Woensdag 21/10/2020

Interview

Figen verloor haar zoon bij de aanslag in Manchester. ‘Hij mag niet voor niets gestorven zijn’

‘Ik heb de dader vergiffenis geschonken: hij was zo jong, hoe kon hij zo dom zijn?’

‘Ik keek naar hem en dacht: je bent niet dood, straks doe je je ogen open. Maar toen ik hem kuste, was zijn lichaam zó koud.’ Martyn Hett (29) was één van de tweeëntwintig slachtoffers van de aanslag met een spijkerbom in de Manchester Arena na het concert van Ariana Grande op 22 mei 2017. Zijn moeder, Figen Murray, volgt een master in terrorismebestrijding, ze ijvert voor strengere veiligheidswetten en probeert jongeren op scholen weg te houden van extremisme.

Tot de aanslag in Manchester was Figen Murray (58) psychotherapeut en levenscoach. Uit haar eerste huwelijk heeft ze twee zonen, Martyn en Daniel (34). Op haar 33ste hertrouwde ze met Stuart Murray, een huisarts, en kreeg ze twee dochters, Louise (22) en Nikita (19). Na de aanslag zou niets nog hetzelfde zijn. Heel Manchester rouwde om de 22 slachtoffers, van wie Martyn Hett één van de bekendere was. Hij had samen met zijn partner Russell Hayward een aflevering van Come Dine with Me gewonnen, de Engelse versie van Komen eten. Hij was ook een grote fan van ’s werelds langstlopende soap, Coronation Street – tal van acteurs kwamen naar zijn begrafenis – en van Mariah Carey. De popster sprak zelfs een videoboodschap in voor de afscheidsplechtigheid. Martyn Hett had duizenden volgers op Twitter en YouTube, waarvoor hij komische filmpjes maakte.

Hoe zou u uw zoon omschrijven?

“Martyn was een extraverte jongeman met een groot gevoel voor humor. Hij was erg gelukkig en hield enorm van het leven. Hij zag het als een avontuur. Hij had gespaard voor een reis door de Verenigde Staten: hij kon er amper over zwijgen, zo enthousiast was hij. Op woensdag 24 mei zou hij het vliegtuig nemen, en twee dagen eerder wilde hij nog naar het concert van Ariana Grande gaan...

“Martyn had een prachtige kat. Die maandagochtend vroeg hij: ‘Kun je me naar de supermarkt brengen? Ik wil genoeg kattenvoer en kattenbakvulling kopen voor de komende twee maanden, zodat mijn huisgenoot zich geen zorgen hoeft te maken.’ Toen ik hem afzette aan zijn flat, kuste hij me: ‘Ik zie je woensdagochtend om elf uur.’ Ik zou hem naar de luchthaven brengen. Toen heb ik hem voor het laatst in leven gezien.

“Die maandag heb ik vervolgens thuis gewerkt. Ik zag de hele dag patiënten, en ’s avonds was ik uitgeput. Ik ben rond een uur of tien naar bed gegaan en ben meteen in slaap gevallen. Mijn man zat beneden en mijn twee dochters waren in hun kamer. Nikita was toen zestien en was voor haar examens aan het studeren. En Louise moest de volgende dag een presentatie geven aan de universiteit.

“Rond middernacht kwam Louise mijn slaapkamer binnen, ze nam mijn gsm en begon driftig te tokkelen. Ik werd er wakker van en ze zei: ‘Sorry, mam, ik wil gewoon even checken of Martyn je heeft gebeld of een berichtje heeft achtergelaten. Zijn vrienden kunnen hem niet vinden.’ Ik was meteen klaarwakker. Ik zag dat Louise aarzelde voor ze wilde zeggen wat er aan de hand was: ‘Er is iets gebeurd. Er is iets ontploft.’ Ik vloog uit bed en rende naar beneden, waar Stuart voor de televisie zat. Er was een extra nieuwsuitzending en ik zag mensen schreeuwen en heen en weer lopen: het ging over de Manchester Arena. ‘Martyn is daar en zijn vrienden kunnen hem niet vinden!’, zei ik. Stuart probeerde me gerust te stellen: ‘Er zijn daar duizenden mensen. Maak je geen zorgen. Je weet toch hoe dat gaat?’ Martyn ging vaak naar popconcerten, hij vertrok altijd vlak voor het einde en ging dan naar een café. ‘Maar hij neemt zijn telefoon niet op’, wierp ik tegen. En Stuart weer: ‘Je weet hoe chaotisch hij is. Wees gerust, hij belt je morgenochtend.’ Daarop ging hij naar bed.

