de Tour, met amper 8 seconden, het kleinste verschil ooit.

Niet de foto van de gelukkige LeMond, maar de dramatische beelden van Fignon beklijven, tot vandaag. Fignon met opengesperde mond naar de finish - een Fransman die roemloos sneuvelt, uitgerekend dat jaar op de Champs Elysées, zogenaamd de Gelukzalige Velden. Fignon die na de aankomst op het asfalt ligt, wederom, gele trui net te ver opengeritst, en geel dat hij nog draagt maar niet meer bezit, mond hijgend open, lange natte haren in klitten uiteen. Fransen hebben er een pijnlijk maar accuraat woord voor: déconfiture. Het ultieme beeld van Laurent Fignon is de déconfiture van hemzelf. En van het Franse wielrennen, want nadien was er niet één landgenoot meer die nog waarlijk aanspraak kon maken op het geel. Eénentwintig jaar na die nederlaag, zesentwintig jaar na zijn tweede zege in 1984, is Fignon nog altijd de jongste Franse winnaar van de Tour.

Hij was jong en toch al oud en voorbij. Hij was een dappere winnaar die op beslissende momenten verloor - nog eens op het WK te Chambéry, ook in 1989. Een heroïsch WK, een slijtageslag in regen op een loodzwaar parcours, met een elitegroep die sprintte. Fignon werd zesde. LeMond won.

Laurent Fignon was geen heilige. Hij testte tweemaal positief op amfetamines. Hij was bars en stuurs, won bij herhaling ‘le prix citron’ (voor de onvriendelijkste renner), hij bleef na zijn carrière actief en vindingrijk, maar zat ook zakelijk wel eens in het verliezende kamp: hij organiseerde Parijs-Nice, maar moest die wedstrijd verkopen aan Tourorganisator ASO.

En hij kreeg kanker, veel te vroeg. Pancreaskanker, die hij bevocht met het lef van vroeger, en de moed der wanhoop die hem ook als renner kenmerkte. Hij kreeg uitzaaiingen die niet meer te controleren waren, die hoorbaar waren, toen hij met rauwe, krakende stem commentaar blééf geven voor de Franse televisie, als ware uit het graf. Het was moeilijk hem te aanhoren zonder krop in de keel te krijgen. Maar ook in de laatste Tour de France bleef men luisteren als Fignon aan het woord was: geboeid door de kennis van de echte wielerkampioen, ontroerd door het enthousiasme van de eeuwige jeugd.

Laurent Fignon stierf jong. Hij bleef de ouderdom en de langzame aftakeling voor, maar verloor van het leven. Maar niet zonder strijd, niet zonder alles uit zijn helaas zo afgepeigerde lijf te hebben gehaald. Een mens die leefde zoals hij als renner reed: jusqu’au bout.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234