“Louise en ik bleven voor de televisie zitten. De explosie had plaatsgevonden om 22.31 uur en Louise had me om 22.45 uur wakker gemaakt. Een halfuur later zei ik: ‘Hij is dood. Ik kan hem niet voelen. Ik denk dat hij niet meer op onze planeet is. Het is alsof hij weg is.’”

Wanneer hebben jullie de bevestiging gekregen?

“’s Ochtends werd op de televisie omgeroepen dat wie steun nodig had of zich zorgen maakte, naar het Etihad Stadium mocht gaan. 'Ik moet daar naartoe’, zei ik tegen Stuart. Ik wilde een taxi nemen, want ik voelde me niet in staat om zelf te rijden, en het stadion ligt aan de andere kant van de stad. Hij antwoordde: ‘Ik ga met je mee. Je kunt er niet alleen naartoe.’ Hij belde zijn assistente om alle afspraken te annuleren – dat deed hij anders nooit, hij had nog nooit een dag niet gewerkt.”

Wat gebeurde daar?

“We zijn de hele dag in het stadion gebleven. Af en toe kwam iemand ons op de hoogte brengen van de stand van zaken. Van andere families die daar waren, hoorden we dat ze iemand verloren hadden. Dat het allemaal zo lang duurde, kwam omdat er op de plaats van de aanslag een glazen plafond was dat het dreigde te begeven. Eerst moest de site beveiligd worden, daarna moesten speurders foto’s nemen en bewijsmateriaal verzamelen. Pas dinsdagavond rond zes uur konden de eerste lichamen worden geborgen.

“In het Etihad Stadium werden de getroffen gezinnen één na één naar een aparte kamer gebracht. Korte tijd later kwamen die telkens gebroken naar buiten. Om twintig voor tien waren wij aan de beurt. De hulpverleners zeiden dat we beter naar huis konden gaan: ze zouden ons bellen zodra ze nieuws hadden. Maar toen we buiten aan onze auto stonden, kwam er een agent aangerend: we moesten terug naar binnen. We stonden allemaal samen in een vergaderruimte: ons gezin, veel vrienden van Martyn, en ook mijn ex-man en zijn vrouw. Daar hebben we het verschrikkelijke nieuws vernomen.”

Wat hebben jullie daarna gedaan?

“We zijn naar huis gegaan, en de vrienden van Martyn zijn ons gevolgd. Er zaten zeker dertig mensen in onze woonkamer, en we dronken samen wodka met Cola Light, Martyns favoriete drankje. Ondertussen vertelden we anekdotes over hem, en we lachten en huilden tot vier uur ’s ochtends.

“De volgende dagen was het een drukte vanjewelste. De politie kwam langs, de burgemeester, veel journalisten, de begrafenisondernemer... Na de aanslag kwam ook veel familie op bezoek: mijn zus en broer zijn overgekomen uit Duitsland, en mijn schoonouders uit het zuiden van Engeland.”

Wanneer mocht u zijn lichaam zien?

“Vrij snel daarna. Eerst wilde ik niet gaan, en mijn andere kinderen ook niet, maar Stuart zei: ‘Ik geloof niet dat hij dood is tot ik zijn lichaam heb gezien. Ik moet gaan.’ Toen hij op het punt stond om weg te rijden, ben ik hem op mijn sokken achternagerend en heb ik op de autoruit getikt: ‘Wacht, ik ga mee!’ Ik besefte plots dat het de laatste keer was dat ik hem kon zien.

“In het mortuarium werden we een kamer binnengeleid en daar lag hij in een bed. Het leek alsof hij lag te slapen, het was echt verwarrend. Ik keek naar hem en dacht: je bent niet dood, straks doe je je ogen open. Maar toen ik hem kuste, was zijn lichaam zó koud.

“Ook toen we de Manchester Arena mochten bezoeken, had ik het moeilijk. Opnieuw wilde ik niet gaan, maar Nikita zei: ‘Mam, ik moet gaan. Ik moet zien waar mijn broer is gestorven.’ Toen hebben we besloten dat we allemaal samen zouden gaan. De politieagentes die ons daar opvingen, hadden gehuild, dat zag je zo. Ze zeiden tegen mijn man en mij: ‘Onze overste heeft ons verteld dat Martyn heel dicht bij de terrorist stond. We moeten jullie waarschuwen.’ Dus gingen mijn man en ik eerst de foyer binnen, waar de bom was ontploft, daarna onze vier kinderen en ten slotte twee van zijn vrienden. De politie had 22 rozen op de vloer gelegd, telkens waar een slachtoffer was gevallen. De bloem lag waar het hoofd van het slachtoffer was geweest, en de stengel gaf de richting van het lichaam aan. Er was een gat in de vloer waar de terrorist had gestaan: de explosie had een diepe krater geslagen. En Martyn had vlak naast hem gestaan.”

‘Na zijn dood vertelde een vriend van Martyn me dat hij op zijn laptop instructies voor zijn begrafenis had opgeslagen. Ik viel uit de lucht: je verwacht zoiets toch niet?’

Uw zoon was erg actief op sociale media. Bekijkt u nog weleens wat hij heeft gepost op Twitter of YouTube?

“Absoluut. Martyn heeft heel wat videoclips gemaakt die hij op YouTube heeft geplaatst, en ik vind ze stuk voor stuk heel grappig. De sociale media waren zijn leven. Na zijn dood vertelde één van zijn vrienden me dat Martyn instructies voor zijn begrafenis op zijn laptop had opgeslagen.”

Wist u dat niet?

“Nee. Je verwacht toch niet dat hij zoiets opgesteld zou hebben? En wie staat erbij stil dat zijn kind kan sterven?”

Hoe zag hij zijn eigen begrafenisplechtigheid?

“Hij wilde een lijkkoets die door witte paarden werd getrokken, en hij wilde gecremeerd worden. Hij gaf ook aan welke liedjes er gespeeld mochten worden, en welke niet. En iedereen moest er geweldig uitzien, niet noodzakelijk helemaal in het zwart. En dus kwamen er mensen naar zijn uitvaart met gouden schoenen, rare hoeden en dassen, of met veel pluimen. Iedereen straalde in zijn outfit, precies zoals hij had gewild.

“De uitvaart vond plaats achter het gemeentehuis, hier vlakbij. Zijn woning, het crematorium: het is allemaal maar vijf minuten ver. Daarom rijd ik niet graag meer door Stockport: alles herinnert me aan die droevige dag.”

Weet u iets meer over de motieven van de dader, Salman Abedi?

“Neen. We weten heel weinig, omdat de politie ons niets heeft verteld. Binnenkort start de rechtszaak, waarin zijn broer Hashem Abedi moet terechtstaan. Hij heeft recht op een eerlijk proces en hoe minder informatie er wordt verspreid, hoe beter. Maar de speurders gaan er blijkbaar toch van uit dat hij op de één of andere manier bij de aanslag betrokken was. Ik heb de politie laten weten dat ik hem wil bezoeken in de gevangenis. Ik wil hem in de ogen kijken en zeggen dat hij mijn familie heeft verwoest, maar dat hij er nooit in zal slagen ons te breken. En dat terrorisme niet werkt. Het is niet het juiste antwoord. Ik wil hem ook vertellen dat ik hem heb vergeven.”

Echt?

“Ja. Ik zal je uitleggen waarom. Een paar weken na de uitvaart van Martyn zat ik op een ochtend alleen thuis. De krant The Guardian lag op tafel bij het ontbijt, en op de voorpagina stond een foto van vijf mannen bij de moskee van Finsbury Park in Londen. Een paar weken na de aanslag in Manchester was een man er ingereden op moslims die de moskee verlieten. Toen hij probeerde te vluchten, kon hij overmeesterd worden. De imam en vier anderen gingen rond hem staan en beschermden hem tegen omstanders die hem te lijf wilden gaan. ‘Hij zal zijn straf krijgen, maar niet op die manier’, zei de imam.

“Ik keek naar die foto en dacht: wow, dat is sterk. En ik dacht na over hoe ik kon reageren op wat ons was overkomen. Ik had dat gevoel al gehad toen de foto van Salman Abedi vlak na de aanslag op de voorpagina van alle kranten stond. Hij was zo jong, amper 22 jaar oud. Ik kan niet geloven dat jij zo’n domme jongen bent, dacht ik. Jij hebt je leven vergooid, je hebt al die mensen hun leven vergooid. Waarom heb je zoiets doms gedaan?

“Toen mijn man die avond thuiskwam, vertelde ik hem dat ik Salman Abedi vergiffenis wilde schenken op tv. Ik vond dat ik, een moeder die haar kind had verloren aan terreur, iets kon ondernemen om te vermijden dat de aanslag in Londen tot meer geweld zou leiden. Die jongen in Manchester was nog een kind, hij kon onmogelijk begrepen hebben wat hij deed. Ik kon niet boos zijn op zo iemand. Dus belde ik naar de BBC en de volgende morgen kwam ik op tv. Mensen waren woest op mij omdat ik hem vergiffenis schok, maar vergiffenis schenken is iets wat we allemaal moeten doen. We moeten vergevingsgezinder zijn. Mensen maken fouten, zware fouten zelfs. Maar als ik boos blijf omdat Martyn dood is, breng ik mezelf schade toe. Ik blijf niet alleen pijn lijden, ik kan dan ook niet meer functioneren. Maar ik heb nog vier kinderen, vijf kleinkinderen en een echtgenoot. Als ik door woede word verteerd, hoe kan ik dan nog moeder, grootmoeder en echtgenote zijn? Mijn man is zijn stiefzoon kwijt, mijn kinderen zijn hun broer kwijt, ze mogen mij niet óók nog verliezen. Daarom heb ik besloten om de best mogelijke versie van mezelf te worden. Maar dat betekent niet dat ik geen pijn meer voel.”

En als de broer van de terrorist u niet wil ontmoeten in de gevangenis?

“Als hij weigert, zal ik hem een brief schrijven. En als hij die niet wil lezen, stuur ik er één naar elke krant in Engeland. Op de één of andere manier zál hij me horen.”

U houdt de hele tijd een schroef vast. Mag ik vragen waarom?

“De aanslag was gepleegd met een spijkerbom: die zat vol moeren, bouten en schroeven. Toen ik twee dagen na Martyns dood een wasmachine liet draaien, hoorde ik een geluid. Op de droogkast lag een glanzende schroef. Ik dacht: waar komt die vandaan? Toen ik ze in de vuilnisbak wilde gooien, kreeg ik plots koude rillingen. Ik voelde dat Martyn er was. Sindsdien bewaar ik alle schroeven die ik vind. Dan heb ik het gevoel dat hij bij me is. Ik heb er nu ongeveer vijfhonderd. Soms zie ik er twee weken lang geen enkele liggen, en dan vind ik er vijf op één dag.”

Wat gaat u ermee doen?

“In april wordt het onderzoek naar de aanslag afgerond en krijg ik de zestien schroeven die uit het lichaam van mijn zoon zijn gehaald. Ik ken een smid die er een hartje van zal maken, en van de vijfhonderd andere een teddybeer. Die beer zal dan het hartje vasthouden. Dat is mijn boodschap aan de terroristen: van iets vreselijks maak ik iets liefs.”

‘Van de schroeven die uit Martyns lichaam zijn gehaald, wil ik een hartje laten smeden. Dat is mijn boodschap aan de terroristen: van iets vreselijks maak ik iets liefs.’

Waarom moet het een teddybeer zijn?

“Dat is een ander verhaal. Ik heb een zeldzame aandoening, die maar bij één op de twintigduizend mensen voorkomt. Toen ik op een ochtend uit de douche stapte, kon ik aan de linkerkant amper nog horen. Ik dacht dat er water in mijn oor zat, maar ik bleef doof. Pas een maand later kreeg ik medicatie voorgeschreven, maar het was te laat: links ben ik 60 procent van mijn gehoor kwijt. Daarbovenop kreeg ik tinnitus, ik had het steeds moeilijker om mijn patiënten te horen.

“Mijn huisarts zei: ‘Veel mensen met die aandoening worden depressief, let dus goed op jezelf.’ Toen pas had ik door dat ik me al een tijdje van de buitenwereld isoleerde en dat ik me inderdaad depressief voelde. Tot dan had ik patiënten die met een depressie kampten altijd aangeraden om een creatieve activiteit te zoeken. Dus ik dacht: oké, laat ik doen wat ik zelf altijd adviseer.”

Dus begon u teddyberen te breien?

“Ja, maar het zijn eenvoudige teddyberen, hoor. Breien hielp me om niet depressief te worden. Toen ik ongeveer zestig beren had, begon ik ze weg te geven en te verkopen.

“De beren brachten me op een nieuw idee: ik wilde een therapeutisch verhalenboek voor volwassenen schrijven, met beren in de hoofdrol. In Bears Have Issues Too laat ik zestien beren over hun psychische problemen vertellen: de ene heeft een eetstoornis, de andere een angststoornis, nog een andere verminkt zichzelf, een Franse beer is verslaafd aan porno op het internet... Na elk verhaaltje geef ik advies over hoe je met dat probleem kunt omgaan. Het is een therapeutisch zelfhulpboek.”

Martyn heeft u met de publicatie geholpen?

“Op een dag zei ik hem: ‘Niet lachen, maar ik zou een boek voor volwassenen willen schrijven, met verhalen over teddyberen.’ Martyn zei meteen: ‘Ik zal je helpen om interviews te regelen en op tv te komen.’ Ik heb Bears Have Issues Too in zes weken tijd geschreven, en Martyn deed de pr. Hij zorgde voor interviews in de plaatselijke kranten en met de regionale zender van de BBC.

“Sinds de dood van Martyn heb ik niet meer als therapeut gewerkt. Ik concentreer me nu op mijn vredesberen, zoals ik mijn gebreide teddy’s noem. Ik verkocht ze al een tijdje online, maar na de aanslag kon ik niet meer volgen. De platformbeheerder mailde me met de boodschap dat de website bijna was gecrasht: ‘Uw winkeltje wordt meer dan vijfhonderd keer per minuut bezocht.’ Iedereen wilde de beren. En ze gaan overal naartoe – naar Amerika, Hawaï, Canada, Nieuw-Zeeland, Australië, Spanje...”

‘Ik wil Hashem Abedi, de broer van de dader, in de gevangenis bezoeken en hem zeggen dat hij er nooit in zal slagen ons te breken.’

U hebt uw praktijk als psychotherapeute opgegeven, maar u geeft wel nog lezingen.

“Ik spreek op bijeenkomsten van politie, veiligheidspersoneel en antiterreureenheden en overal waar ik word uitgenodigd, tot in het Europees Parlement toe. Ik volg ook een masteropleiding in terrorismebestrijding. Daarnaast ga ik spreken in middelbare scholen, hogescholen en universiteiten. Daar praat ik met jongeren en jongvolwassenen over radicalisering en de gevaren ervan.

“Pas sinds 22 mei 2017 ben ik me ervan bewust dat terrorisme ook bij ons een ontzettend groot probleem is. Weet je, ik heb mezelf lang afgesloten voor de actualiteit. Als therapeute heb ik voltijds naar mensen geluisterd die veel pijn hadden. Ze waren verkracht, werden geslagen door hun partner of gepest op het werk. Velen hadden zelfmoordgedachten. Het was niet eenvoudig om het een hele dag vol te houden. ’s Avonds wilde ik geen problemen meer horen, zelfs het televisiejournaal was er te veel aan. Als ik iets op tv zag over een aanslag of een schietpartij op een school in de VS, zei ik: ‘O, wat vreselijk!’ En meteen daarna: ‘Zullen we maar een hapje eten?’ Of ik zapte naar een andere zender. Ik was zo naïef om te denken dat zoiets niet in Manchester kon gebeuren.

“Na de aanslag realiseerde ik me dat ik absoluut niets over terreur wist en ik dacht bij mezelf: ik móét begrijpen waarom iemand zó boos is op ons dat hij ons zoiets aandoet.

“Ik wilde ook weten of ik bloed van mijn eigen zoon aan mijn handen heb. Als mensen me vragen waarom ik dat zeg, antwoord ik: ‘Omdat we onze politici zelf kiezen.’ Wij zijn mee verantwoordelijk voor de beslissingen die onze politici nemen. Daarom moest ik begrijpen wat het probleem precies is en waarom mensen overgaan tot terroristische daden.”

Wat hebt u tot dusver geleerd?

“Dat we als samenleving heel wat fouten maken. Het gaat vooral over geld, olie en hebzucht, macht en territorium. De prijs die we voor onze fouten betalen, is dat er veel doden vallen. Niemand zegt: ‘Laten we een vreedzame oplossing zoeken.’ Niemand zegt dat we geen bommen meer zullen gooien, dat we niemand meer willen doden, dat we met elkaar moeten overleggen. Maar we kunnen niet doorgaan met elkaar uit te moorden. Hoe kan er ooit een einde komen aan het terrorisme als er zoveel haat is? We voeden elkaar met haat, en dat is niet de oplossing.”

Is dat wat u in scholen gaat vertellen?

“Dat ook, maar ik begin zeer concreet. Ik vertel wat er met Martyn is gebeurd, en hoe zwaar ons gezin erdoor is getroffen. Ik haal herinneringen op aan hoe Martyn als kind was, hoe grappig hij was en welke gekke dingen hij deed. Daarna praat ik met hen over de aanslag, en hoe pijnlijk het was om zijn lichaam in het mortuarium te zien.

“Daarna vraag ik de jongeren of ze op het internet dingen hebben gezien die met terrorisme of extremisme te maken hebben. Telkens steekt bijna de helft zijn hand op. Dat is veel, hè. De aanslag in Manchester is gepleegd door één jonge kerel. Eén geradicaliseerde jongere is genoeg om enorme ellende te veroorzaken. En het terrorisme is volledig veranderd. Nu radicaliseren jonge mensen in hun slaapkamer via het internet, soms in twee weken tijd. Als IS-leider Al-Baghdadi zei: ‘Dood zoveel christenen en westerlingen als je maar kunt, op welke manier dan ook’, dan ging dat in geen tijd de wereld rond. En je kunt online ook snel te weten komen hoe je een bom moet maken.”

Slaagt u erin de jongeren te doordringen van uw boodschap?

“Ik doe toch mijn uiterste best. Ik toon bijvoorbeeld een foto van de wereldbol, die wordt vastgehouden door kinderhanden van verschillende kleuren. En dan zeg ik: ‘Jullie hebben de wereld in handen. Jullie kunnen beslissen wat voor toekomst jullie willen. Wij volwassenen hebben er een zootje van gemaakt: het klimaat verandert, er is overal oorlog en terreur. Wij hebben veel fouten gemaakt, maar jullie zijn de toekomst. Jullie kunnen beslissen om politieagent, verpleegkundige of leerkracht te worden. Jullie kunnen je kinderen goede waarden meegeven. Je kunt proberen een goed mens te zijn en je kinderen tonen hoe dat moet.’

“Weet je, als we allemaal elke dag een willekeurige goede daad verrichten – vriendelijk glimlachen naar iemand, of een mier laten leven in plaats van ze plat te trappen – kunnen we de wereld de goede richting uitsturen. Dus ik praat met de jongeren over hoe ze tolerantere mensen kunnen worden. Ik zie geen mensen van verschillende rassen, maar één ras: de mensheid. Aan het einde van mijn toespraak vraag ik de jongeren altijd om op een kaartje te schrijven welke goede daad ze die dag kunnen verrichten. Ik weet niet of het een verschil maakt. Maar zelfs als ik maar één jongere die op het punt staat te radicaliseren tot inkeer kan brengen, is het de moeite waard.”

‘Ik wil Hashem Abedi, de broer van de dader, in de gevangenis bezoeken en hem zeggen dat hij er nooit in zal slagen ons te breken.’

U hebt een campagne opgestart om de veiligheid op evenementen te verhogen. Hoe bent u daartoe gekomen?

“Twee jaar geleden woonde ik met mijn man een concert bij. Ik had een kleine handtas meegenomen, omdat ik dacht dat het handiger was voor de veiligheidscontrole in het theater. Maar er was niemand die ons controleerde. Er keek zelfs niemand naar onze tickets. Er was géén bewaking. Ik dacht de hele tijd: sinds de aanslag wordt elk theater of elke grote concertzaal gecontroleerd. Toen ik naar de zanger luisterde, kon ik alleen maar huilen. Niet omdat het een emotioneel nummer was, maar omdat concertzalen nog altijd niet veilig zijn. Zijn dood had vermeden kunnen worden. Ik zei tegen mijn man dat Martyn voor niets was gestorven. Ik was daar een paar weken overstuur van, tot ik tegen mezelf zei: ‘Dit is dom en het helpt me ook niet vooruit.’ Dus besloot ik een petitie te starten om strengere veiligheidsmaatregelen voor evenementen te eisen.”

De petitie kende al snel veel succes.

“Kort nadat ik ze had gelanceerd, kreeg ik een telefoontje van Brendan Cox, de echtgenoot van het vermoorde parlementslid Jo Cox. Zij was omgebracht door een rechts-extremist en liet twee jonge kinderen achter. Brendan is ook politiek actief en hij wilde me helpen met mijn campagne. Hij stelde me voor aan Nick Aldworth, een veiligheidsexpert die toen bij Scotland Yard werkte. Nick heeft vervolgens een ontwerp gemaakt voor Martyn’s Law, zoals we het genoemd hebben, omdat hij op de hoogte is van alle technische en juridische aspecten in verband met openbare veiligheid.

“Toen de petitie was afgesloten, zei de regering dat ze niet geïnteresseerd was: méér beveiliging was echt niet nodig. Dat was een klap, maar gelukkig mocht ik wat later Martyn’s Law toelichten in de gemeenteraad van Manchester. Ik zei dat ik het geweldig zou vinden als de stad het wetsvoorstel vrijwillig zou toepassen, en ze gingen ermee akkoord. Ze hebben me net nog een mail gestuurd waarin ze bevestigen dat ze niet op de regering willen wachten: ze willen Martyn’s Law alvast op stedelijk niveau invoeren. Concertzalen moeten hun personeel nu trainen in terrorismebestrijding, er moeten op cruciale plaatsen veiligheidsmensen aanwezig zijn, enzovoort. Dat heeft de nationale pers gehaald, en nu zou de regering toch overstag gaan.”

Heb je advies voor België en andere Europese landen?

“Iederéén loopt een risico, in heel Europa. Voetbalstadions, grote theaters, bioscopen en concertzalen moeten beter beveiligd worden. De organisatoren moeten scanners en röntgenapparaten in huis halen om alle bezoekers te kunnen screenen. Criticasters op Twitter zeggen dat het veel geld kost, maar dat is niet zo. Een metaaldetector die je in je hand kunt houden, kost 40 euro. Grote detectoren waar je moet doorlopen, kosten tussen de 4.000 en de 12.000 euro. Maar als mijn kind naar een concert gaat en ik moet 60 euro betalen voor een kaartje, zou ik graag 5 euro extra geven voor de beveiliging. Verzekeringsmaatschappijen kunnen helpen door de premies voor organisatoren te verlagen als die extra veiligheidsmaatregelen nemen.”

Verlegt u het probleem dan niet? Meer veiligheidsmaatregelen betekent ook dat er langere wachtrijen zullen zijn, die even kwetsbaar zijn.

“Ook dat kun je aanpakken: zet meer personeel in en spreid de stroom bezoekers beter. Geloof me, welk probleem er ook rijst, we hebben het bestudeerd en er oplossingen voor gevonden.”

U straalt veel positieve energie uit.

“Ik kan ervoor kiezen om depressief te worden, de deur op slot te doen, mijn vrienden niet te zien, de hele dag in bed te liggen en pillen te slikken. Ik zou veel alcohol kunnen drinken of me zelfs van het leven beroven. En iedereen zou denken: begrijpelijk, het was te moeilijk voor haar.

“Maar Martyn was zo positief ingesteld, dat kan ik hem niet aandoen. Hij stuurt me veel aanmoedigingen van hierboven: ‘Mam, ga door!’ Ik voel dat hij bij me is en me steunt. Hij mag niet voor niets gestorven zijn.”

Wat voelt u als mensen u bekritiseren?

“Als ze zeggen dat ik mijn zoon misbruik om aandacht te krijgen doet dat pijn, maar ik probeer sterk te zijn. En ik krijg ook veel steun. Toen ik veel hatelijke tweets in korte tijd kreeg, belden mensen van het ministerie van Binnenlandse Zaken me op: of ze iets konden doen voor mij. Maar ik negeer al die walgelijke tweets.”

Bent u veranderd na de dood van uw zoon?

“Absoluut. Ik was introvert van aard, en hoewel ik zelf therapeute was, kon ik een knoop in mijn maag hebben als ik voor een grote groep moest spreken. Nu maakt het me zelfs niet uit of ik voor duizend mensen spreek. Ik heb het gevoel dat mij niets ergs meer kan overkomen.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234